Nieuws
interview

Coschappen én vechtsporten

‘Weinig tijd voor iets anders’, maar ook ‘supertof!’

Plaats een reactie
Harmen de Jong
Harmen de Jong

Laatstejaars geneeskunde Jamey Blaauboer combineert haar coschappen met een keiharde sport: mixed martial arts. Afgelopen zomer won ze haar eerste MMA-wedstrijd tegen een professioneel kickbokser. ‘Het is een heel pure sport.’

Vijf minuten en vijfentwintig seconden, in twee rondes. Zo lang duurde het slechts voordat Jamey Blaauboer haar tegenstander vloerde in de partij tijdens het gala Levels Fight League Mixed Martial Arts, afgelopen juli in Amsterdam.

Wie het filmpje terugkijkt op YouTube, ziet hoe bikkelhard en snel het eraan toe gaat in de kooi, en kan zich moeilijk voorstellen dat de gespierde fanatieke MMA-sporter die haar tegenstandster op de grond houdt en stompt, dezelfde is als de kalme geneeskundestudent die coschappen loopt op een huisartsenpraktijk.

Je ziet er niks meer van. Het fikse ei op haar oog en de enkelblessure die ze aan haar wedstrijd overhield, zijn weggetrokken, zegt Jamey Blaauboer (28), op haar werkplek in Gezondheidscentrum Velserbroek, waar ze nog drie weken coschappen loopt.

Het zegt wel iets over je karakter, denk ik: gewoon doorzetten, discipline

Ze is laatstejaars aan het Amsterdam UMC. Volgend jaar is ze klaar met de opleiding, en dan? Er staan uiteenlopende dingen op haar lijstje. ‘Huisarts, of anesthesie, of militair arts. Daarnaast hou ik van iets praktisch, dus snijden, daar hou ik echt van. Dat komt door mijn bijbaan binnen de plastische chirurgie. Bij de Medische Kliniek Velsen doen ze onder andere transgenderzorg, zoals geslachtsveranderende operaties. Als je ziet hoe creatief de chirurg werkt, per patiënt een andere oplossing biedt – dat is echt fantastisch. Maar ik weet niet of ik die hele route in wil gaan om daar te komen. Ik hoop tijdens mijn semiartsstage een keuze te kunnen maken.’  

Of… wie weet, lonkt een carrière als professioneel MMA-vechter in het buitenland, al durft ze zo ver niet te denken. ‘Mijn trainers zien mogelijkheden, maar ik wil gewoon mijn focus houden op de studie. En eigenlijk ben ik iets te oud. Het zijn allemaal keuzes.’ 

Verschillende vechtsporten

Eerst maar eens beginnen bij waar het begon: kickboksen. Ze had er aanleg voor, constateerde een trainer die op haar middelbare school een gastles gaf: kracht en motoriek. Zo kwam Jamey op haar 16de bij kickboksen, naast het voetbal dat ze al deed. Ze begon als recreant in Wormerveer, en maakte later de switch naar een meer fanatieke kickboksschool in Krommenie, waar wedstrijdvechters trainden. ‘Ik wilde kijken hoe het daar was, en misschien meer, want ik had altijd de drang om eens een wedstrijd te doen.’  

Die krachtmeting werd door de covidperiode uitgesteld, maar in mei 2022 – ongeveer tegelijkertijd met het begin van de coschappen – kwam het ervan: haar eerste kickboksgala als nieuweling. ‘Dat was supertof.’ Ze won. Inmiddels heeft ze drie kickbokswedstrijden gedaan en toen kwam haar nieuwe liefde MMA op haar pad. ‘Binnen mijn club geven ze ook MMA-lessen. Die trainingen waren meteen hartstikke leuk. Op zeker moment vroegen ze of ik een MMA-wedstrijd wilde doen, op een heel gaaf, professioneel gala: Levels Fight League 9. Dit was dus afgelopen juli.’

Mixed martial arts combineert verschillende vechtsporten zoals kickboksen, worstelen, karate, judo, boksen en Braziliaans jiujitsu. Het bijzondere aan MMA is dat zowel staand als op de grond gevochten mag worden. De sport wint wereldwijd aan populariteit, en is met name groot in de VS.

Betekent dit het einde van je kickbokscarrière? 

‘Ik combineer het. Op zich helpt kickboksen mij voor het MMA, al is mijn doel wel om meer MMA-wedstrijden en minder kickboksen te doen. Maar het hangt ervan af, bijvoorbeeld of er wel voldoende wedstrijden zijn voor mij binnen de MMA. Want er zijn wel weinig vrouwen die het doen.’ 

Daar zeg je wat. Kun je wel met gelijkwaardige vrouwen sparren? 

‘Nee, ik ken bijna niemand die het doet. Als je spart, zijn er eigenlijk voornamelijk mannen met een enkele vrouw. Eén of twee in een groep van twintig, vijfentwintig. En zij doen geen wedstrijden.’ 

Ondertussen loop je ook coschappen. Kun je vertellen hoe je week eruitziet? 

‘Stel dat er een wedstrijd gepland staat, dan verloopt het zo. Overdag natuurlijk de coschappen, dan meteen door naar trainen. Afhankelijk van de dag kan ik nog van tevoren eten, soms eet ik in de trein. Maandag sparren en kickboksen, dinsdag is MMA: techniek en sparren. Dan is er woensdag weer kickboksen en sparren. Donderdag sparren en MMA. De vrijdag is vaak voor kracht of conditioneel, dan ga ik bijvoorbeeld hardlopen. Zaterdag is dan weer techniek, MMA en sparren. Zondag is soms rustdag of ik ga weer krachttraining doen of iets conditioneels. Een training duurt een uur of anderhalf uur. 

Na het trainen ga ik naar huis. Dan vaak nog wat voorbereiden voor het coschap de volgende dag, en dan naar bed. Best wel een triest leven (lacht).’   

‘Je slaat elkaar wel in elkaar, maar er is onderling super­veel respect’

Wat moet je ervoor opgeven? 

‘Nou ja, je hebt heel weinig tijd voor andere dingen. Sociale contacten, alles wat je in de avond zou doen. Dat kan netflixen zijn, al vind ik het niet erg dat ik dat moet opgeven. Maar de sociale contacten soms wel, en andere ­c­­reatieve dingen die ik leuk vind om te doen.’ 

Hoe heb je het georganiseerd om alles ­mogelijk te maken? 

‘Ik woon in een tiny house bij mijn moeder in de tuin nabij Assendelft. Dat liep toevallig zo, maar maakt mijn leven nu wel makkelijk, logistiek gezien. Ik had sowieso niet de ambitie om op kamers te gaan in Amsterdam en wilde ook mijn sport niet opgeven. Mijn moeder vindt MMA niet zo leuk. Zij houdt überhaupt niet van geweld en vechten. Ze komt niet naar mijn wedstrijden, ze maakt zich ook zorgen over mijn gezondheid, en over die van de tegenstander. Maar ze steunt me wel, dus dat is lief, net als mijn broer en vrienden.’ 

En de combinatie met je studie? Nu heb je huisartsgeneeskunde, maar je hebt vast ook andere coschappen gehad, met bijvoorbeeld nachtdiensten.  

‘Ja, dat is gewoon vermoeiend, met name bij de “verre” coschappen. In het begin zat ik in het Flevoziekenhuis, in Almere. M’n wekker ging om vijf uur, dat was echt heel pittig. Ik had mijn sporttas mee en ging erna meteen door, etend in de auto of trein. Het maakt de coschappen er niet makkelijker op. Ik had interne en heelkunde, en vond het best zwaar.’  

Denk je dan, ik moet m’n coschap uitstellen of ik moet m’n wedstrijd uitstellen?   

‘Coschappen hebben altijd prioriteit. Maar ik ben toch gewoon maar doorgegaan. Maar het was wel heel pittig.’ 

Waarom wilde je ooit dokter worden? Weet je dat nog?  

‘Ik zei van kleins af aan al dat ik dokter wilde worden. Mijn vader is overleden aan leverkanker toen ik 2,5 jaar oud was. En blijkbaar zat die zorgende rol altijd al in me, ik vind het gewoon nog steeds het mooiste vak dat er is.’ 

