Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Phil Heiligers David Vergouw Ronald Batenburg
22 oktober 2014 6 minuten leestijd
opleiding

Beroepskeuze van studenten tegen het licht

Plaats een reactie

OPLEIDING

Onderzoek naar de specialisatievoorkeur van geneeskundestudenten


Het Nivel is van plan een langlopend onderzoek naar de specialisatiekeuze van geneeskundestudenten te doen: de Keuzemonitor Geneeskunde. Nu al blijkt dat er een gapend gat zit tussen de vervolgopleidingen die studenten kiezen en de vakken waar behoefte aan is.

Het zorglandschap is sterk in beweging. Het aantal opleidingsplaatsen in de medische vervolgopleidingen wordt ingeperkt, de arbeidsmarkt voor jonge medisch specialisten is krap1, de zorguitgaven moeten worden teruggedrongen en de zorgvraag verandert. Dat laatste komt doordat de bevolking vergrijst, het aantal chronisch zieken stijgt, patiënten vaker meerdere klachten tegelijk hebben en zorgconsumenten kritischer worden. Om in de toekomst adequate zorg te kunnen bieden moet het artsenaanbod op al deze veranderingen worden afgestemd. De beroepsvoorkeuren van geneeskundestudenten sluiten echter niet aan bij de arbeidsmarkt.

Voorkeuren

Om daar iets aan te kunnen doen ontwikkelde het Nivel, met financiering van de SBOH (werkgever van aiossen huisarts- en ouderengeneeskunde) en in samenwerking met alle Nederlandse medische faculteiten, de Keuzemonitor Geneeskunde. In september 2013 begon dat met een eerste korte enquête die door bijna 40 procent (n=7543) van de Nederlandse geneeskundestudenten werd ingevuld. Ze gaven informatie over hun eerste en tweede specialisatievoorkeur, de redenen voor deze voorkeur, hun bekendheid met het specialisme van voorkeur en hoe zeker deze voorkeur is. De respondenten vormen een afspiegeling van de totale studentenpopulatie. Het is voor het eerst in Nederland dat er op deze schaal een landelijke peiling rond dit thema is uitgevoerd.

De inleidende enquête is een nulmeting om studenten te werven voor het panel. 52,4 procent (n=3912) van de respondenten had geen bezwaar om als panellid opnieuw benaderd te worden. Van deze groep konden 221 studenten niet opnieuw benaderd worden vanwege ontbrekende of incorrecte contactgegevens.

Uit de enquête blijkt dat vrijwel alle studenten (98%) van plan zijn te specialiseren. Slechts een klein deel (3,6%) van de eerstejaars heeft nog geen specialisatievoorkeur en onder de zesdejaars heeft slechts een enkeling (n=3) nog geen idee.

De specialismen waarvoor volgens het Capaciteitsorgaan de benodigde instroom achterblijft, zoals ouderengeneeskunde en arbeid en gezondheid, worden weinig als eerste voorkeur genoemd. Ook het (nieuwe) specialisme ziekenhuisarts, nucleaire geneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten, medische micro-biologie en klinische genetica behoren tot de minder populaire vervolgopleidingen. Het populairste specialisme is huisartsgeneeskunde gevolgd door kindergeneeskunde, interne geneeskunde en heelkunde. Hiermee zijn onze resultaten in overeenstemming met eerdere inventarisaties van de specialismevoorkeur.

Populair

Bachelor- en masterstudenten hebben verschillende specialisatievoorkeuren. Hebben bachelors vooral interesse voor kindergeneeskunde, onder masterstudenten is huisartsgeneeskunde populair. Dit verschil zie je vooral onder vrouwen. Onder mannen – zowel bachelors als masters – zijn heelkunde en interne geneeskunde veel genoemde eerste voorkeuren. Al blijkt huisartsgeneeskunde ook onder mannen populairder in de masterfase dan in de bachelorfase.

Als we de specialisatievoorkeur van zesdejaarsstudenten vergelijken met het aantal beschikbare opleidingsplaatsen krijgen we een duidelijker beeld van hoe de interesse onder studenten zich verhoudt tot de arbeidsmarkt (zie tabel op blz. 2110).2 Hiervoor extrapoleren we de waargenomen interesse onder zesdejaars naar de totale populatie van zesdejaars (we nemen aan dat de steekproef representatief is). Bij 17 specialisaties is de interesse onder zesdejaars aanmerkelijk groter dan het aanbod aan opleidingsplaatsen.

Neurochirurgie, waarvoor de interesse bijna een factor tien groter is dan het aantal opleidingsplaatsen, spant de kroon. Voor vervolgopleidingen zoals ouderengeneeskunde, arts maatschappij en gezondheid of arts voor verstandelijk gehandicapten is de situatie juist omgekeerd. Voor die specialisaties bedraagt de interesse slechts een derde tot een zesde van het aantal opleidingsplaatsen dat is berekend om aan de behoefte te voldoen.

Switchen

Dat de specialisatievoorkeur van studenten tijdens de studie aan verandering onderhevig is, blijkt uit het feit dat veel studenten aangeven in de laatste twaalf maanden van specialisatievoorkeur te zijn veranderd. Bijna een derde van de eerstejaars (27%) tot 50 procent van de masterstudenten geeft aan geswitcht te zijn van voorkeur. Naar mogelijke redenen voor deze wijzigingen is in deze eerste inventariserende enquête nog niet gevraagd. Om te lage instroom in bepaalde vervolgopleidingen en tekorten aan medisch specialisten te voorkomen, is inzicht nodig in de beroepsvoorkeuren en specialisatiekeuzen van medisch studenten. Hoe komt een student tot een beroepskeuze, welke factoren beïnvloeden het keuzeproces en wat zijn keuzebepalende momenten in de opleiding? Die kennis kan in de loopbaanbegeleiding worden gebruikt om studenten eerder tot een stabiele specialisatievoorkeur te laten komen.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de specialisatievoorkeuren verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke studenten, tussen studenten met en zonder partner of kinderen, en tussen bachelor- en masterstudenten.3 Daarnaast zijn er allerlei factoren die van invloed kunnen zijn op de specialisatievoorkeur en beroepskeuze.4-6 Deze kennis is echter uitsluitend afkomstig uit cross-sectioneel onderzoek. Of er causale relaties zijn tussen de factoren die van invloed zijn op de specialisatievoorkeur en de uiteindelijke beroepskeuze, is onduidelijk. Een longitudinaal onderzoek naar de beroepsvoorkeuren en specialisatiekeuzen van geneeskundestudenten is daarom wenselijk.

Met de Keuzemonitor Geneeskunde, een longitudinaal panelonderzoek, wil het Nivel de motivatie en keuzes van aankomende artsen voor hun opleiding en toekomstige beroepsuitoefening in beeld brengen.

Het doel is om de komende 6 jaar te monitoren hoe zij hun loopbanen in de geneeskunde voor zich zien en welke factoren daarop van invloed zijn. Belangrijke vragen in dit onderzoek zijn:

1. Welke opleidingskeuzes maken studenten geneeskunde en basisartsen in de loop van hun opleidingstraject en hoe veranderen deze?

2. Hoe worden studenten geneeskunde tijdens hun basisopleiding gevormd
tot leden van de medische professie?

3. Welke factoren spelen een rol in de verandering van loopbaanvoorkeuren en keuzepatronen van studenten geneeskunde?

Dat zal in vervolgpeilingen van de
Keuzemonitor Geneeskunde worden gedaan, in vervolgenquêtes onder alle
panelleden, en door de tijd. Om zodoende de factoren die de specialisatievoorkeur en keuze aan het licht te brengen en belangrijke keuzebepalende momenten in de opleiding te identificeren. Welke redenen op welk moment in de opleiding welke rol spelen en hoe stabiel de voorkeuren en het keuzegedrag van studenten zijn, zal in de komende jaren uit de Keuzemonitor Geneeskunde gaan blijken.


David Vergouw, onderzoeker Beroepen in de gezondheidszorg, Nivel

Phil Heiligers, onderzoeker Beroepen in de gezondheidszorg, Nivel

Ronald Batenburg, programmaleider Beroepen in de gezondheidszorg, Nivel

contact:

d.vergouw@nivel.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld



Dit onderzoek is uitgevoerd onder begeleiding van de volgende personen:

Dhr. H Schmidt  (SBOH)
Dhr. Prof.dr. AJJA Scherpbier  (Maastricht University)
Dhr. Dr. FCJ Stevens  (Maastricht University)
Dhr. VAJ Slenter  (Capaciteitsorgaan)
Dhr. Prof.dr. ThJ ten Cate  (UMCU)
Dhr. Dr. AJ de Beaufort  (LUMC)
Mw. Prof.dr J Cohen-Schotanus  (UMCG)
Mw. Prof.dr. G Croiset (VUmc)
Dhr. Dr. MBM Soethout  (VUmc)
Mw. Dr. M de rond  (KNMG)
Mw. Drs. G Holweg  (VWS)
Mw. T Ruygt  (BKV-groep)
Dhr. H Boersma (Studentenplatform KNMG)
Mw. M Kremers (AIOS-vertegenwoordiger)





Download dit artikel (PDF)



Lees ook:


Referenties:

  1. De Kwant L. Arbeidsmarkt trekt iets aan. Medisch Contact 2014; 31-32: 1502-3.
  2. Capaciteitsorgaan, 2013. Capaciteitsplan 2013. Verkregen op 7 april, 2014
  3. Heiligers PJM. Gender differences in medical students’ motives and career choice. BMC Medical Education 2012; 12: 82.
  4. Bland CJ, Meurer LN, Maldonado G. Determinants of primary care specialty choice: a non-statistical meta-analysis of the literature. Acad Med. 1995; 70 (7): 620-41.
  5. Soethout MBM, ten Cate ThJ, van der Wal G. Factors Associated with the Nature, Timing and Stability of the Specialty Career Choices of Recently Graduated Doctors in European Countries, a Literature Review. Med Educ Online 2004; 9: 24
  6. Soethout MBM, van der Wal G, ten Cate ThJ. Carrièrewensen en beroepskeuze van recent afgestudeerde artsen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007; 151: 2118-23.

Beeld: Hollandse Hoogte
Beeld: Hollandse Hoogte
De spreiding van het aantal opleidingsplaatsen hangt samen met het instroomadvies van het Capaciteitsorgaan. *de relatieve overeenstemming met de geëxtrapoleerde voorkeur.
De spreiding van het aantal opleidingsplaatsen hangt samen met het instroomadvies van het Capaciteitsorgaan. *de relatieve overeenstemming met de geëxtrapoleerde voorkeur.
werk opleiding werk en inkomen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.