Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
interview

‘Wij zijn niet op kruistocht’

OM-bestuurder Rinus Otte over het onderzoek naar ‘onzorgvuldige’ euthanasiegevallen

2 reacties
Inge van Mill
Inge van Mill

Het Openbaar Ministerie wil met het onderzoek naar vier artsen die een ‘onzorgvuldige’ euthanasie uitvoerden een signaal afgeven: artsen moeten zich aan de eigen richtlijnen houden. Zolang dat maar duidelijk wordt, dan kan de handhaving mogelijk buiten het strafrecht gebeuren, stelt OM-bestuurder en hoogleraar Rinus Otte.

‘Bent u eigenlijk kerkelijk?’ had een journalist afgelopen week gevraagd aan procureur-generaal Rinus Otte. Hij antwoordde ontkennend. De journalist vroeg: ‘En bent u gelovig?’ Weer ontkende Otte. ‘Maar ik ben een enorme believer’, had Otte toegevoegd, ‘in het recht.’ De letter r in dat woord spreekt de van oorsprong Zeeuwse jurist indringend rollend uit wanneer hij deze gebeurtenis memoreert.

Otte is lid van het College van procureurs-generaal, de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie (OM). Zij maakten op 8 maart de onderzoeken bekend naar vier euthanasiegevallen met een onzorgvuldigheidsoordeel van de toetsingscommissie. Afgelopen september deed het OM dat voor het eerst. In Trouw lichtte Otte toe dat er geen nieuwe wind waait bij het OM en dat achter de schermen altijd gesprekken zijn gevoerd met artsen en waarschuwingen zijn uitgedeeld. In Nieuwsuur legde hij uit dat het vooral de toegenomen complexiteit van de casussen is waardoor het OM nu tot deze actie komt. Medisch Contact is het derde en laatste medium waar Otte tijd voor vrijmaakt, want ‘het gaat over artsen, dus ja’.

Of de arts bij openbare zittingen aanwezig moet zijn, is de vraag

Het onderzoek richt zich op een specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek, een huisarts in het oosten van het land en een huisarts uit de regio Den Haag. Wat staat deze artsen te wachten?

‘Dit onderzoek is een uitgebreide variant op wat de toetsingscommissie doet. Die beoordeelt de melding op basis van documenten en hoort soms de arts. Maar dat is geen juridische weging en geen complete feitenvaststelling. Wij willen dieper zicht krijgen op wat er in zo’n zaak is gebeurd en starten daarom een opsporingsonderzoek, of zoals het vroeger heette: een gerechtelijk vooronderzoek. Dit is nog geen vervolgingsbeslissing, maar een onderzoek naar de feiten. De artsen zijn verdachte. De officier van justitie zal uitvoerig spreken met de arts. Die wordt in de gelegenheid gesteld om zijn advocaat mee te nemen. Verder zal het variëren. Soms wordt gesproken met nabestaanden om te kijken wat die ervan hebben meegekregen. We bekijken of er een wilsverklaring was en hoe die tot stand is gekomen. Bij de weging van de vraag naar het lijden wordt misschien een andere geneeskundige gehoord, iemand uit de beroepsgroep die hierin gespecialiseerd is en vertelt wat medisch de state of the art is. Misschien wil de rechter-commissaris nog eens iemand horen. Dan volgt een weging van de hoofdofficier die vervolgens het College adviseert. Het College beslist uiteindelijk of het tot vervolging overgaat. Dat is uitzonderlijk, in het “echte” strafrecht voor criminelen besluit het lokale OM. Maar in zaken over euthanasie, late vruchtafdrijving en levensbeëindiging bij pasgeborenen neemt het College het besluit, dat zijn er ongeveer tien per jaar. Ik weet niet waarom die taak bij ons ligt, dat is ooit zo in de regelgeving vastgelegd. Wij als College hebben geen eigen officieren om onderzoek te doen. Het feitenonderzoek wordt door de lokale parketten gedaan. Gecompliceerde vragen leggen we ook wel voor aan ons Expertisecentrum Medische Zaken (EMZ) in Rotterdam.’

De artsen kunnen ervan worden verdacht dat ze artikel 293 van het Wetboek van Strafrecht hebben overtreden: ‘Hij die opzettelijk het leven van een ander op diens uitdrukkelijk en ernstig verlangen beëindigt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.’ Wat gebeurt er als het OM tot vervolging overgaat?

