Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sander Ritmeester
06 maart 2019 6 minuten leestijd
Praktijkperikel

Collega’s, denk aan de menselijke maat

Beschadigend geklungel rond het ziekbed van mijn moeder

22 reacties
Getty Images
Getty Images

Longkanker heeft ze. Mijn moeder, 69 jaar oud, heeft een gemetastaseerd grootcellig slecht gedifferentieerd adenocarcinoom van de long. Er zijn een paar momenten uit haar ziekbed die ik zou willen delen met u, als collega’s.

We hadden een afspraak op de polikliniek, een zogenaamde spoedplek aan het eind van het spreekuur. De afspraak met de longarts-oncoloog is om 15.30 uur. We rijden om 15.00 uur naar het ziekenhuis, zodat we mooi op tijd zijn voor de afspraak. Mijn vader was liever nog vroeger gegaan, maar mijn ervaring leert me dat (spoed)spreekuren altijd uitlopen: we zijn echt niet om 15.30 uur aan de beurt.

De polikliniek Longziekten is weggestopt in een naargeestige nis van het ziekenhuis. De ontvangst is niet erg hartelijk. Maar mijn moeder is vrolijk en houdt de moed erin. Niemand slaat acht op haar conditie. Wij weten dat ze nauwelijks een uur kan zitten en maken ons zorgen. Maar zij beseffen niet met welke diagnose ze er zit, dus neemt niemand de moeite om te kijken of ze het volhoudt of om de longarts even te waarschuwen. Al gauw is het 16.30 uur en zijn we verder op geen enkele wijze opgemerkt. Mijn vader geeft nog eens aan dat mijn moeder het niet zo lang volhoudt. Overigens staat de deur van de longarts al lange tijd open. Er is geen patiënt binnen en ik hoor hem telefoneren met zijn aiossen, aniossen en coassistenten. Hij heeft en neemt de tijd voor alles en iedereen, behalve mijn doodzieke moeder. Zij maant ons tot geduld. Onvoorstelbaar. Mijn vader spreekt het personeel van de polikliniek er nogmaals op aan en dan, na anderhalf uur wachten, zijn we eindelijk aan de beurt.

Geen oogcontact

We stappen de kamer van de longarts binnen en geven aan dat dit wel erg lang wachten is voor zo’n kwetsbare patiënt. Hij mummelt een excuus en begint het dossier te lezen. Zijn aandacht voor het lezen verraadt dat hij het dossier voor de allereerste keer ziet. Dat geeft mij een ongemakkelijk gevoel. Hij praat tegen mijn moeder en vader terwijl hij kijkt naar de scan op het scherm. Er is geen oogcontact en hij blijkt niet in staat om op een persoonlijke wijze te communiceren. Hij geeft geen enkele blijk van begrip voor de verdrietige situatie waarin we zitten, hij onderzoekt haar niet eens. Hij meet alleen een saturatie en geeft de uitslag van de tumormarkers. Hij zegt dat hij immunotherapie zou starten als het zijn moeder was.

Ik probeer aan te geven hoe kwetsbaar en zwak mijn moeder is en dat ik me zorgen maak over de kansen op succes van deze behandeling. Maar hij is een man van de statistiek. Zonder mijn moeder ook maar één seconde deugdelijk te onderzoeken en zonder serieus te reageren op mijn vragen over de echte kans op succes heeft hij zijn immunotherapie al aan mijn moeder verkocht. Ik denk: zie mijn moeder nou, zie haar nou, zie toch hoe ziek ze is! De kansen die hij haar toedicht, zijn volkomen hypothetisch. Ik realiseer me ook dat het onbegonnen werk is om mijn simpele klinische blik over te brengen aan deze statistisch geobsedeerde schermlezer. Hij luistert niet, niet naar mij en niet naar ons.

Zie mijn moeder nou, zie toch hoe ziek ze is!

Hondsberoerd

In het weekend wordt ze zieker en zwakker, ze eet eigenlijk helemaal niet meer en zit nauwelijks nog op. De waarnemend huisarts komt langs op maandag. Hij ziet haar voor het eerst, weet direct al dat ze niet terminaal is en komt met de ‘briljante’ suggestie om Ritalin te geven. De twijfel slaat toe bij mij. Zie ik het nou zo verkeerd, ze is terminaal, er zit niet genoeg reserve in haar lijf om Ritalin succesvol te laten zijn. Niettemin hoopt mijn vader op een paar betere dagen of weken en binnen die hoop omarmen ze zijn suggestie. Ze neemt de tabletten dapper in. Ze wordt er hondsberoerd van. Ze spuugt het weinige wat ze binnen kan houden van die dag allemaal uit en deze krankzinnige suggestie sterft een stille dood.

