Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Waarom coassistenten vaak tijdelijk uitvallen

1 reactie
Getty
Getty

Het was een waarneming die om nader onderzoek vroeg: de afgelopen jaren lijken steeds meer studenten hun coschappen voor korte of langere tijd te onderbreken. Frank Hendriks, oud-studieadviseur en nu stafmedewerker van de Faculteit der Geneeskunde van de VU onderzocht wat er aan de hand zou kunnen zijn.

Over de periode april 2017 t/m augustus 2019 inventariseerde hij hoeveel studenten op zijn faculteit zijn uitgevallen in hun coschappen en wat de achterliggende redenen voor die uitval waren. 76 studenten (van de 130) bleken gemiddeld 5,8 maanden vertraging te hebben opgelopen. Of dat veel, weinig of normaal is, kan Hendriks niet zeggen, uitval werd namelijk nergens systematisch bijgehouden – hij kan dus geen trend bepalen. Hendriks: ‘Maar het zijn er wel zo veel, dat de masterplanning vaak moeite heeft om de opengevallen coschapplekken tijdig op te vullen, wat overigens ook weer financiële consequenties heeft.’ Het aantal studenten dat definitief kapt met de studie bleek met 13 procent van de totale uitval – het waren er tien – betrekkelijk laag. Verder vond Hendriks dat studenten die uitvallen dat relatief vroeg in de coschappen doen.

Volgens Hendriks is er geen eenduidige oorzaak aan te wijzen voor de uitval. ‘Stressgerelateerde klachten, met ook het risico op een burn-out, maar ook persoonlijke omstandigheden en omgevingsfactoren spelen een grote rol.’ Hij wijst er daarbij op dat de man-vrouwverdeling onder de uitvallers vergelijkbaar is met die onder de niet-uitvallers en met de algemene verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke geneeskundestudenten.

Dat uitvalcijfers niet werden bijgehouden en geanalyseerd, heeft – vermoedt Hendriks – te maken met het feit dat alle medische faculteiten naar het studierendement kijken en dat is hoog: ‘Ruim 80 procent van de studenten haalt uiteindelijk de eindtermen. Maar je kunt ook zeggen: we leveren de mensen weliswaar aan de meet af, maar niet altijd in de goede conditie, getuige de burn-outklachten onder jonge, beginnende artsen. Hendriks had als studieadviseur de ervaring dat steeds meer studenten behept zijn met een grote drang tot perfectionisme en dat ze misschien wel een studiepauze zouden willen inlassen, maar dat niet doen uit angst om hun beurs te verliezen, maar bovenal omdat ze bang zijn dat dit niet goed staat op hun cv, zeker als je intramuraal aan de slag wilt waar de concurrentie groot is. Het zou hem zelfs niet verbazen dat het uitstel van de coschappen vanwege de coronapandemie sommige studenten goed uitkwam – ze snakten naar een studiepauze, maar zouden dat onder normale omstandigheden niet gedurfd hebben. Cijfers heeft hij echter niet.

Hendriks deed een tweede onderzoek, waarvoor 150 studenten werden geïnterviewd. Daaruit bleek dat studenten irreële verwachtingen koesteren over hun toekomst als arts. Volgens hem kiezen de meeste studenten nog altijd voor geneeskunde vanuit ‘een idealistisch/romantisch perspectief’ op het artsenberoep. ‘Verreweg de meesten hebben tot ver in de opleiding het beroep van een medisch specialist voor ogen. Behalve het vak van huisarts staan extramurale beroepen slechts zeer beperkt op hun netvlies. Dat is jammer, want onbekend maakt onbemind.’

Volgens Hendriks willen studenten graag meer informatie en data over kansen en haalbaarheid van medische vervolgopleidingen en vooral willen ze meer weten over wat de diverse beroepen daadwerkelijk inhouden, liefst van de beroepsbeoefenaren zelf. Dat geldt zeker ook voor de extramurale vervolgopleidingen, zoals bedrijfsgeneeskunde of arts maatschappij en gezondheid.

‘Honoreer die vraag van studenten’, adviseert Hendriks, ‘en voer daarom meer extramurale coschappen in. En besteed in de bachelorjaren 2 én 3 structureel aandacht aan het keuzeproces voor een vervolgopleiding in colleges/practica en bij het individuele portfolio. Doe dat vooral ook helemaal aan de voorkant: zorg dat op middelbare scholen de informatie over geneeskunde en artsenberoepen een reëler beeld biedt van de beroepsmogelijkheden.’

lees ook
Nieuws Wetenschap
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Hidde Kleijer

    AIOS psychiatrie , Groningen

    02-07-2021 16:49

    We selecteren op “motivatie”, lees: competitie aan willen gaan en risico voor grenzeloosheid in prestatiedrang. Vervolgens overladen we studenten met hoe perfect ze het wel niet moeten doen op alle competenties waarbij nul aandacht wordt besteed aan ...stress-management, nee-zeggen of weerbaarheid in het algemeen. Laatstgenoemde is in andere beroepsgroepen met veel acute stress (bv de politie) al veel meer gemeengoed. Dit alles naast een steeds complexer wordende samenleving, waarbij de digitale een steeds belangrijkere en waarschijnlijk deels toxische rol speelt. Vreemd zeg dat mensen uitvallen.

    We selecteren op “motivatie”, lees: competitie aan willen gaan en risico voor grenzeloosheid in prestatiedrang. Vervolgens overladen we studenten met hoe perfect ze het wel niet moeten doen op alle competenties waarbij nul aandacht wordt besteed aan stress-management, nee-zeggen of weerbaarheid in het algemeen. Laatstgenoemde is in andere beroepsgroepen met veel acute stress (bv de politie) al veel meer gemeengoed. Dit alles naast een steeds complexer wordende samenleving, waarbij de digitale een steeds belangrijkere en waarschijnlijk deels toxische rol speelt. Vreemd zeg dat mensen uitvallen.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.