‘Dan wordt de betrokken arts gedagvaard voor een rechtbank. Dat zal dan Den Haag, Haarlem of Arnhem zijn. Dan zullen deskundigen worden gehoord over hoe je het lijden moet definiëren, of er sprake is van strafbare euthanasie. Of de arts bij dergelijke openbare zittingen aanwezig moet zijn, is de vraag, Ik kan dat nog niet overzien, we hebben sinds de invoering van de wet een dergelijke rechtszaak over levenseindehulp nog nooit bij de hand gehad. Behalve bij Albert Heringa die zijn moeder hielp sterven, maar hij was geen arts. Vandaar dat het nog maar de vraag is hoe je nou zo’n proces inricht.’

Worden de artsen dan moordverdachte?

Otte zucht diep. ‘Dat zal altijd kunnen, maar wij zijn niet op kruistocht. Er zijn verschillende motieven om het strafrecht in te zetten. Soms wil je iemand uit de samenleving halen omdat de orde zo is gekrenkt, dus de klassieke moordzaken. Maar het strafrecht dient er ook toe om de norm te bevestigen en om te tonen dat het recht boven alles gaat.’

Het is juist goed dat je verschillen ziet tussen de rechtsinstanties.

Hoe verhoudt zich wat u noemde het ‘echte strafrecht voor criminelen’ tot deze zaken?

‘Deze zaken vallen onder het beroepsstrafrecht voor beoefenaren van beroepen die een heel eigen normenstelsel hebben ontwikkeld, zoals de luchtvaart, veeteelt, maar ook de artsenij. Specifieke beroepsbeoefenaren met hun eigen maatstaven zijn geen doorsneeverdachten. Ze handelen op het hoogste niveau. Daar kijk je juridisch heel anders naar. In dit geval is gezocht naar officieren van justitie die thuis zijn in deze materie, ieder parket heeft een medisch officier. En stel dat het tot vervolging komt, dan mag erop worden gerekend dat de rechtspraak rechters selecteert die voeling hebben met de materie.’

In vier van de vijf zaken die het OM onderzoekt, oordeelde de SCEN-arts dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan. Dat zou een arts toch enige zekerheid moeten geven dat hij aan de beroepsnorm voldoet?

‘Een positief oordeel van een SCEN-arts zegt niet alles, het blijft de eigen verantwoordelijkheid van de arts. De SCEN-arts is het medisch geweten dat meedenkt, maar hij geeft niet meer dan een advies. Dat blijkt wel uit het oordeel van de RTE (Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, red.) dat de euthanasie desondanks toch onzorgvuldig is verlopen.’

Albert Heringa hielp zijn moeder sterven, kreeg vrijspraak en is onlangs toch veroordeeld. Geeft zijn proces u vertrouwen dat het levenseindevraagstuk met al zijn nuances bij de rechter in goede handen is?

‘In het recht is altijd alles in goede handen. Het recht richt de samenleving. We leven gelukkig niet in een totalitaire staat, er zijn meerdere rechtsinstanties en tussen die instanties zie je verschillen. Dat is juist goed. Op enig moment zegt de Hoge Raad of eventueel het Europese Hof in Straatsburg als laatste instantie: nou hebben we alle disputen gehad, maar dit is het eindoordeel. De uitspraken van de Hoge Raad eerst over lichamelijk en later bij Chabot over psychisch lijden hebben het debat doen luwen. Na de uitspraak van de Hoge Raad is euthanasie bij lichamelijk lijden nooit meer ter discussie gekomen. Daarbij houdt de rechter ook de naam en faam van de medische stand in het buitenland hoog. Mij intrigeert de vraag waarom die beroepsgroepen het recht ervaren als bedreiging en ze niet zien dat ze via de rechter ingang hebben tot een hogere gevalideerde state of art dan wanneer ze het alleen maar zelf verzinnen? Waar zijn ze nou zo bang voor, we hebben toch geen beul meer en geen galgenveld?’

Waar zijn ze nou zo bang voor, we hebben toch geen beul meer?

