Inloggen
Blogs & columns
Blog

Blunderkunde

1 reactie

Met de jaren word je wijzer, als je geluk hebt, zei mijn moeder zaliger. In elk geval merk ik dat het makkelijker wordt om over blunders na te denken. Van anderen, van jezelf, tutti. Voor mijn persoonlijke overzicht heb ik er gaandeweg categorieën voor bedacht.

Je hebt je blundercategorie 1: je weet dat je het niet moet doen, je kent de consequenties, maar je doet het toch (autorijden na middelengebruik, partner tegenspreken na lange werkdag, enz.). Vervolgens categorie 2: je weet dat je het niet moet doen, de consequenties zijn onbekend, je doet het toch (drugs kopen van een onbekende, foute datingsites, fusies GGD-gemeente). Dan is er ook je categorie 3: je weet dat je het wél moet doen, je kent de consequenties als je het niet doet, maar je doet het toch niet (studeren voor tentamen, bloemetje kopen op verjaardag echtgenote, enz.). En nummer 4 is: je vindt dat er iets moet gebeuren, je overziet de consequenties niet, je doet toch maar iets (homeopathie, studiekeuze, soms: kinderen krijgen). Er zijn er nog wel meer (je weet überhaupt niks, er hoeft niks te gebeuren, je doet toch maar iets: aanbesteding medische arrestantenzorg), maar dit is voor nu even de hoofdmoot.

Bij de laatste move, waar mijn beroepsgroep, het Forensisch Medisch Genootschap, bij betrokken is, twijfel ik tussen 1 en 2. De opleiding tot forensisch arts is recentelijk al verlengd van twee naar drie jaar en het gerucht gaat dat er gestreefd wordt naar vier jaar. En dat terwijl er een schreeuwend tekort is aan forensisch artsen en de instroom in de opleiding gestaag afneemt. Blunderkundig gesproken: je weet dat de drempel om in te stromen verhoogd wordt, dat leidt (waarschijnlijk) tot nóg minder forensisch artsen; je doet het toch. Misschien toch categorie 1?

Quo vadis, collega’s? Forensische geneeskunde is een jong vak (gestart in de jaren tachtig) en kennelijk horen daar dergelijke ontwikkelingsfasen bij. De tijd van de grote ego’s met meningen die toonaangevend zijn, beginnen we gelukkig te verlaten, wetenschap en evidencebased werken krijgen steeds meer voet aan de grond. Dat zijn goede, inhoudelijke ontwikkelingen natuurlijk. Maar dat moet niet leiden tot verlies van context, wat je met een vierjarige opleiding richting superspecialisme riskeert. Iedereen gerechtelijke deskundige? Moeten we het postmortaal interval tot op drie cijfers achter de komma gaan berekenen? Volgens mij is het nu relevanter om te reageren op de ontwikkelingen rondom het vak. Zoals het vergroten van de instroom van nieuwe collega’s, meer samenhang met andere medische vervolgopleidingen, organisatievormen (GGD of maatschap), veranderende eisen van politie en justitie, en zo voort en zo verder.

Flexibiliseren kun je leren. Maak de opleiding (weer) een meertrapsraket met een basisopleiding van twee jaar waarna mensen aan de slag kunnen, met een normaal salaris. Daarna vervolgopleidingen on the job en op maat, afhankelijk van werkervaring en belangstelling: richting verdere forensische specialisatie of generalistisch richting de sociale geneeskunde. En dat alles weer binnen de KAMG, de koepel van sociaal geneeskundigen, waar het FMG vorig jaar is uitgestapt (blunder categorie 2). Het huidige zelfverkozen isolement maakt het FMG kwetsbaar en minder geloofwaardig. Maar blunders kun je ook corrigeren. Het gaat erom hoe je je fouten herstelt, zei mijn moeder al.

Lees ook
  • Jeroen Timmerman

    Jeroen Timmerman is forensisch arts en werkt bij de GGD in Amsterdam  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.