Inloggen
Laatste nieuws
Charlotte Zegveld Astrid Kramer
6 minuten leestijd
recht

Wie is er aansprakelijk in een samenwerkingsverband?

Over de civielrechtelijke consequenties als het misgaat bij samenwerken in de zorg

1 reactie
Getty Images
Getty Images

In steeds meer gevallen zijn bij het leveren van zorg verschillende partijen betrokken. Mooi natuurlijk, maar wat als er ergens een fout wordt gemaakt waardoor een patiënt schade lijdt? Wie is er dan aansprakelijk? Er is dringend behoefte aan heldere afspraken.

Om ‘goede’ zorg te kunnen leveren moeten zorgverleners hun specifieke kwaliteiten, deskundigheid en ­kennis combineren. Dat heeft geleid tot samenwerkingsverbanden binnen zorggroepen, gezondheidscentra, dementienetwerken, diabetesketenzorg, netwerken voor palliatieve zorg en de acute zorg. Deze zorg overstijgt de grenzen van één instelling en vraagt om vergaande afspraken tussen zorgaanbieders.

Gebrekkige afstemming

Een belangrijk oogmerk van samenwerking is efficiëntie, maar vooral ook het kunnen verlenen van goede en continue zorg aan alle patiënten met een bepaalde aandoening of ziekte binnen een bepaalde regio. Samenwerking kent echter ook risico’s. Door communicatieproblemen of onvoldoende afstemming zou de patiënt mogelijk niet de benodigde zorg kunnen krijgen of soms zelfs gezondheidsschade kunnen lijden.1 Een voorbeeld. Een diabetespatiënt krijgt zorg van een zorggroep, de huisarts, de diëtist, het ziekenhuis, de internist en de oogarts. Alle goede intenties ten spijt worden – door onvoldoende afstemming en gebrekkige communicatie – complicaties niet tijdig gesignaleerd, en ontwikkelt deze patiënt blijvende visusklachten. Het is natuurlijk allereerst belangrijk om deze situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Maar als een patiënt schade lijdt door gebrekkige afstemming wil hij weten wie hij hiervoor kan aanspreken. Het gaat dan niet om de vraag of, en welke arts, verpleegkundige of andere beroeps­beoefenaar een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, maar puur om de vraag of de patiënt gecompenseerd kan worden voor de kosten die bijvoorbeeld het leven met visusklachten met zich meebrengt. Het civiele aansprakelijkheidsrecht zou het antwoord op deze vraag kunnen zijn, maar juist bij samenwerkingsverbanden in de zorg biedt het huidige civiele medische aansprakelijkheidsrecht niet altijd een ­uitkomst. Samenwerkingsverbanden in de zorg bestaan immers uit meerdere organisaties en zijn geen zelfstandige juridische entiteit, zoals een besloten vennootschap of een maatschap. Binnen het huidige recht kunnen ze dan ook niet aansprakelijk worden gesteld.

Als een patiënt schade lijdt door gebrekkige afstemming wil hij weten wie hij kan aanspreken

Belangstelling van juristen

Dat juristen belangstelling hebben voor samenwerkingsverbanden in de zorg blijkt wel uit het recentelijk verschenen pre­advies van de Vereniging voor Gezondheidsrecht getiteld ‘Samenwerking in een complex zorgveld’. Hierin wordt, in lijn met ­eerder onderzoek, gepleit voor een uitbreiding van de civiele aansprakelijkheid voor samenwerkingsverbanden in de zorg. Een recente jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht wees uit dat dit idee breed wordt gedeeld en ondersteund door gezondheidsrechtjuristen. Een ruime meerderheid van de (fysiek en online) aanwezige leden stemde toen voor de stelling: ‘de ontwikkelingen nopen tot uitbreiding van de centrale aansprakelijkheid’.

