Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Blogs & columns
Blog

Het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis (deel 1) - Marcel Canoy

Plaats een reactie

Onlangs ben ik een experiment gestart samen met crowdfundsite Yournalism, getiteld ‘The Everyday Economist’: een mix tussen expert opinie, onderzoeksjournalistiek en reportages uit het veld. The Everyday Economist doet in dit eerste deel verslag van binnenuit van mijn bezoek aan een ziekenhuis. Het verslag presenteer ik als feuilletons. Elke dag één aflevering gedurende vijf dagen op deze blog. Vandaag deel één.


Werken in een ziekenhuis is vroeg opstaan. Elke dag begint om half acht; tenminste als je het ‘geluk’ hebt bij de Spoedeisende Hulp te werken. De locatie is Goes en de eerste ontmoeting is bij de dynamische baas van de Spoedeisende Hulp, ook de plaats waar minder fortuinlijke mensen dan ik het ziekenhuis binnenkomen. Ik doe even een stap opzij omdat er een ambulance aankomt, maar dan word ik na binnenkomst snel aan de wittejassenbrigade voorgesteld.

Niemand lijkt ervan op te zien dat er een vreemde vogel in het ziekenhuis rondloopt deze dagen. De verpleegkundigen en de assistenten nippen aan hun koffie in afwachting van het begin van de dag. Wat staat mij allemaal te wachten?

Te vaak gaat het in de berichtgeving over de zorg om die frustraties en om incidenten. Ik snap de rol van de pers in het achterhalen van misstanden en ik volg de commerciële medialogica (niemand wil lezen dat er ergens alweer een knieoperatie is geslaagd). Maar wat leren we nu eigenlijk van die misstanden? Hebben we wel het juiste perspectief of denken we dat alles in de soep draait? Wat zegt de berichtgeving over het imago van het beroep van arts, verpleegkundige of bestuurder?

Daarom onderzoek ik vanuit de praktijk waar we nu staan met de zorg in Nederland, en wat daarin het perspectief is (ten opzichte van het verleden, ten opzichte van het ideaal, ten opzichte van wat we in het buitenland aantreffen). Tegelijkertijd toets ik mijn eigen vooroordelen als expert. Klopt het eigenlijk wel wat ik al die tijd schrijf als ik de praktijk in duik?

De dag begint met een halfuur durende evaluatie van alle patiënten van de vorige dag. Op basis van een paar sleutelindicatoren (leeftijd, aandoening, ingreep, medicijngebruik, foto) loopt men de lijst af, een simpele en nuttige drill. Meestal gaat alles goed, maar mocht er iets niet goed zijn gegaan tijdens de vorige dag dan spaart men elkaar niet. Het spel staat op de wagen.

Medische wereld

Welkom in de medische wereld waar de patiënt de hoofdrol speelt, maar - zo blijkt snel - ook de wereld van logistiek, registraties en daarmee gepaard gaande frustraties. Het lijkt simpel, patiënt komt binnen, dokter doet iets, patiënt gaat blij naar huis. In de praktijk moet de patiënt vaak verschillende afdelingen bezoeken, dat moet allemaal goed gepland en geregistreerd worden anders kan het ziekenhuis geen factuur sturen.

Ik word eerst rondgeleid in de zogeheten Acute Opname Afdeling. Het kostte het ziekenhuis een paar miljoen om het te bouwen maar blijkt een voorbeeld te zijn dat kwaliteit ook geld kan opleveren. Door een aparte afdeling te bouwen voor acute opnames, worden andere afdelingen ontlast en wordt merkbare winst geboekt op de hoeveelheid ligdagen, aldus de medisch specialist wiens ‘kindje’ dit is.

Prominent op de afdeling bevindt zich het ‘Schipholbord:’ een kleurenbord dat aangeeft wanneer een patiënt in de ‘rode of oranje zone’ zit. Het bord zorgt ervoor dat iedereen op zijn qui-vive is. Zit een patiënt in de oranje of rode zone, dan moet die zo snel mogelijk van de afdeling af. Een fraai staaltje van simpele beïnvloeding, want het personeel loopt de hele dag langs het bord. Er zijn maar weinig ziekenhuizen die dit AOA-kunstje opvoeren, dus hier ligt het Zeeuwse ziekenhuis voor op de rest.

