Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Blogs & columns
Blog

Toen en nu

Twee per dag

1 reactie

‘Zeg Faas, hoeveel dossiers kan een verzekeringsarts per dag afhandelen?’ Er is toch zo’n gigantisch capaciteitstekort? Mijn gedachten dwalen af. Naar een van mijn beste vrienden. Hij is cardioloog in een bekend Amsterdams ziekenhuis. We kennen elkaar vanaf de middelbare school. We spreken twee keer in het jaar af en eten dan samen wat.

De cardioloog en de verzekeringsarts

Hij praat graag, ik luister. Veel over zijn werk. Over volgeplempte poli’s, tot in de vroege avond bezig met uitslagen en administratie, diensten die hem steeds meer opbreken. Hij heeft overduidelijk hart voor zijn patiënten. Ik mag steevast meegenieten van zijn casuïstiek over onzinnige vragen, onnodige verwijzingen en slechte oplossingen van collega’s. Die casussen gaan mij boven de kennispet.

Geregeld bekruipt me enige gêne. Stel je voor, hij vraagt iets over de inhoud van míjn werk, hoeveel patiënten ík zie. Maar dat gebeurt nooit. Ik laat dat maar zo. Wat is nou spectaculairder: een cardiologische kluif of een complexe WIA-beoordeling?

Dat was toen

Nu ik erover nadenk: hoe zit het eigenlijk met die aantallen? In de tachtiger jaren deed je makkelijk op één dag ’s ochtends drie nieuwe beoordelingen en ’s middags vier, vijf herzieningen. Je had je eigen bestand en zag je eigen mensen terug. Heel leuk, zo kon je nog een beetje een band opbouwen. En leerzaam: je kreeg feedback op je prognostiek. De rapporten en conclusies waren van een aandoenlijke eenvoud. Ik chargeer. Bij een nekprobleem: neksparend werk, rugproblemen: rugsparend werk, knieprobleem: kniesparend werk, enzovoort. Bij psychische kwesties: stressarm werk. Wat was het leven simpel. Het was in 1990 dat Ruud Lubbers bij het aantal van 900 duizend arbeidsongeschikten uitriep: ‘Nederland is ziek.’ Het ging allemaal iets té gemakkelijk.

Dit is nu   

Hoeveel tijd vraagt een state-of-the-art eerste beoordeling? Dat ziet er ongeveer zo uit: een halfuur voorbereiding; een uur voor het onderzoek zelf; een uur voor het opmaken van een fatsoenlijke rapportage, die aan alle bestuurs- en tuchtrechtelijke eisen voldoet. Extra tijd voor het opvragen van informatie bij behandelende artsen is niet meegerekend. Dit is al gauw drie uur. ‘Er zit toch ook weleens een makkie tussen?’ Zeker, maar hoofdbrekers zijn er ook.

Voor een herbeoordeling is natuurlijk minder tijd nodig. Maar hier komt het: mits je die cliënt zelf eerder hebt gezien. Dat is intussen meer uitzondering dan regel. Wanneer, waar en bij wie herbeoordelingen worden ingepland beslist het management. Je hebt het maar af te wachten. In een productiebedrijf gaat efficiëntie boven alles. Effectiviteit en werkplezier: I am not so sure.

Cliënt centraal

Even omdenken. Stel, je kunt door een vervelende aandoening je werk niet meer goed doen. Volledig herstel zit er niet in. Na twee jaar komt de WIA-beoordeling. Dat is spannend. Je financiële en je arbeidstoekomst hangen ervan af. Wil je dat de arts vooraf vijf minuten in je dossier snuffelt, zich nauwelijks voorbereidt op relevante vragen en het gesprek in een kwartiertje afraffelt? Dat hij of zij het rapport – waarin je voorgeschiedenis, je medische en arbeidsanamnese moeten worden voorzien van een inzichtelijk beargumenteerde beschouwing en conclusie over je arbeidsbeperkingen  – in een vloek en een zucht neerpent? Want dat kan in een halfuurtje, ophalen en afscheid nemen inbegrepen.   

Kan het anders?

Eerst een bekentenis. Het lukt mij ook helemaal niet meer om meer dan twee nieuwe zaken per dag fatsoenlijk af te handelen! De korte verslagen van weleer zijn uitgedijd tot halve expertiserapporten. De vele pogingen om deze geest terug in de fles te krijgen zijn allemaal mislukt. De grootste gemene deler van deze pogingen is ‘alles weglaten wat er niet toe doet’. Nou, daar kun je oeverloos over discussiëren én van mening over blijven verschillen. Wat ook gebeurt, zonder enig zicht op een doorbraak. Hier vinden we de oplossing niet. Bovendien moet hiervoor de tuchtnorm voor medische rapporten van de sokkel worden getrokken.

Cijfers

‘Kom eens met wat cijfers.’ Oké, het aantal nieuwe aanvragen in 2019 was zo’n 80 duizend. Met 750 verzekeringsartsen is die belangrijkste klus met gemak te klaren. Ook met het stramien ‘twee per dag’. Reken het maar uit. Hier zit het probleem niet.
Dat zit ‘m in de herbeoordelingen. Daar wordt eindeloos mee geschoven, is bij herhaling het zicht op kwijt en er worden steeds andere artsen voor ingeschakeld. Eind 2019 was die voorraad opgelopen tot 34 duizend.

Meer inhoud, minder gêne

Het zou een slok op een borrel schelen als je als verzekeringsarts je eigen zaken terug kon zien voor herbeoordeling. Minder inleestijd, inhoudelijk leuker, makkelijker aansluiten bij eerder gemaakte afspraken en meer zicht op de prognostiek. Voor de cliënt: minder herhaling, meer vertrouwdheid.

Me dunkt dat de verzekeringsarts op deze manier echt wel een paar extra herbeoordelingen kan verzetten. Het zou een armoedige constatering zijn als dit niet lukt. Of als dit logistiek niet kan worden gerealiseerd. Het betekent wél werk op inhoudelijke gronden toebedelen, niet op productbasis.

Hoorde ik iemand roepen: ‘vertrouwen in vakmanschap’? Ik ben bang dat ik voorlopig nog met enige gêne naar mijn voortploeterende vriend zal luisteren.

Meer van Jim Faas

  • Jim Faas

    Jim Faas is verzekeringsarts, jurist, docent en onderzoeker. Hij blogt op persoonlijke titel.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Dolf Algra, commentator, opiniemaker zorg en sociale zekerheid, oud bedrijfsarts, Rotterdam 04-09-2020 10:24

    "Al weer zo'n fraaie en openhartige overdenking van Jim Faas. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.