‘Grote ego’s kunnen we niet gebruiken’ | medischcontact

Alles voor jou als geneeskundestudent

naar overzicht
Linda van Tilburg
18 mei 2010 6 minuten leestijd

‘Grote ego’s kunnen we niet gebruiken’

Plaats een reactie

Een plastisch chirurg moet dienstbaar kunnen zijn

Hij – steeds vaker trouwens een ‘zij’ – staat met stip op één in de lijst van doktersclichés: de plastisch chirurg. Vergeet die verhalen maar over dikke auto’s, siliconenborsten en designer vagina’s. Plastische chirurgie gaat over anatomie, verminkte mensen oplappen, precisiewerk, creatief zijn met weefsel. En ook: bescheidenheid. Linda van Tilburg

Geen vak of er kleeft wel een vooroordeel aan, maar bij plastische chirurgie kun je dat gerust met een grote V schrijven. ‘Plastische’ staat bij de gemiddelde Nederlander gelijk aan brandwonden en botoxjongens, zeg maar de Robert Schoemachers van deze wereld. Bij studenten geneeskunde is dat vaak niet veel anders. ‘Zeer ten onrechte’, zegt Paul Werker, plastisch chirurg en hoogleraar/opleider aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). ‘Mensen verwarren plastische chirurgie met cosmetische chirurgie, ingrepen ter verfraaiing van het lichaam. Maar het esthetische is maar één aspect van ons vak.’

Plastisch chirurgen, vertelt Werker, doen vier typen operaties: reconstructies (herstellen van verminkte of weggevallen lichaamsdelen), plastische ingrepen (aanbrengen van ontbrekende lichaamsdelen, bijvoorbeeld bij aangeboren afwijkingen als een hazenlip), esthetische (zoals het wegwerken van littekenweefsel) en handchirurgie. De laatste is begin vorige eeuw ontstaan als specialisme, toen er vanwege de oorlogen en de toegenomen industrie veel handletsels kwamen.

Het is dus geen simpel ‘snijvak’, benadrukt Werker. ‘Je bent bezig met snijden, maar ook met creëren. Je moet iets maken, bedenken hoe je dat gaat aanpakken en ook nog rekening houden met hoe het resultaat eruit gaat zien. Die combinatie maakt het voor mij heel boeiend, ook al omdat geen twee patiënten of twee ingrepen hetzelfde zijn. Soms is een horizontale incisie in de pols de beste optie, een andere keer kies je voor verticaal om het litteken zo beperkt mogelijk te houden. Dat is bijvoorbeeld afhankelijk van de hoeveelheid bruikbaar weefsel bij letsel.’

Opereren van top tot teen

Om een goede plastisch chirurg te worden, moet je het nodige in huis hebben. Als arts, maar ook als mens. Hét opleidingsvak waarvan je als het even kan bezeten moet zijn, is anatomie. ‘Dat is voor dit specialisme nog belangrijker dan voor andere chirurgen’, aldus Werker. ‘Plastisch chirurgen opereren letterlijk van top tot teen en in de kern draait ons werk om weefselverplaatsing. Om dat te kunnen doen, moet je exact weten wat er onder de huid ligt waar je in snijdt: hoe lopen de bloedbanen, de zenuwen, de pezen. Wat kun je verantwoord wegnemen, hoeveel is voldoende om een gat op te vullen. Vanaf het begin van mijn studie was anatomie mijn lievelingsvak en zes jaar lang ben ik vooral daar mee bezig geweest. Die kennis viel op tijdens mijn stages, waardoor ik kansen kreeg. Ik heb er mijn carrière aan te danken. Dat het vak anatomie bijna verdwenen is uit de opleiding, vind ik daarom doodzonde – en de beroepsgroep met mij.’

Omdat je maar één keer kunt snijden, maken plastisch chirurgen voorafgaand aan elke operatie tekeningen. Verschillende versies worden bekeken en besproken met collega’s, net zolang tot het plaatje het optimale resultaat weergeeft. Werker: ‘Dat betekent dat je creatief moet zijn en een goed driedimensionaal inzicht moet hebben. Je moet de vertaalslag van het plaatje naar het lichaam kunnen maken. Bij sollicitaties vinden we het een pre als mensen naast hun studie een creatieve hobby hebben, iets knutselachtigs, waarvoor je handig moet zijn. Ik was zelf als student amateurmeubelmaker, ik bouwde hoogslapers en zo.’ Lachend: ‘Daarom wilde ik aanvankelijk orthopedie gaan doen. Maar uiteindelijk vond ik die ingrepen te standaard, al zal een orthopeed dat natuurlijk ontkennen.’

Geen nine-to-five job

Waar niet iedereen bij stilstaat, is dat plastische chirurgie geen nine-to-five job is. ‘Dat komt vanwege het misverstand dat we alleen borstvergrotingen en ooglidcorrecties doen’, zegt Werker. ‘Maar we hebben ook diensten en spoedgevallen. Bij een verkeersslachtoffer dat de helft van zijn gezicht is kwijtgeraakt, reconstrueren wij de kaak. En als iemand op zijn werk vier vingers heeft afgezaagd, zijn wij het die ze weer eraan naaien. Zulke dingen gaan natuurlijk niet op afspraak.’