Een dag later krijgt ze een maagbloeding. Mijn vader belt mij eerst, ik rijd zoals ik nog nooit gereden heb. Mijn vader doet de deur open, ontreddering alom. Ik ben er ruim twintig minuten eerder dan de huisarts. Zijn praktijk is om de hoek van het huis van mijn ouders. Ik kwam uit Amsterdam, zo’n dertig minuten rijden. Onbegrijpelijk. We besluiten om haar niet meer in te sturen, ze blijft thuis. Nu lijkt de huisarts ineens wel te zien wat al weken duidelijk is. Ze is terminaal.

Palliatieve sedatie

Haar conditie gaat snel verder achteruit. Ze eet niet meer en drinkt enkele slokjes, we vragen de huisarts er weer bij de volgende dag. Ze is nu wel terminaal, vindt hij, en we spreken over palliatieve sedatie. De huisarts komt de volgende ochtend terug om haar door middel van een eerste injectie met morfine/Dormicum in slaap te brengen. Daarna zal een pomp worden aangesloten om de sedatie voor te zetten. Na de eerste injectie verdwijnt de huisarts met onduidelijke instructies voor ons. Wanneer de pomp en cassettes komen, is onduidelijk. We waken bij mijn moeder die direct in diepe slaap is. Drie uur na de eerste injectie zie ik haar wakker worden. De huisarts heeft niet gebeld hoe hij dit verder gaat aanpakken. En die verrekte pomp en cassettes zijn nog steeds niet gearriveerd. Niemand weet wanneer het klaar is.

Ik besluit dit niet af te wachten, ik heb genoeg van het beschadigende geklungel van mijn collega’s en stap in de rol die je als kind niet wil, namelijk die van dokter. Ik geef mijn moeder een nieuwe injectie met morfine en Dormicum. Ik zie dat het haar pijn doet, maar ze valt gelukkig snel weer in slaap. Ik weet dat deze medicatie na vier uur weer is uitgewerkt. Ik hoop maar dat de pomp en cassettes er dan eindelijk zullen zijn. Maar de apotheek geeft aan dat het nog wel even kan duren. Zij zorgen voor extra morfine en Dormicum, zodat ik die kan geven tot de pomp er is. Ik geef mijn moeder nog een tweede injectie. Dan komt de thuiszorg met de pomp en cassettes en nemen zij de zorg over. Een geweldige zuster van de thuiszorg verzorgt mijn moeder liefdevol. We houden de wacht en in de ochtend overlijdt ze.

We zitten verdrietig rond haar bed, ik heb al vastgesteld dat ze overleden is en samen met mijn broer en zwager wacht ik de dienstdoende huisarts af die haar komt schouwen. De huisarts en chauffeur komen samen de trap op, de slaapkamer in waar mijn moeder ligt. We zijn met zijn drieën. Het eerste en tevens het enige wat de dienstdoende collega weet uit te kramen is: ‘Nou, da’s wel heel erg vol hier.’ Geen condoleance, geen troostend woord, hij ziet ons verdriet niet. Ik schaam me voor mijn vakgenoot en moet even weg van het tafereel, overvallen door vragen over mijn eigen vak. Ik zie mijn collega’s, het onbedoeld kwetsende in wat zij doen rond een onherroepelijk stervende vrouw.

De thuiszorg was vergeleken met de artsen een verademing

Verbijstering

Ik schrijft dit ruim acht maanden na het overlijden van mijn moeder. Ik kijk erop terug met verbijstering en verwarring. Allereerst door wat ons overkomen is, maar vooral ook door het gestuntel van mijn collega’s. De verpleegkundige van de thuiszorg was vergeleken met de artsen een verademing. Wat ik hierboven schreef, is slechts een handvol van onze belevenissen.

Ik schreef dit op om mijzelf en hopelijk ook u eraan te herinneren dat geneeskunst ondanks alle geneeskunde nog altijd van het allergrootste belang is. Vergeet op tijd de statistiek, denk aan de menselijke maat. 

auteur

Sander Ritmeester, specialist ouderengeneeskunde en huisarts niet-praktiserend

contact

sander_ritmeester@hotmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

Download dit artikel

Heeft u ook een perikel? Stuur uw verhaal naar redactie@medischcontact.nl

Meer perikelen

levenseinde Praktijkperikel disfunctioneren kwaliteit terminale zorg menselijke maat
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Gert van Lieshout, arts, zonder n.p., Mill 18-03-2019 16:17

    "Alsnog van harte gecondoleerd met het op zo smartelijke wijze moeten doormaken van de laatste dagen van je moeder en haar overlijden. En wat een aanklacht tegen de door jou beschreven ‘collegae’.
    Arts worden is geen roeping meer, maar zoals nu vele collegae functioneren is droevig. Jij bent niet de eerste die op deze wijze lezers van MC moet laten voelen dat er links en rechts heel weinig kunst en ook kunde is en kennelijk vele andere zaken prevaleren boven waar we – in ieder geval in het verleden - arts voor geworden zijn.
    Mij heb je geraakt terwijl ik wegens mijn leeftijd niet meer als huisarts praktiseer, maar nog wel nascholingen geef. Hopelijk raak je ook andere collegae en denken er een paar wat meer aan de menselijke kant van hun patiënten."

  • Elianne van Veelen, zelfstandig bedrijfsarts, Hoogland 17-03-2019 22:11

    "Wat een drama! De zorg is verworden tot robothandelingen door alle statistieken, protocollen en voorschriften. Het gaat totaal voorbij aan de meerwaarde van de arts: vanuit de menselijke maat al die kennis toepassen. Het lijkt erop dat teveel artsen dit vergeten zijn.

    Ook ik heb helaas geen beste ervaring. De huisarts van mijn schoonvader liet het compleet afweten toen schoonvader besloot dat hij niet verder behandeld wilde worden toen hij metastasen bleek te hebben Hij werd depressief en voor mijn schoonmoeder totaal onhandelbaar. De huisarts kwam niet en uiteindelijk stapte ook ik uit arren moede ook in de doktersrol door de huisarts te bellen voor collegiaal overleg. Denk maar niet dat ik hem te spreken kreeg, ik moest het met de assistente doen die wel bereid was een ander receptje met de huisarts te overleggen. Ondertussen was mijn schoonvader cachectisch en na een val op het toilet kregen we hem met heel veel moeite terug naar bed. De dienstdoende huisarts kwam en regelde een spoedopname in het hospice. Daar troffen we voor het éérst een betrokken arts, die oog had voor het leed van mijn schoonvader en van ons. Die ons uitlegde dat er waarschijnlijk hersenmetastasen waren gezien zijn gedrags- en stemmingsproblemen. Op dexamethason werd mijn schoonvader rustig en vier dagen later overleed hij in alle rust. Een goed afscheid was het, maar het blijft wringen: waarom was er niet eerder die menselijke aandacht? Waarom was er niet eerder gedacht aan hersenmeta's? Het had zóveel leed kunnen besparen.

    Collega, fijn dat je het opgeschreven hebt! Hopelijk helpt het als klein zetje de goede kant op: de menselijke maat terug in de zorg. Een ontregelde zorg die menselijker is."

  • Wico Mulder, Arts M&G / Jeugdarts Adolescenten, Gorssel 17-03-2019 14:06

    "Zeer herkenbaar. Verbazing ontstond toen mijn schoonvader met een CVA werd opgenomen. Nu links, 5 jaar eerder rechts en naar omstandigheden daarvan enigszins “hersteld”. Ditmaal zou hij niet overleven, was de verwachting en aan de zorg te merken. Deze was kwalitatief ondermaats. Communicatie van verpleging en artsen was summier en verliep wonderlijk. Ten gevolge van pijnlijke stuipen was zijn rechterarm bont en blauw. De verpleging had verzuimd om de “ergens” in het ziekenhuis aanwezige kussens over de bedrand te plaatsen. Onnodig letsel en leed. De neuroloog heb ik slechts eenmaal gezien; kil en koud was haar voorkomen, onhandig in het contact. Ze vroeg mijn schoonvader zijn pijn aan te wijzen. Wat? Hij kon nauwelijks praten en kon beide armen niet bewegen. Had ze zijn dossier gelezen? Na een week volgde overplaatsing naar het verpleeghuis. Ook hier rolde ik van de ene in de ander verbazing. Hiërarchie, bureaucratie en tijdgebrek maken het werk traag en niet gemakkelijk. Goed bedoelde gesprekken met een verpleegkundig specialist maar voor een degelijk zorgplan heeft mijn schoonvader recht op een specialist. Deze zie je pas na 2 weken, op aandringen en na een akkefietje. Het akkefietje was een open wond. De aanhoudende stuipen hadden een forse wond aan het scheenbeen veroorzaakt welke was afgeplakt met pleisters. De plakranden in de wond! Onhandig bij een patiënt met diabetes en adequaat verbandmateriaal was niet voorradig. Inmiddels waren bevriende huisartsen op de hoogte maar zij mogen niets betekenen voor patiënten waar ze jarenlang voor gezorgd hebben.

