Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Guido Reijnen Marcel Buster Petra Vos Udo Reijnders
22 november 2018 5 minuten leestijd
orgaandonatie

Weefseldonatie vanuit de eerste lijn veronachtzaamd

Opvallend hoog donorpotentieel bij waterlijken

5 reacties
Getty Images
Getty Images

Organen en weefsels die geschikt zijn voor donatie zijn nu vooral uit de tweede lijn afkomstig. Daarmee blijft een bron van donatiemateriaal onbenut, zo leert een onderzoek bij verdrinkingsslachtoffers. Ook in de eerste lijn is veel te halen.

Ondanks alle aandacht in de media voor orgaan- en weefseldonatie en het feit dat in 2017 bijna 1500 personen hun weefsels doneerden, staan er nog steeds 700 mensen op de wachtlijst voor een donorweefsel. De wachtlijst voor mensen die wachten op een corneatransplantatie is veruit het grootst.

Veel mensen die overlijden in een ziekenhuis blijken een potentiële donor te zijn. De percentages variëren van 33 tot 86 procent voor corneadonoren en 3 tot 20 procent voor overige weefsels zoals hartkleppen, bloedvaten, botten en huid.

Vooral artsen in de tweede lijn hebben aandacht voor weefseldonatie. Dit komt wellicht doordat zij door donatiecoördinatoren worden geschoold. Donatiecoördinatoren wijzen op potentiële donoren waarbij het register niet is geraadpleegd. Dit creëert bewustwording.

Buiten het ziekenhuis

Als een weefseldonor buiten het ziekenhuis wordt aangemeld, spelen er praktische problemen, zoals het binnen zes uur koelen van een lichaam, of het niet voor handen hebben van een aanmeldingsformulier. Ook bestaat de misvatting onder artsen dat mensen die buiten het ziekenhuis overlijden niet geschikt zouden zijn voor donatie omdat, bijvoorbeeld, het postmortaal interval te lang is. Om argumenten te verzamelen voor weefseldonatie buiten het ziekenhuis, hebben we retrospectief het donorpotentieel onderzocht bij overledenen die op het eerste gezicht niet in aanmerking leken te komen voor weefseldonatie.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek verdrinken jaarlijks ongeveer tweehonderd personen in Nederland.Drenkelingen zijn relatief jong en hebben vaak een beperkte medische voorgeschiedenis. Een belemmering voor weefseldonatie bij deze slachtoffers is, dat een lichaam na het te water raken zinkt en pas na het intreden van de ontbinding weer boven komt drijven. Het behoeft geen discussie dat deze subgroep – als er al sprake is van ontbinding – niet in aanmerking komt voor weefseldonatie. Ontbinding en het postmortale interval worden echter te vaak gebruikt als argumenten om voor álle waterlijken af te zien van raadpleging van het donorregister.

Waterlijken

Om aan te tonen dat ook waterlijken geschikt kunnen zijn als weefseldonor, werden 154 forensische schouwverslagen van waterlijken getoetst aan de hand van de criteria van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Alle lichamen die zijn aangetroffen in het water van Amsterdam in de periode januari 2011 tot januari 2018 werden geïncludeerd. Allereerst werd getoetst op basis van de algemene contra-indicaties of het lichaam potentieel in aanmerking kwam voor weefseldonatie. Vervolgens werd op basis van leeftijdscriteria nagegaan, welke weefsels potentieel gedoneerd hadden kunnen worden.

Van de waterlijken bleek 45 procent geschikt als donor

Bij de algemene contra-indicaties werden twee specifiek forensische contra-indicaties toegevoegd, namelijk een incompleet lichaam en het overschrijden van de 24-uurstermijn door verder politieonderzoek. Indien er geen sprake was van contra-indicaties, werd een lichaam gezien als potentiële donor. In tabel 1 staat van welke contra-indicaties er sprake was. Per casus werd hooguit één contra-indicatie gescoord. Nadat een contra-indicatie werd gevonden, werd er niet meer gekeken naar eventuele andere contra-indicaties.

Totaal bleek maar liefst 45 procent (n=70) van de waterlijken geschikt als potentiële donor (zie tabel 1). Bij deze groep werd vervolgens bekeken of ook daadwerkelijk contact was opgenomen met de NTS. Slechts in één van deze zeventig gevallen was het donorregister geraadpleegd.

Hoog donorpotentieel

Opvallend is het relatief hoge donorpotentieel bij waterlijken (zie tabel 2). Het donorpotentieel voor oogweefsel is vergelijkbaar met dat van overledenen in een ziekenhuis. Het donorpotentieel voor de overige weefsels is zelfs substantieel hoger dan van overledenen in een ziekenhuis. Dit ondanks het feitdat 34 procent (n=53) van de overledenen niet kan doneren vanwege een te lang postmortaal interval (>24 uur), en nog eens ruim 10 procent (n=18) niet omdat de identiteit niet vaststond.

De 24-uursgrens blijkt overigens niet te worden overschreden door intensief politieonderzoek. Dergelijk politieonderzoek, zoals een gerechtelijke sectie, wordt met name verricht als de identiteit van het slachtoffer onbekend is of als het postmortaal interval de 24-uursgrens al heeft overschreden.

Bij slechts één van de zeventig potentiële weefseldonoren is dus contact gezocht met de NTS. Dat is een gemiste kans. De vraag is waarom in de overige 69 gevallen het donorregister niet is geraadpleegd. De meest waarschijnlijke verklaring is dat het aanmelden van weefseldonoren minder vanzelfsprekend is voor eerstelijnsartsen. Ook onbekendheid met deze materie kan een rol hebben gespeeld. En mogelijk is er ook sprake van praktische bezwaren, zoals het transport naar het mortuarium voor koeling binnen zes uur na overlijden.

Drempelvrees

Als zelfs veel waterlijken – waarbij relatief veel potentiële bezwaren spelen – geschikt zijn als potentiële donor, moet ook bij andere groepen overledenen gedacht worden aan donatie. Voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, forensisch artsen en andere eerstelijnsartsen zou het uitgangspunt moeten zijn, dat bij ieder overlijden van een patiënt van 85 jaar of jonger moet worden gedacht aan weefseldonatie. Op basis van het donorpotentieel in de eerste lijn, moeten we een significante bijdrage kunnen leveren aan het verkorten van de wachtlijst voor donorweefsel. Scholing rondom weefseldonatie en regionale samenwerking met donatiecoördinatoren is hierbij essentieel.

Afgelopen januari zijn de forensisch artsen van de GGD Gelderland Midden een project gestart, waarbij aandacht is voor weefseldonatie. Na enige drempelvrees zijn de nodige donoren succesvol aangemeld.

Overleden buiten het ziekenhuis

Meneer De Vries (44) gaat elke woensdagmiddag in zijn sloep vissen op de Waal. De beheerder van de haven heeft hem om 15.00 uur het water op zien gaan. Rond 17.00 uur spoelt zijn sloep, met hierin nog levende vissen, aan op een nabijgelegen strandje. Meneer De Vries wordt om 17.30 uur dood in het water aangetroffen. Hij wordt overgebracht naar het politiemortuarium voor de lijkschouw. Omdat alles wijst op een ongeval, geeft de officier van justitie het lichaam om 20.00 uur vrij.

Als er geen sprake is van contra-indicaties, is meneer De Vries een potentiële donor voor oogweefsel, huid of bot, hartkleppen en bloedvaten.

auteurs

Guido Reijnen, forensisch geneeskundige, GGD Gelderland, GGD Hollands Midden, Leiden, GGD Amsterdam, longarts i.o. ziekenhuis Rijnstate, Arnhem

dr. Marcel Buster, epidemioloog, afdeling Forensische Geneeskunde GGD Amsterdam

dr. Petra Vos, longarts, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem

prof. dr. Udo Reijnders,hoogleraar eerstelijns forensische geneeskunde, GGD Amsterdam

contact

greijnen@rijnstate.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten:

1: https://www.transplantatiestichting.nl/cijfers/weefsels-jaarcijfers/wachtlijsten-voor-weefsels. Geraadpleegd juni 2018

2: Chopra GK, De Vincentis F, Kaufman D, Collie D. Effective corneal retrieval in a general hospital. The Royal Melbourne Hospital Eye Bank. Aust N Z J Ophthalmol. 1993; 21(4): 251-5.

3: Johnson D, Dutch M, Knott J Estimation of the potential eye and tissue donor pool in an Australian emergency department. Emerg Med Australas. 2016 Jun;28(3):300-6. doi: 10.1111/1742-6723.12576. Epub 2016 Apr 13.\

4: Galea G Estimating the potential of tissue donation in Scotland. Scott Med J. 2012; 57 (4): 185-90. doi: 10.1258/smj.2012.012083. Epub 2012 Sep 21.

5: Pont T, Gràcia RM, Valdés C, Nieto C, Rodellar L, Arancibia I, Deulofeu Vilarnau R. Theoretic rates of potential tissue donation in a university hospital. Transplant Proc. 2003; 35 (5): 1640-1.

6: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=7233&D1=1496,1498,1565-1572,1661,1682,1711&D2=0&D3=0&D4=0,4,9,(l-1)-l&VW=T Geraadpleegd: juni 2018 7: Van de Voorde W. Forensische geneeskunde, Brugge, Die Keure, 2016; p.400.

download dit artikel (pdf)

orgaandonatie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Guido Reijnen, Forensisch arts , Arnhem 02-01-2019 14:36

    "Het behoefte geen discussie dat wij initiatieven, om weefseldonatie in de eerste lijn van de grond te krijgen, toejuichen. Ook wij hebben met ons lokale initiatief positieve reacties ontvangen en hierdoor het aantal raadplegingen zien toenemen.

    Los van deze goede initiatieven moeten wij concluderen, dat de aandacht voor weefseldonatie in de eerste lijn achterblijft in vergelijking met de tweede lijn. Wij zien dit terug in de forensische praktijk waar het aantal raadplegingen door forensisch artsen zeer beperkt is. Bovendien merken wij dat de bekendheid rondom weefseldonatie ook bij huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde nog beperkt is. Dit blijkt nog eens uit verbaasde reacties als we adviseren om bij een natuurlijk overlijden het donorregister te raadplegen. Ook wordt bij raadpleging van het donorregister nog steeds standaard gevraagd vanuit welk ziekenhuis er gebeld wordt, waaruit opgemaakt kan worden dat standaard wordt uitgegaan van een raadpleging uit de tweede lijn.

    Een terechte opmerking is de zorg voor de nabestaanden. Ook hierin kan voorzien worden. In het (politie)mortuarium is gelegenheid tot ontvangst van de nabestaanden. Indien gewenst kan nog afscheid worden genomen van de overledene voor uitname van de weefsels.

    De onbekendheid met weefseldonatie in het veld maakt dat initiatieven om weefseldonatie onder de aandacht te brengen hard nodig zijn. Wij hopen hier met ons artikel een bescheiden bijdrage aan geleverd te hebben.
    "

  • Josien Zimmerman, arts, niet praktiserend 13-12-2018 17:21

    "Het artikel 'Weefseldonatie vanuit de eerste lijn veronachtzaamd' handelt voor een groot deel over verdrinkingsslachtoffers waarbij het relatief hoge donorpotentieel waterlijken opvalt. Ik miste hier een belangrijk aspect: de zorg voor de nabestaanden. Ik zocht tevergeefs in de casusbeschrijving van in de Waal verdronken visser naar het moment dat de echtgenote gelegenheid zou hebben kunnen krijgen haar man te zien. Juist bij zo'n dramatisch ongeval van een gezond sportief persoon moet het overrompelende bericht van vermissing en daarna zijn dood voor de familie immens traumatisch zijn.
    "

  • Stafartsen Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)., Stafarts, Leiden 27-11-2018 13:40

    "Met veel interesse namen wij kennis van uw artikel met als titel “Weefseldonatie vanuit de eerste lijn veronachtzaamd; het waterlijk als vergeten bron van donorweefsel”. Als Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) maken wij graag gebruik van de gelegenheid om het belang en potentieel van weefseldonatie vanuit de eerste lijn opnieuw te onderstrepen.

    De eerste lijn blijkt inderdaad een bron van potentiële weefseldonoren. Het aantal succesvolle aanmeldingen kan significant stijgen mits gefaciliteerd door nascholing, praktische ondersteuning en taakdelegatie (Ref: Nienke Kessels, Huisarts en Wetenschap, “Weefseldonatie in de eerste lijn”, d.d. 24-07-2018). In dit kader is de aanmeldprocedure efficiënter gemaakt.

    Binnen de eerste lijn worden door u de waterlijken als potentiële bron van weefseldonoren beschreven. Naast de algemene contra-indicaties genoemd in uw artikel hanteren wij ook aanvullende weefselspecifieke contra-indicaties om de veiligheid en de kwaliteit zo veel als mogelijk te garanderen.
    Naast de medische contra-indicaties spelen een aantal andere factoren die kunnen leiden tot complexe logistiek. Zoals een onduidelijk tijdstip van overlijden, onduidelijke doodsoorzaak en vertraging door vrijgave van het lichaam door de officier van Justitie. Ook dient het lichaam te worden overgebracht naar een ruimte die geschikt is voor explantatie van weefsels.

    Bovengenoemde factoren kunnen ertoe leiden dat het uiteindelijke aantal geschikte donoren lager uitvalt dan het geschetste aantal. Desalniettemin onderschrijven we het belang van raadpleging en aanmelding, ook bij waterlijken.

    Overigens, niet uitsluitend de hoeveelheid geëxplanteerd weefsel is bepalend voor de wachtlijsten. Ook de beschikbare capaciteit van operatieruimten, operatieassistenten en medisch specialisten spelen hierbij een belangrijke rol.

    De uiteindelijke donorgeschiktheid wordt per specifieke casus door de NTS bekeken.

    Stafartsen Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).
    "

  • Harrie Geboers, Voorzitter Raad van Bestuur, 's-Hertogenbosch 27-11-2018 13:19

    "De verbazing waarvan Nienke Kessels hierboven gewag maakt, deel ik. Vanuit Huisartsenposten Oost-Brabant vormde Oost-Brabant de eerste pilotregio in het project "Weefseldonatie in de eerste lijn". Het project werd niet alleen met open armen door de huisartsen ontvangen, het leidde ook tot een zeer substantiële stijging in het aantal aanmeldingen en geaccepteerde weefseldonoren gedurende en ook na de pilotperiode.
    De schrijvers van het artikel gaan hieraan volledig voorbij. Zelfs al kunnen wij de conclusie delen dat weefseldonatie meer aandacht van de eerste lijn en in het bijzonder van de huisarts verdient, worden met het artikel de uitgebreide inspanningen daartoe en de resultaten daarvan miskend. Een serieus tijdschrift als Medisch Contact verdient betere en meer up-to-date publicaties."

  • Nienke Kessels, Huisarts, Projectleider "Weefseldonatie in de 1e lijn", Eindhoven 23-11-2018 20:34

    "Met interesse en verbazing las ik bovenstaand artikel. In de laatste alinea wordt gesteld dat ook bij overledenen in de 1e lijn standaard gedacht moet worden aan weefseldonatie, omdat daar een groot potentieel gemist wordt. Het waterlijk wordt hierbij als voorbeeld gebruikt.

    De afgelopen jaren is echter veel aandacht geweest voor weefseldonatie in de 1e lijn. Hier vind ik in het artikel helaas niets van terug.

    Weefseldonatie was tot nu toe inderdaad zelden onderwerp van gesprek bij de huisarts. Door het niet bespreken van donatie wordt niet voldaan aan de donatiewens van de overledene, worden potentiële donoren gemist en blijven wachtlijsten bestaan. Redenen om het gesprek niet aan te gaan zijn onbekendheid met de materie, praktische bezwaren en de tijdrovende procedure.

    Om deze reden is in 2016 het project “Weefseldonatie in de 1e lijn” gestart, een landelijke samenwerking van de Nederlandse Transplantatie Stichting, het Nederlands Huisartsen Genootschap en InEen. Doelen van het project waren enerzijds huisartsen bewust maken van de mogelijkheid van weefseldonatie in de 1e lijn, anderzijds praktische handvatten en ondersteuning bieden bij het aanmelden van een potentiële donor, waardoor de procedure zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt.

    Middels de ontwikkeling van een nascholing, inzet van huisarts docenten, een praktische schouwenvelop, taakdelegatie, 2 thuisarts pagina’s, een handreiking en een verkorte procedure worden huisartsen vanaf nu gefaciliteerd in de procedure van weefseldonatie bij overlijden. Deze ondersteuning is gedurende 3 maanden getest in 2 pilotregio’s en werd positief beoordeeld met daarbij een duidelijk zichtbaar effect op bewustwording, raadplegingen en aanmeldingen. In Huisarts en Wetenschap (no.9 2018) is hier een uitgebreid implementatieartikel over verschenen.

    Voor meer informatie, het aanvragen van een nascholing, het bestellen van gratis materialen of links naar de ondersteuning: zie H&W 9 of stuur mij een mail via de redactie.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.