Civiele aansprakelijkheid

Vanuit juridisch en patiëntenperspectief is het wenselijk om de civiele aansprakelijkheid voor samenwerkingsverbanden in de zorg uit te breiden. Dit kan op verschillende manieren. Denk bijvoorbeeld aan een centrale aansprakelijkheid vergelijkbaar met de centrale aansprakelijkheid voor zorg­instellingen zoals nu ook al geldt voor een ziekenhuis. Als binnen de muren van het ziekenhuis een fout wordt gemaakt waardoor de patiënt schade lijdt, dan is het ziekenhuis hiervoor aansprakelijk. Voordeel van deze vorm van aansprakelijkheid is dat de patiënt niet hoeft aan te tonen door welke arts, verpleegkundige of andere ­zorgverlener de fout is gemaakt en dus niet de kans loopt de verkeerde partij aan te spreken.

Een vergelijkbare centrale aansprakelijkheid is denkbaar voor samenwerkings­verbanden. Wordt het netwerk van zorg­verleners bijvoorbeeld ondersteund door een zorggroep of een gezondheidscentrum, dan zou de zorggroep of het gezondheidscentrum de centraal aansprakelijke partij kunnen zijn.

Een andere optie is dat alle partijen in het samenwerkingsverband aansprakelijk kunnen worden gesteld. Zij zijn dan alle hoofdelijk – dat wil zeggen voor het gehele schadebedrag –, dan wel voor een deel van de schade jegens de patiënt aansprakelijk. Deze laatste optie is echter wel erg patiënt­onvriendelijk omdat de patiënt dan meerdere zorgverleners aansprakelijk moet ­stellen om zijn totale schade vergoed te kunnen krijgen. Hoofdelijkheid geniet daarom vanuit het perspectief van de ­patiënt de voorkeur.

Hoofdelijke aansprakelijkheid is erg patiëntonvriendelijk

Samenwerking onder druk?

Hoewel het uitbreiden van de aansprakelijkheid voor samenwerkingsverbanden gesteund wordt, klinkt er vanuit het veld ook bezorgdheid. Willen zorgverleners wel samenwerken als de kans bestaat dat ze aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de fout van een andere partij in het samenwerkingsverband? Zet dit de samenwerking niet juist onder druk? Deze vragen zijn meegenomen in een onderzoek naar de bereidheid van organisaties om al dan niet in een netwerk te blijven als de omgevingsfactoren veranderen, zoals het wegvallen van financiering, verplicht gebruikmaken van een ICT-structuur of de invoering van netwerkaansprakelijkheid.2 Aan de respondenten werd een situatie voorgelegd waarin een patiënt gezondheidsschade lijdt die niet aan één organisatie in het netwerk is toe te schrijven. De patiënt krijgt ver­volgens de mogelijkheid om iedere zorgaanbieder in het netwerk aansprakelijk te stellen ongeacht wie de fout heeft gemaakt. Deelnemers aan dit onderzoek waren 175 vertegenwoordigers van zorgaanbieders uit negen CVA-ketens en elf netwerken voor palliatieve zorg. De respondenten gaven aan in welke mate ze het eens waren met de volgende stellingen: als dit scenario zich voordoet, dan ...

  1. gaan wij meer letten op het belang van onze organisatie, ook als dat ten koste gaat van het netwerkbelang,
  2. willen wij niet meer aan het netwerk deelnemen,
  3. komt ons lidmaatschap van het netwerk minder in lijn te staan met onze organisatiedoelen,
  4. vermindert ons gevoel van loyaliteit aan het netwerk,
  5. zijn wij eerder geneigd om uit te kijken naar andere mogelijkheden buiten het netwerk,
  6. zijn wij minder bereid om nog verder in het netwerk te investeren.

Respondenten beoordeelden de stellingen op een schaal van helemaal mee oneens tot helemaal mee eens. De onderzochte groep was het voornamelijk oneens met de stellingen. Ook als een patiënt de keuze heeft om elke zorgaanbieder in het netwerk aansprakelijk te stellen blijft de betrokkenheid bij het netwerk in stand.

Met enige voorzichtigheid kunnen we ­concluderen dat zorgverleners in samenwerkingsverbanden niet afwijzend staan tegenover een uitbreiding van de civiele aansprakelijkheid voor fouten van het ­netwerk.