    Een verdrietige en intense periode. Ik hoop van harte dat onze beroepsgroep de passie voor het vak behoud waarbij aandacht voor de patiënt kan worden gevoeld, door uw medemens en zijn geliefde.
    Wico Mulder, Arts M&G / Jeugdarts Adolescenten
    "

  • Anemone van den Berg, Kinderarts MDL, Utrecht 11-03-2019 19:19

    "Dit verhaal is ons uit het hart gegrepen. Wij verloren onze 67-jarige moeder vorig jaar aan een gemetastaseerd niercelcarcinoom. Ze was 10 jaar ziek en is uiteindelijk gestorven tijdens een reanimatie in de CT-scan van een academisch ziekenhuis. De collega’s die de reanimatie moesten uitvoeren, hebben we gevraagd te stoppen, toen we zagen dat ze stervende was. We vragen ons nog vaak vertwijfeld af, hoe het zo ver heeft kunnen komen.
    Het was niet makkelijk om met onze moeder over haar levenseinde te spreken. Ze wilde niet dood en als voorzitter van de nierkankerpatiëntenvereniging was ze niet klaar met haar werk. De jarenlange respons op medicatie en haar sterke karakter maakten het extra lastig.
    De details besparen we u, maar haar laatste weken zijn dramatisch verlopen. Uiteindelijk is ze 4 dagen voor haar dood met spoed opgenomen vanwege een pneumonie. De opname is door ons toedoen tot stand gekomen, omdat de dienstdoende huisarts geen indicatie zag. Bij aankomst op de SEH had ze hoge koorts, forse zuurstofbehoefte en een delier.
    We hebben veel nagedacht over hetgeen er gebeurd is. Onze voorlopige conclusies zijn dat onze moeder inderdaad een sterke wil had, dat de huisarts al die jaren afwezig was en dat de behandelend oncoloog er kennelijk niet in geslaagd is om te spreken over de naderende dood. We hadden van beide professionals iets anders verwacht.
    Om inzicht te krijgen in de overwegingen van de dienstdoende huisarts, hebben we een klacht ingediend. Omdat het rapport n.a.v. deze klacht veel vragen oproept, hebben we bij haar eigen huisarts het medisch dossier opgevraagd. Hij moet na maanden nog steeds laten weten of wij het recht hebben het medisch dossier in te zien. De behandelend oncoloog heeft niets meer van zich laten horen. We zullen binnenkort zelf een afspraak maken voor een nagesprek. Dat zijn we onze moeder wel verplicht.

    Anemone van den Berg, kinderarts MDL, Utrecht
    Annelies van den Berg, anesthesioloog/fellow intensive care, Amsterdam"

  • pierre gijsbers, huisarts, nijmegen 11-03-2019 09:44

    "Goed en dapper om dit te delen met u collega's. Zoals waarschijnlijk velen heb ook ik helaas als familie-van mogen ervaren hoe het is om een familielid zinloze hoop te zien ontvangen en niet invoelend en met onbegrip bejegend te worden.
    Naast mogelijk een gebrek aan advanced care planning in deze casus lijkt het met name mis te gaan in de menselijke maat, zoals je titel goed aangeeft. Ik gun iedereen die in de zorg werkt of er mee in aanraking komt, los van werkdruk en statistieken alle bescheidenheid en compassie die we kunnen opbrengen. Dit kost nauwelijks extra tijd, alleen uw aandacht en levert zoveel op. Er zijn ook veel collega's die dit wel begrijpen gelukkig. Laten we elkaar hier op blijven aanspreken en elkaar blijven inspireren, want juist bij een gebrek eraan is het voor een patiënt of de familie heel moeilijk om dit duidelijk te maken of om hier iets aan te veranderen. Het tuchtrecht is voor een falende werkattitude ook niet de oplossing. Dank collega, voor uw inbreng. "

 

Perikel insturen

Heeft u iets meegemaakt wat u deed fronsen, foeteren of lachen? Deel het met uw collega's!

Stuur uw anekdote in

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.