Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
KNMG Studentenplatform Sybren Rynja Lidewij Warris
30 mei 2008 6 minuten leestijd

Hollandse Nieuwen zoeken maatjes

Plaats een reactie

Meer begeleiding voor buitenlandse artsen in Nederland

Buitenlandse artsen die in Nederland aan de slag willen, moeten soms (een deel van) de geneeskundeopleiding overdoen en stuiten daarbij op problemen. Een betere begeleiding kan veel van die problemen oplossen.

Een aantal geneeskundestudenten gaat na zijn studie in het buitenland werken. Zo storten jaarlijks vijftig tot honderd Nederlandse artsen zich op Amerikaanse examens om in de VS hun vak te mogen uitoefenen. Maar hoe staat met de belangstelling van jonge buitenlandse artsen voor Nederland en wat zijn de eisen die aan hen worden gesteld? En hoe is het om met buitenlandse studenten samen te werken?

Voor artsen en geneeskundestudenten uit Europa geeft de komst naar Nederland weinig problemen. Iedereen die in de Europese Economische Ruimte (EER) een geneeskundediploma heeft gehaald, kan zich in het BIG-register laten registreren en vervolgens aan het werk in de Nederlandse zorg. Ze moeten natuurlijk wel solliciteren naar een baan of opleidingsplaats. De taal kan een struikelblok zijn, maar de kwaliteiten die je als arts moet hebben, worden niet meer getoetst. Het diploma dat iemand in een ander Europees land heeft gehaald, is hetzelfde waard als de Nederlandse artsenbul.

De mensen die hun diploma buiten de EER hebben gehaald, moeten meer werk verzetten. Na een uitgebreide assessmentprocedure (zie kader Assessment-procedure op blz. 26) krijgen zij te horen of zij worden ingeschreven in het BIG-register of dat zij (een deel van) de opleiding moeten overdoen. Bij de assessmentprocedure en bij de instroom in de geneeskundeopleiding lopen de buitenlandse artsen tegen nogal wat problemen aan. Zo is er onduidelijkheid over het soort toetsen dat zij krijgen, ontbreekt voldoende begeleiding bij het onderwijs en missen de artsen een netwerk.

Vlekkeloos
Ook de samenwerking met de buitenlandse arts die in de opleiding instroomt, verloopt niet altijd even vlekkeloos. Dat blijkt uit onderzoek van het KNMG Studentenplatform onder 6216 Nederlandse geneeskundestudenten. Tweederde van de studenten die heeft samengewerkt met een buitenlandse student ondervindt daarbij problemen. Het gaat dan vooral om taalproblemen en culturele verschillen (zie kader Studentenenquête). Overigens gaat het hier wel over de samenwerking met buitenlandse artsen die via de oude procedure in opleiding zijn gekomen.

Met het nieuwe assesment zouden veel valkuilen zijn gedicht.1-4 Zo zullen taalproblemen minder vaak vóórkomen door de centrale invoering van een taaltoets. Ook is de procedure nu binnen een jaar afgerond, waar buitenlandse artsen voorheen vaak jaren bezig waren om duidelijk te krijgen welke aanvullende opleiding hij nu eigenlijk nodig had.

Culturele verschillen zijn moeilijk in een toets te vangen. Uit de studentenenquête blijkt dat het vooral gaat om het verschil in omgang en bejegening van de patiënt. Theo van Berkestijn is als voorzitter van de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV) verantwoordelijk voor de instroom van de buitenlandse artsen. Hij zegt dat de culturele verschillen deels zijn te verklaren door een meer autoritaire artsenrol in het land van herkomst. 'De overstap naar de status van student kan problemen geven. Iemand die in eigen land chef de clinique of professor was en hier weer student is, kan het daar moeilijk mee hebben. 'Daarnaast voelen buitenlandse artsen zich volgens Van ­Berkestijn vaak erg aan hun lot overgelaten. 'In Nederland moeten zij, vaak veel meer dan in hun eigen land, zelfstandig beslissingen nemen. Verder voelen zij zich vaak niet goed voorbereid op de toetsing in de assessmentprocedure. Ook is er de wens om meer uitleg te krijgen over het reilen en zeilen van de Nederlandse opleiding en zorg.'

Dit laatste wordt bevestigd door Aleka van Hattum-Gousseva, een Russische geneeskundestudente die in januari 2007 instroomde in het vierde jaar van de geneeskundeopleiding in Leiden. ‘Het grootste probleem is dat niemand je uitlegt hoe het onderwijssysteem werkt. Bijvoorbeeld hoe en wanneer je jezelf kunt inschrijven voor practica en tentamens, of dat je soms een module moet hebben gehaald voordat je aan de volgende kunt beginnen.'