Euthanasie valt onder het strafrecht. Als artsen zich aan zorgvuldigheidseisen in de wet houden, is dat een strafuitsluitingsgrond, maar zodra de RTE het handelen als onzorgvuldig beoordeelt, kan de dokter met al zijn goede wil en zorgvuldige afwegingen, opeens moordverdachte worden. Hebben artsen in de euthanasiewet niet een erg kwetsbare positie gekregen?

‘Euthanasie is vrijwillig, een arts hoeft het niet te doen. Ik werd vanmorgen getroffen door een column van Bert Keizer. Hij refereerde daarin naar een artikel in Medisch Contact van een arts die met een patiënte had afgesproken dat ze zelf het dodelijke drankje zou drinken. Ze weigerde dat opeens, wilde een injectie en de arts is die toen maar gaan ophalen. De arts had ook kunnen kiezen om dat niet te doen. Maar als je het doet, moet je de KNMG-richtlijn strikt volgen.’

En dan loopt een arts alsnog het risico moordverdachte te worden, dat is toch heftig?

Otte zucht opnieuw. ‘Ja, maar dat komt omdat het wettelijk systeem niet meer variaties kent. De ene moord is de andere niet. Als een levensdelict, zoals nu, de enige wettelijke basis is om onderzoek te kunnen doen, dan moet je misschien de wet wijzigen.’

De huidige manier van toetsing wordt door artsen als zeer belastend ervaren. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies, stelde om die reden voor de rechter te laten oordelen over de RTE-uitspraak in plaats van over de arts. Toch hebben de artsen indertijd met deze constructie ingestemd, toen de wet werd gemaakt. U bent jurist, zou u hun dat toen hebben aangeraden?

‘Ik kan mij ook een andere constructie voorstellen. Laat ik uit de losse pols een voorstel doen. Stel dat we het medisch handelen in de wet uitsplitsen in de verschillende gedragingen die mogelijk zijn bij levensbeëindiging. Bijvoorbeeld de wijze van toediening. Op basis van zorgvuldigheidsnormen kun je proberen te omlijnen wat wel of niet volgens de regels is. Voor mijn part doe je dat in een Algemene Maatregel van Bestuur, want die is makkelijker te veranderen dan een formele wet. Stel dat je het schenden van zo’n norm zou construeren als een overtreding in plaats van een misdrijf, of wel als misdrijf maar met een maximumstraf tot zes jaar. Dan kan het Openbaar Ministerie die zaken zelf afdoen en is er geen rechter meer nodig. Via een strafbeschikking of op een andere manier hebben we dan toch de norm kunnen demonstreren. We hebben op dit moment niet meer mogelijkheden dan de bestaande wetgeving. Maar als het doel van het strafrecht is om niet zozeer de individuele arts op zijn donder te geven, maar vooral om de beroepsgroep het signaal te geven dat ze zich op zijn minst moet houden aan de eigen onderlinge afspraken, dan kan die beïnvloeding ook wel gebaseerd zijn op een ander type delictsomschrijvingen, op een ander type wettelijke bepalingen die niet zo zwaar zijn. Artikel 293 is passend bij een tijd waarin euthanasie nog zelden voorkwam en als een ernstige aangelegenheid werd gezien. Inmiddels is het aanvaard en is de brug om tot normbevestiging over te gaan erg hoog omdat dat zo belastend is voor artsen. Met een andere wet kun je hetzelfde effect bereiken. Maar die andere wet is er nu niet. Misschien kan het meegenomen worden in de evaluatie van de huidige wet. We hebben het rapport-Schnabel over voltooid leven gehad en de regering komt in juni met een standpunt naar aanleiding van de wetsevaluatie.’

Zou het toezicht op euthanasie in de toekomst binnen de beroepsgroep kunnen worden geregeld, bijvoorbeeld met tuchtrecht?

‘De tuchtrechter zou een grotere rol kunnen nemen en dan zou het strafrecht bij wijze van spreken wat meer kunnen terugtreden. Kijk, er is van alles mogelijk. We hebben gigantisch veel verkeersovertredingen zoals u weet. Tot 1990 werd dat door het strafrecht afgedaan en in dat jaar is het overgeheveld naar het administratief recht. Als maar duidelijk wordt dat de beroepsgroep zich moet houden aan de eigen normen, dan kan de handhaving mogelijk buiten het strafrecht gebeuren, of daarbinnen op een andere manier, met overtredingen of andersoortige misdrijven. Daar zou onderzoek naar moeten worden gedaan, maar dat is aan de politiek.’

