Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
M. Lugtenberg; L.F.J. van der Velden en L. Hingstm
17 oktober 2006 7 minuten leestijd
huisartsenzorg

Waarnemers waargenomen

Plaats een reactie

Huisartsenzorg ondersteund door meer dan 1000 waarnemers



Vrijheid, flexibiliteit, inkomen en registratie­behoud zijn de belangrijkste motieven om waar te nemen in de huisartsenzorg. De gemiddelde leeftijd van de waarnemer is 41 jaar, maar er zijn ook uitschieters naar boven en beneden. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel.



De samenstelling van de beroepsgroep huisartsen is in de laatste jaren sterk veranderd. Meer huisartsen zijn vrouw, huisarten werken vaker in deeltijd en ze kiezen in toenemende mate voor een duo- of groepspraktijk.1 Ooklijken zij vaker flexibelere werkrelaties aan te gaan, bijvoorbeeld door als hidha (huisarts in dienst van een huisarts) of waarnemer te werken.



Er zijn signalen dat het aantal waarnemers de laatste jaren sterk is gegroeid en dat steeds meer huisartsen van hun waarneemschap hun ‘vaste baan’ maken. Aantrekkelijke waarneemtarieven, vrijheid en flexibiliteit zouden hierbij een rol spelen. Tegelijkertijd kan het waarnemen ook een negatieve keuze zijn, bijvoorbeeld als er onvoldoende mogelijkheden zijn om als zelfstandig huisarts of hidha aan de slag te gaan.


Om inzicht te krijgen in het aanbod aan waarnemers, voerde het Nivel in 2005 in opdracht van het Capaciteitsorgaan een inventarisatie uit.



Zoekers en stoppers


Voor de inventarisatie is gebruikgemaakt van de Nivel-registratie van pas afgestudeerde huisartsen en van een schriftelijke vragenlijst onder drie groepen huisartsen.2


In de Nivel-registratie is een groep huisartsen te onderscheiden die nog niet zo lang is afgestudeerd en nog niet werkzaam is als zelfstandig gevestigde huisarts of als hidha, maar daartoe wel plannen heeft (de ‘zoekers’). Elk jaar wordt hun gevraagd hoeveel zij werken als waarnemer.



Naast deze ‘zoekers’ zijn nog drie andere groepen huisartsen onderscheiden die in 2005 wellicht hebben waar­genomen. Dit zijn de hidha’s, de ‘stoppers’ (huisartsen die gestaakt zijn met hun praktijk) en een groep ‘overigen’ (pas afgestudeerden die volgens de Nivel-registratie niet als huisarts aan de slag zijn gegaan). Over deze drie groepen is in de Nivel-registratie niet terug te vinden of zij al dan niet hebben waargenomen. Om dit te achterhalen, is onder hen een korte schriftelijke enquête uitgezet. Daarbij golden twee inclusiecriteria: men diende nog steeds te beschikken over een HVRC-registratie én op de datum van de gegevensverzameling niet ouder dan 75 jaar te zijn. Voor de ‘stoppers’ gold bovendien dat zij in de afgelopen tien jaar (1995-2004) hun werkzaamheden als huisarts moesten hebben gestaakt.



De vragenlijst is verstuurd naar een steekproef van 300 van de 891 hidha’s, 300 van de 855 ‘stoppers’ en alle ‘overigen’ (n=439). De respons bedroeg 45 procent van de groep ‘overigen’, 67 procent van de ‘stoppers’ en 82 procent van de hidha’s. De gegevens zijn gewogen naar leeftijd en geslacht, zodat ze overeen­komen met de kenmerken van de populatie. Binnen de drie aangeschreven groepen bestonden slechts kleine verschillen naar leeftijd en geslacht.


Van de vier onderscheiden groepen huisartsen bleek 40 procent in 2005 als waarnemer te hebben gewerkt. Dit betekent dat er in 2005 minimaal 1000 huisartsen als waarnemer actief waren.



Jonge vrouwen


Het grootste deel van de waar­nemers (28%) bestaat uit hidha’s die naast hun hidha-schap ook nog hebben waar­genomen (zie figuur 1). Circa 26 procent van de waarnemers bestaat uit huisartsen die met een zelfstandige praktijk of hidha-schap zijn gestopt, maar daarna nog een tijdje als waarnemer aan de slag waren. Eveneens bijna een kwart van de waarnemers behoorde tot de ‘zoekers’, ofwel huisartsen op zoek naar een eigen praktijk of hidha-schap. Ten slotte behoort 22 procent van de waarnemers tot de groep ‘overigen’.



Van alle waarnemers is iets meer dan de helft (53%) vrouw. De gemiddelde leeftijd van de waarnemers is 41 jaar, waarbij vrouwen (37 jaar) gemiddeld bijna tien jaar jonger zijn dan mannen. Circa 60 procent is jonger dan 40 jaar. Bij de vrouwelijke waarnemers is zelfs driekwart jonger dan 40 jaar, bij de mannen is dit 42 procent (zie figuur 2).



