Inloggen
Blogs & columns
Blog

Leuker kunnen we het niet maken, wel moeilijker

5 reacties

‘Ik blijf hier toch maar even liggen,’ was mijn eerste gedachte. Op het asfalt. Op een stralende zondagmiddag. In de drukte voor Amsterdam Centraal. Zojuist ben ik gelanceerd. Mijn fiets en de tramrail besloten elkaar niet los te laten, maar míj wel. En daar vloog ik. Hoog door de lucht. Met een smak op de grond.

Japanse toeristen om mij heen: ‘Are joe allright, sir?’ ‘Yes, yes, I am fine’. Ik krabbel na een paar minuten overeind. Opgewonden sta ik na te trillen en te hijgen. Een kapotte bebloede knie vraagt mijn aandacht. Waar is gee-vee-dee mijn geliefde?

Al vooruitgefietst. Zoals gewoonlijk. Met een grote zakdoek om de knie kruip ik weer op mijn fiets. Niet flauw zijn. Ik zet een tandje bij en samen vervolgen we de rit. Ik merk een druk op de borst. Steeds onaangenamer. Na twee uur fietsen kan ik niet meer volhouden dat er niets aan de hand is.

‘s Avonds stuur ik een berichtje naar mijn baas. ‘Ik kom morgen niet.’ Ik beschrijf wat er is gebeurd  en vervolg: ‘Ben naar de eerste hulp gegaan omdat ik het niet vertrouwde. Heb vijf ribben gebroken. Nu een bak pijnstilling. Moet nachtje in het ziekenhuis blijven voor observatie. Kijk nu tegen een kale witte muur aan. Ben voorlopig even niet op het werk. Morgen meer. Gegroet!’

De volgende dag word ik bedolven onder bezorgde mailtjes en sms’jes van collega’s. Zo gaat dat tegenwoordig. Daags erna vertel ik mijn directeur dat ik inmiddels weer thuis ben. Effe paar daagjes rustig aan, is het advies van mijn meelevende baas. Volgende dag: een bloemetje en fruitmand thuisbezorgd. Attent van de zaak.

Een week later meld ik: ‘Doe inmiddels lichte oefeningen, maar bewegen doet nog veel pijn. Moet me koest houden. Volgende week controleafspraak in het ziekenhuis.’  
Inmiddels heb ik uitgezocht dat de verzuimduur bij gekneusde en gebroken ribben twee tot zes weken is. In die dagen en weken raak ik in het slop. Ik kom werkelijk tot niets meer. Licht depressief? Plots krijg ik – exact na vier weken – een oproep van de bedrijfsarts. Daar heb ik nou helemaal geen zin in! Dat is het moment waarop ik me omhoog trek uit m’n zelf gecreëerde modderige malaise. Ik meld me dezelfde dag nog hersteld. En voel me direct stukken beter.

Een alledaagse casus. Maar… foute boel! Dit kan en mag zo niet meer. Tenminste, dat stelt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) [1] in de kersverse ‘Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers[2]. Mijn baas mag mijn verhaal wel opslaan in zijn eigen hoofd, maar niet op de computer of in het systeem. Dat is niet conform de ‘noodzakelijkheidsvereiste’, aldus de AP.

Werkgevers blijken verrassend weinig te mogen opslaan. Slechts drie dingen over de ziekmelding zelf én nog eens drie achtergrondzaken over vangnet, arbeidsongeval of verkeersongeval. Voor het medische verhaal is de bedrijfsarts of arbodienst aan zet. Wat had ik mogen zeggen van de AP? ‘Ik heb “iets” waardoor ik moeilijk kan bewegen en daar staat twee tot zes weken voor. De rest vertel ik alleen aan de bedrijfsarts. Salut!’

Praktijk van alledag: iedereen vertelt vrijwel alles. Vaak in geuren en kleuren. Net zoals bij u in ziekenhuis, gezondheidscentrum of zorginstelling. Mij lukte het niet het ‘volgens de regels’ te doen. [3]  Als arts nota bene. En eh: moet daar nu echt een bedrijfsarts aan te pas komen? Beetje overdreven toch? Dat alles ter bescherming van mijn, pardon, onze ‘privacy’. Lossen strengere privacyregels het wantrouwen jegens werkgevers op? Op andere plekken roept juist iedereen in koor dat van allerlei ziektes hoognodig het stigma af moet: ‘openheid graag!’ Over mixed signals gesproken. De visie van de Autoriteit Persoonsgegevens leidt tot méér juridisering  (‘geen medische gegevens uitwisselen!’) en méér medicalisering (‘altijd een dokter erbij!’) van doodgewone ziekmeldingen.

[1] Deze organisatie heette tot 2016 het College bescherming persoonsgegevens (CBP).
[2] https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/beleidsregels_de_zieke_werknemer.pdf
[3] Zie ook: ‘Wartaal’, column Jim Faas, Medisch Contact 2014 (38), 18 september 2014

Blogs
  • Jim Faas

    Jim Faas is verzekeringsarts, jurist, docent en onderzoeker.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.