Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

CTG: ‘Gebu-hoofdredacteur bleef binnen de grenzen’

1 reactie

Arts en hoofdredacteur Dick Bijl van het Geneesmiddelenbulletin (Gebu) is binnen de grenzen van het wetenschappelijk debat en de gedragsregels voor artsen gebleven in zijn uitspraken over ADHD-medicatie. Dit oordeel sprak het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gisteren uit.

Een psychiater had bij het tuchtcollege geklaagd dat de uitlatingen van Bijl in het Gebu en op tv over de veiligheid en effectiviteit van medicamenteuze behandeling van volwassenen met ADHD tot onrust onder zijn patiënten hadden geleid. Bijl bekritiseerde het toenemend voorschrijven van methylfenidaat bij deze groep, terwijl het middel voor volwassenen niet geregistreerd staat. Hij wees daarbij op de weigering van de Europese registratieautoriteit EMA om een handelsvergunning te verlenen voor Concerta (methylfenidaat), omdat de werking niet tegen de bijwerkingen zou opwegen. Volgens de psychiater schaadde de hoofdredacteur hiermee het vertrouwen in de medische stand in het algemeen en in psychiaters in het bijzonder.

Het Regionaal Tuchtcollege (RTG) in Zwolle oordeelde in februari 2016 dat Bijl ‘niet de ruime grenzen van de vrijheid van meningsuiting die in tuchtrechtelijke zin bij een dergelijk debat gelden heeft overschreden’. Wel vond de tuchtrechter dat bepaalde bewoordingen ‘niet zijn onderbouwd en weinig wetenschappelijk overkomen (“Kennelijk kunnen psychiaters geneesmiddelen toepassen zonder dat zij daarbij verantwoording hoeven af te leggen…” en “Sommige psychiaters lijken…”)’.

In beide tuchtzaken stelde Bijl de ontvankelijkheid ter discussie. Hij betoogde dat hij niet handelde in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde en de klager daarom bij de tuchtrechter aan het verkeerde loket was. Ook stelde hij dat de klagende psychiater geen rechtstreeks belanghebbende was en de klacht daarmee niet ontvankelijk. Het CTG volgt de redenering van het RTG dat klager rechtstreeks belanghebbende is ‘op basis van zijn stelling dat het artikel en de bijdrage van verweerder aan de televisie-uitzending onrust heeft veroorzaakt onder zijn patiënten en hun kinderen alsook onder artsen’.

Uitspraak Centraal Tuchtcollege

KNMG: Gedragsregels van artsen

Lees ook

print dit artikel
Nieuws werk tuchtrecht adhd methylfenidaat
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapsonderzoek, auteur van Betere mensen, dat deze kwestie uitvoerig beschrijft 29-03-2017 14:21

    "Gebu-hoofdredacteur Dick Bijl bleef volgens het CTG ‘binnen de grenzen van het wetenschappelijk debat en de gedragsregels voor artsen’. Verder zei het CTG echter: ‘In dit debat behoort aan voor- en tegenstanders een ruime marge van spreken te worden gegund, waarbij niet past dat zij hun woorden telkens op een goudschaaltje zouden moeten wegen omdat de tuchtrechter over hun schouder meekijkt.’
    Het CTG oordeelt dus dat de kwestie niet aan haar voorgelegd had moeten worden. De aanklacht tegen Bijl was een onterechte poging zijn marge van spreken te beperken. Terwijl Bijl juist sprak over ernstig scheve verhoudingen in het recht van spreken, wat niet opnieuw ondergesneeuwd mag raken.
    Europese geneesmiddelenautoriteit EMA mag niet publiek maken dat zij de aanvraag afwees van een licentie voor het ADHD-middel Concerta voor volwassenen. Dat deed zij vanwege gebrek aan bewijs van effectiviteit bij ‘mogelijke ernstige gezondheidsrisico’s’ zoals depressie, angsten en agressie. Intussen mogen ADHD-deskundigen wel het off-label voorschrijven ervan promoten. Dat doen ze bijvoorbeeld in wetenschappelijke artikelen, gesponsord door de fabrikant, zoals het openbaar toegankelijke en veel geciteerde ‘European Consensus Statement on Diagnosis and Treatment of Adult ADHD’. De artikelen die de fabrikant indiende voor de licentieaanvraag, maar waar de EMA juist bewijs in zag van ineffectiviteit en onveiligheid, horen ook nog gewoon met positieve conclusies tot de wetenschappelijke literatuur.
    De Australische geneesmiddelenautoriteit wees om vergelijkbare redenen een vergelijkbare aanvraag af en mocht dat openbaar maken. Maar de EMA mag haar kennis niet delen en iemand als Bijl vecht eenzaam tegen de bierkaai. Dit terwijl de betrokken ADHD-deskundigen, mede door farmaceutische sponsoring, een enorme marge van spreken hebben. Wie kan uitleggen waarom dát kennelijk ‘binnen de grenzen van het wetenschappelijk debat en de gedragsregels voor artsen’ valt?"