Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Blogs & columns
Blog

De braaftaal van Beens

1 reactie

Met hooggespannen verwachtingen sla ik Medisch Contact nummer 7 open. Meteen naar pagina 41: de voorzitterscolumn. Die van Gertjan Beens, de nieuwe voorzitter van de bedrijfsartsenvereniging. Zou hij voortborduren op de laatste column van zijn voorganger Penders? Werken is toch zo gezond. Maar toch hebben we in Nederland ongeveer vierduizend arbeidsdoden per jaar. Zie mijn blog ‘De paradox van Penders’. Helaas. Beens blijft steken in braaftaal.

Eerst even de feiten. In welvaartsstaat Nederland sterven elk jaar vierduizend mensen aan de (meest late) gevolgen van blootstelling op het werk. Denk bij de oorzaken vooral aan gevaarlijke stoffen, maar ook aan de gevolgen van fysieke overbelasting, aan onregelmatige werktijden en slechte leefgewoonten die samenhangen met het werk. Op het moment van overlijden zijn de meeste van deze mensen al niet meer aan het werk door ziekte en arbeidsongeschiktheid. Velen zijn al met pensioen als ze ziek worden. Deze arbeidsdoden belasten het Nederlandse bedrijfsleven niet of nauwelijks.

Wat betekent dit nu? Is dat veel, vierduizend arbeidsdoden? Het is meer dan het aantal verkeersslachtoffers. In 2016 waren dat er 629. Het is minder dan wat roken teweegbrengt. Aan de gevolgen van roken sterven in Nederland jaarlijks twintigduizend mensen. De epidemiologie is zelden zo overtuigend.

Die vierduizend arbeidsdoden kun je niet wegrelativeren. En zeker niet met economische argumenten. Aan deze sterfgevallen gaat bovendien een vaak lange periode van ziekte vooraf. De totale ziektelast veroorzaakt door gevaarlijke stoffen op het werk is enorm. Men schat die op negentigduizend DALY’s[1], voor het totaal van mensen met een baan en gepensioneerden samen.

Preventie is dan ook geen ingewikkeld begrip, zoals Beens beweert. Een kind kan het begrijpen. Neem de evidente oorzaken van ziekte en sterfte weg! Maar wie moet dat doen?

Bedrijfsartsen willen ziekte voorkomen die door werk ontstaat, zegt Beens. Hoopt Beens. Ik geloof er niks van. Bedrijfsartsen willen mensen die met gezondheidsklachten zijn uitgevallen weer aan de slag helpen. Dat willen hun opdrachtgevers, de werkgevers, ook. Niks mis mee. Maar dat vergt zoveel tijd dat bedrijfsartsen nergens anders aan toe komen. Ze zijn zeker niet gespitst op ziekteoorzaken in het werk. Beroepsziekten melden ze meestal niet. En dat is notabene hun wettelijke plicht!

Dat [preventiebeleid] vraagt samenhangende kennis van ziekte, gezondheid en inzetbaarheid, van werkende en (werk)omgeving. De bedrijfsarts is de enige die deze kennis kan integreren en afwegen. Dit is pure wishful thinking van Beens. Wat je niet doet verleer je. De meeste bedrijfsartsen houden zich sinds de jaren negentig niet meer met preventie bezig. Het professionele instrumentarium, zoals het PMO[2], wordt nog amper uitgevoerd. Ze zijn bijna vergeten dat het er is! Gelukkig trok in 2016 een arbeidshygiënist aan de bel. Het was hem opgevallen dat veel bedrijfsartsen niks weten van gevaarlijke stoffen. Dat bracht een balletje aan het rollen. Er komt nu een nieuw instrument: een aanvulling op het PMO, specifiek voor gevaarlijke stoffen. Dat is goed nieuws. Maar of de praktijk dat gaat oppakken? Weet hoe dat instrument in te zetten? Ik heb er een hard hoofd in.

Preventie is niet het domein van de bedrijfsarts alleen … Hier ben ik het met Beens eens. Maar ik ga nog veel verder. Preventiebeleid is vooral het domein van de werkgever. Voorlopig is de arbeidshygiënist zijn beste adviseur als het om preventie gaat. En als ik dan ook even wishful mag denken: de overheid gaat de werkgever dwingen tot preventief beleid. En wel door de bestaande wetgeving op het gebied van arbeidspreventie en gevaarlijke stoffen echt te gaan handhaven. We kunnen de bedrijfsartsen hier voorlopig maar beter buiten houden. Die moeten eerst naar school. Om weer te leren hoe je preventief werkt.

[1] DALY = disability-adjusted life years
[2] PMO = preventief medisch onderzoek

 

bedrijfsgeneeskunde
  • André Weel

    André Weel is bedrijfsarts en epidemioloog, werkzaam voor IKA Ned in Amsterdam.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • dolf algra, commentator, opiniemaker zorg en sociale zekerheid, rotterdam 20-02-2018 11:56

    "Nogal grumpy blog van André Weel met hoog Statler and Waldorf (Muppets) gehalte. Ik ben benieuwd of én hoe Gertjan Beens/NVAB hierop reageert. Dus pakt Beens de handschoen op ?

    Nu even meer inhoudelijk. Plaats van actie is het bedrijf. Dat is de context waarin bedrijfsarts adviseert (!). Het bedrijf - werkgever én werknemers/medewerkers/OR - zijn dé probleemhouders. Opvallend dat die laatste partij niet door Weel wordt benoemd. Die partijen kunnen/moeten - in samenspraak - een eigen op maat gesneden preventiebeleid vorm geven. Het is per slot van rekening hun eigen bedrijf. Medewerkers hebben groot scala aan mogelijkheden het preventiebeleid - ook tav gevaarlijke stoffen - vorm te geven. Bijvoorbeeld middels eigen preventie medewerker.

    Het bedrijf kan daarbij - zoals dat vroeger heette - deskundige bijstand /advies vragen van externe of interne experts, zoals arbodienst, bedrijfsartsen, arbeidshygienisten ed. Toezichthouder bij dit hele gedoe is de arbeidsinspectie/Inspectie SZW. Dat is het speelveld. Dat zijn de rollen.

    Dus als er iets niet goed loopt - en dat is in het geval van gevaarlijke stoffen anno 2018 in aantal situaties nog steeds het geval - zullen de probleemhouders zélf als eerste in actie moeten komen. Het barst van de good practices en hele bakken instrumenten staan - digitaal - ter beschikking . Aan de slag dan maar ?

    https://www.youtube.com/watch?v=NpYEJx7PkWE"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.