Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
jan hein van dierendonck
07 december 2011 2 minuten leestijd

Van arts tot revolutionair (Soen Jat-sen)

Plaats een reactie


Op 10 oktober jongstleden was het 100 jaar geleden dat in China de revolutie begon die tweeënhalve maand later het einde van het keizerrijk en het begin van de Republiek China zou betekenen. Sinds de oprichting van de volksrepubliek in 1949 herdenkt men dit slechts in Taiwan en wereldwijde Chinatowns. Toch kon Peking het ‘Eeuwfeest van de Revolutie’ niet helemaal negeren. President Hu hield een korte rede, onder een reusachtig portret van dr. Soen Jat-sen (ook wel Sun Yat-sen). Deze arts-revolutionair beijverde zich om de ‘doodzieke Gele Draak te genezen’, in lijn met Virchow’s stelling ‘die Politik ist weiter nichts als Medizin im Großen’.

Als zoon van een Zuid-Chinese keuterboer wordt hij in 1866 geboren als Soen Wen (Jat-sen is een latere bijnaam). Dertien jaar oud trekt hij naar Hawaï, waar zijn broer een winkel runt. Op een Anglicaans schooltje leert hij over christendom en democratie, tot verdriet van zijn broer. Die stuurt hem na drie jaar terug naar China. Soen volgt vervolgens onderwijs in Hongkong, waar hij zich ook laat dopen.

In 1886 schrijft hij zich in bij de op westerse leest geschoeide medische school in Kanton, om na een jaar verder te studeren aan het nieuwe College of Medicine for Chinese in Hongkong. Zijn politieke bevlogenheid brengt hem in contact met Chinese radicalen. In 1892 studeert hij af, trekt bij gebrek aan emplooi naar het Portugese Macau en bekwaamt zich in chirurgie. Een jaar later opent hij een Chinees-Westerse praktijk in Kanton.

In 1894 vangt Soen bot bij de onderkoning van Noord-China met zijn ideeën over politieke hervormingen. Hij zet een revolutionaire beweging op en reist de wereld af voor steun. Na negen mislukte pogingen brengen zijn opstandelingen op 10 oktober 1911 (Soen zit in de VS) een kettingreactie op gang en op 29 december aanvaart Soen te Nanking het presidentschap.

Noord-China blijft in handen van Mantsjoe-generaal Yuan, en Soen vlucht naar Japan als deze dictatoriale neigingen krijgt. Na Yuans dood in 1916 keert Soen terug. Geïmponeerd door de bolsjewistische revolutie reorganiseert hij zijn volkspartij (Kwomintang), stelt deze open voor communisten en aanvaardt sovjethulp. Begin 1925 reist hij naar Peking, waar hij plotseling overlijdt aan uitgezaaide leverkanker.

Jan Hein van Dierendonck, tekst en beeld

Meer bijdragen van de column Spraakmakers

Zie hoe deze column tot stand kwam:

<strong>Klik hier voor een PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties