Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Blog

Kind, schrijf me een gedicht

1 reactie
getty images
getty images

Avonddienst. Het is rustig. Ik loop nog even een ronde over de afdeling voor ik ga eten. Als ik binnenkom, legt ze haar telefoon neer. Ze glimlacht, maar haar blik verraadt haar teleurstelling. ’Ze nemen niet op, kind. Maar ik neem het ze niet kwalijk. Ik begrijp ze goed.’ Een goede reactie weet ik even niet zo gauw. Ik ken de situatie niet en tast in het duister. ’Wilt u misschien wat water, mevrouw?’ Met een broos maar sierlijk gebaar slaat ze mijn aanbod af. Mijn blik blijft even op haar gevestigd. Ik hoop de woorden te horen die ze niet uitspreekt. Maar er komt niks.

Ieder gesprek met haar is me bijgebleven. Haar liefde voor poëzie, de warmte voor haar dochters en haar herinneringen aan het mooie vroeger zijn een rode draad door alle korte visites die ik haar breng op zaal. Prachtig. Doch misleidend. Want achter deze ogenschijnlijk sterke vrouw, schuilt een eenzame ziel. Een eenzaamheid waar ze, tussen de regels door, zichzelf de schuld van leek te geven. En in stilte onder besloot te lijden. Ze sprak er niet over.

Voor ik doorga met mijn ronde, vraag ik of er iets is wat ik voor haar kan doen. Ze kijkt me afwezig aan. ’Kind, schrijf me een gedicht. Schrijf me iets wat me gelukkig maakt.’ Ik weet even niet of ik haar wel goed heb verstaan en vraag om bevestiging. Stamelend vraag ik waar ze dan wil dat ik over schrijf. ’Dat maakt niet uit, kind. Schrijf me een gedicht. Dat is alles.’ Haar verzoek overvalt me. ’Ik snap u mevrouw, maar ik weet niet zo goed wat ik moet schrijven. Misschien kunnen we dit een andere keer doen.’

Onderweg naar de deur bekruipt me een schuldgevoel. Dit kan ik niet maken. Ze heeft het nodig. Ik loop terug. ’Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen uw verzoek te weigeren. Ik zal u schrijven. Hopelijk heeft u geen hoge verwachtingen.’ Glimlachend komt ze omhoog in haar bed. ’Natuurlijk wist ik dat je niet zou weigeren. Dank je wel, kind.’

Het gele licht van mijn bureaulamp schijnt over mijn linkerschouder. Ik zit aan mijn bureau, gebogen over een stuk papier. Schrijven en doorkrassen. Bij de laatste drie strofen twijfel ik. Ik laat ze toch staan.


‘De sterren zullen u dragen,

tot voorbij het einde van de nacht,

naar de voeten van de dageraad,

waar het licht op u wacht.

Gezegend bent u,

met uw onuitputtelijke kracht.’

Het zijn dezelfde drie strofen die ze hardop herhaalt wanneer ze het gedicht voor de eerste keer heeft gelezen. Weer die afwezige blik. Dit keer is zij het die zoekt naar woorden. ’Mooi. Dank, kind. Dit helpt.’ Ze heeft meer te zeggen. Dat zie ik. Maar dat doet ze niet. Ik zeg haar gedag en ze knikt me vriendelijk toe.

Ik zou haar nog één keer zien. Op de laatste dag van mijn coschap. ’Ha, daar ben je. Ik dacht je niet meer te zien.’ Ze lijkt in erg goede doen vandaag. ’Weet je nog dat ik je vroeg voor me te schrijven?’ Ik knik. ’Nou, ik heb ook wat voor jou.’

Ze reikt naar haar kastje, rommelt in het laatje en haalt er een gevouwen stuk papier uit. 'Hier, voor jou. Misschien zul je het niet snappen, maar dat geeft niet. Het is immers poëzie. En het is maar kort hoor, je bent al genoeg tijd aan me kwijt.’

Ik vouw het stuk papier open en begrijp nu waarom ze zei wat ze zojuist zei.

‘Kind,
zeg me dan,

zouden er dan sterren zijn voor de ziel die niet telt?

Zou het licht dan werkelijk schijnen,

voor wiens verhaal nooit werd verteld?’

Het zijn zonder twijfel dezelfde woorden die verborgen lagen in die dromerige blik, een paar dagen eerder. Ik wil snappen waarom ze schrijft wat ze schrijft. Maar ik durf haar niet te vragen om een uitleg van deze zware woorden. Ik sluit mijn coschap af, en vertrek met vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen. Vragen, waarvan ik misschien ook niet het recht heb die te stellen.

Een goed aantal maanden verder, ben ik nog steeds onder de indruk. Nooit eerder kwam ik zo dicht bij een vreemde, zonder het vreemde te doorbreken. Bijzonder. Zo bijzonder dat ik maar nog eens besloot te schrijven. Dit keer niet vóór haar, maar óver haar.


meer van Sulayman

print dit artikel
  • Sulayman

    Sulayman is een vijfdejaarsgeneeskundestudent met een hart voor letterkunst. Hij werkt daarnaast aan wetenschappelijk onderzoek op het Hartcentrum van het AMC en is actief op meerdere maatschappelijke fronten.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Koolvis, student, Nieuwegein 07-06-2019 12:30

    "Mooi"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.