Inloggen
Laatste nieuws
Auke Wiegersma
6 minuten leestijd
sociale geneeskunde

Heeft de sociale geneeskunde nog bestaansrecht?

Corona demonstreerde opnieuw het falen van de publieke gezondheidszorg

24 reacties
Getty Images
Getty Images

Door de focus op curatieve activiteiten is de sociale geneeskunde afgedreven van haar kerntaken: preventie en volksgezondheid. Op deze manier verliest het vak elke meerwaarde, zegt Auke Wiegersma, die 35 jaar als sociaal geneeskundige actief was.

Op uw netvlies staan ongetwijfeld nog de televisie­beelden van Nederlanders die vanaf hun balkon en op de stoep luid klappen voor zorgmedewerkers van ziekenhuizen; wat mij betreft terecht.

Maar waar waren de sociaal geneeskundigen? Juist in crisissituaties horen deze professionals midden in de maatschappij te staan om het publiek te informeren, zorg te coördineren, preventiemaat­regelen te ontwerpen, onderzoek te faciliteren of zelf uit te voeren. Maar niets van dit alles. In de media waren sociaal geneeskundigen als jeugd-, bedrijfs- en verzekeringsartsen vrijwel onzichtbaar. Daarentegen schoven (klinisch) epidemiologen dagelijks aan bij de praattafels van de Nederlandse omroepen. Wat gaat hier fout?

Tekortgeschoten

De covid-19-pandemie maakt, opnieuw, pijnlijk duidelijk dat de sociale geneeskunde (SG) in al haar verschijningsvormen al jaren niet meer in staat is haar meest elementaire kerntaak uit te voeren: de inzet van professionals en middelen om de collectieve gezondheid te bevorderen. Ook GGD’s lieten het ernstig afweten: waarom faalden zij in bijvoorbeeld de aankoop van voorraden medische mondkapjes en testmateriaal en het snel organiseren van vaccinaties of het opschalen van (telefonische) bereikbaarheid?

Een ander schrijnend voorbeeld: waarom ontbreekt goede en effectieve preventieve zorg voor jongeren en ouderen bij wie de lockdown een aantoonbaar negatief effect op hun (geestelijke) gezondheid had? Juist, ja: ook hier zijn GGD en SG op alle fronten tekortgeschoten.

De publieke gezondheidszorg verslechtert al vele jaren, vooral door de continue deregulering en de voortgaande afbraak van de sociale regelgeving door de centrale overheid. Dat is inmiddels op vele fronten zichtbaar.

Maar de teloorgang van de publieke gezondheidszorg heeft ook, en zelfs nog meer, te maken met de werkwijzen van de gevestigde SG-professionals: interventies en preventieve activiteiten zijn slecht onderbouwd, nauwelijks geëvalueerd, laat staan wetenschappelijk getoetst. Bij bijvoorbeeld de jeugdzorg zet dit de deur open naar nog langere wachtlijsten en slechte of niet aantoonbare behandelresultaten. Een overduidelijk voorbeeld hiervan is de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Hierin worden in totaal 254 interventies omschreven die door het NJi officieel als ‘erkend’ worden beschouwd. Maar daarvan zijn er slechts vijf (= 2%) wetenschappelijk redelijk onderbouwd. De andere 98 procent zou dan nog verder moeten worden onderzocht, maar dat gebeurt eigenlijk nooit.1

De publieke gezondheids­zorg verslechtert al vele jaren, vooral door de continue deregulering

Decentralisatie

De afgelopen jaren heeft de overheid zich uit bezuinigingsoverwegingen – dus zeker niet met het doel de zorg te verbeteren – steeds sterker teruggetrokken uit de maatschappelijke zorg. Het officiële argument hiervoor luidde dat lokale overheden beter weten aan welke zorg behoefte is. En dus kregen de gemeenten – zonder passende financiële compensatie – de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. De gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de publieke zorg zijn inmiddels duidelijk zichtbaar. Tegelijkertijd stijgen hierdoor de gemeentelijke (zorg)uitgaven en moet extra geld beschikbaar worden gemaakt om de lacunes in de begrotingen te dichten – duidelijk een averechts (maar zeer voorspelbaar) effect van de decentralisatie.

En ook hier bleek de SG niet in staat enig tegenwicht te bieden, terwijl dit wel degelijk haar taak is. Samen met de andere SG-disciplines had zij onderzoek moeten doen naar de gevolgen van deze maatregelen. Universitaire vakgroepen en GGD’s zijn hiervoor uiteraard de aangewezen instanties. Het gaat dan niet alleen over de effecten van decentralisatie van de jeugdzorg, maar ook over bedrijfs­geneeskundige aspecten van productie­bedrijven (zoals Tata Steel), overheidsdiensten (chroom-6 bij Defensie, parkinson bij tuinders in het Westland), falen van preventieve interventies, et cetera. De jgz-interventie ‘Voorzorg’ is een zeer duidelijke illustratie van een dergelijke slecht onderbouwde én kostbare interventie.2

Minderwaardigheidsgevoel

In mijn 35-jarige loopbaan als jeugdarts, epidemio­loog en universitair docent sociale geneeskunde heb ik ervaren hoe alle disci­plines binnen de SG steeds meer opschoven van populatiegericht naar (semicuratief) individu­gericht handelen. Voor een sociaal geneeskundige kan en mag daarbij evenwel geen sprake zijn van curatief medisch handelen – diagnosticeren, medicatie voorschrijven, of behandelen: het blijft dus ‘doktertje spelen’. Zo streven jeugdartsen al tijden naar het kunnen en mogen verwijzen naar tweedelijnszorg (zoals kno en oogheelkunde), omdat ze dan toch het idee kunnen houden dat ze ‘net echt’ bezig zijn.

