Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Column

Orgaandonatie

Op je vraag of je geliefde is overleden, wil je niet horen: ‘Half – eigenlijk wel – ook een beetje niet’

1 reactie

Onlangs was ik te gast bij een bijeenkomst over orgaantransplantatie. Het ging om een kleine kring van geïnteresseerden die zich zorgen maakten over de nu naderende wet. Ik heb er geen diepe studie van gemaakt maar persoonlijk ben ik blij met de wet, ook al omdat je er vrij makkelijk onderuit kunt.

Er bestaan allerlei geruchten over orgaantransplantatie – de bekendste is wel dat je er naast dat nieuwe hart of die nieuwe nier gratis een stukje geest van de donor bij krijgt. Zo kun je van vegetariër een hamburgerfanaat worden, want de meeste organen komen van motorrijders (donor cycle).

Belangrijker en veel hardnekkiger is de angst dat ze beginnen je organen weg te halen terwijl je nog niet echt dood bent. Het engste verhaal gaat zo: ‘en net voordat ze wilden beginnen met het verwijderen van de organen zag haar moeder een traan in haar linkeroog, en toen, en toen …, en nu is ze moeder van vijf kinderen en hoogleraar innovatietrajectologie.’

Probleem is dat we met de toegenomen fysiologische kennis moeilijk kunnen vasthouden aan doodgaan als een ogenblikkelijke gebeurtenis. De ziel verlaat het lichaam, en basta. Want zo gaat het niet. Al in mijn eerste studiejaar bij het college cytologie kreeg ik te horen dat de flagellen op de mucosacellen in de grotere luchtwegen tot 24 uur na het overlijden bezig blijven om slijm naar boven te zwepen. Nee, ons lichaam is te zeer een enorme Titanic die heel geleidelijk kapseist voordat de wateren zich er definitief boven sluiten.

Maar als je naast een traumatisch sterfbed staat, dan wil je als antwoord op je vraag of je geliefde is overleden, niet te horen krijgen: ‘Half – eigenlijk wel – ook een beetje niet.’ Is ze nou dood of niet? Er is helaas, of gelukkig maar, een grijs gebied waarin het schip dan wel gekapseisd is, en niet meer te redden, maar het steekt nog duidelijk boven het water uit.

Om te ontkomen aan paradoxale kwalificaties als ‘nog niet helemaal dood’, is het hersendoodprotocol opgesteld. De Stichting Bezinning Orgaandonatie heeft bewerkstelligd dat de overheid bij donorwerving niet mag stellen dat het gaat om iets wat ‘na mijn overlijden’ relevant wordt, maar ‘na uitvoering van het hersendoodprotocol in het ziekenhuis’. Dat is een enorm verschil en het lijkt mij zinvol dat dat benadrukt wordt. Probleem is echter dat het hersendoodprotocol voor een leek eigenlijk niet te volgen is en dan moet je er maar op vertrouwen dat het toch goed zit. Ik vind het erg spijtig dat de wet van Pia Dijkstra het maar ternauwernood redde in de Tweede Kamer (75-74). Maar ik begrijp het wel. Mensen zijn angstig rond het doodsmoment. Het gaat uiteindelijk om de stilering van een afscheid voor eeuwig en voor velen past daar jammer genoeg geen dokter in die organen komt weghalen.

download deze column

print dit artikel
  • Bert Keizer

    Bert Keizer is specialist ouderengeneeskunde en filosoof. Recent maakte hij de overstap naar de Levenseindekliniek.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Wim van der Pol, ziekenhuisapotheker np, Delft 27-04-2017 21:45

    "Ook na het lezen van deze column van Bert Keizer, ben ik niet gerust op het invoeren van de nieuwe wet. Het probleem is dat er geen ervaringsdeskundigen zijn van orgaandonateurs, wel van de naasten van hen die gedoneerd hebben. Wat ik tot nu toe begrijp is, dat het begeleiden van het donatieproces in een kliniek een zeer ervaringsdeskundige zaak is, die met de nodige zorgvuldigheid uitgevoerd moet worden. Een toetsing achteraf van dit proces per geval zou zeker geen "luxe" zijn. Zekerheid geeft rust. Zoals de eeuwige rust."