Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Lange adem nodig voor goede virusremmers

Plaats een reactie
Labonderzoek op wereldschaal, de Yisheng Biopharma company in Shenyang.Noel Celis / AFP
Labonderzoek op wereldschaal, de Yisheng Biopharma company in Shenyang.Noel Celis / AFP

Een middel dat alle coronavirussen remt, zou dat niet mooi zijn? Virologen denken dat het mogelijk is om zoiets te ontwikkelen, maar daar is veel tijd en geld voor nodig.

Komt er een vaccin tegen SARS-CoV-2? En als dat er komt, is het dan nog wel nodig, of is de covid-19-uitbraak dan al uitgedoofd? En hoelang zou de opgeroepen immuniteit aanhouden? Zou het niet veel handiger zijn als er medicijnen op de plank lagen die tegen coronavirussen helpen? Zeker, zegt Eric Snijder, moleculair viroloog in het LUMC. Snijder coördineert een Europees project dat probeert antivirale middelen te ontwikkelen die in de strijd tegen SARS-CoV-2 van nut kunnen zijn. ‘En het liefst ook tegen SARS-3 en -4, oftewel de volgende coronavirussen waar we mee te maken kunnen krijgen.’ Snijder zelf werkt al jaren aan coronavirussen en aan de ontwikkeling van medicijnen die deze kunnen remmen. De uitbraken van SARS-1 en MERS maakten duidelijk dat deze virussen een serieuze bedreiging voor mensen konden vormen. Snijder: ‘Maar na een uitbraak zie je telkens dat de aandacht voor zo’n virus en daarmee de financiering van onderzoek ernaar inzakken.’ Viroloog Ab Osterhaus (Universiteit voor Veterinaire Geneeskunde, Hannover): ‘Tussen de uitbraken door zouden we harder moeten werken aan het ontwikkelen van middelen tegen verschillende virusfamilies, dus niet alleen de coronavirussen, maar ook bijvoorbeeld orthomyxovirussen. Dat doen we ook wel, maar je bent er niet met de paar miljoen euro die daarvoor beschikbaar worden gesteld.’

‘Met één goed middel ben je er niet’

Twee routes

Snijder legt uit dat er grofweg twee manieren zijn om een middel te vinden dat werkt tegen een specifiek virus: ‘Bestaande geneesmiddelen voor een nieuw doel inzetten of een nieuw molecuul ontwikkelen op basis van wat je weet van het virus. Bij die eerste manier begin je met het repurposen van bestaande middelen, dan gooi je grof gezegd middelen die je al kent bij geïnfecteerde celkweken en kijk je of er één is die de infectie remt. Daarna kijk je hoe dat gebeurt, blokkeert het het binnendringen in de cel, of doet het iets tegen de replicatie, of juist iets met een gastheerfactor die van belang is voor de virusreplicatie? Een voordeel van deze route is dat zulke middelen al goedgekeurd zijn voor gebruik in mensen en dus sneller getest kunnen worden in mensen. Maar tot nu toe is het voor coronavirussen nog nooit gelukt om op deze manier een heel goede kandidaat te vinden.’

De andere route dan. Snijder: ‘Dan begin je met het doelwit, bij coronavirussen zou dat bijvoorbeeld het polymerase kunnen zijn dat zorgt voor replicatie van het virale genoom in de geïnfecteerde cel. We zien dat die eiwitten in verschillende coronavirussen erg op elkaar lijken. En dat enzym is al heel goed in kaart gebracht, we kennen de structuur. Je kunt dan een molecuul ontwerpen dat de werking van dit polymerase remt, liefst op zo’n manier dat er geen ontsnappen aan is, en dat het in het lichaam zou kunnen werken. Verschillende groepen werken aan zulke moleculen, die een uitgangspunt voor een medicijn tegen een nieuw coronavirus kunnen zijn. Maar dan is het natuurlijk nog steeds de vraag of ze ook werken. Je begint met in-vitroassays: je brengt het enzym samen met het substraat dat het omzet, voegt het ontworpen molecuul toe en kijkt of het de enzymactiviteit remt. Vervolgens ga je het op cellijnen testen en dan in diermodellen. En met veel geluk komt er uit duizend, of misschien wel 10, of 100 duizend kandidaatremmers, uiteindelijk één uit de bus die je veilig in mensen kunt testen. Maar dan heb je in theorie wel iets dat een stuk beter werkt dan een middel zoals remdesivir, dat het min of meer bij toeval een beetje doet. En dat het dus ook bij nieuwe coronavirussen zou kunnen doen. En dat is een lange weg.’ En met één goed middel ben je er niet, zegt Osterhaus: ‘Het liefst heb je er een paar, zodat je een alternatief hebt als een virus het ene middel omzeilt.’


Labonderzoek op wereldschaal, het Amsterdam UMC. - Noel Celis / AFP
Labonderzoek op wereldschaal, het Amsterdam UMC. - Noel Celis / AFP

Registratie versus indicatie

Zoals bekend zijn er tijdens de covid-19-uitbraak bestaande middelen uitgeprobeerd bij mensen, omdat ze in vitro werkzaam leken. Alleen al over de verwikkelingen rondom hydroxychloroquine valt een boek te schrijven. Een ander veel geprobeerd middel is remdesivir, een middel dat eigenlijk ontwikkeld is als ebolamedicijn, maar ook mogelijk tegen SARS-CoV-2 wat zou doen. Internist-infectioloog Mark de Boer (LUMC) was een van de opstellers van een ad-hocdocument van de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) over medicamenteuze behandelopties bij covid-19. Daarin staat netjes beschreven voor welke medicijnen welk bewijs van werkzaamheid is. Lastig daarbij is wel dat bijvoorbeeld voor remdesivir er naar behoorlijk uiteenlopende eindpunten is gekeken, zegt De Boer: ‘De één kijkt naar hoeveel dagen intensive care, de volgende naar klinische verbetering op een 6-puntsschaal, weer één gebruikt een 8-puntsschaal. Ga er maar aan staan. De EMA is nu bezig om al die informatie bij elkaar te vegen en te beoordelen of er voldoende bewijs is om het middel te registreren. Vervolgens is de vraag wat het indicatiegebied is: werkt het als je het geeft aan mensen die heel ziek zijn? Weegt het effect op tegen bijwerkingen? Als je tweehonderd mensen met milde klachten een middel moet geven om één ic-opname te voorkomen, dan gaan bijwerkingen wel zwaarder wegen.’ En dat is bij nogal wat antivirale middelen tegen acute infecties een teer punt: ze werken vooral als je ze vroeg in het ziekteproces toedient. Osterhaus: ‘De bulk van de virusreplicatie vindt heel vroeg plaats. Kijk naar influenza: neuraminidaseremmers werken goed, maar doorgaans alleen in de eerste 48 uur. Veel mensen worden vaak pas na die eerste fase echt ziek, en dan hebben ze veel minder effect.’ Viroloog Mariet Feltkamp (LUMC): ‘Daarom moeten we de pathogenese van een ziekte goed kennen. Bij virussen die klachten geven in de fase dat het virus repliceert, zoals herpes, hebben antivirale middelen op dat moment ook zin. Bij covid-19 zien we dat bijzondere beeld, van mensen die eerst milde klachten hebben en dan óf opknappen óf plots heel ziek worden. We begrijpen nog niet goed wat de triggers zijn die ervoor zorgen dat het zo uit de hand loopt, maar het lijkt om een extreme reactie van het afweersysteem te gaan. Daar helpen antivirale middelen niet tegen.’ De Boer: ‘Het zou weleens kunnen dat optimale behandeling een combinatie van virale en immunologische remming is. Het is wel de vraag of we daar voor covid-19 nu nog op korte termijn achter komen. Er zijn allerlei studies gestart, maar veel ervan zullen niet voldoende patiënten kunnen includeren, omdat de ziekte veel minder voorkomt. Laten we zorgen dat we bij een volgende uitbraak de protocollen al klaar hebben liggen, afspraken met medisch-ethische commissies hebben gemaakt over snelle beoordeling en met omliggende ziekenhuizen afspraken hebben over samenwerking. Zodat we niet te laat starten met het testen van veelbelovende middelen.’


lees ook
Wetenschap covid-19
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.