Hierdoor raakte het maatschappelijke aspect van het vakgebied – waaronder bevordering van de gezondheid van de populatie – steeds meer op de achtergrond.

Daarnaast ontbrak elk inzicht in het functioneren van de (gemeentelijke) overheid en dus ook in mogelijkheden de plaatselijke politiek te bewegen tot het invoeren van de juiste en gevalideerde populatiegerichte maatregelen. En dat gebeurde dan ook niet.

Ik heb tijdens het opzetten van sociaalgeneeskundig onderwijs voor de medische opleiding – met name de coassistentschappen in jaar 5 – vele gesprekken gevoerd met de diverse SG-artsen, en steeds hoorde ik dezelfde frustraties: minderwaardigheidsgevoel, geen erkenning voor hen als arts, uitvoeren van oneigenlijke taken, enzovoort. En tegenwoordig zijn SG-artsen ook geen medisch specialisten meer, maar worden geregistreerd als ‘profiel­artsen’. Alweer een klap voor hun eigenwaarde.

Ik word graag verrast door interviews met sociaal geneeskundigen die hun mening en visie geven

Begin van het einde

Is dit de overheid aan te rekenen? Jazeker, maar nog veel meer de SG-opleidingen zelf. De jeugdgezondheidszorg (jgz) is hiervan een goed voorbeeld. Zo zou men kunnen denken dat sinds 1904 de jgz – voorheen de schoolartsendiensten – met tegenwoordig een budget van ruim 330 miljoen euro per jaar, de invulling van het beroep is vervolmaakt. En dat was zonder twijfel mogelijk geweest, ware het niet dat vanaf 1990 kinderartsen in Leiden zich op bedenkelijke wijze gingen toeleggen op de jgz, met als resultaat het sterk individugerichte ‘Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg’, dat in 2001 zelfs wettelijk werd vastgelegd.3 En dat was het begin van het einde van de jgz zoals die ooit bedoeld en opgezet was: het bevorderen van de gezondheid van alle jeugdigen middels het op populatie­niveau beïnvloeden van hun omgeving, onafhankelijk van (sociaal-economische) achtergrond, milieu en opvoeding.

Omdat de sociaalgeneeskundige invulling tegenwoordig nagenoeg ontbreekt, is de meerwaarde van SG niet meer aantoonbaar. Het ontbreken ervan tijdens de pandemie is dan ook verre van verrassend en het ontbreken van (wetenschappelijk) aantoonbare invloed op het maatschappelijk welbevinden evenmin. Het blijft bij ‘doktertje spelen’.

De taken van de sociaal geneeskundige kunnen daarom eenvoudig – en, belangrijker, veel beter – worden ingevuld door andere daartoe wel goed opgeleide deskundigen, zoals masters of public health. Zij hebben behalve een medische basisopleiding ook de kennis die voor het beïnvloeden van de openbare gezondheid noodzakelijk is. Voor de invulling van de eigenlijke SG-taken is een opleiding tot master of public health dus veel zinvoller en doelmatiger dan een puur medische opleiding.

Geen bestaansrecht

Behalve de jgz worstelen ook de andere SG-artsen met deze problemen. Ook zij blijken niet tot nauwelijks in staat terug te keren naar de essentie van hun vak. Zo zijn bijvoorbeeld bedrijfs­artsen meer gericht op kostenreductie door het bedrijf en verzekeringsartsen op winst van zorgverzekering of overheid. Enige actie op populatieniveau zal men nauwelijks aantreffen.

De conclusie moet dan ook zijn dat de sociale geneeskunde als vakgebied in de huidige door haar aangehangen vorm geen bestaansrecht heeft. De populatiegerichte benadering van de volksgezondheid is terzijde geschoven, terwijl daarnaast de voor klinisch handelen vereiste kennis en kunde ontbreekt.

Opheffen van de sociale geneeskunde zal ongetwijfeld niet lukken, gezien de schuttersputjes van waaruit artsen en vooral hoogleraren opereren. Maar als ze in plaats daarvan eens zouden bezien op welke wijze zij een werkelijk zinvolle maatschappijgerichte invulling aan hun vak kunnen geven en daarbij landelijke en plaatselijke overheden terzijde kunnen staan, zou dat een enorme verbetering zijn. En de kans dat daardoor de SG weer bestaansrecht krijgt, is dan zeker aanwezig.

Ik zie dan ook graag de tijd tegemoet dat ik word verrast door interviews met sociaal geneeskundigen die hun mening en visie geven over en onderbouwde oplossingen aandragen voor het aanpakken van de – zeker tegenwoordig – grote problemen binnen de openbare gezondheid. 

auteur

Auke Wiegersma, niet-praktiserend sociaal geneeskundige

contact

pawiegersma@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

[1] Nederlands Jeugdinstituut.

[2] Commentaar op Voorzorg.

[3] Basistakenpakket JGZ.

Lees ook

volksgezondheid
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • G.R.M. van Hoof

    arts M+G, Heerlen

    Ik ben sinds mijn artsexamen in 1988 tot aan mijn pensioen in juli 2022 ook bijna 35 jaar actief (geweest) als verzekeringsarts en arts M+G in verschillende functies in de sociale geneeskunde. Geen makkelijke functies gezien de (grote) belangen die e...r voor mijn werkgevers mee gemoeid waren. Om de krachten te bundelen ben ik daarnaast actief geweest in verschillende gremia (LBB, CAAG, VIA, VAGZ, KAMG) waarvan een deel inmiddels door gebrek aan interesse bij en actie van collega’s is opgeheven.
    Wat ik in de discussies over de rol en positie van sociaal geneeskundigen mis is hoe zij als medische professionals zijn geïntegreerd in ons zorgsysteem. Niet alleen in de publieke preventieve gezondheidszorg, maar ook in ministeries, adviesorganen, toezichthouders, zorgverzekeraars etc. En daar hebben we, onzichtbaar en versnipperd, toch veel invloed.
    Heeft iemand zich ooit afgevraagd hoe de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) in de basisverzekering is gekomen? Juist: door de inbreng van een arts M+G!
    Waar we niet goed in zijn is onze krachten bundelen en uit de schaduw stappen.

  • Philipszoon

    arts n.p., Tilburg

    Interessant stuk en de reacties hierop! Sociale, maatschappelijke, populatie en "financiële" geneeskunde zijn cruciaal voor de maatschappij & gezondheid hiervan. Bij de recente COVID pandemie is dit onderdeel van de zorg echter enigszins buiten beeld... gebleven, evenals preventie in het recente integrale zorg akkoord, dat er als een soort wormvormig aanhangsel bijhangt. Misschien is het een idee om behalve de overheid, juist het bedrijfsleven bij deze vormen van gezondheidszorg meer te betrekken, daar juist zij veel baat (baten in plaats van kosten) hebben bij preventie en gezondheidsbevordering. Met 9,5 miljoen mensen als werkende beroepsbevolking is dat laatste een mega open deur.

    • G. Koster

      bedrijfsarts, Groningen

      Geachte collega,

      dat zou idd een mega open deur moeten zijn, maar niets is minder waar. Rookvrije ruimtes zijn voor de helsdeuren weggehaald, periodieke preventieve onderzoeken vinden vrijwel niet meer plaats (kostenaspect), gezondheidsbevordering... op de werkplek (te beginnen bij gezonde kantines) gebeurt vrijwel niet, goede uitzonderingen daargelaten. Zoals zo vaak wordt zorg voor de gezondheid gezien als kostenpost, en niet als asset. Het gaat net als het realiseren van gedragsveranderingen voor een gezondere leefstijl: heel veel herhaling en heel veel geduld. Maar goed, als sociaal geneeskundigen zijn wij geduldig.....

  • ter Horst

    Jeugdarts KNMG, medisch adviseur RVP en NHS , Arnhem

    De sociale geneeskunde is een prachtig vak met vele gezichten. Als jeugdarts heb ik altijd met veel plezier gewerkt met baby's, jonge kinderen en hun ouders. Ook het Rijksvaccinatieprogramma heb ik altijd met veel plezier en overtuiging uitgevoerd. H...eel veel ouders zijn blij en tevreden over de (voor hun gratis!) zorg die zij ontvangen.
    Tijdens de coronapandemie heb ik ook de sociaal-geneeskundige duiding en bemoeienis in het publieke "debat" regelmatig gemist. Ik denk dat iedereen te druk was met het bestrijden van de pandemie, bovendien wensen veel media graag uitgesproken quotes en polariserende oneliners. Iets waar de meesten van ons niet mee behebt zijn, laat staan mee wíllen zijn!
    In onze nabije toekomst moeten we echt met andere slimmeriken (virologen, epidemiologen enz enz) aan de slag om de klimaatcrisis aan te pakken, zorgen voor armoedebestrijding, leefbaarheid en veerkracht. Zodat onze jeugd nog steeds de toekomst heeft.
    Sociaal-geneeskundigen zijn harder nodig dan ooit!

    • G. Koster

      bedrijfsarts / voorzitter kring Noord NVAB, Groningen

      Geachte collega Ter Horst,

      ik ben het met u eens dat de sociale geneeskunde een vak met veel gezichten is. Ik weet eerlijk gezegd niet of wij zo afwezig zijn geweest in de pandemie; de meesten van ons waren gewoon hard aan het werk (GGD artsen, ar...tsen AMG, bedrijfsartsen en vele andere collega's) met de dagelijkse sores van de pandemie en met het adviseren aan individuen, bedrijven en maatschappij hoe daar op de beste manier mee om te gaan. Nee, wij stonden niet op de voorpagina van de opiniebladen, of werden geinterviewd vanwege scherpe commentaren, maar dat is m.i. ook iets wat ons als sociaal geneeskundigen niet zo past. Maar dat maakt onze bijdrage aan de gezondheidszorg niet minder belangrijk. Collega Wiegersma heeft er met zijn stuk wel voor gezorgd dat velen van ons reageren en van zich laten horen, en dat is, hoewel wschl onbedoeld, een verdienste. Ook politiek wordt ingezien dat onze inbreng van grote waarde is; anders dan welk ander medisch vak dan ook zijn wij degenen die preventie hoog in het vaandel hebben, zowel individueel, als op bedrijfsniveau en op populatieniveau, ieder in zijn eigen specialisme. Wellicht moeten we dat meer en duidelijker uitdragen, en de grijze jas die wij dragen of waarvan velen vinden dat wij die dragen, van ons afwerpen en wat meer in de schijnwerpers treden. Ik roep onze beroepsverenigingen op daarin het voortouw te nemen.

      • Bedrijfsarts niet-praktiserend, Coullons, Frankrijk

        Steven J.A. Verbeek, bedrijfsarts n.p.

        Beste collega’s Geert Koster en Henrike ter Horst, dank voor jullie inbreng.

        Ik weet zeker dat zowel bedrijfsartsen en jeugdartsen druk bezig zijn geweest naar hun doelgroepen toe tijdens de Corona-periode. O...ok ik heb daar in het Franse het nodige mee te doen gehad.

        Geert schrijft: "Nee, wij stonden niet op de voorpagina van de opiniebladen, of werden geïnterviewd vanwege scherpe commentaren, maar dat is m.i. ook iets wat ons als sociaal geneeskundigen niet zo past." Dat is een goede weergave van de realiteit en niet alleen die van de corona-periode.

        De Nederlandse sociale gezondheidszorg heeft haar wortels in de tweede helft van de 19e eeuw, toen vooral artsen de barricaden op gingen om betere leef-en werkomstandigheden af te dwingen.
        Zij werden de “hygiënisten” genoemd, met als bekende namen Samuel Coronel, Samuel Sarphati en later Louis Heijermans (ja, “de broer van”) die hamerden op betere kwaliteit van huisvesting, water, lucht, sanitaire voorzieningen en werkomstandigheden. Door activisme brachten zij de misstanden onder de politieke aandacht en wisten grote verbeteringen te bewerkstelligen. Ook de “Kinderwet van Houten” uit 1874 zie arbeid door jonge kinderen verbood was daar een voorbeeld van.

        Ik denk echter dat het “sociaal activisme” voor een deel teloorgegaan is. Veel sociaal-geneeskundigen raakten ingebed in structuren onder politieke leiding en bedrijfsartsen houden zich sinds 1994 voor het grootste deel van hun tijd bezig met verzuimbegeleiding via contracten met bedrijven en komen aan preventie nauwelijks toe.

        Tijdens het diepst van de corona-epidemie hoorde je de jeugdartsen en bedrijfsartsen niet. Openlijke kritiek op het beleid van de overheid maar ook op adviezen van OMT en RIVM was schaars. Terwijl die er wél was, getuige de vele bilaterale contacten die ik met Nederlandse collega’s had.
        Signalering van hoe het in de praktijk liep: ik heb die toen niet gehoord. Terwijl juist signalering van collectieve problemen één van onze kerntaken is!
        Sommige collega’s hebben zich wel openlijk geuit in andere onderwerpen, onder meer Q-koorts en recentelijk werkomstandigheden op Schiphol. Maar het blijft schaars.

        Ik ben blij met deze discussie, ondanks het weinig genuanceerde en eenzijdige stuk van Wiegersma. Laten sociaal-geneeskundigen zich nog eens achter de oren krabben over hun plaats, (on)afhankelijkheid en taken.

        [Reactie gewijzigd door op 28-09-2022 18:54]

        • G. Koster

          bedrijfsarts / voorzitter kring Noord NVAB, Groningen

          Geachte collega Verbeek, Beste Steven,

          ik ben het grotendeels en van harte met je eens. Wel een kleine nuance (die toch ook wel weer kenmerkend is voor ons systeem): het is voor ons als bedrijfsarts sterk afhankelijk van de setting waarin wij werk...en of wij al dan niet voldoende aan preventieve taken toekomen. Als zelfstandig bedrijfsarts is dat altijd een onderdeel van mijn contract (en als dat niet zo is zie ik preventie nog steeds als een van de hoekstenen van ons beroep), maar er zijn velen van ons die in situaties moeten werken waar alleen aan verzuimbegeleiding wordt gedaan, hetgeen een enorme verschraling is. Terugkeer na voor 1994 acht ik en niet wenselijk en niet haalbaar, maar de recent opnieuw geformuleerde kerndoelen van de NVAB, en de zichtbaarheid van onze nieuwe voorzitter ook op het politieke front geven hoop voor de toekomst.

          • Bedrijfsarts n.p., Coullons, Frankrijk

            Beste collega Geert Koster,
            Sinds het Besluit Arbodiensten van 1994 is er een hele generatie bedrijfsartsen opgegroeid die -vaak noodgedwongen- niet of nauwelijks aan preventie toekomt maar zich vrijwel uitsluitend met verzuim bezig houdt. Met de m...antra’s als « ziekte overkomt je, ziekmelden is een keuze » en « elk bedrijf krijgt het verzuim dat het verdient ». Veel bedrijven willen minimale contracten, werkplekbezoek is onbetaalbaar want per uur gedeclareerd en er is lang niet altijd interesse in de analyses van de bedrijfsarts, als die ze al maakt.

            Ik hoop van harte dat de nieuwe kerndoelen van de NVAB ook leiden tot meer preventie maar dat kan alleen maar als daar politieke aandacht voor is die zich vertaalt in het opleggen van concrete verplichtingen.
            Gezien de vele « crises » waar dit Kabinet mee te maken heeft, denk ik dat dat nog wel even gaat duren.

            Als men in Frankrijk vraagt naar de Nederlandse bedrijfsgeneeskunde leg ik altijd uit dat Nederland de best opgeleide bedrijfsartsen ter wereld heeft met helaas veel te weinig regelruimte. Ik hoop dat die verbeterd kan worden.

