Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

Zorgen na stopzetten NODO

Plaats een reactie

Voor artsen is een onduidelijke situatie ontstaan nu de NODO-procedure per 1 januari door de minister van Volksgezondheid en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is stopgezet, terwijl er nog geen alternatief is.

De Nader Onderzoek DoodsOorzaak (NODO)-procedure ging na een lange aanlooptijd per 1 oktober 2012 van start voor een proefperiode van twaalf maanden. Deze periode werd nog met drie maanden verlengd tot 31 december. Doel van de NODO-procedure is om bij het overlijden van een minderjarige zonder dat er in eerste instantie een overtuigende verklaring is, de aard van het overlijden – en of dat een natuurlijke of niet-natuurlijke dood is – te achterhalen. Daarnaast is het een middel om achteraf vast te stellen of het overlijden werd veroorzaakt door kindermishandeling.

De NODO-procedure wordt stopgezet, omdat de procedure te arbeidsintensief, te emotioneel belastend en te duur is, zo schrijft staatssecretaris Van Rijn van VWS naar aanleiding van het NODO-evaluatieonderzoek door PwC. Daarnaast is de procedure volgens Van Rijn voor het opsporen van fatale gevallen van kindermishandeling niet effectief geweest. Tijdens de proefperiode werd in 38 van de 40 gevallen een verklaring voor natuurlijk overlijden afgegeven. In de twee andere gevallen was er geen sprake van kindermishandeling. Wel werd de NODO-procedure gestaakt, het OM ingeschakeld en het lichaam overgedragen aan het Nederlands Forensisch Instituut. De doelstelling ten aanzien van het achterhalen van de doodsoorzaak werd wel behaald, wat volgens PwC een belangrijk is voor de volksgezondheid, omdat kennis van de doodsoorzaak helpt bij de rouwverwerking van ouders. Probleem is dat de doelstelling van de NODO-procedure hybride is, zoals Van Rijn schrijft. Er wordt een justitiële doelstelling – opsporing van kindermishandeling – gecombineerd met een medische doelstelling – het achterhalen van de doodsoorzaak. De subsidiëring kwam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie vandaan met steun van VWS. De kosten van de procedure blijken 1,5 keer hoger te liggen dan de verstrekte subsidie.

In een reactie op het besluit van staatsecretaris Van Rijn schrijft de KNMG dat voor artsen de wettelijke plicht blijft bestaan om na het overlijden van een minderjarige te overleggen met een gemeentelijke lijkschouwer, waarna die kan zorgdragen voor een verder onderzoek naar de doodsoorzaak. Hoe dat onderzoek kan plaatsvinden, wie het moet uitvoeren en wie de kosten draagt, is nu volgens de KNMG onduidelijk.

Ook Wilma Duijst, forensisch arts en voorzitter van het Forensisch Medisch Genootschap maakt zich zorgen over het stopzetten van de NODO-procedure. ‘Zonder protocol moet de individuele arts voor zichzelf bepalen in hoeverre er onderzoek moet worden verricht naar de doodsoorzaak van een overleden kind. Maar zonder NODO zijn er geen centra meer die dit uitgebreide onderzoek kunnen uitvoeren, terwijl een “gewone” sectie veel minder uitgebreid is dan een volledig NODO-onderzoek. Ouders blijven dan zitten met de vraag waarom hun kind is overleden. Maar ook de volksgezondheid is er niet mee gediend als bijvoorbeeld niet op tijd wordt ontdekt dat een kind is gestorven aan een besmettelijke ziekte. Er moet in een overbruggingsperiode een alternatief worden uitgewerkt waardoor de NODO-procedure decentraal wordt geregeld en goedkoper kan worden uitgevoerd in de periferie.’

Simone Paauw



Lees ook:

Beeld: Thinkstock
Beeld: Thinkstock
print dit artikel
kindermishandeling VWS
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist en webredacteur bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties