Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Lezersverhalen
Louise van Galen
24 april 2020 2 minuten leestijd
coronaperikel

Levenslessen

1 reactie

Het is nacht twee. Normaliter zou ik zeven nachtdiensten hebben, maar vanwege de (emotionele) werkdruk tijdens de coronachaos is er besloten dat we er nu maar vier hebben. Dat is fijn en geeft adem.

Het ziekenhuis is ondanks de ernst van het ziektebeeld toch een prettige plek om te zijn vanwege de verbroedering, het gevoel toch iets te kunnen doen, en het zien van collega’s. De afgelopen weken is er oneindig veel aandacht voor de intensivecarecapaciteit en de noodzaak tot beademen. Echter blijft een deel van de zorgketen onderbelicht. De meeste patiënten komen niet vanaf thuis direct op de intensive care terecht, daarvoor liggen ze op cohortafdelingen. Deze afdelingen worden bemand door verpleegkundigen en artsen die net als op de intensive care het grootste deel van hun dienst in volledig pak aangekleed zijn. Het zwaarste van het werken op deze afdelingen zijn de beslissingen die genomen moeten worden. Op deze plek wordt afgewogen of patiënten wel of niet naar de intensive care gaan. We schatten daar samen met patiënten in of ze daar een kans zouden maken, of dat we ze omwille van hun kwaliteit van leven toch beter kunnen ‘laten gaan’. Maar dat betekent impliciet ook de handdoek in de ring gooien, en daarvoor zijn we geen dokter geworden. Het uiteindelijke besluit om naar de intensive care te gaan wordt vaak snel genomen en er is dan ook geen tijd voor een gepast ‘afscheid’ met familie; de kans is groot dat ze hun geliefden nooit meer zullen spreken. Patiënten gaan door een tent via de voorkant alleen naar binnen en komen dan terecht op een plek waar ze zonder familie vaak angstig en erg ziek het virus moeten trotseren.

Op het moment verplegen we per afdeling zo’n dertig patiënten en het lijkt op de ‘bewezen’-coronazaal wel een mini-intensive care. Er liggen zeker vijf patiënten met al dagen 15 liter zuurstof, dat is alsof er continu een föhn in je mond blaast, en hierdoor is slapen slecht mogelijk. Tel daarbij op nog eens de hoge koorts en de misselijkheid. Ik ben nog nooit zo vaak gebeld over patiënten met 41 graden koorts en lage zuurstofwaardes, het went. Je alarmgrens wordt hoger. Gisternacht nam ik de dochter van een andere bewezen coronapatiënte op, haar moeder ging over de avond erg achteruit. Medisch gezien waren er voor deze patiënte geen opties meer behoudens zuurstof. Zij ging niet meer naar de intensive care. Maar hoe moet je op zo’n moment, als jonge dokter, kiezen of we ‘stoppen’? Er zijn weinig therapeutische opties en dat zet ons allen met de rug tegen de muur. Onze hersenen (die ook niet goed kunnen luchten) draaien overuren, en je werk niet mee naar huis nemen is onmogelijk.

Deze generatie dokters wordt in een aantal weken gevormd voor de rest van hun carrière. Ons uithoudingsvermogen en klinische blik worden op de proef gesteld. De gesprekken met patiënten over hun kwaliteit van leven en de daaropvolgende besluitvorming zullen ons altijd bijblijven en zijn een noodgedwongen les voor en over het leven. Laten we hopen dat het ooit weer ‘normaal’ wordt, en dat we blij worden van een ordinaire longontsteking.   

Louise van Galen, MD, PhD, arts in opleiding tot internist

Noordwest Ziekenhuisgroep Alkmaar

Meer coronaperikelen

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 25-04-2020 15:34

    "This is life (and death) on the low road. Not a fun road or a pleasant road to be on.

    But the most valuable lessons of life (and death) are learned on the low road, not on the high road.

    Although the low road ends some day, the lessons learned on it never will be forgotten. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.