            Steven J.A. Verbeek

      • ter Horst

        Jeugdarts KNMG, medisch adviseur RVP en NHS , Arnhem

        Geheel eens! Onze prioriteiten lagen op de werkvloer, niet bij de media. En inderdaad, toch mogen en moeten we ook zichtbaar zijn. Onbekend maakt immers onbemind.

  • C.R. van der Torren

    Jeugdarts, Oegstgeest

    Het artikel ontbeert onderbouwing, bevat drogredenen, is uitgesproken negatief en eenzijdig, en feitelijk incorrect op meerdere vlakken. Dat had bij Medisch Contact niet door de redactionele controle hoeven komen denk ik. Dit is geen basis voor wat w...el een interessant onderwerp is, namelijk de toekomst van de sociale geneeskunde.

  • N.T. van den Berge

    AIOS M+G, AIOS infectieziektebestrijding

    Niet alleen bestaansrecht, maar een essentiële bijdrage aan de volksgezondheid

    Graag wil ik, AIOS Maatschappij en Gezondheid (M+G) werkzaam in het profiel infectieziektebestrijding, namens mijn opleidingscohort reageren op het opiniestuk van de he...er Wiegersma. Wij vinden het namelijk jammer dat een oud-collega ervoor kiest zijn frustraties te uiten in een bitter betoog en hiervoor voedingsbodem vindt in het Medisch Contact. Het louter negatieve beeld dat wordt geschetst van onze beroepsgroep herkennen wij niet en met deze reactie willen we enige nuance te bieden.

    Tegenwoordig is het zo dat na een 2-jarige opleiding tot profielarts (infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, beleid en advies, medische indicatiestelling en advies, donorgeneeskunde, tuberculosebestrijding of medische milieukunde) je de opleiding met 2 jaar kunt vervolgen om zo specialist Arts M+G te worden. Er wordt momenteel gestreden om meer opleidingsplekken te creëren, zodat meer profielartsen specialist M+G kunnen worden.
    Wij leren tijdens de opleiding hoe invloed uit te oefenen op lokaal of landelijk beleid én hoe wij onze maatschappelijke blik op gezondheid hierin kunnen laten gelden. Deze specialisatie heeft voor een deel overlap met de master Public Health, maar dit maakt de werkzaamheden nog niet met elkaar uitwisselbaar. In onze opleiding is wetenschap een belangrijk onderdeel, we worden daarom tijdens onze specialisatie ieder begeleid door een van de Nederlandse UMC’s.

    In de praktijk ervaren wij dat we als publieke gezondheid artsen te maken hebben met beperkte ‘evidence’, omdat de beschikbare evidence vaak toepasbaar is op het individu en meestal moeilijk te vertalen is naar populatiegerichte interventies of vragen. Soms is het zelfs niet mogelijk om evidence based te werken, gewoonweg omdat er nog geen evidence beschikbaar is maar er al wel van ons verwacht wordt om over interventies te adviseren. Een evidence based benadering van de sociale geneeskunde zoals gezien wordt binnen de curatieve geneeskunde kan derhalve vaak niet, maar dat moet volgens ons ook niet. Wel werken we daar waar dat wel mogelijk is volgens de laatste stand van de wetenschap en maken ons hard om de evidence binnen de sociale geneeskunde uit te breiden, onder andere de samenwerkingsverbanden met de academische werkplaatsen leveren hieraan een waardevolle bijdrage.

    We zien bij de huidige AIOS, artsen en andere disciplines werkzaam in het publieke domein, een enorme maatschappelijk betrokkenheid met hart voor de Nederlandse en wereldwijde gezondheid.
    Om een voorbeeld te noemen bij de Medische Milieukunde maken ze zich hard voor het uitdragen van Planetary Health; hoe we daarin een concreet handelingsperspectief en een voet aan de grond kunnen krijgen bij beleidsmakers. Een ander voorbeeld is de inzet tijdens de COVID-19 pandemie toen de collega’s uit verschillende profielen de schouders eronder hebben gezet en de afdeling infectieziektebestrijding kwamen ondersteunen met hun expertise. Zo zijn er nog talloze andere voorbeelden, die wij graag willen toelichten buiten deze reactie om, mocht u daar als collega in geïnteresseerd zijn.

    Daarnaast zien we dat er wel degelijk beleidsmatig invloed wordt uitgeoefend. Toegegeven, dit is niet altijd even hoorbaar of zichtbaar voor het oog van de wereld omdat de artsen M+G onder andere opereren in een krachtenveld dat veel groter is dan een bedrijf, GGD of een ziekenhuis.
    Vanwege de structurele bezuinigingen zijn we helaas met minder specialisten dan onze curatieve collega’s en delven we, ondanks onze uiterste inspanningen, soms het onderspit tegen de workload en de heersende curatieve visie van de gehéle maatschappij. Dit is een van de uitdagingen in het vak, maar één die door velen met enthousiasme wordt opgepakt.

    Dit alles wil niet zeggen dat er bij de sociale geneeskunde geen ruimte is voor verbetering. Wij delen de mening van de heer Wiegersma dat de focus vanuit de landelijke overheid, de gemeenten en de zorgsector, meer moet opschuiven naar collectieve gezondheidsbevordering en preventie. Hierin hebben wij als sociaal geneeskundigen in onze ogen een belangrijke rol. Ook zien wij mogelijkheden tot een betere samenwerking met de eerste en tweede lijn, waarbij elke partij duidelijk zijn eigen expertise en taken heeft.

