Inloggen
Praktijkperikelen
2 minuten leestijd
Praktijkperikel

Bijproduct

Plaats een reactie

Er wordt weleens gedacht dat iedere staaroperatie standaard is. Dat moet ik als oogarts wat nuanceren. Sommige mensen hebben nou eenmaal een suboptimale conditie of coöperatie. Ze zijn bijvoorbeeld slechthorend of claustrofobisch. Angstig, achterdochtig of autistisch. Kunnen de nek niet buigen, niet platliggen en niet makkelijk ademhalen. Kleine pupil, diepliggend oog, sterke knijpreflex, hoest, harde staar. Sommigen moeten noodzakelijkerwijs een zuurstofkastje meenemen, of een dochter, of een eigen kussentje.

Een enkele keer besluiten we daarom van tevoren en in goed overleg dat de operatie beter onder algehele narcose kan plaatsvinden, om de risico’s tijdens de ingreep te beperken. Maar dat percentage schat ik op 1 procent. Verreweg de meesten kunnen onder plaatselijke verdoving behandeld worden. Eventuele hobbels en uitdagingen gaan we met goede moed aan, vooral als ze zich enigszins verspreid presenteren. Er zijn echter ochtenden dat ze gebundeld lijken te zijn. Op zo’n ochtend zijn we nu aangekomen.

De eerste twee operaties waren al ruim voorzien van gecombineerde elementen uit bovenstaande opsommingen. Goed afgelopen, dat wel, maar niet fluitenderwijs voor patiënt, operateur, dochter en kussentje. Dan hoop je daarna even te kunnen herstellen tijdens een VHB (volgens-het-boekje). Met die kalmerende verwachting ging ik nummer drie ophalen in de voorbereidende ruimte. De man lag al klaar en lachte vriendelijk. Maar van onder zijn deken zag ik richting zijn schoot een slangetje lopen. Op die schoot werd met beide handen een pot vastgehouden, zo te zien al behoorlijk gevuld met een gele lichaamsvloeistof. Wat nóu weer, dacht ik. Wie heeft een urinekatheter ingebracht zonder het mij te zeggen? Dit had natuurlijk op een narcosesessie gepland moeten worden. Daar is meer tijd, meer ruimte, meer personeel.

Met een ingehouden zucht nam ik man en bed mee om de time-out te doen. Naam, geboortedatum en zijde klopten. Naar het urinewegprobleem durfde ik niet meer te vragen, we liepen immers al achter op schema. Wel vroeg ik: ‘Heeft u nog een vraag aan mij, voordat we beginnen?’ Plots duwde hij het Gele Gevaar in mijn gezicht en ik stapte naar achteren. ‘Dit is voor u dokter, zelf gemaakt!’ Ja wie anders, dacht ik. Blijkbaar was hij ook nog dementerend. Door de wilde armbeweging was het slangetje eraf gevallen. Nu zag ik dat die niet bij het urinaal hoorde, maar bij onze eigen apparatuur. Ik keek aandachtiger naar de doorzichtige pot zonder etiket. Het was geen doorsnee-urine. De substantie was dikker, viskeuzer. Dat mocht ook, want de goede man bleek imker te zijn. En ik was opgelucht. Blij. Als een bij op de hei in mei. ‘Lust jij?’ zei hij. En we lachten allebei.

Lees ook
Praktijkperikel
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Perikel insturen

Heeft u iets meegemaakt wat u deed fronsen, foeteren of lachen? Deel het met uw collega's!

Stuur uw anekdote in

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.