Inloggen
Laatste nieuws
Annemerle Beerthuizen Benno Bonke
5 minuten leestijd
opleiding

Arts willen worden is niet genoeg

Ernstige functiebeperking kan studie onmogelijk maken

12 reacties
getty images
getty images

Met een fysieke of psychische functiebeperking kan het uitoefenen van het artsenvak lastig of zelfs onmogelijk worden. Het is goed om al in de toelatingsprocedure voor de geneeskundestudie na te gaan of iemand ‘fit to practise’ is.

Simone start met de opleiding geneeskunde. De bachelorfase doorloopt zij zonder veel problemen, hoewel het haar opvalt dat er soms wordt gelachen als ze in de studiegroep iets zegt. Vaak snapt ze niet waarom. Tijdens haar coschappen krijgt ze herhaaldelijk en steeds nadrukkelijker als feedback dat ze meer contact moet maken tijdens de anamnese en dat ze te veel een lijst met vragen afwerkt. Als vervolgens een familielid van een patiënt een klacht tegen haar indient vanwege gebrek aan communicatie, is de maat vol. Ze zoekt professionele hulp. Het wordt duidelijk dat ze veel moeite heeft met dagelijkse sociale contacten. Het aspergersyndroom wordt vastgesteld en dat blijkt voor haar niet verenigbaar met de uitoefening van het artsenberoep.1

Studenten met een ernstige functiebeperking hebben op grond van de Algemene wet gelijke behandeling evenveel recht op studeren als anderen. De universiteit moet ervoor zorgen, voor zover haalbaar, dat iemand de studie kan volgen. Naast dit recht moeten wij ons echter afvragen wat de gevolgen zijn van het opleiden van artsen die door een ernstige functiebeperking niet of niet volledig in staat zijn een adequaat arts-patiëntconsult te voeren of bepaalde medische handelingen te verrichten.

Voorbeelden van beperkingen die een adequate beroepsuitoefening als arts in de weg kunnen staan, zijn: een zintuiglijke beperking, c.q. blindheid of doofheid, gemis van een hand of arm, rolstoelafhankelijkheid en een autismespectrumstoornis. We kunnen niet alle beperkingen afzonderlijk behandelen. Bovendien doet dat geen recht aan het maatwerk waarvoor wij pleiten. Daarom hebben wij ervoor gekozen lichamelijke en geestelijke beperkingen samen te nemen.

Kritische zelfreflectie

Iemand met een sterke motivatie om arts te worden is echter niet automatisch in staat tot kritische zelfreflectie. Dit geldt met name bij ernstige mentale beperkingen zoals schizofrenie of bipolaire stoornissen waarbij ook de realiteitszin beperkt of afwezig is. Studenten met een functiebeperking die wel in staat zijn tot zelfreflectie en inzicht hebben in hun beperkingen, kunnen in beginsel tot de opleiding worden toegelaten.

Doen de opleiders voldoende aan verwachtingsmanagement?

Studenten dienen openheid van zaken te geven over eventuele functiebeperkingen. Doen zij dit niet en komt een eerder aanwezige beperking later alsnog aan het licht, dan kan een zogeheten iudicium abeundi aangewezen zijn op grond van vergaand onprofessioneel gedrag.2 Indien een functiebeperking ontstaat of manifest wordt tijdens de opleiding, dan moet de opleiding er alles aan doen om de student te laten afstuderen binnen de wettelijke grenzen (raamplan) en binnen de mogelijkheden, maar niet ten koste van alles: bij blijvende blindheid zal iemand met de opleiding moeten stoppen.3 Per geval moet worden bekeken wat wenselijk en mogelijk is.

Verder moet een student geneeskunde in staat zijn, met eventuele hulpmiddelen, de basale verrichtingen uit te voeren die horen bij het vak. Vaak zijn beperkingen te beïnvloeden of te compenseren. Door technische vooruitgang kunnen artsen met een fysieke functiebeperking hun vak in veel gevallen goed uitoefenen, bijvoorbeeld door een robothand bij verlies van handfunctie. Verder blijkt uit onderzoek dat artsen observeren en communiceren belangrijker vinden dan motorische vaardigheden.3 4

Studenten met een functiebeperking moeten bereid zijn zo nodig een aangepast programma te doorlopen met aangepaste einddoelen en vervolgmogelijkheden. Wij pleiten voor een op maat gemaakt raamplan voor studenten met een functiebeperking. Zij hoeven bijvoorbeeld de praktische toetsen van bepaalde coschappen niet te behalen, maar krijgen dan evenmin toegang tot de betreffende opleidingen. Het is wél belangrijk dat een coassistent die bijvoorbeeld door een fysieke beperking geen chirurg kan worden, wel op de ok meeloopt om daar ervaring en kennis op te doen.

