Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Baanbrekend onderzoek: bestaat dat nog?

1 reactie

Traditiegetrouw staan rond de jaarwisseling wetenschappelijke ‘doorbraken’ in de schijnwerpers, zo ook in Medisch Contact, maar nu schrijven Michael Park e.a.in Nature dat de wetenschap amper nog baanbrekend is. Hoe zit dat?

Park en collega’s constateren dat het percentage ‘ontwrichtende’ doorbraken – dat zijn publicaties die de wetenschap een nieuwe richting op sturen – al tientallen jaren sterk afneemt. Tegenwoordig borduren onderzoekers vooral voort op bestaande kennis. ‘Dit appelleert aan een vraag die ik herken: gebeurt er in de wetenschap wel genoeg qua innovatie?’, zegt Ludo Waltman, hoogleraar kwantitatieve wetenschapsstudies bij de Universiteit Leiden, maar op dit Nature-artikel heeft hij nogal wat aan te merken.

Dubbele helix

Eerst kort de onderzoeksmethode. De onderzoekers gaan ervan uit dat een ontwrichtend of vernieuwend wetenschappelijk artikel of patent te herkennen is doordat publicaties uit de referentielijst amper nog door de daaropvolgende publicaties worden geciteerd, want die citaties zijn dan immers achterhaald. Een voorbeeld hiervan is de publicatie over de dubbele helixstructuur van DNA (Watson en Crick) waardoor de 3D dubbele helix (Pauling) in de vergetelheid raakte. Vervolgens rekenden Park e.a. de zogenoemde CD-index uit voor miljoenen onderzoeken en patenten. Hoe lager deze index, hoe minder vernieuwend het artikel is. ‘Dit is een grootscheepse analyse met veel data die op verschillende manieren en in meerdere datasets zijn geanalyseerd en toch vonden ze steeds dezelfde patronen. De analyse is robuuster dan de doorsneestudie’, aldus Waltman.

Ongemak

De onderzoekers concluderen dat de gemiddelde CD-index voor artikelen over een onderzoek daalde met ruim 90 procent in 65 jaar en voor patenten met ruim 78 procent in 30 jaar. Deze dalende trend strekt zich in min of meer gelijke mate uit over verschillende onderzoeksgebieden, waaronder de biomedische wetenschappen.

Hoewel de analyse geen verklaring biedt voor deze dalende trend, wijzen de onderzoekers vooral naar de enorme toename aan wetenschappelijke artikelen. Die is niet bij te benen, zo zien ze in hun data: door de jaren heen nam de variatie in citaties af, nam het aantal zelfcitaties toe en citeerden wetenschappers gemiddeld gezien steeds vaker ‘oudere’ publicaties. Volgens de onderzoekers worden wetenschappers gedwongen om binnen een klein wetenschappelijk deelgebied te specialiseren, wat innovatie belemmert.

Hier vliegen de onderzoekers volgens Waltman uit de bocht: ‘De onderzoekers geven op het niveau van individuele wetenschappelijke artikelen inzicht in doorbraken die op een specifieke manier zijn geïdentificeerd. Maar waar ik ongemak bij voel, is dat ze dit verhaal vervolgens verbreden tot een groter verhaal over wat er in de wetenschap gebeurt. Voor die conclusie is het bewijs dat de onderzoekers aandragen veel minder solide.’

Romantisch beeld

Bovendien vertellen de absolute aantallen een ander verhaal. ‘Het onderzoek legt de nadruk op gemiddelden, terwijl we weten dat het volume van wetenschappelijke publicaties gigantisch is gegroeid.’ Met andere woorden: wetenschappelijke artikelen worden gemiddeld genomen mogelijk minder vernieuwend, maar het absolute aantal baanbrekende artikelen en patenten bleef door de jaren heen juist opvallend stabiel. Waltman: ‘Je kunt het onderzoek dus ook positief interpreteren: we hebben nog steeds al dat baanbrekende onderzoek, en daarbovenop hebben we nog meer onderzoek dat we misschien ook belangrijk vinden.’ Hierbij doelt hij bijvoorbeeld op replicatieonderzoek en onderzoek gericht op grote maatschappelijke uitdagingen, zoals klimaatonderzoek en de energietransitie. ‘Die zijn niet met één doorbraak opgelost, hiervoor is samenwerking in grote onderzoeksprogramma’s nodig.’ Daarbij schetsen de onderzoekers ook een erg romantisch beeld van de wetenschap. ‘Alsof één onderzoeker, of een groepje onderzoekers, een paar jaar op een zolderkamertje aan één onderzoek werkt en dat die ene publicatie de wereld verandert.’

Publicatiedruk

Eigenlijk volstaan dit soort grote kwantitatieve onderzoeken niet om het complexe geheel aan factoren te ontrafelen dat de wetenschappelijke kennisevolutie beïnvloedt. Hiervoor moet zo’n grote datagedreven studie volgens Waltman gecombineerd worden met een soort casestudy. ‘Je zou bijvoorbeeld een jaar kunnen meelopen met een paar onderzoeksteams om in detail te bestuderen: hoe maken onderzoekers hun keuzes over wat ze wel en niet willen onderzoeken? Hoe denken ze over de manieren om hun kennis te delen? Hoe is hun manier van publiceren veranderd? Wat zegt dat over dit type onderzoek – vernieuwend of niet – dat ze publiceren?’ De universitair medische centra (umc’s) in Nederland zouden zich voor dergelijk onderzoek goed lenen, zegt Waltman. ‘Umc’s hebben de naam, ook binnen Nederland, dat de publicatiedruk hoog is, maar de laatste vijf tot tien jaar vindt er een soort differentiatie plaats. Zo heeft Utrecht gezegd: we willen het anders doen. Je zou dan kunnen kijken hoe zoiets in Utrecht uitpakt en dat vergelijken met een ander umc.’

Lees ook
Nieuws Wetenschap innovatie
  • Eva Kneepkens

    Eva Kneepkens is arts en promoveerde binnen de reumatologie. Na een postacademische cursus wetenschapsjournalistiek en een stage bij de Volkskrant koos ze voor het journalistieke pad.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Huisarts, Streefkerk

    Bart Bruijn.

    Vele jaren ervaring (ja, decennia) hebben mij inmiddels geleerd dat baanbrekend onderzoek:

    A- na korte of langere tijd helemaal niet baanbrekend blijkt, maar in de praktijk ernstig tegenvalt.

    B- meer schadelijk blijkt dan posit...ief.

    C- pas na vele jaren herkend wordt als baanbrekend, omdat we het niet al te makkelijk aannamen, want A en B.

    Zo rollen de knikkers nu eenmaal.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.