    Kortom, we herkennen het eerder geschetste beeld van de sociale geneeskunde grotendeels niet en zijn benieuwd naar de afwegingen van de redactie om het betoog van de heer Wiegersma te plaatsen. Ons vakgebied is naar onze mening noodzakelijk voor het behouden en bevorderen van de volksgezondheid. Wij zijn als AIOS trots hier aan bij te mogen dragen.

    Namens het opleidingscohort infectieziektebestrijding maart 2021,

    Nikita van den Berge

    • B. Dollekens

      Bedrijfsarts, instituutsopleider, Helmond

      Trots op deze aios-groep.

      [Reactie gewijzigd door Dollekens, Bart op 27-09-2022 20:59]

    • G. Koster

      bedrijfsarts, Groningen

      Geachte collega van den Berge,

      complimenten voor uw betoog en de bevlogenheid die daar uit spreekt. Als bedrijfsarts-opleider herken ik die betrokkenheid en bevlogenheid bij de bedrijfsartsen die ik als praktijkopleider opleid, en merk ik die ook ...in de verschillende opleidingscohorten. Was het vroeger zo dat velen een baan in de sociale geneeskunde als sluitstuk van hun keuze kozen, merk ik dat de meeste SG in opleiding nu heel bewust die keus maken. Vooral ook uit het idee het verschil te kunnen maken, preventie en public health meer naar de voorgrond te krijgen en zoals in ons geval actief bij te krijgen aan een leven lang gezond werken. Natuurlijk zijn er altijd veranderingen noodzakelijk en verbeteringen mogelijk, maar voorpa staat dat wij als sociaal geneeskundigen ertoe doen, en ertoe blijven doen.

  • H.M. Gaasbeek Janzen

    arts M+G

    Naar aanleiding van de laatste zin wil ik graag wijzen op de website van de koepel artsen maatschappij en gezondheid www.kamg.nl en dan met name naar het nieuwsbericht van juli: https://www.kamg.nl/petitie-overhandiging-5-juli-2022/
    Misschien voelt... collega Wiegersma zich dan wat beter.

    • G. Koster

      bedrijfsarts, Groningen

      Geachte collega Gaasbeek,

      terecht dat u hier op wijst. Ik wil daar nog aan toevoegen dat een bedrijfsarts onderdeel uitmaakt van het OMT. Dat is niet voor niets denk ik. Wellicht hebben wij in de pandemie te weinig van ons laten horen, maar dat wa...s dan vooral omdat we bezig waren bedrijven en werknemers te adviseren hoe om te gaan met COVID-19 en welke preventieve maatregelen in bedrijven getroffen konden en moesten worden. We hebben zelfs voor grote bedrijven ( en ook voor de RU Groningen voor de studenten van RUG, Hanzehogeschool en Noorderpoort college) snelteststraten opgezet, om maar even te schetsen dat wij ook als bedrijfsartsen preventie hoog in het vaandel hebben, net zoals uw beroepsgroep. Wellicht stemt dit collega Wiegersma iets positiever.

  • B. Dollekens

    Bedrijfsarts, opleider, Helmond

    Voor wie wil,
    Op LinkedIn zijn meer reacties te lezen, inclusief enkele aanvullende artikelen die eerder verschenen zijn in MC. Met in ieder geval ook een ander, positiever?, beeld op de waarde in de sociale geneeskunde.

  • P.J.M. van Loon

    Orthopeed / houdingsdeskundige, Oosterbeek

    Het zal voor de sociaal geneeskundigen bevreemdend overkomen, dat een orthopedisch chirurg met de scoliose en de wervelkolomproblematiek als hoofdmoot van handelen (en nu alleen maar denken), wil reageren. Maar mijn eerste directe contact als gespre...kspartner met sociaal geneeskundigen was juist met Auke Wiegersma. Dit contact staat ook in zijn proefschrift vermeld.
    Mijn reactie komt omdat scoliose, maar ook rugproblemen in het algemeen, door sociaal geneeskundigen steeds meer vanuit epidemiologische blik benaderd zijn gaan worden en de anatomisch fysiologische kennis, waarom een wervelkolom in de problemen kan komen, uit het denken van (alle) artsen is verdwenen, helaas ook bij mijn beroepsgroep. Dat is niet hun schuld, maar het ligt aan de razendsnelle veranderingen, die er, zeker ook door de Mammoetwet, in de opbouw van de geneeskunde en van de medische studies kwam. Bestond de geneeskunde tot die tijd nog uit gelijk krachtige poten, de Gezondheidsleer en de Ziekteleer, met het loslaten van Duits als medische wetenschapstaal verloren we alle kennis uit juist de Gezondheidsleer, die tot dan toe de krachtige preventiekennis vanuit de orthopedie ( als oudste preventieterrein) tot diep in de haarvaten van de maatschappij en opvoeding en onderwijs had gebracht. Het Anglo-Amerikaanse geneeskunde model kende die eerste poot niet eens. De jeugdartsen vergaten, dat de "schoolartsen" er gekomen waren om de schoolziekten, bijziendheid en ruggengraatsverkrommingen, tijdig op te sporen om bijgestuurd te krijgen. Achteraf bleek me dat juist mijn eerste "baas", Prof. Koekenberg ( VU, Zonnestraal) al in zijn oratie in 1976 zijn verwachting meldde, dat als de "bloedarmoedige" kennis van de orthopedie (HOUDING en bewegen) in de het geneeskundig curriculum (toen al!) nog verder zou wegzakken en de orthopedie vooral op de OK zou gaan floreren, de tsunami van musculoskeletale aandoeningen, onoverzienbaar zou worden. We zitten er middenin en ontberen iedere preventiekennis op dit vlak. Wiegersma vond bij zijn onderzoek, dat in de regio's met scoliosecentrum er meer scolioseoperaties gedaan werden. Dat dit niets met "zorgaanbod regeert dus" te maken had, kon ik hem niet meer als . Toch heeft hij zich uit zorgen geregeld met de achterblijvende motorische ontwikkeling bemoeid. Met enorme druk op de scoliosepoli en onderzoek naar effectieve niet-operatieve behandeling verloor ik lang zicht op de Public Health. In 2011 met de Scoliosevereniging grote verontrusting bij NCJ, Inspectie etc. gebracht, toen de jeugdartsen, na weer een epidemiologische studie (Bunge , Erasmus), waar ik nota bene ook bij betrokken was, de screening op scoliose , de buktest, bij het Tweede Meetmoment (rond de menarche!) lieten vallen. Onderzoek, ook naar alle houdingsstoornissen als kyfose, werd beloofd, maar is een stille dood gestorven bij TNO en de "Argumentenfabriek". Na zijn boek "de Derde Weg" em. prof Doeke Post opgezocht, ooit preventielobbyist binnen het CDA. , en na ons artikel in MC (aug.2013): "De gameboygeneratie verleert haar gezonde houding" heeft hij ons als ( inmiddels) Houding Netwerk Nederland zelfs in direct gesprek met Paul Blokhuis gebracht. Ver daarvoor hadden we Pia Dijkstra en Hanke Bruins Slot Kamervragen laten stellen over terugbrengen van dat Tweede Meetmoment (fysiek) gezien de beroerde toestand van de kinderrug. Mijn voorganger, scoliosearts Steenaert, had juist in de jaren 70 met Kamerlid Erika Terpstra die buktest bij wet in die meetmomenten gekregen. Nu werd tweemaal de "la" gevonden op het Ministerie. Preventie en het krijgen van een gezond, goed opgebouwd en sterk kinderlichaam door de orthopedische preventiekracht bij ouders en in het onderwijs ( gymnastiek komt uit orthopedisch denken voort) levend te houden is binnen de preventieve geneeskunde geen issue meer. Ook de bedrijfsartsen en verzekeringsartsen (Houdingnet gaf workshops bij jonge UWV artsen) ) zouden de kennis rond de orthopedische gevolgen van zitten (vanaf kind zijn), de houding en het goede lichamelijke onderzoek rond houding en stijfheid goed kunnen gebruiken in de rol, die ze naar het individu en de maatschappij willen spelen. Het RIVM voorziet in VTV 2040 enorme, volledig van de vergrijzing losgezongen, stijging in rugklachten en artrose. Het Generation-R onderzoek liet bij 550 9-jarige (!) kinderen onder MRI zien dat al in 73% een discus is ingezakt. Die tsunami gaat straks ook de curatieve Zorg bereiken en deze kinderen zullen veel minder goed inzetbaar blijven . Omdat het preventieopvangnet er niet meer is. Het worden dure tijden. Wie pakt het vaandel?

  • B. van Ooij

    Bedrijfsarts & niet praktiserend orthopedisch chirurg , Haarlem

    Wat bijzonder dat collega Wiegersma podium heeft gekregen in het Medisch Contact voor dit eenzijdig belichte, negatieve relaas. Ik hoop dat iedere collega-arts inziet dat zijn uiteenzetting en conclusies vooral door verkeerde aannames en (kennelijk) ...negatieve ervaringen tijdens zijn carrière tot stand zijn gekomen. Tuurlijk moeten we kritisch blijven kijken de waarde van ons vak in het kader van populatiegericht handelen, onze rol in de samenleving en onze zichtbaarheid bij landelijke problematiek, maar dat moeten we vooral mét elkaar blijven doen in plaats van eenzijdig conclusies trekken. In dit artikel wordt tevens de hele sociale geneeskunde over één kam geschoren. In de afgelopen jaren dat ik me in de bedrijfsgeneeskunde heb mogen ontwikkelen, heb ik mijn waarde alleen maar zien groeien en collega's die ik heb ontmoet zijn bevlogen en hebben een verre van minderwaardigheidsgevoel (en al helemaal geen gevoel dat ze niet erkend worden). Dit geldt ook voor de verzekeringsartsen met wie ik samen heb gewerkt. Kennelijk heeft collega Wiegersma deze collega's niet ontmoet. Over de aandachtspunten ten aanzien van de JGZ kan ik niet oordelen (op het weergeven van een persoonlijke, positieve ervaring na, inclusief adequate verwijzing naar de tweedelijn), maar waarom moeten zijn standpunten zo eenzijdig beschreven worden? Gelukkig weten alle artsen anno 2022 steeds beter dat "doktertje spelen" behalve diagnosticeren, medicatie voorschrijven of behandelen ook inhoudt dat je op basis van je kennis medisch adviseert, een klankbord bent, analyses van je bevindingen doet en de cliënt/patiënt meeneemt in je overwegingen. Daarnaast kan ik collega Wiegersma nog meegeven dat de bedrijfsarts wel degelijk de bevordering van de gezondheid van de populatie (weliswaar de werkende populatie, maar toch) op de voorgrond heeft staan door de individuele zorg te analyseren en vanuit preventief oogpunt uit te dragen aan die bedrijven waarmee hij/zij samenwerkt (en dat dat ook kostenreductie oplevert, is mooi meegenomen ook!).