Draaglast

Zorgverleners hebben elkaar nodig om goede en efficiënte zorg te kunnen ver­lenen. De vraag blijft natuurlijk hoe je kunt voorkomen dat het uitbreiden van de aansprakelijkheid een belemmering gaat vormen voor de zo noodzakelijke samenwerking tussen zorgverleners. Wij vinden dat het uitbreiden van de aansprakelijkheid voor samenwerkingsverbanden alleen zinvol kan zijn als er ook heldere afspraken worden gemaakt over de interne draaglast. Het moet duidelijk zijn hoe de schadevergoedingslast uiteindelijk binnen het netwerk wordt verdeeld. Met andere woorden: wie draait op voor de kosten? Wet- en regelgeving moeten dus niet alleen de aansprakelijkheid voor gebrekkige samenwerking neerleggen bij de zorg­verleners die participeren in een samenwerkingsverband, maar moeten ook ­bepalen hoe de onderlinge draaglast is verdeeld en de betrokken partijen verplichten om heldere afspraken te maken over de onderlinge draaglast. Daarnaast moet een samenwerkingsverband zich als collectief kunnen verzekeren tegen aansprakelijkheid.3 Op deze manier kunnen kosten ­worden gespreid over alle premiebetalende zorgverleners gedurende een langere tijd. De verdeling van de interne draaglast is daarmee niet alleen een verantwoordelijkheid voor de wetgever. Ook aansprakelijkheidsverzekeraars en zorgverleners zelf kunnen hun stempel drukken op de vormgeving hiervan. Het is volgens ons pas ­‘veilig’ voor zorgaanbieders om samen te werken als je met de invoering van ­netwerkaansprakelijkheid ook de interne draaglast regelt. 

auteurs

mr. dr. Charlotte Zegveld, senior docent en onderzoeker, Department of Private, Business & Labour Law, Tilburg Law School, Tilburg University

dr. Astrid Kramer, senior docent, Department of Management, Tilburg School of Economics and Management, ­Tilburg University

contact

c.zegveld@tilburguniversity.edu

cc: redactie@medischcontact.nl

VOETNOTEN

1. Illustratief is een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Deze zaak gaat over een dame die van meerdere zorgverleners zorg kreeg en overlijdt als gevolg van een verhoogde lithiumspiegel. Contact tussen de apotheker, de huisarts en de cardioloog had dit kunnen voorkomen. CTG 4 september 2007, MC 2007/44: 1826-7 (Cardioloog meldt interventie niet aan medebehandelaars).

2. Kramer AE, Resilient networks in healthcare: Effects of structural and cognitive embeddedness on network commitment (diss. Tilburg), Tilburg: CentER 2014, hoofdstuk 5.

3. Een voorbeeld is de netwerkverzekering voor integrale geboortezorg die door MediRisk wordt aangeboden, zie https://medirisk.nl/netwerkverzekering-voor-integrale-geboortezorg/, geraadpleegd op 3 mei 2022.

Lees ook:
recht samenwerking aansprakelijkheid
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • R.S. Gebel

    Huisarts, Alphen aan den Rijn

    Ik begrijp dat er een juridisch probleem ligt bij ketenzorg, maar dat was voor de komst van de zorggroepen niet anders. Daarbij lost het aansprakelijk kunnen stellen van zorggroepen het probleem niet op. Medisch specialisten en de GGZ maken (bijna) n...ooit deel uit van de zorggroep. In genoemd voorbeeld (te laat opgespoorde oogklachten bij een diabeet) zijn huisarts en oogarts betrokken, en mis ik de belangrijkste betrokkene, de patiënt. Want alle hoogdravende retoriek over eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid ten spijt blijf ik volgens de tuchtrechter verantwoordelijk voor het blijven oproepen van een patiënt voor controles. Zo lang de aansprakelijkheid van de patiënt voor het opvolgen van medische adviezen en het nakomen van controleafspraken niet goed geregeld is, zit ik niet te wachten op een collectieve aansprakelijkheid.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.