Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ed Kenter
15 januari 2014 4 minuten leestijd
levenseinde

Weg met de wilsverklaring

4 reacties

OPINIE

Een schriftelijke wilsverklaring over euthanasie voegt niets toe

Het begeleiden van een patiënt in zijn laatste levensfase tot en met euthanasie is maatwerk. Een schriftelijke wilsverklaring biedt daarbij slechts schijnzekerheid en is eigenlijk overbodig.

De houdbaarheidsdatum van de wilsverklaring staat weer eens ter discussie. Het voorstel is de geldigheidsduur te maximeren tot twee jaar en de verklaring jaarlijks te actualiseren.

De schriftelijke wilsverklaring dient om de uitvoering van euthanasie veilig te stellen. Het is een aanvulling op en een bevestiging van het verzoek om euthanasie uit te voeren, maar ook het bewijs van het verzoek als de patiënt wilsonbekwaam is. De wilsverklaring is niet wettelijk verplicht.

De wettelijke zorgvuldigheidseisen vereisen wilsbekwaamheid en weloverwogenheid. Daarbij is het de vraag of de patiënt op het moment van de uitvoering van euthanasie wilsbekwaam moet zijn. Volgens artikel 2 lid 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding kan een arts gevolg geven aan een schriftelijk verzoek van een inmiddels wilsonbekwame patiënt, indien dit is opgesteld toen deze nog wilsbekwaam was. Voor de toetsingscommissie kan een schriftelijke wilsverklaring het mondelinge verzoek vervangen als de patiënt op het moment van de levensbeëindiging niet meer in staat is zijn wil te uiten. De artsenorganisatie KNMG vindt echter dat euthanasie alleen mogelijk is als mensen op het moment van uitvoering zelf aangeven dat ze niet meer willen leven.

Geloofwaardigheid
De beoogde nieuwe regel over de houdbaarheidsdatum lost de problemen niet op. De huidige wetgeving biedt genoeg ruimte. Actualisering van de wilsverklaring vergroot weliswaar de geloofwaardigheid, maar de beoordeling van het verzoek om euthanasie op het moment van uitvoeren door de behandelend arts is veel gecompliceerder. Na het invoeren van nieuwe regels volgen nieuwe grenzen, want de grenzen rond euthanasie blijven altijd grijze gebieden.

De vraag of de patiënt wilsbekwaam is, is een van de vele dilemma’s in de medische praktijk. Hoe stel je vast of een dementerende patiënt nog voldoende ziektebesef heeft? Hoe ondraaglijk is het lijden aan het lijden dat men vreest? Wat is een schriftelijke wilsverklaring waard als een demente patiënt zich niet ongelukkig toont, in omstandigheden die hij eerder omschreef als ondraaglijk en uitzichtloos, terwijl de familie zich wel ongelukkig voelt en hun gelijk zoekt in de wilsverklaring? Wie lijdt dan het meest: de patiënt of zijn naasten? Is het lijden van mijn patiënt die gisteren aangaf ondraaglijk te lijden, nog steeds ondraaglijk, nu hij zich niet van zijn lijden bewust is door zijn plotselinge coma? Hoe scherp zijn de wettelijke zorgvuldigheidseisen geformuleerd? Hoe concreet worden deze nagevolgd?

Salon-euthanasiasten
Met de wilsverklaring wordt een voorschot genomen op de wilsbekwaamheid, maar weten wij wel waarover wij praten als we nog niet terminaal zijn en kunnen wij wel weten wat wij willen als we ondraaglijk lijden door gebrek aan kwaliteit van leven? In hoeverre zijn we ‘salon-euthanasiasten’? Als huisarts heb ik herhaaldelijk ervaren dat patiënten met infauste somatische aandoeningen uit voorzorg hun grenzen in een schriftelijke wilsverklaring vastlegden, maar eenmaal bij die grenzen beland, schoven ze deze op en kozen voor langer leven ondanks het lijden.

Bij de begeleiding in de laatste levensfase kan de schriftelijke wilsverklaring soms in de weg zitten, waardoor er spanningsvelden ontstaan tussen enerzijds de behandelend arts en anderzijds de patiënt en de familie. De schriftelijke wilsverklaring wekt nogal eens valse verwachtingen. Hulpverleners krijgen te maken met patiënten die denken een recht op euthanasie te hebben. Veel patiënten en hun naasten vinden dat ze met een schriftelijke wilsverklaring verzekerd zijn van euthanasie, op het moment dat zij eraan toe zijn. Artsen worden soms onder zware druk gezet. Veel belangrijker dan de wilsverklaring is dat er een behandelrelatie bestaat tussen arts en patiënt. Men kent elkaar in goede en slechte tijden. Men kent elkaars manier van reageren. Het is essentieel dat de behandelend arts en de patiënt een proces doorlopen, waarin alternerend over klachten en behandelmogelijkheden wordt gesproken en dat men samen uitkomt bij het moment van uitvoering. Stervensbegeleiding uitmondend in euthanasie is maatwerk. In de praktijk speelt de schriftelijke wilsverklaring daarin zelden een essentiële rol.

Laten we geen onnodige regels invoeren. In Nederland heerst een regelcultuur. Wij reguleren ons helemaal vast als we nog meer regels opleggen aan het uitvoeren van euthanasie. Elke patiënt is anders. Elke euthanasie heeft zijn eigen karakter, zijn eigen verloop. Er zal altijd een zekere interdoktervariatie blijven bestaan en de dokter zal wel vaker voor een verrassing staan. De beoordeling over de uitvoering is allang niet meer alleen het domein van de behandelend arts, maar hij heeft wel de meeste expertise.


Ed Kenter, huisarts en SCEN-arts

contact: edkenter@xs4all.nl; cc: redactie@medischcontact.nl


Geen belangenverstrengeling gemeld



Lees ook


En meer in het dossier Levenseinde

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
print dit artikel
euthanasie levenseinde opinie wilsbekwaamheid wilsverklaring
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , , 24-01-2014 00:00

    "Beste Ed,

    Graag wil ik op jouw artikel in MC reageren.
    Je noemt heel veel goede zaken,zoals de subtiele behandelrelatie met je patient,het item over het recht hebben op euthanasie,het verschuiven van de wens tot euthanasie bij infauste aandoeningen etc.Toch ben ik meerdere malen heel blij geweest,dat de euthanasieverklaring op gezette tijden geactualiseerd was.Met name wanneer er sprake was van dementie,gevorderde Parkinson of ALS,waarbij communicatie vaak slechts op heel primitief nivo mogelijk was.En niet altijd is er sprake van een langdurige subtiele relatie tussen arts en patient,bv. Als iemand slechts kort in de praktijk is,of overname van een patient indien de arts om principiele redenen geen euthanasie wil/kan bieden.
    In deze situatie ben ik reeds meermalen beland.Je komt dan,dikwijls laat, pas in beeld als uitvoerend arts.De communicatie is er wel,maar, zeer primitief,er is dan vaak een 2 voor 12-situatie ontstaan.Dan is het wel zeer prettig indien de euthanasieverklaring meerdere malen is geactualiseerd.Actualisering geeft dan toch de meest recente opvattingen van de patient weer en zijn manier van denken over deze materie.Het is dan zeker wel een steun voor de hulpbiedende arts,maar informeert ook op duidelijke wijze de SCEN-arts,die al helemaal geen relatie met de patient heeft!
    Alle middelen,die het laatste stukje wilsbekwaamheid kunnen ankeren ,zijn voor de uitvoerende dokter van groot belang.Zelfs als liberale dokter wil ik liever niet gebruik hoeven to maken van het door jou genoemde artikel 2 lid 2 van de WTL. Dus: verscheur hem niet die verklaring,maar actualiseer hem liever!

    Jim Dibbets
    SCEN-arts,arts Levenseindekliniek.
    "

  • H.A. van der Most, arts, BEST 21-01-2014 00:00

    "Deze reactie is door de heer W.van Katwijk, aan wie ik dit artikel ter informatie heb toegezonden, aan de redactie van MC per email toegestuurd.
    Op zijn verzoek plaats ik zijn commentaar ook als digitale versie op de reactiewebiste van dit artikel.

    Geachte heer Kenter / geachte redactie,

    Van een bevriende arts kreeg ik uw artikel toegestuurd.
    Hierbij mijn spontane reactie.

    U gaat uit van een ideale situatie. Van een ideale huisarts. Die vrij, zonder gene, over de dood en sterven, daarover goed opgeleid,
    communiceert met al zijn patiënten. Dat niet alleen vastlegt in zijn dossier, maar dat dossier ook voor iedere collega beschikbaar heeft.
    Bestaat die?
    Is die 24/7 aanwezig/bereikbaar/beschikbaar?
    Waarom is de NVVE ontstaan?
    Waarom zijn wilsverklaringen ontstaan?
    Waarom is de levenseindekliniek ontstaan?
    Als een luisterend oor, een invoelend hart, respect voor iemand anders' opvatting door iedere arts met de
    vanzelfsprekende welwillendheid om te helpen zonder/ondanks een eigen afwijkend oordeel er zouden zijn:
    ja, dat Eutopia zou ik ook wel wensen.
    "

  • R.S. van Coevorden, huisarts, ex SCEN arts, Consulent Palliatieve zo, Amsterdam 20-01-2014 00:00

    "Ik ben het hartgrondig met collega Kenter eens! Ook herken is de situatie van collega van Rijn. Als patiënten hun NVVE wilsverklaring quasi nonchalant op mijn buro werpen heb ik vaak de neiging om te vragen of ze al een datum in gedachte hebben?! En dan die verwonderde blik! Hoezo datum? Neen, dat opschuivend karakter ken ik maar al te goed van mijn werk in het hospice waar mensen steeds hun grenzen verleggen omdat ze weten dat er maximaal getracht wordt het lijden te verlichten. Een euthanasiewens uit het verleden (uit angst voor)komt dan helemaal niet meer naar voren en de natuurlijke dood wordt omarmd. Uiteraard ken ik buiten het hospice de verschillende situaties waar euthanasie voor de betreffende patiënt de beste oplossing was. Maar zoals Kenter beschrijft is de band die de (huis)arts met zijn patiënt opbouwt het meeste waardevol en de beste garantie voor een goede begeleiding in de laatste levensfase."

  • P.J.E. van Rijn, huisarts n.p., RHEDEN 17-01-2014 00:00

    "De wilsverklaring is overbodig omdat op het moment van de geopteerde euthanasie de uitvoerende arts zich ervan dient te vergewissen dat er voldaan is aan de zorgvuldigheidseis dat de patient wilsbekwaam is . Zo niet,dan geen euthanasie.De grootste ergernis in mijn praktijk gaf wel het binnentreden van weer zo`n gezonde jongere , die met fundamentalistisch-triomfantalistische arrogantie zijn NVVE -paieren op mijn bureau wierp , waarna ik de tijd ,die ik aan echte zieken zou kunnen besteden , moest gebruiken om uit te leggen dat hij of zij daar toch echt geen recht aan zou kunnen ontlenen.

    Peter van Rijn ,huisarts n.p. Rheden"