Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Anneloes Rube
10 juni 2020 11 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Partijdige psycholoog tien jaar na dato berispt

Plaats een reactie

Niet alleen artsen hebben tuchtrecht. Volgens de website tuchtrecht.overheid.nl werd in mei over elf zorgprofessionals, maar ook 69 advocaten, drie notarissen, negen diergeneeskundigen, twee accountants en één deurwaarder een disciplinair oordeel geveld. De procedures verschillen, maar opvallend onderscheid is de houdbaarheidstermijn van een klacht: tien jaar na de betwiste handeling van een zorgverlener of accountant vervalt die mogelijkheid.

Bij advocaten, notarissen en deurwaarders is dit gekoppeld aan het moment dat hun cliënt kennisnam van hun handelen. Zij kunnen pas drie jaar daarna opgelucht ademhalen. In theorie kan dit dus nog later zijn dan na tien jaar. Schrale troost voor deze gz-psycholoog, die op verwijzing van de ggz relatietherapie gaf aan klaagster en haar inmiddels ex-echtgenoot. Precies tien jaar geleden loopt dat spaak. 

Aan het einde van een sessie komen afspraken niet van de grond. De psycholoog merkt op dat als klaagster niet wil meewerken, ze net zo goed kan weggaan. Aldus geschiedt. De volgende dag mailt de psycholoog excuses voor haar fout om de vrouw weg te sturen in plaats van haar onwilligheid te onderzoeken. Op verzoek van de man stuurt ze een therapieverslag, waarin ze schrijft dat ze de complexiteit van de relatie onderschatte en dat de persoonlijkheidsstoornis van de vrouw samenwerken bemoeilijkt.

In de aanhef staan beide echtelieden genoemd, maar het bericht gaat alleen naar het mailadres van de echtgenoot. De psycholoog was op zijn hand, luidt negen jaar later de klacht in het kort. Het college geeft klaagster gelijk dat de psycholoog fout zat door informatie te delen zonder haar toestemming. Dat het stel destijds getrouwd was, doet daar niets aan af. Omdat ze daarbij zonder onderbouwing de persoonlijkheidsstoornis noemde en partijdige aantekeningen in het dossier maakte, volstaat een waarschuwing niet, aldus het college. En dat dit allemaal tien jaar geleden speelde? Dat verandert daar niets aan.


Auteurs

Eva Nyst, journalist

mr. Anneloes Rube, adviseur gezondheidsrecht


Download de ingekorte versie van dit artikel (PDF)


Regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg Amsterdam

Beslissing naar aanleiding van de op 9 juli 2019 binnengekomen klacht van:

A,  

wonende te B,

k l a a g s t e r,

gemachtigde: eerst C, thans mr. I.M.B. Kramer, advocaat te Amsterdam,

tegen

D,

gz-psycholoog,

werkzaam te E,

v e r w e e r s t e r,

gemachtigde: mr. C. Velink, advocaat te Amsterdam.

1. De procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift met de bijlagen;

- het verweerschrift met de bijlagen;

- de correspondentie met betrekking tot het vooronderzoek. 

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is op een openbare zitting behandeld.

Partijen waren aanwezig. Partijen zijn bijgestaan door hun voornoemde gemachtigden. Mrs. Kramer en Velink hebben beiden een toelichting gegeven aan de hand van een pleitnota die aan het college en de wederpartij is overgelegd.

2. De feiten

2.1 Klaagster en haar inmiddels ex-echtgenoot, de heer F, verder: de man, zijn op verwijzing van GGZ H en op eerdere verwijzing van de huisarts van de man in de periode maart 2010 – juli 2010 bij verweerster in relatietherapie geweest.  

2.2 In de verwijsbrief van de huisarts voor de man staat het volgende vermeld:

“Bovenstaande patient wordt verwezen vanwege relatietherapie, ivm spanning bij zorg gehandicapte zoon, zie verder journaal

Journaal:

verzoek verw relatietherapeut, spanning in de relatie en omgang met (geestelijk/lichamelijk) gehandicapte zoon van 3 jr. Veel energie verzorging gaat naar kind, echtgenote trekt veel zorg naar zich toe. Erover praten hoe zorg te verdelen/samen dingen te doen geeft snel ruzie. Wil graag kijken, hoe dit samen op een andere manier kan. Ega bij psychiater in behandeling (I) Acceptatie kind langzamerhand plekje, wrijft nog wel, soms helpt afstand nemen”

2.3 Uit het cliëntdossier blijkt dat de relatietherapie op 18 maart 2010 is gestart. Het laatste consult was op 6 juli 2010. Er hebben in deze periode 8 dubbelconsulten plaatsgevonden en 5 individuele gesprekken. In het cliëntdossier staat over het laatste consult het volgende vermeld:

“06-07-10 Individueel eerstelijns psychologisch consult (het college begrijpt: dubbel consult)

We bespreken de vakantie. J geeft aan dat ze door gebrek aan slaap weinig flexibiliteit heeft, snel geïrriteerd is. Zij ziet het meer in dingen apart doen en bijslapen. Verlangt naar, wat slapen in een tent in de bergen om batterij weer op te laden (Ik zie 2 mensen met enorm slaapgebrek en geen medicatie, wat ik wel aanraad).

M. wil graag samen wandelen. Ergens zijn waarbij je weer het gevoel hebt samen te zijn, weer verbinding te maken. J. ervaart dat als een buitensluiten van A. M. wil juist vanuit het samen zijn een wandeling maken. Maar waar moeten we dan over praten, zegt J. Nergens over, gewoon wandelen. Omdat het aan het einde van de sessie is vraag ik J. of ze nu wil meewerken of niet. Als ze dat niet wil dan heeft het geen zin en kan ze net zo goed weggaan. Dat doet ze ook. Ze loopt naar buiten. Hiermee eindigt uiteindelijk de therapie.

2.4 Verweerster heeft bij e-mail van 7 juli 2010 onder meer het volgende geschreven aan klaagster en de man:

“Dear J and M

I’m so sorry about the way I have handled the session yesterday. I have definitely made a mistake by sending you away instead of asking what the anger was about.

(…)

Today N from F called me. Now I understand much better why you felt frustrated yesterday. N told me that you were annoyed and felt frustrated about the way I handled the sessions, which made you feel unseen. So I understand better your anger of yesterday. I say this in general terms. I experienced your behavior yesterday, J, as acting out and wanted you to stop it before the session would end in dissatisfaction. I do appreciate that you wanted to talk me outside. Also I appreciate the way you, M, showed your concern for J. My proposal is to make another appointment (20th of july) of approximately one hour to have a better closure for all of us and to see what the next step would be. I mentioned to M the possibility of continuing the couple therapy in O in P. ( e-mail ), because they are better equipped for long term therapy. I hope I’ve made myself clear and that you agree wth my proposal and that you are well.”

2.5 Klaagster heeft vervolgens de therapie beëindigd.

2.6 Bij schrijven van 3 augustus 2010 rapporteert verweerster aan de huisarts van de man over het verloop van de relatietherapie.

2.7 Op verzoek van de man heeft verweerster een verslag d.d. 13 augustus 2010 opgesteld en per e-mail aan hem gestuurd. In de e-mail staat het volgende vermeld:

“Beste M,

Hoe gaat het met je? Ik hoop dat J nu goede begeleiding heeft.

Ik heb een verslag gemaakt in het Engels, voor beiden. Het is niet gebruikelijk zo’n verslag te maken maar gezien het verloop van deze therapie is het ook nuttig voor mij geweest dit te doen. Ik stuur het aan jou op als pdf, omdat het verzoek van jou is uitgegaan. Als je vragen hebt hoor ik het graag.”

2.8 In het verslag staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“For M J,

Hereby you receive my résumé, as I have perceived you as a couple in therapy with me.

General impression:

(…)

This is not a short résumé. I do realise that I have underestimated the complexity of this relationship. In my opinion J has a personality disorder which makes it hard to work as a team. She needs individual treatment to develop better coping strategies.

M cannot assert himself enough towards J to set limits to how things are delt with in the parental arena. The referral to our practice has not been adequate. O would have been a better option.

Before marriage counseling takes place there must be an agreement about willingness to invest in and continue the relationship.”

3. De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster:

  1. niet in staat is gebleken de meerzijdige partijdigheid voldoende te waarborgen ;
  2. klaagster in de sessie van 6 juli 2010 heeft weggestuurd in plaats van na te gaan waardoor de boosheid van klaagster is ontstaan;
  3. de complexiteit van de casus heeft onderschat en niet heeft onderkend dat haar expertise tekortschoot;
  4. zonder medeweten, laat staan toestemming, van klaagster en enkel op verzoek van de man een verslag van de therapie heeft opgesteld en dit alleen aan de man heeft gestuurd;
  5. geen onderzoek heeft gedaan naar de vraag of bij klaagster sprake was van een persoonlijkheidsstoornis, reden waarom zij zich had te onthouden van de daarop betrekking hebbende stelling in haar verslag.

Voor zover ter zitting de klacht is aangevuld met het verwijt dat ook het beroepsgeheim is geschonden, is dit gedaan in strijd met de goede procesorde en zal dit onderdeel niet worden beoordeeld.

4. Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5. De beoordeling

5.1 De vraag die beantwoord moet worden is of verweerster “binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening” is gebleven waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen toen in de beroepsgroep als norm was aanvaard. Kort gezegd moet de vraag worden beantwoord of verweerster voldoende zorgvuldig en deskundig heeft gehandeld. Het college is van oordeel dat dit niet het geval is en licht dit onderstaand toe.

5.2 Verweerster is in deze zaak opgetreden als BIG-geregistreerde gz-psycholoog. De beroepsorganisatie van psychologen, - het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) - kent gedragsregels die mede van toepassing zijn op de onderhavige situatie en die zijn neergelegd in de toentertijd geldende Beroepscode voor psychologen (2007), hierna: de Beroepscode.

Klachtonderdeel 1 en 2

5.3 Partijen zijn het erover eens dat het gesprek op 6 juli 2010 met het stellen van een ultimatum (kort gezegd: meewerken of vertrekken) aan klaagster door verweerster, niet goed is geëindigd. Het college is het hiermee eens. Zij is van oordeel dat verweerster hier onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en de meerzijdige partijdigheid uit het oog is verloren. Verweerster was bekend met het traumatische verleden van klaagster en met de complexe problematiek tussen de echtgenoten. Het gesprek op 6 juli 2010 is naar het oordeel van het college het sluitstuk van een proces waarbij de meerzijdige partijdigheid al eerder onvoldoende was gewaarborgd. Voor dit standpunt van klaagster, dat door verweerster wordt betwist, vindt het college onder meer steun in de volgende passage in het na afloop opgemaakte verslag: 

J is focused on detailed descriptions of the seriousness of the situation with M, in which she tends to present herself powerless and wishes him to be different than he is and takes action for a separation without negotiation.

M accepts his part in finding ways to create a better atmosphere.

(…)

In my perspective J projects too much past history on M.

(…)

I experienced her as sabotaging the work we had done in this session.

(…)”

Before marriage counseling takes place there must be an agreement about willingness to invest in and continue the relationship

en in het cliëntdossier:

(…)

Ze is heel boos. Volgens haar zegt M. dat het aan haar ligt, ze is niet bereid sorry te zeggen, als ze niet weet waarvoor ze sorry moet zeggen. Ze is wantrouwig naar hem.

(…)

Klachtonderdelen 1 en 2 zijn hiermee gegrond. Dit laat onverlet dat het college waardering heeft voor de poging van verweerster om direct na het gesprek op 6 juli 2010 de behandelrelatie met klaagster te herstellen.

Klachtonderdeel 3

5.4 Dit klachtonderdeel betreft het onderschatten van de complexiteit van de problemen tussen de echtgenoten. Verweerster noteert in het cliëntdossier bij het eerste gesprek dat klaagster is opgenomen geweest met een depressieve psychose. Verder staat in de verwijzing van de huisarts vermeld dat klaagster bij een psychiater in behandeling is. Deze gegevens zouden voor verweerster aanwijzingen moeten zijn geweest voor de grote complexiteit van de behandeling. Desalniettemin is verweerster, zonder de opgevraagde informatie van de behandelend psychiater af te wachten, begonnen met de behandeling (deze informatie is eerst door verweerster ontvangen na het vierde consult). Zij heeft ook geen deskundig advies of ondersteuning ingeroepen. Het college is van oordeel dat verweerster hiermee haar professionele beperkingen onvoldoende heeft onderkend en derhalve bij haar beroepsmatig handelen onvoldoende de grenzen van haar deskundigheid in acht heeft genomen. Klachtonderdeel 3 is hiermee gegrond.

Klachtonderdeel 4

5.5 Ten aanzien van het op 13 augustus 2010 aan het e-mailadres van de man gestuurde verslag overweegt het college als volgt. Verweerster heeft gesteld dat het verslag ook bedoeld was voor klaagster. Dit blijkt uit de begeleidende tekst. Het verslag is bovendien aan beiden gericht (For M and J) en in het Engels opgesteld. Verweerster was hiermee in de veronderstelling dat ook klaagster de beschikking over het verslag zou krijgen. Het college stelt echter vast dat verweerster zonder medeweten en toestemming van klaagster een verslag van de therapie heeft opgesteld en het verslag alleen aan de man heeft gestuurd. Het verslag is schriftelijk uitgebracht en bevat tot één of meer cliënten herleidbare bevindingen, beoordelingen of adviezen en kan dan ook als een rapportage in de zin van artikel  I.1.2.15 van de Beroepscode worden gekwalificeerd.

5.6 Het verslag in opdracht van de man is uitsluitend aan hem uitgebracht. De omstandigheid dat de man en klaagster toen nog gehuwd waren maakt niet dat zonder voorgaande expliciete en actuele afspraak met beide partijen op dit punt, het uitbrengen van het verslag aan de een ook heeft te gelden als het uitbrengen aan de ander. A rtikel III.3.3.16 Beroepscode is hier van toepassing. Ingevolge dit artikel beperkt de psycholoog zich bij het uitbrengen van rapportages bij het geven van oordelen en adviezen tot die aangaande de cliënt en geeft hij/zij geen oordelen of adviezen met betrekking tot een ander dan de cliënt. Indien het voor het doel van de rapportage noodzakelijk is over een ander dan de cliënt gegevens te verstrekken, is gerichte toestemming van betrokkene noodzakelijk. Deze toestemming ontbrak in dit geval. Van een goede reden om af te wijken van de Beroepscode is niet gebleken. Verweerster heeft voorts geen maatregelen getroffen om te voorkomen dat het verslag wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor dit is opgesteld. Zo is in de rapportage niet vermeld dat deze van vertrouwelijke aard is en dat de conclusies alleen betrekking hebben op de aan de rapportage ten grondslag liggende doel- of vraagstelling en niet zonder meer kunnen dienen voor de beantwoording van andere vragen. Ook is niet de het verslag vermeld na verloop van welke termijn de conclusies redelijkerwijs hun geldigheid verloren kunnen hebben (artikel III.1.4.2 Beroepscode).

Het verslag is, aldus klaagster, in diverse gerechtelijke procedures ingebracht en heeft niet tot haar voordeel geleid.

Klachtonderdeel 4 is eveneens gegrond.  

Klachtonderdeel 5

5.7 In het verslag heeft verweerster geschreven: “ In my opinion J has a personality disorder” . Het college vertaalt ‘personality disorder’ met ‘persoonlijkheidsstoornis’.

Verweerster heeft aangevoerd dat zorgvuldig en deskundig onderzoek de grondslag vormde om de persoonlijkheidsproblematiek te benoemen en dat het niet om een door haar gestelde diagnose gaat, maar is bedoeld om toe te lichten dat het moeilijk was om gezamenlijk aan het doel van de relatietherapie te werken. Het dossier geeft echter geen blijk van een persoonlijkheidsstoornis bij klaagster. Het is het college ook niet gebleken dat verweerster deze diagnose heeft onderbouwd in het verslag. Evenmin is gebleken dat verweerster zelf onderzoek heeft gedaan naar de vraag of bij klaagster sprake was van een persoonlijkheidsstoornis. Verweerster had zich hierom moeten onthouden van de daarop betrekking hebbende stelling in haar verslag. Ook klachtonderdeel 5 is gegrond.

5.8 De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. Verweerster heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg jegens klaagster had behoren te betrachten. Omdat verweerster op meerdere onderdelen en over de hele duur en afhandeling van de relatietherapie een serieus verwijt wordt gemaakt, volstaat het opleggen van de maatregel van een waarschuwing niet en wordt het opleggen van de maatregel van berisping passend geacht. Dat het handelen een kleine 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden maakt dit niet anders. Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal de beslissing zodra zij onherroepelijk is op na te melden wijze worden bekendgemaakt.

6. De beslissing

Het college:

- verklaart de klacht gegrond;

- legt op de maatregel van berisping

- bepaalt voorts dat de beslissing ingevolge artikel 71 van de Wet BIG

in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan de tijdschriften Medisch Contact en De Psycholoog ter bekendmaking zal worden aangeboden op het moment dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus beslist door:

mr. J. Recourt, voorzitter,

W.C.B. Hoenink, E.S.J. Roorda-de Man en B.R. Jedding, leden-GZ-psycholoog,

mr. E. Pans, lid-jurist,

bijgestaan door mr. S.S. van Gijn, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2020 door de voorzitter in aanwezigheid van de secretaris.

WG  secretaris                                                                                    WG  voorzitter

  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.