Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Column

Een klein mensje

Plaats een reactie

Dubbelgevouwen in de badkamer, gekruld om de wc, verstopt onder het bed, de dood kom ik als lijkschouwer in haar vele verschijningsvormen tegen. Te water, in een weiland, in een trappenhuis, in een vliegtuig of op een olietanker; geen locatie te gek of we komen er om te schouwen.

En dan nog zien we maar een fractie van alle overlijdens. De meeste sterfgevallen worden, zoals afgesproken in Nederland, door de eigen huisarts of verpleeghuisarts geschouwd.

Ik geloof dat er een redelijke consensus bestaat dat wij, schouwartsen, louter mensen komen schouwen. Maar in de forensische praktijk heb ik geleerd dat de definitie mens, althans, de wettelijke, niet zo breed is als ik tevoren dacht. Zo werd ik eens met veel bombarie opgeroepen om een dode baby in het bos te komen schouwen. Het voltallige politieapparaat was in rep en roer vanwege deze lugubere melding. Maar het hele ‘circus’ werd net zo snel als het was aangekondigd, weer afgeblazen, toen het bleek te gaan om een foetus die de ‘magische’ 24-weken zwangerschapsgrens bij lange na niet had bereikt.

Zojuist heb ik een verloskundige die mij belde in verband met een doodgeboren kindje bij 20 weken moeten uitleggen dat mijn komst niet nodig is. ‘Sorry collega, volgens de wet betreft het hier geen lijk.’

Een kindje onder de 24 weken mag je – letterlijk – bij het grofvuil gooien, mits het geen tekenen van leven getoond heeft. Elke keer als ik met deze juridische constructie ‘leven’ word geconfronteerd, voelt het – eufemistisch uitgedrukt – ontzettend raar.

Wie dit mensje was, waar het ter wereld is gekomen, hoe het is komen te overlijden, is opeens niet relevant. Want voor de wetgever is dit kleine mensje geen persoon.

print dit artikel
  • Angela Carper

    Angela Carper is forensich arts en werkt bij de GGD in Amsterdam.  

Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
dit artikel delen