Wat brengt het je, die combinatie van alles?  

‘Het is fijn dat het sporten iets heel anders is, je hebt afleiding. En door het vechten kun je ’s avonds je hoofd goed legen. Na de wedstrijd in juli kwam er ook een soort ontlading, zeker. Ik had hard getraind én gelukkig gewonnen. Dus ik zag dat het vele trainen iets had opgeleverd. Ik ben beter geworden en gegroeid, vooral binnen de MMA – want eigenlijk doe ik dat nog maar een jaar. Het is echt zo’n brede sport. Er komt zoveel techniek bij kijken, dat is heel leuk. 

Ik verdien er overigens niets mee, misschien later als ik verder kom.’ 

‘Coschappen hebben altijd prioriteit’

En hoe gaat het nu verder? Is er een nieuwe wedstrijd gepland? 

‘Ik had even een oplaadperiode. Ik was heel diep gegaan in juli. Dus ik had even meer focus op m’n studie, dat vond ik ook belangrijk. Hopelijk volgt er in december een nieuwe wedstrijd. Of dat gebeurt, is afhankelijk van verschillende dingen. Mezelf, allereerst. Dat ik zeg: ik ben ready om weer een wedstrijd te kunnen doen. En dan moet er een tegenstander worden gevonden.’ 

Is er een overeenkomst tussen de opleiding tot arts en het afzien als vechtsporter? 

‘Ik denk dat er wel wat gelijkenissen in zitten. Het zegt op zich wel iets over je karakter, denk ik. Gewoon doorzetten, discipline. Daarnaast ben je heel respectvol tegenover de mensen met wie je traint. Die houding heb je ook bij je patiënten. Je bent verder altijd in teamverband bezig; dus met je sparringpartners, met je coach. En tijdens je coschappen heb je natuurlijk ook veel oog voor elkaar.’ 

Maar… het verschil is natuurlijk dat je iemand in elkaar rost tijdens zo’n wedstrijd en als arts juist niet. Hoe valt het te rijmen dat je als geneeskundestudent toch ook letsel ­toebrengt aan je tegenstander? 

‘Ja (lacht), ik kan daar niet echt een goed antwoord op geven. Want dat is theoretisch gezien wat je doet. Maar het voelt niet zo, omdat het echt een spel is. Je traint ervoor. Je bent allebei in je meest pure, fysiek sterke staat. En pakt het strategisch aan, je probeert te winnen van de ander. Het is eigenlijk heel puur, gewoon met je eigen lijf. Dat vind ik echt wel heel mooi. Door het haantjes­gedrag voor en tijdens de wedstrijd krijg je misschien een ander idee, maar er heerst binnen de sport heel veel waardering voor elkaar. Dus je slaat elkaar wel in elkaar, maar er is onderling superveel respect. Misschien wel meer dan bij voetbal of andere sporten.’ 

Zou je jouw sport andere geneeskundestudenten aanraden? 

‘Zeker! Het brengt ontspanning en uitdaging op fysiek en mentaal vlak, creativiteit en respect. Maar om het op wedstrijdniveau te doen, moet je erg gemotiveerd zijn en er dingen voor willen opgeven. Toch past het wel bij geneeskundestudenten, die vaak zeer gedisciplineerd zijn. Het merendeel doet in de uren dat ik bezig ben met sporten een onderzoek of promotie.’

Waar gaat dit avontuur voor jou eindigen?  

‘Ik bén al heel tevreden met alles. Tevreden over dat ik coschappen mag lopen – hierna volgt het coschap sociale geneeskunde – en elke wedstrijd weer die ik mag doen. Ik ben gewoon wel trots op mezelf, eigenlijk. Het gaat mij ook niet per se om de uitkomst van zo’n wedstrijd, het gaat om de weg ernaartoe. Ik vind het leuk om mezelf een beetje te testen, kijken hoever je kunt gaan. Die weg ernaartoe kent ups en downs, soms is het best wel taai. Er komen veel emoties bij kijken, fysieke letsels ook wel. Dus ja, dat geeft een soort ­mentale kracht.’  

Lees ook:

interview sport Portret
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.