Nieuws
Ilse Kleijne
Ilse Kleijne
6 minuten leestijd
coschappen

Co in deeltijd

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Je coschappen lopen in deeltijd kan. Maar dat is niet breed bekend, en niet altijd makkelijk om te regelen.

Als student geneeskunde Jasmijn van Groen (23) op haar afdeling zegt ‘dat ze er morgen niet is’ vanwege
haar parttimedag, zijn de tijdelijke collega’s dat ‘twee uur later weer vergeten’, is haar ervaring.

‘Omdat het zo weinig voorkomt dat iemand coschappen in deeltijd doet’, denkt ze. En de medisch specialisten en aiossen reageren wisselend op haar vierdaagse werkweek. De een vindt dat iedere arts in het ziekenhuis dat zou moeten doen, de ander keurt het af. Maar er is één gemene deler: ‘Ze zijn allemaal nieuwsgierig naar het waarom.’ Dat waarom is bij Van Groen niet-aangeboren hersenletsel, waardoor haar energie beperkt is. De Rotterdamse loopt sinds een jaar haar coschappen in deeltijd.

Zwaarwegende omstandigheden

Huh, kan dat dan? Die reactie klinkt links en rechts als het over deeltijdcoschappen gaat, een mogelijkheid die al in 2005 in het leven werd geroepen. Nog steeds bieden alle faculteiten die optie, maar staan dit enkel bij uitzondering toe en om zwaarwegende, persoonlijke omstandigheden, blijkt uit navraag bij geneeskundefaculteiten. Eigen gezondheidsbeperkingen, maar ook een sportcarrière, onderzoeksactiviteiten, bestuurstaken, zorg voor kinderen of mantelzorg zijn redenen voor studenten geneeskunde om hun coschap in deeltijd te willen lopen. En ook de redenen waarom faculteiten bereid zijn dit in overweging te nemen.

Een aantal faculteiten ziet een stijgende trend in het aantal verzoeken, maar in absolute aantallen blijft het beperkt: van een handvol tot zo’n twintig verzoeken per faculteit op jaarbasis. Het zijn veelal studieadviseurs of examinators die over zo’n verzoek oordelen. Voor korte coschappen, van twee of drie weken, is de deeltijdoptie meestal niet mogelijk. Deeltijd betekent overal: een werkweek van vier dagen. Die kortere werkweek moet worden ingehaald door coschappen in vakanties, of ze aan het einde van een traject verlengen.

Herstel en rust

Voor Van Groen is die vier dagen prima. ‘Ik merk nu al dat het soms lastig is dat je er soms niet bent en iets mist. Met drie dagen mis je meer, bijvoorbeeld de wondverpleegkundige die op een vaste dag komt of een mdo.’ Die ene dag minder maakt voor haar al voldoende verschil. ‘Dat levert mij meer op dan vakantie qua herstel en rust. Op deze manier is het voor mij vol te houden, en het geeft me vertrouwen dat ik medisch specialist kan worden.’

Soete Meertens (derdejaars in Utrecht) is door een neurologische aandoening rolstoelgebonden en ook beperkt in haar energie, dus ook blij met de deeltijdoptie waarvoor zij recentelijk akkoord kreeg. ‘Fulltime coschappen zit er voor mij niet in. Ik ken iemand die deeltijd niet toegewezen kreeg en vervolgens in een burn-out raakte.’

Kim Vandenput (zesdejaars in Nijmegen) viel uit toen zij haar senior coschap deed maar psychische klachten had. Zij kreeg te horen van de studieadviseur dat zij niet in aanmerking kwam voor deeltijd. ‘Waardoor ik nu weer thuiszit, in afwachting tot ik voldoende hersteld ben om fulltime te kunnen functioneren. Erg vervelend gezien de studievertraging die ik hierdoor oploop, wat financieel gezien niet fijn is. Maar ook omdat ik van mening ben dat deeltijd coschap lopen juist ook bevorderlijk voor mijn herstel zou zijn, vanwege de dagbesteding, het opbouwen van belasting en betrokkenheid bij studie en werkveld.’ Voor Vandenput werd nooit helemaal duidelijk waarom zij niet naar deeltijd mocht overstappen.

Topondernemende student

Fysiotherapeut Simone Koopmans (30), die naast haar eigen fysiopraktijk aan een studie geneeskunde in Groningen begon, mag in kliniekweken één dag in de week vrij nemen om nog als fysiotherapeut te kunnen werken. Zij kreeg hiervoor een verklaring dat ze ‘topondernemende student’ is. ‘Mijn motivatie hiervoor werd beoordeeld door een hoogleraar en werd goed bevonden. Toen ik voor het eerst informeerde naar de mogelijkheden kreeg ik in eerste instantie te horen dat er niks mogelijk was, omdat het een “voltijdstudie” is. Toen ik echter nogmaals informeerde bij de opleidingscoördinator wees ze me op de regeling.’

