Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

‘Screening naar kanker kan veel doelmatiger en efficiënter’

1 reactie
Koen van Weel/ANP
Koen van Weel/ANP

‘De bevolkingsonderzoeken naar kanker kunnen veel effectiever zijn als ze gericht worden op mensen met een hoog risico op kanker’, vertelt Loek Winter. Winter is ex-radioloog en zorgondernemer en schreef samen met zelfstandig adviseur Joep van der Velden het boek ‘U heeft nog 25 jaar’ - Over de zin en onzin van vroegdiagnostiek.

In hun boek zetten Winter en Van der Velden vraagtekens bij de doelmatigheid van de huidige bevolkingsonderzoeken naar kanker, en werpen ze de vraag op of het geld niet beter uitgegeven kan worden aan preventie. Ze baseren zich onder meer op monitorings- en evaluatierapporten van het Integraal Kankercentrum Nederland en het RIVM, en verwijzen naar artikelen en opiniestukken in dagbladen en wetenschappelijke tijdschriften.

‘De motivatie om dit boek te schrijven komt voort uit mijn jarenlange ervaring in het doen van diagnostiek; ik wilde een “schilderij van het nu” maken’, zegt Winter. Daarnaast wil hij met dit boek bijdragen aan de discussie ‘hoe de gezondheidszorg in de toekomst toegankelijk en betaalbaar kan blijven, gezien de toenemende zorgvraag, de oplopende zorgkosten en het afnemend arbeidspotentieel’. Het boek geeft een overzicht van alle soorten vroegdiagnostiek waarbij de auteurs gekozen hebben voor een eigen definitie: het tijdig signaleren van (het risico op) ziekte, met als doel gezondheidswinst of het bieden van een behandeloptie. Het boek bespreekt niet alleen de huidige resultaten en voor- en nadelen van alle bevolkingsonderzoeken die door de Nederlandse overheid worden aangeboden, maar ook alle vormen van screening die commerciële organisaties of de huisarts aanbieden, zoals de totalbodyscan en cardiovasculair risicomanagement.

Bevolkingsonderzoeken naar kanker

Over de bevolkingsonderzoeken tijdens de zwangerschap en na de geboorte concluderen de auteurs ‘dat de voordelen van gezondheidswinst en geruststelling opwegen tegen de nadelen’. Echter, bij kankerscreeningen stellen zij dat ‘een grondige herevaluatie van bevolkingsonderzoeken naar kanker (…) nodig (is)’. Winter licht dit toe. ‘We bedoelen dat deze in de huidige vorm niet voldoen aan de internationaal geaccepteerde criteria voor bevolkingsonderzoek van Wilson en Jungner. Dat betekent niet dat de screeningen niet meer moeten worden uitgevoerd, maar wel dat moet worden bekeken hoe ze efficiënter kunnen worden ingezet.’ Die criteria zijn onder meer dat het een belangrijk gezondheidsprobleem moet zijn, het nut moet opwegen tegen de eventuele risico’s en de screening doelmatig moet zijn. De Gezondheidsraad (GR) hanteert ook een normatief kader in lijn met de criteria van Wilson en Jungner: hoe kunnen de screeningen dan toch zijn ingevoerd, als zij hieraan niet voldoen? Winter en Van der Velden schrijven dat dit komt omdat ‘invoering van een bevolkingsonderzoek geen puur wetenschappelijke aangelegenheid is, (..) eerder een proces dat is ingebed in politieke en maatschappelijke discussies.’

Nut

In het boek lopen de auteurs het normatieve kader langs en betwijfelen bijvoorbeeld of het gezondheidsprobleem van baarmoederhalskanker groot genoeg is, aangezien de incidentie en mortaliteit veel lager ligt dan bijvoorbeeld bij long- en prostaatkanker. Ook zijn zij kritisch op het criterium of het nut opweegt tegen de risico’s. Zij stellen dat niet goed is aan te tonen of ‘de screening invloed heeft op sterfte, omdat nooit precies is aan te tonen of de sterfte afneemt dankzij de screening of dat dit een gevolg is van betere behandelingen, of van allebei’. Ook bestaat het risico van onnodige angst bij een foutpositieve uitslag, of juist onterechte geruststelling bij een foutnegatieve uitslag, waarvoor ze een aantal voorbeelden geven. ‘Baarmoederhalskankerscreening leidt tot minimale sterftereductie en een groot aantal biopsieën; 95 procent van de vrouwen die in 2016 na een uitstrijkje werden verwezen, bleek geen afwijkingen te hebben.’ En bij borstkankerscreening worden ‘twee tot drie op de tien gevallen door het bevolkingsonderzoek niet ontdekt en bij ongeveer twee op de duizend onderzochte vrouwen wordt in de twee jaar tussen de bevolkingsonderzoeken toch borstkanker gevonden.’

Innoveren

Maar voor Winter persoonlijk is dit geen reden om niet aan het bevolkingsonderzoek deel te nemen, ‘want dit is momenteel het beste wat we hebben.’ Wel geeft hij een aantal voorbeelden van hoe de bevolkingsonderzoeken kunnen innoveren en hoe dit al gaande is. ‘Een goed voorbeeld van fijnmaziger screenen is te zien in de baarmoederhalskankerscreening. Voorheen werd het uitstrijkje gescreend op afwijkende cellen, maar sinds 2017 wordt eerst bekeken of de vrouw een hoog risico op humaan papillomavirus heeft, waarna verder wordt getest.’ Een ander voorbeeld dat kan leiden tot meer doelgroepgerichte benadering is de studie ‘My Personal Breast Screening’. Hierbij wordt de huidige standaardscreening op borstkanker vergeleken met screening op basis van een gepersonaliseerde risicoscore, zoals de borstdensiteit, familiale en persoonlijke voorgeschiedenis met kanker. Winter: ‘Ook verwacht ik dat tumor-DNA-testen, bijvoorbeeld in feces ter opsporing van darmkanker, gaan bijdragen aan fijnmazig screenen.’

Preventie

Winter hoopt eigenlijk dat vroegdiagnostiek in de toekomst nauwelijks meer nodig is. ‘Nog beter is als we veel meer inzetten op preventie: nu geven we daar jaarlijks maar ongeveer 20 euro per persoon aan uit, terwijl we aan de curatieve zorg 5000 euro per persoon uitgeven. En dat terwijl we weten dat een gezonde leefstijl het risico op hart- en vaatziekten en kanker drastisch verlaagt.’

‘U heeft nog 25 jaar’. Over de zin en onzin van vroegdiagnostiek, Loek Winter & Joep van der Velden, S2uitgevers, 215 blz., 22,50 euro

Lees ook
Nieuws Wetenschap bevolkingsonderzoek
  • Sophie Niemansburg

    Sophie is journalist bij Medisch Contact. Ze is tevens arts maatschappij + gezondheid en ethicus. Haar focus bij Medisch Contact is onder meer tuchtrecht.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • F.J. van Kemenade

    patholoog, lid programma cie baarmoederhalskanker , Rotterdam

    26-07-2022 08:10

    Goed te lezen dat dinger beter kunnen. Dat boek ga ik zeker lezen. Maar spelling controleren en feiten checken is ook belangrijk. De naam is niet Wilson en Junger maar Wilson and Jungner (WHO, 1968). Deze mensen hadden al in 1968 zaken zorgvuldiger g...eformuleerd dan de hier genoemde auteurs en vormen het kader van veel alle bevolkingsonderzoeken in NL.
    De bewering dat ''95% van de vrouwen die in 2016 na een uitstrijkje werden verwezen, bleek geen afwijkingen bleek te hebben" zou ook even gechecked moeten worden. De monitor bvo baarmoederhalskanker 2016 van CvB (centrum voor bevolkingsonderzoek; https://www.rivm.nl/sites/default/files/2018-11/LEBAmonitor2016.pdf ) laat zien dat bij 'geen afwijkingen' 8% staat. Bij CIN1 10%. Meer dan 18% is het niet (tabel 4). Waarschijnlijk is dit percentage verward met de uitslagen van het uitstrijkje: ongeveer 95% heeft geen afwijkingen in het uitstrijk. Je vraagt je af wat de auteurs te bieden hebben, maar ze hebben wel gelijk dat primaire preventie, cq HPV vaccinatie in geval van baarmoederhalskanker, te prefereren valt boven secundaire preventie (screenen) Het effect daarvan duurt dan nog wel even.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.