Relatief nieuw in het pakket van de plastisch chirurg is de oncoplastische chirurgie, hersteloperaties na het verwijderen van tumoren. Veelvoorkomend zijn borstreconstructies, maar ook operaties aan het hoofd-halsgebied. Werker: ‘Bij dit soort ingrepen opereren we samen met andere chirurgen. Wij nemen het bijvoorbeeld over op het moment dat een deel van de borst is verwijderd. Bij een gezwel in de mondholte sta ik samen met de kaakchirurg aan de tafel. Hij verwijdert de tumor, terwijl ik een stuk uit het been wegneem om er daarna de hals mee te herstellen.’

Die samenwerking vereist een persoonlijke eigenschap die volledig tegengesteld is aan het clichébeeld van de geldbeluste jongens in dikke auto’s. Werker: ‘Je moet als plastisch chirurg dienstbaar kunnen zijn aan andere disciplines. Grote ego’s kunnen we niet gebruiken.’

Neptitel

Het twijfelachtige imago van plastisch chirurgen is de laatste jaren gevoed door mediaberichten over misvormingen, geldklopperij in privéklinieken en incompetente artsen die het met de ethiek niet zo nauw nemen. Vooral schaamlipcorrecties en borstvergrotingen omwille van een schoonheidsideaal, zoals in de film Beperkt houdbaar (2007) van documentairemaakster Sunny Bergman, hebben een stevig maatschappelijk debat op gang gebracht. Paul Werker is daar niet blij mee. ‘In die documentaire zaten nogal wat zaken die niet klopten. Zo werd iemand als cosmetisch chirurg opgevoerd, terwijl hij in werkelijkheid gynaecoloog is. De titel cosmetisch arts is niet beschermd, iedereen met een afgeronde geneeskundestudie kan zich zo noemen. De beroepsvereniging is bezig daarin verandering te brengen. Een plastisch chirurg specialiseert zich eerst twee jaar in algemene chirurgie, daarna nog eens vier jaar in plastische. Daarbij komt veel meer kijken dan het leren uitvoeren van een kunstje.’

Ethische afwegingen horen erbij. Werker: ‘Die zijn altijd persoonsgebonden. Op de opleiding leer je: doe een operatie niet als je er niet volledig achter kunt staan. In de beroepspraktijk blijft dat gelden. Ik heb zelf bijvoorbeeld moeite met borstvergrotingen, omdat je dan van een gezonde vrouw een patiënt maakt. Want hoe minimaal de risico’s ook zijn, je brengt een lichaamsvreemd element in en dat kan altijd tot complicaties leiden. Daar zou ik niet mee kunnen leven – en dus doe ik die ingrepen niet.’



Narda Hendriks-Brouwer (31), vijfdejaars aios plastische chirurgie:
‘Al in het begin van mijn studie kwam ik erachter dat ik een doener ben. Daarmee vielen de beschouwende specialismen af. Mijn keuze viel vervolgens op plastische vanwege de veelzijdigheid van het vak. Je hebt patiënten van alle leeftijden, je doet kleine esthetische correcties en ingrijpende reconstructies – en daarmee heel uiteenlopende operaties. Leuk vind ik ook dat je een heel verfijnd instrumentarium gebruikt. De zenuwen aansluiten in het vingertje van een kind, dat is echt millimeterwerk. Andere chirurgen zeggen wel eens plagend dat wij met een dameskapperset werken.

Ook leuk maar moeilijker dan het chirurgische werk vind ik het patiëntencontact. Tussen medische noodzaak en puur ter verfraaiing ligt een groot grijs gebied. Je moet mensen een reëel beeld geven van het te verwachten resultaat en dat kan lastig zijn. Bijvoorbeeld als dingen technisch gewoonweg niet kunnen, omdat iemand een totaal andere bouw of botstructuur heeft dan het gewenste plaatje.

Plastische chirurgie heeft niet veel opleidingsplaatsen. Dit jaar slechts zeven. Maar dat gaat weer omhoog, waarschijnlijk volgend jaar al. Om het verloop op te vangen is naar schatting een instroom van zo’n twintig mensen per jaar nodig. Er zijn interessante nieuwe ontwikkelingen gaande. Zoals het kweken van weefsel uit cellen, zodat dat niet elders uit het lichaam hoeft te worden genomen. En tissue allograft, het transplanteren van weefsel en bot van overledenen, wat nu nog te problematisch is vanwege afstotingsreacties. Als het vak je aanspreekt, moet je het gewoon proberen.’



Meer weten over de opleiding plastische chirurgie? >

Paul Werker, plastisch chirurg en hoogleraar/opleider aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG): ‘Je bent bezig met snijden, maar ook met creëren.’ Beeld: de Beeldredaktie, Kees van de Veen
Paul Werker, plastisch chirurg en hoogleraar/opleider aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG): ‘Je bent bezig met snijden, maar ook met creëren.’ Beeld: de Beeldredaktie, Kees van de Veen
‘De zenuwen aansluiten in het vingertje van een kind, dat is echt millimeterwerk.’ Beeld: de Beeldredaktie, Jacco de Vries
‘De zenuwen aansluiten in het vingertje van een kind, dat is echt millimeterwerk.’ Beeld: de Beeldredaktie, Jacco de Vries
<strong>PDF van dit artikel</strong>
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.