Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
Nieuws

Artsen bundelen bewijs leefstijlaanpassingen

3 reacties

Artsen van diverse umc’s hebben wetenschappelijk bewijs gebundeld voor ziektes die met een leefstijlinterventie zijn te behandelen. Deze ‘bewijsbundel’ is deze week gepubliceerd door het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (Lifestyle4Health), een initiatief van TNO en Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

De bundel ‘Wetenschappelijk bewijs leefstijlgeneeskunde’ verkent het wetenschappelijk bewijs voor leefstijlinterventies, zoals voeding, beweging en ontspanning, bij diabetes type 2, hart- en vaatziekten, psychiatrie, maag-, darm- en leverziekten, nierziekten en dementie. Onder meer de hoogleraren Hanno Pijl van het LUMC, Wiepke Cahn van UMC Utrecht, Kees van Laarhoven en Marcel Olde Rikkert van Radboudumc, Liesbeth van Rossum van Erasmus UMC en Karien Stronks van Amsterdam UMC leverden een bijdrage.

Volgens de auteurs is het bewijs voor de effectiviteit van leefstijlaanpassingen bij diabetes type 2 koploper. Voor aandoeningen aan hart en vaten en mdl, psychische aandoeningen, nierziekten en dementie tonen studies het potentieel van leefstijlgeneeskunde steeds meer aan, maar het aantal kwaliteitsstudies is nog beperkt.

De opstellers stuurden de bundel naar onder meer het ministerie van Volksgezondheid (VWS), Zorginstituut Nederland en de Sociaal-Economische Raad. De bundel is bedoeld als aanmoediging voor politici, beleidsmakers en zorgbestuurders. Zij moeten het mogelijk maken dat leefstijlgeneeskunde een prominente plek krijgt in geneeskundig onderzoek en beleid, vinden de auteurs. Ze hekelen de beperkte financiering voor klinisch onderzoek. Ook wijzen ze erop dat een ongezonde leefstijl vaker voorkomt bij mensen met een lage sociaaleconomische status en dat de meeste leefstijlinterventies uit de bundel niet in het basispakket zitten.

https://lifestyle4health.nl/nieuws/leefstijlgeneeskunde-verdient-prominente-plek-in-geneeskundig-onderzoek-en-beleid/

lees ook
Nieuws
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Nico Terpstra, huisarts, Hoorn 10-12-2019 21:07

    "Ik denk dat meer aandacht voor het effect van leefstijl op de gezondheid fantastisch en belangrijk is. Daarnaast heb ik nog geen schijn van (goed wetenschappelijk onderbouwd) bewijs voor al die claims van leefstijlgeneeskundige professoren gezien. Soms roepen professoren maar wat. Maar VGZ en de politiek (beiden niet gehinderd door kennis van zaken) vinden het allemaal prachtig. Deze bovenstaande marketingoprisping levert echt geen goed bewijs voor al die fabelachtige claims van leefstijlgeneeskundigen, die om overigens onopgehelderde redenen en masse toetreden tot het kamp van de niet-reguliere behandelmethoden. "

  • E.B. van Veen, huisarts 10-12-2019 16:36

    "Volgens mij is al heel lang bekend dat ongezond eten en te weinig bewegen de hoofdoorzaak is voor o.a. DM type II. En de Nederlander wordt desondanks steeds zwaarder. Ook kinderen in Nederland zijn steeds zwaarder. Wat ik zie is dat kinderen steeds minder bewegen, steeds meer kinderen gaan op de electrische fiets naar school, hangen thuis op de bank met een smartphone. Kinderen die op de basisschool een pakje Fristi mee krijgen in plaats van een dopper met kraanwater. Mensen die liever de auto nemen dan de fiets. Mensen die niet voldoende fruit eten en te veel snacken bij de snackbar. Dan kun je als (huis)arts preventieve adviezen geven en de DMII viermaal per jaar controleren...maar dat is dweilen met de kraan open. Wat mij betreft wordt dit buiten de geneeskunde aangepakt. Bijvoorbeeld door een tax op cola en chips te heffen."

  • W.J.Duits, Bedrijfsarts, Houten 10-12-2019 16:36

    "Het is inderdaad van belang de patiënt te wijzen op de mogelijkheden van het komen tot gezondheidsverbetering door eigen acties. Gaan bewegen, gezonder eten, een goede energiebalans nastreven, werk hebben dat goed bij hem of haar past. Als artsen kunnen we onze patiënten daar op wijzen, maar we zullen als artsen daar ook onze ogen voor moeten openen. Recent voorbeeld: Patiënt 35 jaar voelt zich niet goed, komt bij de huisarts. De bloeddruk wordt gemeten, die is verhoogd, 150 over 95. Hij moet binnenkort terugkomen, want misschien moet hij wel medicatie hebben. Er is helemaal niets gevraagd over wat hij doet, of er spanningen zijn, hoe het in het gezin gaat. Die ruimte had ik wel: Hij blijkt vader te zijn van twee jonge kinderen. Zijn partner werkt fultime. Ze hebben allebij een drukke baan. De zorg voor de kinderen ligt meer bij hem, hij heeft beter te regelen werktijden. Hij doet het huishouden grotendeels, dat vindt hij ook belangrijk het zelf te doen, want hij kan moeilijk iets uit handen geven. Als vader wil hij er ook zijn voor zijn kinderen, want hij wil niet dat ze te weinig aandacht van hem krijgen. Hij maakt zich nu toch ook wel zorgen, want stel dat die bloeddruk zo hoog blijft. Uitgelegd dat stress bloeddruk verhogend werkt, hij herkent dat hij stress heeft. Wat kan je daar aan doen? Met zijn partner hebben ze het er al over gehad om hulp te nemen in de huishouding en een glazenwasser, dan hoeft hij het huishouden niet te doen, geld is daarvoor geen probleem. Het blijkt dat hij ook geen ontspanning meer neemt, geen tijd meer voor zichzelf, hoe kan hij dat weer gaan doen? Praat eens met mensen over het ouderschap en hoe je er mee omgaat, een coach misschien? Volgens mij is deze patiënt nu weer cliënt geworden. Sprak hem vorige week, ze hebben inmiddels hulp in de huishouding, hij heeft een aantal goede gesprekken gehad. Hij voelt zich er beter bij, de bloeddruk is weer normaal. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.