Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Column

De onfortuinlijke realiteit

Plaats een reactie

Een van de belangrijkste lessen van mijn opleider was ‘op je handen blijven zitten’. Ze bedoelde dat je als dokter moet verdragen dat je soms machteloos bent en niet altijd kan helpen. Onze hulpverlenersreflex springt automatisch op groen als we iemand uit de wachtkamer halen. We willen wat dóen en mensen beter maken.

Ik vroeg een voormalige hoogleraar ethiek en recht in de gezondheidszorg hoe hij onze taak als arts zou omschrijven. Op plechtige toon antwoordde hij: het is niet meer en niet minder dan het menselijk lijden voorkomen, bestrijden en als dat niet lukt, misschien een beetje verlichten. In de praktijk blijkt het niet zo eenvoudig om te accepteren dat bestrijden en verlichten ook kunnen falen.

Als ziekenhuispsychiater werd ik vaak geraadpleegd als een ‘moeilijke patiënt’ de afdeling op stelten zette en het behandelteam tot waanzin dreef. Ik herinner me een patiënte met een borderlinepersoonlijkheidsstoornis, die ernstig afhankelijk was van verdovende middelen en voor de zoveelste keer zwanger was geworden van haar ‘net-nieuwe’ vriend. Daarnaast bleek ze zwakbegaafd, was er sprake van een gedragsstoornis en was ze niet gemotiveerd om te stoppen met haar drugsgebruik. De consultvraag was paniekerig en urgent: ‘het gaat niet goed’, ‘er bestaan veel zorgen’ en ‘er moet nu iemand komen’. Het betrokken behandelteam kon niet verdragen dat het ongeboren kind zulke grote risico’s liep op afwijkingen en dat we desondanks eigenlijk niks konden betekenen. De enige optie om de ongeboren foetus daadwerkelijk te beschermen was dat we de patiënte de rest van haar zwangerschap zouden opsluiten en vastbinden en dat was uiteraard niet realistisch en bleek daarbij ook nog eens wederrechtelijk.

Een onmogelijke propositie dus, waarbij we met elkaar moesten verdragen dat we erbij stonden, ernaar keken en allemaal wisten dat het waarschijnlijk niet goed zou aflopen.

De heftige dynamiek voortkomend uit een niet erkend gevoel van machteloosheid en extra opgestuwd door de persoonlijkheidsproblematiek van de patiënt, kan een team tot op het bot splitsen in voor- en tegenstanders. ‘Er moet toch íets zijn wat we kunnen doen’ versus ‘ik snap überhaupt niet waarom we die vrouw ooit hebben opgenomen!’ Deze uitersten in beleving en reactie versterken de chaos en kunnen bijdragen aan een suboptimaal behandelbeleid.

Naast, uiteraard, alle interventies goed afwegen, is de enige optie dat je de onfortuinlijke realiteit schetst zoals zij is en het team de kans geeft om deze te leren verdragen.

Het is moeilijk om machteloosheid te ervaren

Machteloosheid maar ook woede is een emotie die we moeilijk vinden om te ervaren zonder handelingsperspectief. Patiënten die in hun jeugd ernstig getraumatiseerd zijn door hun ouders kunnen bijvoorbeeld veel woede ervaren waar ze geen kant mee op kunnen. Dan is het makkelijker om die woede weg te stoppen met alle gevolgen van dien, zoals onbegrepen lichamelijke klachten, angst of somberheid. ‘Ja maar ik kan toch geen baksteen bij mijn ouders door de ruit gooien omdat ik zo boos op ze ben?’ Nee inderdaad, liever niet. Maar het boze gevoel dat eraan ten grondslag ligt, mag wel degelijk bestaan. En dat besef kan toch een beetje verlichting bieden.


Meer van Esther van Fenema

  • Esther van Fenema

    Esther van Fenema is psychiater in het LUMC, is professioneel violiste en is interviewster bij online opinieplatform Café Weltschmerz. Ze is gepromoveerd op de toepassing van richtlijnen in de ggz.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.