Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Parkinsonpatiënt gebaat bij overdrijving

Plaats een reactie
Frank Noordanus
Frank Noordanus

Patiënten met de ziekte van Parkinson gaan beter lopen door hen te leren overdrijven met hun bewegingen. Revalidatiearts Willem Oudegeest ziet zijn patiënten minder hard achteruitgaan.

‘Bigger step! Bigger step!’, riep de therapeut tegen een man met de ziekte van Parkinson, tijdens een training van LSVT-BIG in Londen. De man kon bij aanvang vrijwel niet zelfstandig lopen. De therapeut bleef aandringen op steeds grotere stappen. ‘In een uur lukte het hem om los te lopen. Moeizaam, maar er was echt vooruitgang geboekt’, vertelt revalidatiearts Willem Oudegeest (Meander MC, Amersfoort). Oudegeest is voorzitter van de werkgroep Parkinson en aanverwante bewegingsstoornissen van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen. In die hoedanigheid las hij over een nieuwe, Amerikaanse therapie voor patiënten met Parkinson: de Lee Silverman Voice Treatment – BIG (LSVT-BIG). Waarbij BIG gewoon voor groot staat. Kort gezegd leren bewegingstherapeuten (fysio- of ergotherapeuten) hierbij de patiënt aan om hun bewegingen te overdrijven. Het is een variatie op de eerder ontwikkelde LSVT-LOUD, die patiënten helpt om verstaanbaar te praten, door zichzelf aan te leren harder te praten dan naar hun eigen gevoel nodig is. Oudegeest was sceptisch over de bewegingsvariant, LSVT-BIG: ‘In de Verenigde Staten is alles bigger, het leek mij een typisch Amerikaanse therapie. Maar bij die training in Londen, van een van de grondleggers van deze aanpak, was ik wel onder de indruk van de resultaten.’ Oudegeest is de behandeling gaan inzetten bij zijn eigen patiënten. Zij krijgen gedurende vier weken vier maal per week een uur training waarbij hen wordt aangeleerd hun bewegingen groter uit te voeren dan zij gevoelsmatig nodig vinden. Om en om trainden een fysio- en een ergotherapeut in standaardoefeningen (zoals lopen met grote passen) en hulpvraaggerichte functionele training (waarbij het om zowel grove als fijne motoriek kon gaan).

Retrospectief ging de revalidatiearts, samen met collega’s, na in hoeverre de patiënten erop vooruit waren gegaan aan de hand van verschillende tests. Deze waren twee weken vooraf, direct na afloop van de training en zes weken daarna afgenomen. Van de 61 patiënten die waren gestart, hadden 58 de behandeling volbracht. Zij lieten vooruitgang zien op zowel motoriek als functioneren in het dagelijks leven. De scores verbeterden gemiddeld tussen de 10 en 40 procent, en de verbetering hield de 6 weken daarna stand. Oudegeest: ‘Misschien nog belangrijker was het enthousiasme van de deelnemers en hun omgeving: de patiënten functioneerden in het dagelijks leven beter en hadden zelfs het gevoel dat ze minder hard achteruit gingen.’ Oudegeest is geïntrigeerd geraakt door de nieuwe behandeling, en hoopt dat ook andere behandelaars deze zullen aanbieden. Het past wat hem betreft goed in de manier waarop revalidatieartsen naar hun patiënten kijken: ‘Voor ons is de ziekte niet het uitgangspunt, maar het functioneren. Deze behandeling gaat bij uitstek uit van de mogelijkheden die iemand nog heeft, en leert om deze optimaal te gebruiken. Wat ik zelf bijzonder vind is dat het effect na de training aanhoudt: ze maken zich die andere manier van bewegen eigen. Ze zijn als het ware anders afgesteld. Mensen met Parkinson hebben meestal zelf niet het idee dat ze te zacht praten, of dat ze sloffen. Het heeft dus geen zin om te zeggen: praat eens normaal en slof niet, maar je kunt die feedbackcirkel wel herkalibreren, waardoor ze weer verstaanbaar gaan praten en beter bewegen. Dat vind ik zelf een heel vernieuwende manier van kijken naar deze patiënten.’ Oudegeest hoopt met andere partijen prospectief onderzoek naar de behandeling te kunnen opzetten, bijvoorbeeld om na te gaan hoe lang het effect aanhoudt, en waar de therapie precies op ingrijpt.

Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde, september 2019

Lees ook

Wetenschap parkinson
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.