Prof. mr. Rinus Otte (1961)

Rinus Otte is sinds 2016 lid van het College van procureurs-generaal. Hij is onder meer verantwoordelijk voor de medische portefeuille. Daarvoor werkte hij 21 jaar als rechter en raadsheer. Vanaf 1988 is hij ook docent strafrecht aan de universiteit en sinds 2009 bijzonder hoogleraar organisatie van de rechtspleging in Groningen.

Nieuwsbericht n.a.v. dit artikel: OM-topman Otte: Handhaving euthanasie kan mogelijk buiten strafrecht

lees ook:

Download dit artikel (pdf)

print dit artikel
interview euthanasie levenseinde recht
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Peter van Rijn, huisarts niet-praktiserend, Rheden 17-03-2018 15:05

    "Het OM is er om de wet toe te passen .Dat betekent ,waar het artsen betreft , dat zij zich binnen de grenzen van de wet weten. Omdat zij deze niet mogen overschrijden moeten ze deze buitengrenzen van de wet ook niet gaan opzoeken Als zij dat wél doen zijn ze per definitie verdachten .Dus dient het strafecht er inderdaad toe ` om de norm te bevestigen en om te tonen dat het recht boven alles gaat .`Maar , euthanasie is vrijwillig en daarom bewaakt alleen de arts zelf, door zijn autorisatie door de euthanasiewet , de binnengrens .En hier gaat het recht over in ethiek .Zo blijft het bewaken van de buitenste wetsgrenzen een zaak voor het OM, terwijl de ethische binnengrens natuurlijk best onder de tuchtrechter zou kunnen vallen, incl. bijv.de medisch technische uitvoering. Maar oordelen over een RTE-uitspraak i.p.v. over de arts doet geen recht ."

  • Marchinus Hofkamp, kinderarts n.p., Apeldoorn 16-03-2018 12:47

    "Het lijkt zo redelijk: Artsen dienen zich toetsbaar op te stellen (dat vinden ze zelf ook), en het OM toetst (en dat is terecht, vindt het OM). Daarmee lijkt de huidige gang van zaken dus redelijk. Maar in werkelijkheid is het een brede kloof die toetser en getoetste scheidt, omdat ze in compleet verschillende werelden denken.
    Hét grote verschil is, dat de arts, die een euthanasie verricht heeft, getoetst wíl worden. Het is een ethische wens, zelfs noodzaak om je als arts te kunnen verantwoorden tegenover het eigen geweten én tegenover de samenleving – noodzakelijk ook om in het reine te kunnen blijven functioneren.
    De officier van justitie kent zo’n wens bij zichzelf niet, en zo’n noodzaak al helemaal niet. Sterker nog, hij kan wel aan regeltjes getoetst worden, maar alleen door de eigen beroepsgroep (en ev. de rechter). De wereld buiten het OM heeft verder geen enkele mogelijkheid om een officier van justitie te toetsen op fouten of wandaden – zelfs de Nationale Ombudsman kan hem niet dwingen zich te verantwoorden [1]. Ethiek speelt in deze voor de officier geen rol.
    De huidige situatie is dus nu, dat de overheidsdienaar (OM) die zelf niet toetsbaar is (ook niet hoeft te zijn) de medische beroepsuitoefenaar ook werkelijk diepgaand gaat toetsen. Regels (zonder ethische intentie) tegenover Ethiek (met de erbij horende medische regels). Dit is misschien wat zwart/wit uitgedrukt, maar het is wel de essentie van wat er nu mis dreigt te gaan.
    Zou er dan geen strafrecht mogen gelden bij euthanasie? Zeker wel, maar pas dan wanneer het bij de arts aan ethische intentie zou blijken te mankeren – en bij ethische intentie behoort ook het correct omgaan met de beroepsregels, ook bij euthanasie. Er zijn meerdere disciplines in onze samenleving die heel goed in staat zijn om zich samen een juist oordeel te vormen over discutabele euthanasie-gevallen, maar het OM behoort daar niet toe.
    [1] Marchinus Hofkamp, schrijver van het boek –de Wassen Neuzen van Kafka– uitg. Gienusart 2016"

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring