Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

‘Mentale gezondheid jeugd vergt investering in jeugdgezondheidszorg’

1 reactie

Jeugdartsen zijn gealarmeerd door het rapport over het geestelijk welzijn van jongeren. Volgens Astrid Nielen, voorzitter van AJN Jeugdartsen Nederland, moet er voldoende gemeentelijke financiering blijven, zodat jeugdartsen en -verpleegkundigen vroegtijdig jongeren met mentale problemen signaleren.

Tussen 2017 en 2021 is vooral het percentage meisjes op de basisschool en in het voortgezet onderwijs met emotionele problemen sterk gestegen, blijkt uit het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-rapport. ‘De problematiek uit dit rapport zien wij als jeugdartsen dagelijks in de spreekkamer en op de scholen in de wijken waar wij komen’, aldus Nielen. De jeugdgezondheidszorg, belegd bij de lokale GGD of een andere jgz-organisatie, volgt de ontwikkeling van kinderen tot hun 18de levensjaar. Deze opdracht krijgen zij vanuit de gemeentes op basis van de Wet publieke gezondheid. ‘Helaas zijn er in de loop van het leven van een jongere steeds minder contacten met de jeugdarts of -verpleegkundige, terwijl dit rapport ook laat zien dat zij in hun tienerjaren juist in de problemen kunnen komen. Door te blijven investeren in de jeugdgezondheidszorg, kunnen we samen met, onder meer, de jongeren, ouders, de school en het wijkteam voorkomen dat jongeren ernstigere problematiek ontwikkelen.’

Toename psychiatrie

Dat jongeren steeds meer ggz-problematiek ontwikkelen is al een feit, zegt Robert Vermeiren, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie (LUMC). ‘In de psychiatrie zien we al jaren een toename van acute en complexe psychiatrie bij deze jongeren, van eetstoornissen tot suïcideneigingen. Dat zette al tussen 2005-2010 in. Deze periode kenmerkte zich door de opkomst van smartphones, waardoor de sociale media onderdeel werden van het dagelijkse tienerleven. Een andere oorzaak is de al langer bestaande tendens in de maatschappij dat mensen zelf verantwoordelijk worden voor het slagen in het leven.

Vermeiren vindt dan ook niet dat de oplossing ligt in medicatie of in andere therapie voor deze jongeren. ‘Aan de biologie van kinderen is de laatste jaren echt niets veranderd; het is de omgeving die is veranderd. Als psychiaters hebben we er een rol in om beleidsmakers en andere professionals ervan te doodringen dat er iets gedaan moet worden aan die maatschappelijke druk.’

Presteren

Het HBSC-onderzoek in Nederland is in 2021 voor de zesde keer uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau. In de periode tussen 2017 en 2021 bleek het aantal meisjes met emotionele problemen op de basisschool verdubbeld te zijn van 14 naar 33 procent, en in het voortgezet onderwijs van 28 naar 43 procent. Het cijfer dat zowel meisjes als jongens voor hun leven geven, is niet eerder zo laag geweest als in 2021: gemiddeld 7,1. In eerdere jaren was dit een 7,5 en in 2001 een 8. De onderzoekers verklaren de achteruitgang door de maatschappelijke druk tot presteren, wat mogelijk weer samenhangt met het aantal hoogopgeleiden in Nederland en de woon- en klimaatcrisis. Covid-19 heeft die druk ook meer versterkt.

Lees ook

Nieuws psychiatrie covid-19
  • Sophie Niemansburg

    Sophie is journalist bij Medisch Contact. Ze is tevens arts maatschappij + gezondheid en ethicus. Haar focus bij Medisch Contact is onder meer tuchtrecht.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • W.J. Duits

    bedrijfsarts, Houten

    26-09-2022 13:59

    Het is te begrijpen dat er meer aandacht en geld wordt gevraagd, maar er blijft wel een vraag liggen m.i.. Wat kunnen we nu doen aan het voorkomen van deze klachten? Op papier is in Nederland een groot percentage hoog opgeleid. Maar is dat eigenlijk ...wel zo? Misschien dat mensen een diploma hebben gekregen van een "hoge opleiding", maar kunnen ze daar dan ook iets mee? Iedereen kan een bepaald kunstje leren, maar kan je het toepassen? Is er het inzicht om zaken te overzien? Als we kijken naar de verdeling van het zogenaamde "academische denkniveau", dan is in het verleden gebleken dat ca 2,5% van de populatie dit niveau heeft. Hoe verklaren we dan nu de grote hoeveelheid universitaire academici? Moeten we niet concluderen dat bepaalde beroepen niet alleen een "hoog opleidingsniveau" moeten hebben, maar dat er ook een bepaald inzicht ontwikkeld moet zijn om er iets mee te kunnen doen.
    Als vervolgens dat inzicht ontbreekt, dan komen de problemen. Mensen raken gestrest, want eigenlijk zijn ze tijdens hun hele opleiding al overvraagd geweest en nu ze het beoogde beroep moeten uitoefenen komen ze tot de ontdekking dat ze het alleen maar kunnen waarmaken door dagelijks op hun tenen te lopen. Op zich is het dus niet echt verbazingwekkend dat de GGZ overloopt.
    We moeten af van de term "hoger", "Middelbaar" en "lager" onderwijs. Er is een klein groep in Nederland die zich "theoretisch" kan ontwikkelen, zij moeten alle ruimte hebben om hun nieuwe verbanden te kunnen ontdekken. Laat hen de universiteiten bezoeken. Dan heb je een groep nodig die de "theoretische concepten" in bruikbare instrumenten moeten vertalen. Een taak die bij de Hogescholen thuishoort. Die "bruikbare instrumenten" moeten vervolgens worden ontwikkeld en gemaakt. Een prachtige taak voor het MBO. De "bruikbare instrumenten" moeten vervolgens worden bediend, een taak voor mensen die zich daar het beste bij voelen.
    Op die manier kan iedereen werken binnen de mogelijkheden die ze hebben gekregen van de natuur. En als iedereen binnen die mogelijkheden blijft, dan ontstaat er veel minder stress. Als we dan ook de betalingen nog even goed regelen, zodat een ieder kan wonen en leven. Dan kunnen we waarschijnlijk gigantisch bezuinigen op de zorg.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.