Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Blogs & columns
Blog

Eeuwig leven achter glas

3 reacties

Zo af en toe kom ik hem tegen. Mijn oneigenlijke kind. Mijn voorkind. Ik ben niet eens zijn biologische vader. Maar ik zit wel met hem opgescheept. Hij kijkt mij aan met een dromerige blik. Verwacht hij nog iets van mij? Ik zit lelijk met hem in mijn maag.

Lang geleden was ik coassistent verloskunde ergens in het zuiden des lands. Hoe verder het ziekenhuis van de academie af lag, des te meer mocht je zelf doen op de verloskamer. Zo ook hier. Maar niet alle bevallingen leidden tot krijsende baby’s en beschuiten met muisjes. Op een avond komt er een vrouw binnen met lichte weeën en wat bloedverlies bij een amenorroe van vijftien weken. Al snel baart zij een gave foetus van het mannelijk geslacht, die ex utero natuurlijk geen kans van leven heeft. Een typische cervixinsufficiëntie. Of mevrouw later nog voldragen kinderen heeft mogen baren, al dan niet geholpen door een Shirodkar-plastiek, is me niet bekend. De dode foetus ligt daar en de moeder toont er geen belangstelling voor. Het personeel wil de boreling al in de afvalbak werpen. Maar dan zeg ik dat ik hem wel wil meenemen. Voor studiedoeleinden zogezegd. Daar heeft niemand bezwaar tegen. Ik wikkel hem in doeken. Op mijn kamer in de verpleegstersflat stop ik hem in een glazen Douwe Egberts Moccona-pot. Bij de ziekenhuisapotheek haal ik formaline waarmee ik de pot vul. Vervolgens lijm ik het deksel vast.

Nu we hier thuis aan het ontzamelen zijn, kom ik hem weer tegen. Hij ligt lekker lui op zijn linkerzij. Hij ziet er puntgaaf uit. Het lijkt of hij in al die jaren geen spatje ouder is geworden. Maar het eeuwig leven kan ik hem hier niet bieden. Het huis moet leeg! Ik heb hem aangeboden aan het Anatomisch Museum in Nijmegen. Maar daar past hij niet in de collectie.

Leefde ik maar aan het eind van de zeventiende eeuw. Dan had ik het wel geweten. Dan zou ik mijn foetus afstaan aan Frederik Ruysch, arts en anatoom te Amsterdam. Ruysch (1638-1731) heeft bij hem thuis aan de Bloemgracht een indrukwekkende verzameling van anatomische preparaten aangelegd. Hij stelt er een eer in om het anatomisch materiaal niet alleen te prepareren en te conserveren, maar ook zo fraai mogelijk op te maken. Daartoe schuwt hij het gebruik van kleurstoffen en opvulmiddelen niet. Mensen die zijn preparaten aanschouwen moeten volgens Ruysch niet van walging maar van verrukking worden vervuld.

Ruysch heeft tientallen jaren besteed aan de ontwikkeling en perfectionering van zijn preparatiemethode. Eind zeventiende eeuw slaagt hij erin om ook de allerfijnste bloedvaatjes te vullen met een bloedvervangende stof. Hij heeft nu eindelijk de methode waarmee ‘niet alleen vleesighe deelen, alsmede de herssene, maar ook selfs geheele menschen met alle hare ingewanden veele eeuwen, en mogelijk voor altoos, sonder bedervingh sullen konnen bewaard worden’. Ruysch houdt zijn methode zorgvuldig geheim. Hij bewaart zijn preparaten in fiolen (glazen potten) in een heldere vloeistof. Zo behouden ze hun natuurlijke kleur en blijven ze ook soepel. In zijn verzameling tref ik ook potten met foetussen aan. Ruysch zet de foetussen in een zittende houding, zodat men alle lichaamsdelen goed kan aanschouwen. Hier is mijn foetus helemaal op zijn plaats, zeker als men hem zittend in de pot plaatst.

Op oudere leeftijd begint Ruysch zich zorgen te maken over de toekomst van zijn verzameling. Wie wil zich na zijn dood daarover ontfermen? In 1697 heeft Ruysch bezoek gehad van tsaar Peter de Grote, die zijn verzameling met grote belangstelling bekijkt. Jaren later is de tsaar bezig om in Sint-Petersburg een museum te stichten: een ‘kunstkamer’. In 1717 komt de tsaar opnieuw langs op de Amsterdamse Bloemgracht. Ze zijn het snel eens. Ruysch verkoopt zijn gehele verzameling én zijn geheime prepareermethode voor dertigduizend gulden aan de tsaar.

Zomer 1718 wordt Ruysch’ verzameling verscheept naar Sint-Petersburg. De preparaten krijgen een plaats in de nieuwgebouwde Kunstkamera op het Vasilevski-eiland, aan de overzijde van de Neva. Helaas is een deel van de verzameling bij een brand in 1747 verloren gegaan. Maar wat behouden bleef, is daar tot op de dag van vandaag te zien.

Wie wordt mijn tsaar?

voetnoot

1. Kooijmans L. Frederik Ruysch (1638-1731) - Op het snijvlak van kunst en wetenschap. Hilversum: Lias, 2018.

meer van André Weel

  • André Weel

    André Weel is bedrijfsarts en epidemioloog, werkzaam voor IKA Ned in Amsterdam.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Piet Soons, Huisarts n.p., Gaanderen 20-08-2020 20:36

    "Hoi, André. Leuk stukje over dat foetusje. We zijn van hetzelfde jaar en laat ik nu ook zo'n mooi jongetje hebben in een glazen potje op "sterk water". Ook tijdens co-schap verloskunde. Een buitenbaarmoedelijke zwangerschap van 12 weken. Nog zo gaaf. Inderdaad Eeuwig leven achter glas!
    Hij is bij ons mee verhuisd. Maar wat anders? Waarheen?
    Hartelijke groeten, Piet. "

  • Piet Soons, Huisarts n.p., Gaanderen 20-08-2020 20:35

    "Hoi, André. Leuk stukje over dat foetusje. We zijn van hetzelfde jaar en laat ik nu ook zo'n mooi jongetje hebben in een glazen potje op "sterk water". Ook tijdens co-schap verloskunde. Een buitenbaarmoedelijke zwangerschap van 12 weken. Nog zo gaaf. Inderdaad Eeuwig leven achter glas!
    Hij is bij ons mee verhuisd. Maar wat anders? Waarheen?
    Hartelijke groeten, Piet. "

  • Henk van der Pol, psychiater, Heerenveen 19-08-2020 13:13

    "Men mag hopen dat de vrouw die ooit deze miskraam had dit artikel niet onder ogen krijgt."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.