Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht

Leren van échte patiënten op de studentenpoli

Plaats een reactie
Mark van de Brink
Mark van de Brink

Zes jaar geleden werd in Amsterdam UMC, locatie VUmc, de studentenpoli opgericht. Geneeskundestudenten kunnen daar al vanaf hun eerste jaar consulten doen met patiënten. Arts in Spe kijkt mee met de tweedejaars­studenten Rowan Sultan en Denise Sijbrands.

In de verste hoek van een vergaderzaaltje in het souterrain van Amsterdam UMC, locatie VUmc, zitten drie geneeskundestudenten achter een computerscherm. Ze nemen de ziektegeschiedenis en de medicatie door van de patiënt die ze straks gaan zien op de studentenpoli van de Universitaire Huisartsenpraktijk van Amsterdam UMC. Rowan Sultan (21) en Denise Sijbrands (20), beiden tweedejaarsgeneeskundestudenten, hebben zich eerder deze week al voorbereid op het consult. Julia Colombijn, coördinator van de studentenpoli in de Universitaire Huisartsenpraktijk en derdejaarsgeneeskundestudent, zit erbij om in de gaten te houden of Rowan en Denise op het juiste spoor zitten. De beide tweedejaars gaan een periodieke medicatiebeoordeling uitvoeren bij een ongeveer 70-jarige patiënt. Zulke medicatiebeoordelingen horen regelmatig plaats te vinden bij patiënten die veel – meer dan vijf – verschillende medicijnen gebruiken.

Medicijnen

Rowan: ‘De heer Mulder* heeft veel verschillende problemen met zijn hart en bloedvaten en daar slikt hij diverse medicijnen voor, zoals bloedverdunners, bloeddrukverlagers en statines. Daarnaast gebruikt hij een geneesmiddel tegen eczeem en maagzuurremmers. We gaan onder meer vragen of hij nog buiten komt, ondanks zijn conditie. Als hij niet vaak buitenkomt kan hij misschien beter vitamine D gaan slikken, want anders wordt het risico op breuken te groot op zijn leeftijd. Ook gaan we zijn bloeddruk meten en zijn lengte en gewicht. Behalve naar de medicatie kijken we ook naar leefstijl.’

Na het vooroverleg trekken Rowan en Denise naar de spreekkamer, waar ze checken of alles wat ze nodig hebben voor het consult aan­wezig is. Ook oefent Denise het bloeddruk meten voor de zekerheid nog even op Rowan. Rowan: ‘Ik wóón bijna op de studentenpoli; als het even kan, zorg ik ervoor dat ik word ingedeeld. Ik wil leren, leren, leren. En zelf coördineer ik ook een van de andere studentenpoli’s in het ziekenhuis. Alles bij elkaar denk ik dat ik er zo’n acht à tien uur per week mee bezig ben. Het is zo leuk om met echte patiënten in contact te komen en niet alleen met casuïstiek op papier. Daarnaast heb ik voor geneeskunde eerst een jaar farmaceutische wetenschappen gestudeerd. Het is ook heel leuk om iets te doen met de kennis die ik toen heb opgebouwd.’

Mark van de Brink
Mark van de Brink

Fit en opgewekt

Als de spreekkamer is goedgekeurd, wordt de patiënt opgehaald uit de wachtkamer. Voor een man met dusdanige hartproblemen komt hij nog behoorlijk fit en opgewekt over. Denise vraagt hem of hij weet waar het consult voor is bedoeld en vraagt hem hoe het met hem gaat. Mulder: ‘Ach ja, ik ben er nog. Het gaat eigenlijk best wel goed. Ik wandel veel buiten, beweeg zoveel mogelijk.’

Denise: ‘Dat klinkt heel goed. Rookt u?’

Mulder: ‘Nee, dat doe ik al twintig jaar niet meer, gelukkig.’

Denise: ‘En drinkt u?’

Mulder: ‘Ja, voor het slapengaan drinken mijn vrouw en ik drie à vier glaasjes. Nooit overdag. Ik geloof dat ik officieel een alcoholist ben. We zijn er weleens een paar maanden mee gestopt, maar ik merkte geen verschil.’

Rowan vraagt de patiënt of hij pijn heeft of andere klachten. Meneer Mulder vertelt dat hij vaak tintelingen in zijn handen en armen voelt. ‘Maar dat heb ik al meer dan dertig jaar, ik betwijfel of het door het hartfalen komt. Ik heb er vroeger van de huisarts wel vitamine-­B-tabletten voor gekregen, maar die veranderden niets. Sowieso vind ik vitaminepillen onzin, ik eet gewoon gezond. In het verleden heb ik ook weleens een medicijn tegen eczeem gehad waar ik pijnlijke tepels van kreeg. Daar ben ik toen mee gestopt. Maar heeft de cardioloog een medicijn voorgeschreven waardoor die pijn in mijn tepels weer terugkomt. Vooral als het koud is of als ik een wat strakker shirt aan heb.’

Mark van de Brink
Mark van de Brink

Rowan beaamt dat dit een vaker voorkomende bijwerking is. ‘Sommige patiënten krijgen er ook borstvorming van.’

Denise: ‘Ik zeg niet dát het gebeurt naar aanleiding van dit gesprek, maar hoe zou u er tegenover staan als uw medicatie wordt verminderd?’

Mulder: ‘Volgens mijn cardioloog ben ik op dit moment optimaal ingesteld qua medicatie. Ik heb ook niet veel bijwerkingen. Dus ik denk dat er niets hoeft te veranderen.’

Rowan en Denise gaan door met de vragenlijst. Heeft de patiënt last van onverwachte blauwe plekken, van een licht gevoel in het hoofd als hij opstaat, van spierpijn zonder gesport te hebben? Daarna gaan ze zijn bloeddruk meten. Mulder waarschuwt zelf dat hij een erg onregelmatige pols heeft. Zijn bloeddruk is met 142 over 72 prima. Denise: ‘Dat is goed om te weten, nu u zoveel medicijnen gebruikt. Nadat de patiënt ook nog is opgemeten en gewogen – hij is wat aan de zware kant – vragen de twee geneeskundestudenten na het consult dat een halfuur duurde of hij nog een minuut of tien in de wachtkamer wil gaan zitten, terwijl zij hun bevindingen bespreken met de huisarts. Denise: ‘Omdat we geneeskundestudenten zijn, staan we onder zijn supervisie.’

Alcoholgebruik

Na het overleg met een van de huisartsen van de Universitaire Huisartsenpraktijk, halen Denise en Rowan meneer Mulder weer op uit de wachtkamer. Ze vertellen hem dat ze geen aanleiding zien om het medicatiebeleid aan te passen, dat het medicijn dat pijnlijke tepels veroorzaakt te belangrijk is om ermee te stoppen. Denise: ‘Een ander aandachtspunt is uw alcoholgebruik. Voor uw hart zou het goed zijn als u daarmee stopt. Hoe staat u daar tegenover?’

Tweedejaarsstudenten Rowan Sultan en Denise Sijbrands op de studentenpoli. Foto: Mark van den Brink
Tweedejaarsstudenten Rowan Sultan en Denise Sijbrands op de studentenpoli. Foto: Mark van den Brink

Mulder: ‘Ik wil zeker niet stoppen. Hooguit een beetje minderen. De vraag is: hoe oud wil ik worden? Als ik naar mijn moeder kijk: die werd 90. Maar de laatste tien jaar van haar leven waren bepaald geen pretje. Wil ik wel op zo’n manier oud worden, vraag ik mezelf regelmatig af.’

Denise: ‘In het begin voelde ik me wel schuldig dat ik zoveel tijd van patiënten in beslag nam. Maar ik merk dat patiënten het vaak juist enorm waarderen dat er zoveel tijd voor ze wordt genomen. Het komt vriendelijk over. Daardoor krijg je soms meer te horen dan de huisarts zelf en kun je dieper ingaan op de behoeften van de patiënt. Dat maakt de studentenpoli ook zo leerzaam voor ons. In de opleiding krijg je casuïstiek op papier en patiëntcolleges, maar als de patiënt tegenover je zit, begrijp je soms beter waarom hij of zij bepaalde keuzes maakt. Neem deze patiënt. Op papier zou je direct zeggen: stop met alcohol. Maar als je hoort dat hij zich afvraagt hoe oud hij wil worden, dan realiseer je je beter dat het óók gaat om kwaliteit van leven, om plezier hebben in het leven.’

* De naam van de patiënt is gefingeerd. In verband met de privacy is op de foto’s niet deze echte patiënt te zien, maar een simulatiepatiënt die vaker helpt bij het onderwijs van geneeskundestudenten.

Studentenpoli in vogelvlucht

Na enige weerstand binnen het ziekenhuis – want kúnnen geneeskundestudenten dit wel? – ging de studentenpoli in 2013 van start, een initiatief van de sectie Farmacotherapie. Inmiddels zijn de studentenpoli’s flink gegroeid en zijn er zo’n honderd studenten bij betrokken. Zij kunnen al beginnen op een studentenpoli als ze in hun eerste jaar zitten, krijgen geen studiepunten en ook geen salaris. Inmiddels draaien er meerdere studentenpoli’s op het gebied van cardio­logie, endocrinologie, interne geneeskunde en huisartsgeneeskunde. De studenten zijn daarbij vooral gericht op de medicatie van de patiënten. Volgens arts, klinisch farmacoloog en promovendus bij de sectie Farmacotherapie Michael Reumerman, coördinator van het project, gebeurt het namelijk maar al te vaak dat behandelaars niet altijd een goed overzicht hebben van welke medicijnen patiënten precies voorgeschreven hebben gekregen en wat ze daarvan gebruiken. Behandelaars en apotheken zijn verplicht om dit regelmatig te controleren, maar komen daar niet altijd aan toe. Inmiddels hebben volgens Reumerman verschillende geneeskundefaculteiten, ook uit het buitenland, al meegekeken op de studentenpoli’s. Enkele daarvan hebben serieuze plannen om het idee over te nemen.

download dit artikel (pdf)

  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.