Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Wereldwijde onrust over nieuw coronavirus

Plaats een reactie
Steve Cho/Penta Press/REX/HH
Steve Cho/Penta Press/REX/HH

Er is nog veel onbekend over het nieuwe coronavirus dat wereldwijd de gemoederen bezighoudt. Het lijkt vooralsnog het meest in de buurt te komen van SARS, zegt viroloog Marion Koopmans.

Het virus, 2019-nCoV, hoort tot de familie van de coronavirussen, die bij mens en dier voorkomen. Het veroorzaakt respiratoire klachten en kan in ernstige gevallen leiden tot een pneumonie met de dood tot gevolg. Hoe dit virus zich verspreidt is niet helemaal opgehelderd. Transmissie van andere coronavirussen geschiedt via de lucht, ontlasting of besmette voorwerpen. Inclusief 2019-nCoV zijn er nu zeven coronavirussen bekend die mensen kunnen infecteren. Dat dit type virussen ook van dier op mens kan overgaan, bleek tijdens de grote SARS-epidemie (severe acute respiratory syndrome) in 2002. Mensen die geïnfecteerde civetkatten aten of daarin handelden, raakten besmet en op hun beurt konden zij weer andere mensen besmetten. De SARS-epidemie kostte 774 mensen het leven en 8096 raakten besmet.

In 2012 volgde een uitbraak van MERS (Middle East respiratory syndrome) in het Midden-Oosten, waarbij het virus van dromedarissen werd overgedragen op de mens. Aan dit virus overleden 858 mensen van de 2494 personen die besmet waren. Marion Koopmans, hoogleraar virologie aan het Erasmus MC, zegt dat het belangrijk is om deze twee scenario’s te scheiden. ‘SARS is eenmalig, via civetkatten, geïntroduceerd en daarvandaan is het een flinke humane uitbraak geworden. Om dat te stoppen is toen ingezet op het voorkómen van verspreiding onder mensen, door opsporing en quarantaine. Bij MERS moet de introductie elke keer vanuit het dier, de dromedaris, plaatsvinden. Verspreiding van mens op mens komt ook voor, vooral binnen ziekenhuizen waar problemen waren met de infectiepreventie. In dat geval zet je in op opsporing en quarantaine, maar ook op bestrijding in het reservoir en hygiënemaatregelen in de omgang met dieren.’

2019-nCoV lijkt minder virulent dan SARS, maar dat valt nog niet met zekerheid te zeggen. Aangezien het zeker een week duurt voor een besmetting zich uit met symptomen, kunnen de huidige cijfers een onderschatting zijn van de situatie. Ook is er nog onvoldoende informatie beschikbaar over de bron. Marion Koopmans: ‘In de familie van coronavirussen heb je gewone verkoudheidsvirussen die elk jaar in de winter circuleren, maar dit is een nieuw virus. Het virus lijkt, van alle coronavirussen, het meest in de buurt te komen van SARS. SARS heeft zich destijds behoorlijk verspreid, met name ook in ziekenhuizen, en 10 procent van de herkende gevallen is toen overleden. Dat was een zeer ernstige situatie. Op dit moment is het onzeker waar we precies naar kijken. Je hebt een nieuw virus dat zich makkelijk verspreidt vanuit een dierreservoir, maar het is nog niet duidelijk hoe het zich verder zal gedragen. Deze combinatie zorgt ervoor dat er verscherpte aandacht voor is. De SARS-uitbraak is destijds vooral beteugeld door snelle opsporing en in quarantaine zetten van besmette personen. Behandeling en vaccinatie waren er niet. De piek van de virusuitscheiding kwam ook na het ontstaan van klachten, waardoor het eenvoudiger was om mensen met infectie op te sporen. Als virusuitscheiding al gebeurt voordat mensen klachten krijgen, is dit moeilijker via quarantaine te stoppen.’ Een ander onbekend gegeven is of het virus zich verder kan aanpassen. ‘Dat kan via verschillende routes. Om van dier op mens overdraagbaar te zijn moet een virus kunnen binden aan een humane cel. Soms is die binding niet efficiënt, maar kan dat via een paar mutaties wel worden. Die mutaties krijg je met name als je verspreiding van het virus hebt tussen mensen onderling; de klik tussen het virus en de humane cel wordt dan steeds beter. Een andere aanpassing kan zijn dat een virus zich makkelijker kan vermeerderen, de binding is dan minder relevant. Met het huidige virus zien we wel dat er verspreiding tussen mensen mogelijk is, maar hoe efficiënt dat is weten we nog niet.’

Afgelopen jaren hebben nationale overheden en de Europese Commissie geïnvesteerd in het uitbouwen van Europese netwerken om te reageren op een uitbraak bij nieuwe besmettelijke ziekten. Hoe goed is Europa voorbereid op zo’n uitbraak? ‘De laatste weken zijn met vereende krachten nieuwe testen ontwikkeld, gevalideerd en beschikbaar gesteld. Als er nu een patiënt komt die verdacht wordt van besmetting met het virus dan kan dat snel onderzocht worden. Ook worden er klinische gegevens verzameld en wordt er onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van bepaalde geneesmiddelen, voor de behandeling van ernstige infecties. Wellicht is het niet nodig en weet China de uitbraak onder controle te krijgen, maar als het misgaat, kan er opgeschaald worden vanuit die netwerken’, aldus Marion Koopmans.

lees ook

Wetenschap coronavirus
  • Pauline Appelboom

    Pauline Appelboom is arts en gezondheidswetenschapper. Momenteel loopt zij stage bij Medisch Contact.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.