Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
werk en inkomen

‘We zijn naar echte tekorten gegaan’

Alle beroepsgroepen in de zorg ervaren krapte

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Wie een vacature in de zorg probeert te vullen, heeft een probleem want er heerst alom krapte. Het blijkt uit de arbeidsmarktmonitor voor artsen, maar het UWV merkt dat het voor alle beroepen in de zorg geldt.

‘Grote tekorten’, zo kenschetst arbeidsmarktdeskundige bij UWV Mechelien van der Aalst de arbeidsmarkt in de zorg. Uitkeringsinstantie UWV bevestigt wat voor de mensen op de werkvloer al geen verrassing is: de krapte is te zien in het hele land. ‘Het zijn enorme ontwikkelingen. Van een periode van overschotten zijn we naar echte tekorten gegaan’, constateert Van der Aalst. ‘Het gaat vooral om mensen op mbo-niveau 3 en hoger: verzorgenden ig, verpleegkundigen mbo/hbo, woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg, operatieassistenten, enzovoort.’ Steeds vaker wordt het UWV ook benaderd door werkgevers of opleiders om werkzoekenden te scholen voor de zorg.

‘In de media zie je berichten over de consequenties van die krapte: operaties die niet doorgaan, drukte op de SEH, toenemende werkdruk.’ Ook het feit dat steeds meer medewerkers ervoor kiezen om zzp’er te worden, lijkt mede een gevolg van de tekorten op de arbeidsmarkt, zegt Van der Aalst.

Deze trend speelt met name bij verpleegkundigen en verzorgenden. ‘Ik kan me voorstellen dat dit in toenemende mate tot problemen zal leiden. Zorginstellingen wijzen vaak op de hoge personeelskosten die dit met zich meebrengt. Dat is een belangrijk punt. Maar de drijfveren van de mensen om niet langer in vaste dienst te werken, zijn lang niet altijd financieel. Ze noemen de vrijheid om zelf te bepalen wanneer ze kunnen werken. Dat kan inhouden dat een steeds kleiner team van “vaste” krachten de diensten in de nacht en andere impopulaire uren draait. En misschien ook meer belast wordt met de administratieve taken. Daarmee kan het dus een vicieuze cirkel worden.’

Acute zorg IJsselmeerziekenhuizen: ‘We hadden een prima bezetting’

Was er nu wel of niet een aantoonbaar personeelstekort in Lelystad, voorafgaand aan de overname door St Jansdal? Hierover lopen de meningen uiteen.

Minister Bruins zei vorige week dat het tóch niet mogelijk was om de acute zorg voor Lelystad te behouden, onder meer omdat daar niet genoeg geschikt personeel voor zou zijn.

Maar zo was het niet, zegt Esther Hiemstra, voorzitter medische staf MC IJsselmeerziekenhuizen.

‘We hadden, tot de recente ontwikkelingen, een prima bezetting op de afdeling Spoedeisende Hulp en ook op de verloskundeafdeling hadden we voldoende personeel.’ Ze noemt de uitspraken van de minister over het personeelstekort ‘heel makkelijk’.

Eerder had Martine Visser (Flevolandse Patiëntenfederatie) tegen de NOS gezegd ‘dat wel duidelijk was dat het heel moeilijk zou worden om de afdeling Acute Verloskunde open te houden’, maar dat ze nog wel hoop koesterde dat de SEH gered kon worden. ‘Het personeelsargument is daar ook een beetje een selffulfilling prophecy: als je maar lang genoeg wacht, gaan de mensen vanzelf weg.’

Hiemstra, die SEH-arts is, zegt dat alle diensten in het rooster op de SEH door SEH-artsen vervuld konden worden, op een aantal diensten in de nacht na. ‘Dat is niet anders dan bij de meeste ziekenhuizen. Ook hadden we voldoende gespecialiseerde verpleegkundigen, gynaecologen en kinderartsen voor verloskunde. Afgelopen zomer hadden we inderdaad een tijdelijk tekort aan kinderartsen door een samenloop van omstandigheden: waarbij drie collega’s om verschillende redenen tegelijk uitvielen. Het was moeilijk om waarnemers te vinden. De kinderafdeling is toen dichtgegaan, maar de verloskunde was wel open. Dat was echt tijdelijk.’

Sinds eind vorige week is bekend dat het Harderwijkse ziekenhuis St Jansdal vanaf maart een groot deel van de zorg gaat overnemen, maar juist niet de acute zorg. In de overgangsfase is het personeel in dienst van de curator. Er wordt in de tussentijd ‘aan alle kanten’ aan de artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen getrokken, waardoor er mogelijk wel tekorten ontstaan.

‘Ziekenhuizen uit de regio of verder vragen of wij of onze collega’s interesse hebben. Via de diensttelefoon of we krijgen complete vacatures opgestuurd. De één doet dat wat agressiever dan de ander.’

Vooral de ‘schaarse’ specialismen merken het, zoals SEH-artsen, kinderartsen en ok-verpleegkundigen. Deze werving van buiten wordt niet door iedereen gewaardeerd, stelt Hiemstra: ‘Er is nog veel loyaliteit onder de medewerkers.’ Maar niet alle werknemers weten of er in de nieuwe situatie een baan op hen wacht. Volgens Hiemstra is er nog veel onduidelijk: ‘Maart is ver weg. Zelfs de situatie in december is nog onzeker.’

Mismatch

Van der Aalst bevestigt het beeld dat de jongste Arbeidsmarktmonitor schetst. Het UWV hanteert een iets andere onderzoeksmethode; het kijkt naar het aantal vacatures, afgezet tegen het beroep van de werkzoekenden. ‘Dat is iets anders, hoewel onze methode vergelijkbaar is: ook wij gebruiken onder meer een internetscraper om erachter te komen waar vacatures uitstaan.’

De uiteindelijke ranglijst van het UWV is vergelijkbaar met de Arbeidsmarktmonitor. ‘Het gaat grosso modo om dezelfde krapteberoepen, zij het dat de verzekeringsarts bij ons veel hoger staat wat betreft moeilijk te vervullen vacatures. Dat komt vermoedelijk mede omdat wij als grote werkgever voor verzekeringsartsen niet voor iedere arbeidsplaats een aparte vacature uitzetten. Hoe groot de arbeidsvraag is voor artsen, is buitengewoon lastig te bepalen. Daarom wisselen we onze inzichten actief uit met hetCapaciteitsorgaan. Het kan ook per regio verschillen. We horen vaak dat het voor een medisch specialist lastig is te verhuizen naar een plek, als hij of zij een werkende partner heeft die niet wil of kan meeverhuizen.’

‘De verzekeringsarts staat bij ons veel hoger’

Deze mismatch op de arbeidsmarkt zie je terug in de werkloosheid onder basisartsen. ‘Het is moeilijk om daar iets over te zeggen, omdat we niet van alle basisartsen weten of ze werkloos zijn.’ Dat gezegd hebbende: het UWV zag eind oktober naar schatting 500 basisartsen in de WW. Een jaar ervoor, in oktober 2017, waren dat er iets meer: ongeveer 525.

Dit getal is op basis van de hoogst afgeronde opleiding die werkzoekenden invullen bij de uitkeringsorganisatie. Ze hebben een master geneeskunde, doctoraal medicijnen of opleiding basisarts ingevuld. ‘Meer specifiek hebben we geen cijfers beschikbaar’, zegt de UWV-arbeidsmarktdeskundige. ‘Zie het dus als een indicatie van het aantal basisartsen in de WW. Daarbij is zeker niet gezegd dat alle werkzoekende basisartsen in de WW zitten. Ze kunnen immers bijvoorbeeld tijdelijk aan het werk zijn terwijl ze zoeken naar een opleidingsplek.’

lees ook:

Download dit artikel (pdf)

Zoek vacatures op medischcontactbanen.nl

werk SEH Kinderartsen werk en inkomen IJsselmeerziekenhuizen
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.