Passend werk

Als studenten een ernstige functiebeperking hebben die niet verenigbaar wordt geacht met het beroep van arts, dan moeten ze worden ontmoedigd, hoezeer dit ook tegen hun wensen ingaat. Zij moeten tegen zichzelf in bescherming worden genomen om te voorkomen dat zij een irreëel beroepsperspectief nastreven. Maar doen de opleiders voldoende aan verwachtingsmanagement? Met andere woorden, hebben studenten met een functiebeperking reële verwachtingen van hun mogelijkheden? We kennen hierover geen literatuur. Mogelijk kan begeleiding door artsen met een functiebeperking – bijvoorbeeld vanuit een landelijk kenniscentrum – van waarde zijn, zodat studenten met een functiebeperking kunnen worden begeleid naar een passende werksituatie.4 5

Naast ontmoediging is het hanteren van bepaalde selectiecriteria aan de poort ook een manier om studenten tegen te houden van wie verwacht wordt dat zij het beroep van arts niet adequaat zullen kunnen uitoefenen. Studenten geneeskunde worden voor alle opleidingen in Nederland inmiddels decentraal geselecteerd, maar de vraag is of de gehanteerde selectiecriteria volstaan bij functiebeperkingen. In het Verenigd Koninkrijk worden artsen getoetst op ‘fitness to practise’.5 Met andere woorden: heeft iemand de vaardigheden, kennis en persoonlijke eigenschappen om het artsenberoep veilig en effectief te kunnen uitvoeren? Opleidingen kunnen bij potentiële studenten (met en zonder functiebeperking) nagaan of zij in beginsel ‘fit to practise’ zijn of kunnen worden. De kans dat men artsen opleidt die vanwege hun functiebeperking het artsenberoep niet of niet adequaat kunnen uitvoeren kan hiermee mogelijk worden verkleind, maar het is een uitdaging om adequate selectiecriteria vast te stellen. De verantwoordelijkheid voor een inschatting van ‘fitness to practise’ ligt bij de opleidingen maar ook bij de student zelf.

Onze conclusie: functiebeperkte studenten moeten in beginsel worden toegelaten tot de opleiding geneeskunde, mits zij ‘fit to practise’ zijn. Studenten met beperkingen die evident niet verenigbaar zijn met de uitoefening van het artsenberoep zullen moeten worden tegengehouden of, als zo’n functiebeperking tijdens de opleiding ontstaat, de opleiding moeten staken. Voor de individuele student en voor de maatschappij is het wenselijk dat wordt nagedacht over toelatingscriteria bij decentrale selectie en over het zorgen voor reële verwachtingen, in het bijzonder bij studenten met een ernstige functiebeperking.

auteurs

dr. Annemerle Beerthuizen, senior onderzoeker, sectie Medische Psychologie & Psychotherapie, Erasmus MC, Rotterdam

dr. Benno Bonke, voormalig universitair hoofddocent sectie Medische Psychologie & Psychotherapie, Erasmus MC, Rotterdam

contact

a.beerthuizen@erasmusmc.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door auteurs

lees ook

Voetnoten

1. Fictieve (maar wel op realiteit gebaseerde) casus. Naam gefingeerd.

2. Binnen de zogenoemde Wet Versterking Besturing (zie art. 7.42a WHW) is de mogelijkheid geschapen onder bepaalde voorwaarden de inschrijving van studenten (tussentijds) te beëindigen, dan wel een verzoek tot inschrijving (tussentijds) te weigeren. Dit iudicium abeundi (letterlijk: het oordeel (besluit) dat men bij een opleiding moet vertrekken) kan door het instellingsbestuur worden uitgevaardigd wegens gedrag of uitlatingen die indiceren dat de betreffende student ongeschiktheid is voor de toekomstige beroepsbeoefening dan wel de praktische voorbereiding op die beroepsuitoefening.

3. Van Herwaarden CLA, Laan RFJM, Leunissen RRM (Ed.). Raamplan artsopleiding 2009. Utrecht NFU 2009.

4. Reichgott MJ. ‘Without Handicap’: issues of medical schools and physically disabled students. Acad Med 1996;71: 724-9.

5. Eickmeyer SM, Do KD, Kirschner KL, Curry RH. North American medical schools’ experience with and approaches to the needs of students with physical and sensory disabilities. Acad Med 2012; 87(5): 567-73.

6. http://www.gmc-uk.org/the_meaning_of_fitness_to_practise.pdf_25416562.pdf


download dit artikel (pdf)

opleiding
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.