Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Ernstig letsel bij kinderen vaak te voorkomen

Plaats een reactie

Heel vaak is verwaarlozing de oorzaak van ernstig letsel bij kinderen, zo blijkt uit promotieonderzoek. Artsen moeten daar meer oog voor krijgen.

Ernstig letsel bij kinderen onder de 5 jaar is in 41 procent van de gevallen toegebracht of een gevolg van verwaarlozing. Beide vallen onder de noemer ‘kindermishandeling’. In driekwart van de gevallen blijkt dat verwaarlozing de oorzaak was, wat inhoudt dat er onvoldoende toezicht of een onveilige omgeving was. ‘Deze gevallen hadden voorkomen kunnen worden’, aldus arts-onderzoeker Marie-Louise Loos (Emma Kinderziekenhuis Amsterdam UMC). ‘Artsen op de traumakamer van level-I-centra herkennen dit nog te weinig en vinden het ook lastig om het hierover te hebben met ouders of verzorgers.’ Loos promoveerde eind april op haar proefschrift Pediatric Trauma: we are missing non-accidental injuries.

Loos: ‘Er moet meer bewustzijn komen van het belang van voldoende toezicht en een veilige omgeving, zodat deze ernstige, soms fatale letsels bij kinderen worden voorkomen. Of het nu eenmalig gebeurt of een chronisch patroon is, het valt allemaal onder de noemer “verwaarlozing”. In al die situaties zouden artsen die deze kinderen opvangen aandacht aan de oorzaak moeten geven zodat dit broertjes, zusjes of het kind zelf niet nog eens overkomt. Hiermee willen we de ouders of verzorgers absoluut niet criminaliseren, maar eraan bijdragen dat kinderen nog veiliger kunnen opgroeien.’

Haar promotor Rick van Rijn, forensisch kinderradioloog, vult aan: ‘Even een pakketje aannemen terwijl het kindje van 14 maanden in bad zit, geen traphekje hebben of een kind in een autostoeltje zonder de gordel eromheen: dat is te riskant.’ Via voorlichtingscampagnes zou dit veel meer onder de aandacht moeten komen. En dat werkt, weet hij: ‘Na de invoering van het protocol “Veilig Slapen” zagen we wiegendood bijvoorbeeld steeds minder.’

330 dossiers

Het promotieonderzoek van Loos bevat meerdere retrospectieve studies gericht op een aantal onderwerpen: brandwonden, femurfracturen en ernstige letsels in het algemeen bij kinderen van 0 tot 18 jaar. Aan de hand van dossieronderzoek heeft ze letsels geclassificeerd en verdeeld in drie groepen: duidelijk accidenteel, niet-accidenteel (gespecificeerd in: toegebracht letsel en/of door verwaarlozing) en niet te classificeren. Een deel van de groep niet-accidentele letsels was al beoordeeld door het team Kindermishandeling van het betreffende ziekenhuis of door Veilig Thuis. Was er geen evidente accidentele oorzaak vermeld of had er geen beoordeling door een team Kindermishandeling plaatsgevonden, dan is door een aantal experts uit de onderzoeksgroep het dossier alsnog beoordeeld.

Aan de hand van 330 dossiers van kinderen tussen 2013 en 2015 opgenomen in het Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk constateerde Loos dat 56 procent hiervan door een vorm van verwaarlozing was veroorzaakt. Ook bekeek zij met haar collega’s de dossiers van ernstig gewonde kinderen (injury severity score >15) die tussen 2010 en 2016 bij de Nederlandse traumacentra waren binnengebracht. Kinderen met letsels door kindermishandeling waren significant jonger dan kinderen met accidentele letsels (mediaan 2 versus 13 jaar, p=<0,001). Bovendien hadden niet-accidentele letsels vaker een dodelijke afloop dan accidentele letsels (mortaliteit van 16% versus 10%, p=0,006). Traumamechanismen die vaker voorkwamen als gevolg van verwaarlozing zijn: val van hoogte, brandwonden en (bijna-)verdrinking.

Context van een casus

Een andere bevinding is dat het uitmaakt of SEH-artsen, kinderartsen en radiologen de gehele context van een casus bij de röntgenfoto krijgen, of juist niet. Contextuele informatie, zoals inkomen, eenoudergezin of andere risicofactoren, die niet relevant is beïnvloedde de artsen in de mate waarin ze de röntgenfoto bewijskracht vonden hebben. ‘Bij een femurfractuur bij een zeer jong kind weten we dat dit hoogstwaarschijnlijk niet door toeval is ontstaan en dat de kenmerken van het gezin geen rol zouden moeten spelen bij de beoordeling ervan. Het is beter om bij het inwinnen van advies bij een collega-arts de informatie te beperken tot leeftijd, geslacht, toedracht, maar verder geen andere informatie te geven’, aldus Loos. ‘Ook is er een betere klinische voorspellingsregel, aan de hand van de aard van de traumata, nodig om niet-accidentele trauma te onderscheiden van accidentele risico’s voor acute levensreddende situaties. Wij zijn bezig die regel te valideren.’

Lees ook
Nieuws Wetenschap kindermishandeling SEH
  • Sophie Niemansburg

    Sophie is arts maatschappij + gezondheid en ethicus. Ze loopt stage bij Medisch Contact, waarbij de focus zal liggen op wetenschap, medische ethiek en boeken & films.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.