Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Judith Poldervaart
18 december 2019 4 minuten leestijd
Praktijkperikel

De pillendokter

Plaats een reactie
Martine Hoving/HH
Martine Hoving/HH

Als huisarts in opleiding loop ik stage in een groot provinciaal verpleeghuis. Ik krijg vier psychogeriatrische woningen onder mijn hoede. Tijdens mijn eerste maand hier ben ik vooral bezig met beoordelingen van vallen en ontstekingen, en medicatiewijzigingen. Mijn vriend roept steevast bij thuiskomst: ‘En, was je vandaag weer de pillendokter?’ Een pammetje erbij of eraf, Haldol starten bij mogelijk beginnend delier (mogelijk niet bewezen effectief, lees ik in het Geneesmiddelenbulletin), of mirtazapine voor het slapen (niet bewezen effectief, lees ik wederom in het Geneesmiddelenbulletin).1 2 Maar mijn supervisor ziet soms wel effect, dus ‘laat toch maar zo’.

Na een maandje werken heb ik het wel zo’n beetje onder de knie, en ik weet niet of het aan mijn efficiëntie ligt (meegenomen vanuit de huisartsenpraktijk?) of dat het gewoon rustiger is, maar ik krijg de tijd om verder om me heen te kijken. Ik ga daarom meelopen met een belevingsconsulent. Deze functie ben ik meerdere malen tegengekomen tijdens de zogenaamde gedragsvisites, maar behalve wat teksten als ‘aromatherapie is ook al geprobeerd bij mevrouw G., maar zonder effect’, weet ik eigenlijk niet wat deze persoon te bieden heeft. En de arts-onderzoeker in mij roept: is het wel bewezen effectief?

Ik word uitgenodigd door belevingsconsulent Gerrit, die zichzelf muziektherapeut noemt (en eerlijk, ik denk gelijk: o nee, zo een!). We gaan in een van mijn eigen woningen met onder anderen mevrouw G. een uurtje muziek maken. Gerrit pakt zijn gitaar en map, hij is er duidelijk klaar voor deze mensen te laten rocken. Mevrouw S. zit aan de tafel de krant te lezen, zoals altijd totaal onverstoorbaar met haar norse blik, en heeft Gerrit (en mij) niet opgemerkt. Mevrouw R. zit in ‘haar’ stoel met een knuffel, en is druk bezig het pluche precies goed te aaien (vergevorderde dementie, alleen oogcontact te krijgen). Mijn mevrouw G. (als in: al een maand mijn probleem tijdens de gedragsvisites) zit ook aan tafel, kijkt achterdochtig rond wat er gaat gebeuren. Dat ze zit is eigenlijk al een unicum, want normaal gesproken gaat ze de hele dag in standje turbo door alle gangen, omdat ze geen rust heeft en naarmate de dag vordert steeds agressiever wordt. Daarbij kijkt ze je doodongelukkig aan en zegt: ‘Ik heb geen rust, hè?’ Of ze vraagt: ‘Staat er geen man achter die deur?’ (Antwoord: ‘Nee, er staat geen man achter die deur.’)Meneer T. (de enige man op zeven vrouwen, lucky bastard) is Spaans en verstaat geen Nederlands, maar wil zijn tijd best even aan muziek besteden (lees: heeft niets anders te doen).

Gerrit begint. Van een hoop liedjes heb ik nog nooit gehoord. Met zijn licht Groningse accent zingt hij bijvoorbeeld Een roosje, m’n roosje, My Bonnie is over the ocean (Gerrit: ‘Ik weet zeker dat jullie Engels kennen’; alle dames beginnen te sputteren: ‘Nee hoor, ik niet’, maar zodra hij inzet zingen ze allemaal mee), Het kleine café aan de haven (zelfs meneer T. zingt mee, het nummer blijkt ooit in het Spaans vertaald).

Wat hier gebeurt is bijzonder. Ik loop nu zo’n vijftien jaar in de geneeskunde rond, en zie hier iets gebeuren waar ik nog nooit college over heb gehad, en ook nooit met collega’s over heb gepraat.

Mevrouw S. (de krantlezer) legt na vijf minuten haar bril neer, en gaat na nog een paar minuten overstag bij Een roosje, m’n roosje. Ze maakt oogcontact, ze lacht, de norsheid is weg, en ze gaat steeds harder en vrolijker zingen.

Mevrouw R. (de knuffelaaier) zit naast mij, lijkt de hele sessie niets te merken van de muziek, maar pakt aan het eind mijn hand en wil meebewegen met het ritme. Ze antwoordt op mijn vraag of ze het mooi vindt met een duidelijk ‘ja’.

Ze dirigeert mee met haar armen en kijkt me glunderend aan

En dan mevrouw G. Ik probeer haar al een maand rustiger te krijgen, onder meer met gedragsadviezen van de psycholoog, meerdere malen per dag oxazepam, we hebben de clomipramine inmiddels tot de maximale dosering opgehoogd, de trazodon, de zolpidem, de temazepam; ze heeft het allemaal. Dan maar de Risperdal nog proberen?

Maar nu? Ze lacht, ze maakt grapjes (ze herhaalt kusgeluidjes van een liedje en kijkt guitig naar Gerrit), ze dirigeert continu mee met haar armen en kijkt me glunderend aan.

Alles wat nodig was, was blijkbaar de mens achter de dementie aanspreken. In dit geval met muziek, misschien even een uitlaatklep, misschien even troost bieden bij een verloren echtgenoot (bijna iedereen is hier weduwe/weduwnaar), misschien even voelen dat je je nog wél wat herinnert – die liedjes rollen er zonder moeite uit.

De menselijke maat. Het is zo simpel. Ik loop weg met tranen in mijn ogen. Ik wil niet alleen pillendokter zijn. Ik wil ook dit contact met mijn patiënten. Dit is waar ik het voor doe. Waar ben ik dat kwijtgeraakt?

De naam Gerrit is gefingeerd.
Praktijkperikel muziek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Perikel insturen

Heeft u iets meegemaakt wat u deed fronsen, foeteren of lachen? Deel het met uw collega's!

Stuur uw anekdote in

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.