Ook de Amsterdamse student geneeskunde Chaja van der Veer (23) had graag in deeltijd coschappen gelopen, maar schrok terug van een daadwerkelijke aanvraag. ‘Na mijn bachelor heb ik een tweejarige master medische ethiek gedaan en daarnaast veel in het onderwijs van de bachelor geneeskunde gewerkt, zoals werkgroepen begeleiden, tutor zijn en stagecoördinatie doen. Ik had mijn coschappen dus graag in deeltijd gedaan, zodat ik door zou kunnen blijven groeien in het onderwijs en aan het werk zou kunnen binnen mijn andere vakgebied. Ik vind geneeskunde namelijk niet alles en zou me ook graag bezig blijven houden met ethiek, maar doordat coschappen alleen fulltime kunnen, voelt het alsof ik een deel van wie ik ben en waar ik goed in ben aan de kant moet zetten voor drie jaar. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat ik een betere dokter kan worden, juist door me ook met ethiek en onderwijs bezig te houden. Ik heb er dus last van dat iedereen bij coschappen exact hetzelfde moet zijn en doen. Op de website van de VU las ik dat je voor deeltijd in aanmerking komt als je ouderschapstaken hebt, dus dat is iets totaal anders dan mijn reden. Dat heeft gemaakt dat ik nooit een verzoek heb ingediend.’

Black box

Wat deze studenten zeggen te missen, is een duidelijk protocol of beleid voor het aanvragen van de deeltijdoptie. Meertens: ‘Het had toch heel wat voeten in de aarde. Ik heb wel het gevoel gehad dat ik hiervoor heb moeten strijden. Ik krijg steeds meer vragen van studiegenoten hoe je dit regelt. In de praktijk verloopt het toch wat stroef, omdat het moeilijk is ruimte voor een deeltijder te creëren in het bestaande systeem van coschappen.’ Van Groen heeft aan de studieadviseur laten weten dat mensen haar mogen benaderen voor meer informatie. ‘Omdat zo weinig mensen het doen.’ Meertens maakt zich graag hard voor de toegankelijkheid tot de geneeskundestudie. ‘Ik snap ergens dat de regels hard zijn en de opleidingen rigide zijn over het aantal uren dat je moet maken, want je leidt mensen op tot een verantwoordelijk beroep dat gaat over ziekte, leven en dood. Maar ik vind het niet meer van deze tijd.’

Voorzitter Pim den Boon van De Geneeskundestudent ervaart de deeltijdoptie ook als ‘een beetje een black box’. ‘Wij horen als DG-bestuur dat het moeilijk is om het te kunnen doen, dat faculteiten niet happig erop zijn. In theorie is het een mooi middel om je studie passend bij je draaglast en -kracht in te richten, maar in de praktijk werkt het niet goed, omdat het moeilijk is om aan de voorwaarden te voldoen. Je vindt op websites niet echt stappenplannen terug, wat de regelingen ervoor zijn.’ Zelf overwoog hij deeltijdcoschappen vanwege zijn voorzitterschap ‘maar ik heb ervan afgezien omdat het regelen me te veel gedoe zou opleveren’.

Delicate balans

Deeltijdcoschappen zijn in ieder geval geen oplossing voor co’s met financiële zorgen, benadrukt Den Boon. ‘Ik weet zeker dat een faculteit deeltijd niet wil toestaan als ik dat wil voor een bijbaantje.’ Dat beaamt opleidingsdirecteur Marjolein van de Pol namens de gezamenlijke faculteiten: een bijbaan valt in principe niet onder de uitzonderingsgronden. ‘Omdat studenten normaliter tijdens de masterfase voldoende kunnen lenen bij DUO om rond te komen’, aldus Van de Pol . Verzoeken voor deeltijd vergen volgens haar ‘een delicate balans’ tussen de persoonlijke wensen van de individuele student, de inspanningen die het vergt voor de opleiding en organisatie om zo’n coschap in te plannen, en de maatschappelijke opleidingskosten.

Den Boon pleit ervoor dat er meer duidelijkheid komt over de voorwaarden ‘over wie en wanneer’ je in deeltijd coschappen mag lopen. Ook ziet hij graag dat er actiever wordt uitgedragen ‘wat het betekent’. ‘Moet je bijvoorbeeld langer coschappen lopen? Dat wordt bij elke faculteit anders ingericht. En je moet ook de nadelen goed in kaart brengen. Je bent bijvoorbeeld langer bezig met je studie, wat meer studiegeld kost. Je komt telkens in een nieuwe cogroep. En het vraagt ook aanpassing van je begeleiders als jij een ander schema aanhoudt.’

Lees ook:
coschappen
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen (1974) is sinds 2016 journalist bij Medisch Contact, inmiddels met het vizier op onder andere opleiding, loopbaan en arbeidsmarkt. Is gefascineerd door zieke dokters en artsen die even minder succesvol durven te zijn. Kleijne werkte eerder als verslaggever voor regionale dagbladen en een energiekrant, en schreef voor MC over financiële en politieke artsenzaken.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.