Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Blogs
Blog

Je favoriete verpleegkundige

4 reacties

Ik voel nog een keer. Volgens mij zit ik echt goed. Dit moet L4 zijn, dus als ik mijn naald daar net onder zet, moet ik goed zitten. Ik twijfel. Voel nog een keer. De eerste keer een ruggenprik doen zonder supervisor is retespannend. Ik heb het al minstens tien keer eerder gedaan zonder problemen, maar nu er echt niemand naast me staat, twijfel ik aan alles. Ik voel nog een keer, zeg wat geruststellende woorden tegen de patiënt. Dan vindt mijn blik die van Caroline.

getty
getty

Caroline is een van de meest ervaren verpleegkundigen hier, al een jaar of twintig. Altijd ziet ze er verzorgd uit, welke dienst ze ook heeft, de lijnen in haar gezicht zijn keurig weggewerkt, haar wimpers net iets aangezet en ze heeft strakke, donkere lijntjes rond haar ogen. De prachtige meid die ze vroeger was, is iets vervaagd, maar de sporen zie je nog duidelijk. Nu kijken haar groene ogen me geamuseerd aan vanachter haar bril. Een glimlach, een klein knikje van goedkeuring. Ik prik in één keer raak.

Als je net als oudste coassistent op zaal begint, is het heerlijk om een ervaren verpleegkundige bij je in de buurt te hebben. Ze maakt je leven een stuk makkelijker. Ze legt de nadruk op de juiste controles, stuurt je in de goede richting tijdens de grote visite en doet een goed woordje voor je bij je supervisor. Langzaam krijg je het idee dat als zij dienst heeft de andere verpleegkundigen ook opeens veel aardiger tegen je zijn. Niemand mag zomaar kritiek op je hebben zonder dat zij het ermee eens is. En als je dan een keer iets doms doet, dan spreekt ze je moederlijk toe, geeft ze je een schouderklopje en stuurt ze je met een glimlach weer op weg.

Maar je groeit. Na enkele weken ben je niet meer zo onder de indruk van een ijlende patiënt of een lekkende wond. De jaren aan studie en coschappen komen langzaam bovendrijven. De dynamiek met de verpleegkundigen verandert. Je leunt minder zwaar op ze en communiceert steeds vaker sturend in plaats van vragend. Bij de meeste verpleegkundigen verloopt deze overgang soepel, maar je voelt dat zij zich verzet. Voordat je iets kunt voorstellen tijdens de visite roept zij al wat er moet gebeuren en ze gaat ervan uit dat je dat ook blind volgt (‘Bel jij de supervisor om te zeggen dat de patiënt niet geopereerd kan worden, dan loop ik alvast naar de familie toe’). Die luide complimentjes lijken langzamerhand ook wat overdreven. Je probeert de irritatie die dit bij je oproept te negeren, je bent immers haar favoriete persoon op de afdeling. Het voelt veilig om haar als je beschermengel te hebben. Zolang je op één lijn zit gaat het goed, maar het is wachten tot jullie het een keer niet met elkaar eens zijn.

Dat is vandaag. Ze maakt zich zorgen over een patiënt die al dagen aanmoddert: de patiënt knapt niet echt op, maar wordt ook niet slechter. Vandaag heeft ze de patiënt overgenomen van een collega en is volledig in de stress geschoten. Het stoorde me al enorm dat ze de patiënt nuchter had gehouden en extra lijnen had ingebracht zonder dat ik daarom had gevraagd (‘Hij gaat vast voor ok zo, dus ik heb het alvast gedaan’). Ik heb de hele ochtend niks anders gedaan dan naast haar patiënt staan, terwijl zij opdreunde welke testen ik moest aanvragen en wat ik mijn supervisor moest vertellen. Maar sinds de scan van gisteren is er eigenlijk niets veranderd en ik heb nog meer dingen te doen, dus uiteindelijk lukt het me om Caroline af te schudden. Eindelijk even rustig achter de computer; ik ben vandaag nog geen seconde met mijn andere tien patiënten bezig geweest. Plots vliegt de deur van de artsenkamer open.

‘Sebastiaan, ze moet echt NU een nieuwe CT-scan hebben, het gaat echt niet goed zo!’

We bespreken de controles. Die zijn ongewijzigd.

‘Is er verder iets veranderd sinds vanochtend?’ vraag ik.  

‘Nee, maar de familie maakt zich druk en ik voel gewoon…’

‘Dan is er geen reden om nu opeens te gaan rennen. Ik kom over een uur weer langs’, kap ik haar af. Haar felgroene ogen schieten van verbazing naar boosheid. Ik wil haar echt te vriend houden, maar ik moet nu standhouden. Als ik nu over me heen laat lopen, gaat ze me nooit serieus nemen. Uiteindelijk ben ik de verantwoordelijke, dus moet ik dit soort beslissingen nemen. Ik slik en staar terug, iets minder overtuigend dan ik zou willen. Ze blijft angstvallig stil. Ik heb eigenlijk liever dat ze tegen me schreeuwt. Maar het blijft stil en in de stilte voel ik onze relatie definitief veranderen. Ik zie hoe ik in haar ogen verander van leuke nieuwe co (háár leuke nieuwe co) naar een eigenwijze dokter, net als alle anderen. Twintig jaar jonger, maar de baas. Ze bijt op haar onderlip. Dan draait ze zich om en smijt de deur dicht. Ik zucht diep en heb plots een enorme behoefte aan koffie.

Daarna is het gedaan met de knipogen en kirrende complimentjes. Ik mag zelf uitzoeken welke antibiotica geschikt zijn en net zolang wachten als de rest op mijn controles. Pas na een paar weken begint ze weer een beetje te ontdooien. Zo gezellig als eerst wordt het niet meer. Stiekem mis ik haar aandacht wel, het idee dat iemand af en toe je hand vasthoudt en je aanmoedigt in dit grote kille ziekenhuis. Maar ook dat moet ik achter me laten. Vanaf nu ben ik echt de dokter en zij de verpleegkundige.

  • Sebastiaan

    Zijn oma denkt dat hij de wereld redt.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 


vacatures voor studenten

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.