Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Lezersverhalen
Fokje Russchen
21 maart 2012 2 minuten leestijd
Lezersverhaal

Een hoopgevend n=1-onderzoek

1 reactie
Thinkstock
Thinkstock

Kent u dat, een kruipruimte onder een huis? Niet een kelder waar je net, of net niet, rechtop kunt staan, nee een ruimte waar je alleen kunt kruipen of zitten met gebogen hoofd. En kent u de bewoners van deze kruipruimte? Ratten en muizen, maar vooral ook spinnen die er geboren worden en er sterven. Als ze gestorven zijn veranderen ze in witte silhouetten van wat ze ooit geweest zijn. Zo kunnen ze daar jaren hangen in hun, eveneens witte, spinnenwebben.

Joris kent deze ruimte heel goed. Hij brengt daar in vele nachtmerries angstige tijden door.  Toen Joris geboren werd had hij al twee zusjes. Zijn moeder vond zo’n jochie maar lastig. Hij huilde meer dan zijn zussen en werd wel eens driftig.

Als dat gebeurde zette moeder Joris in de kruipruimte en deed het luik dicht. Joris heeft pit, en werd steeds driftiger door deze behandeling. Hij wilde het niet pikken, maar hij was nog zo klein. Dat hij bang was zag niemand. Zijn zussen, die vonden het wel grappig, tenminste, ze lachten om wat Joris overkwam.

Joris is uit dit gezin gehaald en hoeft nooit meer in de kruipruimte. Maar toch voelt hij nog vaak de dreiging ernaartoe gesleept en door zijn zussen uitgelachen te worden. Alleen het zien van zijn pleegbroer kan hem dan redden uit de hem overspoelende angst en woede.

Joris heeft geen vertrouwen in volwassenen. Toen zijn hersenen er klaar voor waren om te vertrouwen, te hechten en lief te hebben gaf zijn omgeving hem niet de kans dit te oefenen. En nu, is het nu te laat? Joris krijgt liefde, respect, structuur en therapie, waaronder EMDR. Dat helpt hem, maar nog niet voldoende. We overwogen een antipsychoticum, maar gunden hem wat anders.

Joris krijgt nu elke ochtend een snufje oxytocine in een neusgat. Zijn pleegmoeder beschrijft de verandering zo: ‘Joris zit niet meer met een lege blik op de bank, hij kan trots op zichzelf zijn, knuffels echt ontvangen en echte knuffels geven, en hij kan spelen met vriendjes omdat ruzies nu uitgepraat kunnen worden.

Een enkelvoudig n=1 onderzoek, te klein om conclusies aan te verbinden, maar groot genoeg om hoopvol te zijn dat oxytocine kan helpen iets te verbeteren voor kinderen als Joris. De stap naar evidence-based medicine is groot.

Fokje Russchen, instellingsarts, Zeist
Lezersverhalen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • S. Ouchan, huisarts in opleiding 05-04-2012 02:00

    "Mooi stuk. En tegelijk heel interessant. Ik wist niet dat oxytocine mogelijk effect had bij dit soort kinderen (weliswaar in onderzoeksopzet)."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.