Terwijl ik op de afdeling rondloop, wordt de arts even weggeroepen. Kort erna komt hij terug. `Heb even een jongen gezien met een sleutelbeenfractuur, kijk wat er gebeurt!´ Hij duwt mij een kamer in waar een computer aanstaat. `Factuur duurt langer dan fractuur. Ik heb drie minuten naar de patiënt gekeken. Totaal abc-tje, mitella en naar huis. Ben ik dus wel tien minuten bezig om dat te registreren’.

Ik verbaas mij over het feit dat het systeem niet een knop ‘geen bijzonderheden’ kent. De arts moet bij iedere subcategorie (is er sprake van huiselijk geweld? Gebruikt de patiënt in kwestie bijzondere medicijnen? Heeft de patiënt allergieën?) invullen dat daar geen sprake van is. Dit soort pesterijtjes maken het vak van arts niet leuker.

In hetzelfde kantoortje maak ik kennis met een mevrouw die de registraties controleert. Mijn verbazing is groot als ze mij tussen neus en lippen laat weten dat het ziekenhuis alleen al op haar afdeling jaarlijks zo’n 1 miljoen euro dreigt te laten liggen omdat er niet goed geregistreerd wordt.

‘Er wordt natuurlijk ook wel te veel gedeclareerd. Maar’, zo geeft ze aan, ‘dat haalt het lang niet bij te weinig.’ Deels komt dit door gedrag van artsen die nog moeten wennen dat dit tot hun kerntaken behoort, maar deels ook door de krankzinnige complexiteit van het systeem en de moeite die ziekenhuizen hebben om dit tijdig technisch goed in te richten en te ondersteunen.

Ik sta te popelen om het bestuur van het ziekenhuis en de financiële mensen hierover door te zagen, maar eerst ga ik met de orthopeed aan de slag. Daarover morgen meer.

Marcel Canoy

Waarom dit ziekenhuis?

Het even simpele antwoord is: omdat de bestuurder zijn vinger als eerste opstak. Via Twitter kwam ik in contact met een lid van de raad van bestuur van het ziekenhuis, Rinus van Riel. Hij vond het meteen een goed idee, bood aan dit te regelen en meldde ook dat de artsen hier een voorstander van waren. Dat het ziekenhuis een moeizaam tot stand gekomen fusie is, en na tien maanden van verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg hier in juni 2014 pas van is bevrijd, gebukt gaat onder een prijsplafond van de ACM en door vele bestuurswisselingen moeite heeft gehad om de benodigde stappen te zetten, doet er voor dit verhaal weinig toe. Alle problemen die ik aantrof in dit ziekenhuis, tref je ook elders aan. In sommige opzichten liggen andere ziekenhuizen voor, maar in andere opzichten ligt het ADRZ voor. Zoals Rinus zelf zei tegen mijn gesprekspartners: ‘Marcels verhaal gaat eigenlijk niet over dit ziekenhuis.’ In hogere zin is dat juist. En voor ik het vergeet. Ik vind het verdomd stoer van Rinus dat hij zijn organisatie bloot heeft gesteld aan dit experiment en mij geen strobreed in de weg heeft gelegd om dit plan uit te voeren.

Lees ook deel 2: De orthopeed

Het ‘Schipholbord:’ een kleurenbord dat aangeeft wanneer een patiënt in de ‘rode of oranje zone’ zit.
Het ‘Schipholbord:’ een kleurenbord dat aangeeft wanneer een patiënt in de ‘rode of oranje zone’ zit.
Blogs zorgverzekeraars artikel 13
  • Marcel Canoy

    Marcel Canoy is onderzoeker bij de VU, distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, adviseur van ACM, en columnist bij www.socialevraagstukken.nl.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.