Deze onduidelijkheden houden niet op nadat een buitenlandse arts een erkend diploma op zak heeft. Hans Westgeest, inmiddels aios interne geneeskunde in het VUmc in Amsterdam, vertelt over een medestudent met wie hij coschappen liep. 'Een buitenlandse collega dacht na anderhalf jaar coschappen dat hij zich nog gewoon kon intekenen voor een opleidingsplek tot specialist. Als dan blijkt dat je na je coschappen met vele anderen moet solliciteren en er géén garantie is op een vervolgopleiding, valt dat behoorlijk tegen.'

Buddysysteem
Verbetering van de begeleiding van buitenlandse artsen moet dan ook de volgende stap zijn na de invoering van de assessmentprocedure. Ook moet de organisatie van de gezondheidszorg en geneeskundeopleiding voor hen duidelijk in kaart worden gebracht. Het KNMG Studentenplatform pleit voor een buddysysteem, waarbij de buitenlandse arts wordt gekoppeld aan een Nederlandse geneeskundestudent. De buddy kan uitleg geven over zowel de zorgsector als de organisatie van het onderwijs en is een ingang om in contact te komen met medestudenten.

Aleka van Hattum-Gousseva is positief over dit idee: ‘Je hebt veel aan een ervaren Nederlandse studiepartner die al jaren succesvol aan jouw universiteit studeert en diverse vragen kan beantwoorden’. Voor Nederlandse geneeskundestudenten is dit een kans om meer te weten te komen over de gezondheidszorg in het buitenland en hun kennis van andere culturen te vergroten. Maar ook coaching- en samenwerkingsvaardigheden kunnen zij op deze manier verder ontwikkelen. Daarnaast zou het goed zijn een persoonlijke mentor of supervisor toe te wijzen aan de buitenlandse artsen. Hiermee zou de voortgang regelmatig kunnen worden besproken. Ook benadrukt het platform het belang om onderling contact tussen de buitenlandse artsen gemakkelijker te maken.

De KNMG en de CBGV werken inmiddels samen aan een betere begeleiding. 'Via de website van de KNMG wordt binnenkort aan buitenlands gediplomeerde artsen informatie aangeboden over de voorbereiding op het assessment', vertelt KNMG-beleidsmedewerker Mirjam Koning. 'Te denken valt aan informatie over de manier van toetsen, het beschikbaar stellen van proeftoetsen, maar ook informatie over de setting waarin wordt getoetst (huisartsenpraktijk of polikliniek). Tevens biedt de website de mogelijkheid om buitenlandse artsen met elkaar in contact te laten komen.'

Met de aanbeveling van het Studentenplatform wordt zeker iets gedaan, aldus Koning. 'In samenwerking met de KNMG-districten worden artsen gezocht die bereid zijn op te treden als een soort coach en de buitenlands gediplomeerde artsen een netwerk aan te bieden. Desiré van Teeffelen (Touch-coaching) heeft in opdracht van de KNMG voor deze doelgroep de training 'Solliciteren naar een opleidingsplaats' ontwikkeld met expliciete aandacht voor netwerken. Ook de Stichting voor Vluchteling-Studenten, het UAF, besteedt aandacht aan de buitenlands gediplomeerde artsen. Samen met de KNMG wordt na de zomer een pilot gestart om een groepje van zeven buitenlands gediplomeerde artsen (beter) voor te bereiden op de beroepsinhoudelijke toets van het assessment.'

Enkeling
In de Verenigde Staten wacht een Nederlandse arts een minstens zo zware procedure als het Nederlandse assessment. Bekend is een succesvolle instroom slechts voor een enkeling is weggelegd. Het KNMG Studentenplatform hoopt dat, met een betere begeleiding en het buddysysteem, het de Hollandse Nieuwen hier beter afgaat.

Referenties
1. Kooij LR. Achter de artsentitel, Medisch Contact 2007; 62 (38): 1536-9. 2. Lutke Schipholt ILE. Op z’n Hollands, Medisch Contact 2007; 62 (40): 1624-7. 3. Croonen H. Poolse arts hoeft geen Nederlands te spreken, Medisch Contact 2007; 62 (41): 1672-4. 4. Cate ThJ ten, Kooij LR. Artsen met een buitenlands diploma in de Nederlandse patiëntenzorg: de nieuwe assessmentprocedure, NTvG 2008; 152: 899-902.


PDF van dit artikel

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.