  • R.C. Abrahams

    Jeugdarts KNMG, AIOS M+G/ MPH

    Ik heb goed nieuws voor u.
    U pleit voor de Master of Public Health (MPH).

    De sociaal geneeskundigen die nu de 4 jarige opleiding tot Arts Maatschappij en Gezondheid volgen of hebben gevolgd. Hebben naast de medische opleiding nagenoeg dezelfde o...pleiding als MPH. Onder ons ook die beide opleidingen doen en/of zich bekwamen als onderzoeker.

    Ik ben een van hen, Jeugdarts KNMG, AIOS M+G/ MPH en koos dit vak uit volle overtuiging en beweeg mij in de spreekkamer en overstijgend daarbuiten.

    Misschien kunt u uw vaardigheden gebruiken om ons vak op positieve wijze te helpen verbeteren en uitdragen?

  • Bedrijfsarts niet-praktiserend, Coullons, Frankrijk

    De Sociale Geneeskunde telt veel stromingen. De bedrijfsarts wordt zijdelings genoemd. Dat maakt het stuk nogal eenzijdig.
    Wel ben ik het er mee eens dat bedrijfsartsen tijdens de Covid19-epidemie nauwelijks van zich lieten horen en wat ik al hoord...e, was zelden collectief signalerend, noch kritisch op het uitvoeringsbeleid.
    Het collectief signaleren door bedrijfsartsen lijkt verloren te zijn gegaan onder de druk van het beperken van ziekteverzuim en het promoten van leefstijlissues.

    Steven Verbeek

    [Reactie gewijzigd door op 24-09-2022 11:37]

  • B.V. Nibbering

    Bedrijfsarts, Roosendaal

    Ik ben bedrijfsarts. Ik weet in alle eerlijkheid nauwelijks wat het werk van een jeugdarts cq epidemioloog inhoudt. Andersom ligt dat kennelijk anders.

  • de Jong

    Jeugdarts KNMG/Arts Maatschappij + Gezondheid, Leiden

    Beste heer Wiegersma, u wijst mij op uw website op de abrupte beëindiging van uw werkactiviteiten in 2016 en legt hierbij uit dat dat alles te maken heeft met het hoofd van de afdeling van uw laatste werkgever. Ik weet niet precies wat er gebeurd is,... maar moet nu de hele sociale geneeskunde incl. de professionals die hierin werkzaam zijn hiervoor boeten door het zo en nu dan schrijven van dit soort stukken?

  • S.E. van der Harst-Naaktgeboren

    Arts M+G niet praktiserend, Den Haag

    Dank collega Koster voor uw reactie, ik ben het volledig met u eens en zal niet in herhaling vervallen.
    Ik ben sinds deze maand niet meer geregistreerd in het BIG register, na 42 jaar als vnl jeugdarts in de sociale geneeskunde gewerkt te hebben.
    D...e meeste sociaal geneeskundigen zijn wel degelijk specialist na de 4 jarige opleiding. Veel jeugdartsenKNMG zijn profielarts vlg de BIG dus basisarts maar wel degelijk geregistreerd bij de RGS!
    Waarom bent u zo negatief ik heb veel collega’s wel degelijk gehoord en gezien tijdens de coronaperiode. Het is maar of je er oog voor hebt.in de preventie vullen collectief en individueel elkaar aan.
    En wat betreft uw denigrerende doktertje spelen. Jeugdartsen verwijzen al enige jaren rechtstreeks naar de tweede lijn, uiteraard alleen die zaken die niet via de huisarts opgepakt kunnen worden.
    Persoonlijk heb ik me 42 jaar volledig arts gevoeld en ook als zodanig gefunctioneerd.
    Ik hoop van harte dat u de moeite neemt om bij de diverse deskundigheidsgebieden van de huidige sociale geneeskunde eens mee te lopen. Dit te meer daar de huidige studenten en aankomend collega’s anders een verkeerd beeld door uw lessen krijgen voorgeschoteld.

  • G. Koster

    bedrijfsarts, Groningen

    Wat een ongelofelijk zuur stuk heeft collega Wiegersma geschreven. Een stuk dat bol staat van allerlei aannames (opschuiven naar de curatieve gezondheidszorg, "doktertje spelen", het uit het oog verliezen van de centrale rol van de SG: preventie en v...olksgezondheid. Daarbij focust hij vooral op het vakgebied dat hem bekend is: jeugdzorg, GGD. Ik ben als bedrijfsarts, net als heel veel van mijn collega's trots op mijn vak, en ik leid zeker niet aan een minderwaardigheidsgevoel. Sterker nog, het lijkt erop dat collega Wiegersma leidt aan een meerderwaardigheidsgevoel (slecht nederlands) en zich bijna verheven vindt boven het gepeupel van de SG dat maar aanmoddert, en de titel sociaal geneeskundige niet meer verdient. Preventie is een belangrijke taak van de bedrijfsarts, en wij zijn daar dagelijks mee bezig. en het is onzin dat een sociaal geneeskundige zich alleen op groepen zou moeten focussen; individuele preventie is minstens zo belangrijk. Wellicht is het collega Wiegersma eens aan te raden een dagje mee te lopen; wellicht wordt zijn beeld dan minder gekleurd, en hopelijk minder zuur dan zijn huidige betoog.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.