Als onderscheid wordt gemaakt naar de vier onderscheiden groepen, dan zijn de ‘zoekers’ met 35 jaar gemiddeld het jongst. Dat is niet verwonderlijk, daar die groep vooral uit huisartsen bestaat die nog niet zo lang zijn afgestudeerd. Ook waarnemers uit de groep hidha’s en ‘overigen’ zijn relatief jong; gemiddeld respectievelijk 36 en 37 jaar. De ‘stoppers’ zijn met een gemiddelde leeftijd van 55 jaar daarentegen relatief oud.



455 FTE


Voor de ‘zoekende’ waarnemers geldt dat zij in 2005 op jaarbasis gemiddeld 184 dagen aan waarnemingen voor avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW) en dagwaarnemingen vervulden (zie tabel 1). Alle ‘zoekende’ waarnemers samen deden zodoende 42.800 waarnemingen. Deze groep, die 23 procent van alle waarnemers vertegenwoordigt, was in 2005 verantwoordelijk voor 47 procent van alle waarnemingen.


De hidha’s, die 28 procent van alle waarnemers vertegenwoordigt, verrichtte daarentegen slechts 10 procent van alle waarnemingen.


In totaal zijn de vier groepen verantwoordelijk voor bijna 91.000 waar­nemingen. Uitgaande van 200 waarnemingen per jaar voor een fulltime equivalent, komt dit overeen met 455 fte aan waarnemingen in 2005.



Dag en nacht


Van de ‘zoekers’ is niet bekend welk type waarnemingen zij deden; van de drie andere groepen is wel bekend of het ANW-diensten of dagwaarnemingen betrof. In totaal 80 procent van de waarnemers verrichtte in 2005 ANW-diensten; gemiddeld 33,7 per jaar. Een ongeveer even groot deel van de waar­nemers (78%) voerde in 2005 dagwaarnemingen uit; gemiddeld 46 dagen per jaar.



Verder blijkt dat mannen in mindere mate (76%) ANW-diensten verrichtten dan vrouwen (84%) Bij de dagwaarnemingen geldt het omgekeerde. Mannelijke huisartsen die waarnemen, verrichten echter twee keer zo veel ANW-diensten als vrouwen (46 tegenover 23). Ook verrichten mannelijke waarnemers meer dagwaarnemingen dan vrouwen (51 versus 41).



Jongere waarnemers blijken vaker ANW-diensten te doen dan ouderen. Daarentegen zijn oudere waarnemers sterker vertegenwoordigd bij de dagwaarnemingen. Wat betreft het aantal waarnemingen geldt dat bij de dagwaarnemingen het gemiddelde aantal dagen afneemt met de leeftijd. Bij de ANW-diensten is het beeld minder eenduidig. Hier neemt het aantal ANW-diensten in de lagere leeftijdscategorieën toe, waarna een forse daling plaatsvindt in de leeftijdscategorie van 55-64 jaar. Opvallend is het hoge aantal ANW-diensten dat wordt verricht in de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder. Kanttekening hierbij is dat het absoluut gezien een bijzonder kleine groep betreft, zodat uitschieters de uitkomsten sterk beïnvloeden.



Van de drie onderzochte groepen huisartsen participeerden hidha’s relatief het minst in dagwaarnemingen. Van de hidha’s verrichtte 65 procent dagwaarnemingen; van alle waarnemers was dit gemiddeld 78 procent. Een hidha deed in 2005 gemiddeld 28 dagwaarnemingen; van alle onderzochte groepen lag het gemiddelde aantal dagwaarnemingen in 2005 op 46.



Geld en vrijheid


Financiële redenen en vrijheid/flexibiliteit zijn de belangrijkste motieven om waar te nemen (zie figuur 3). Mannen en vrouwen verschillen hierin nauwelijks; vrouwen benadrukken iets vaker het financiële aspect, terwijl mannen wat vaker de vrijheid en flexibiliteit als reden aanvoeren. Voor een kwart van de waarnemers is het behouden van de registratie een belangrijke motivatie.



Hidha’s en ‘overigen’ benoemen vaker de financiële kant als belangrijke reden voor het waarnemen, terwijl ‘stoppers’ vaker waarnemen vanwege de vrijheid en flexibiliteit die het werk biedt of om hun registratie als huisarts te behouden.



Onderschatting


In 2005 waren naar schatting minimaal 1000 huisartsen werkzaam als waarnemer. Gezamenlijk verrichten zij voor circa 455 fte aan waarnemingen. Waarschijnlijk zijn deze aantallen nog hoger omdat huisartsen die in de loop van 2005 afstudeerden mogelijkerwijs al in dat jaar hebben waargenomen, maar niet in dit onderzoek zijn mee­genomen.


Een andere reden voor een mogelijke onderschatting is het gegeven dat de groep zelfstandig gevestigde huisartsen buiten beschouwing is gelaten. Een deel van hen heeft misschien ook als waarnemer gewerkt; dat geldt waarschijnlijk vooral voor degenen die in de loop van 2005 als zelfstandig gevestigd huisarts zijn gestopt.



Het aantal waarnemers in 2005 zal daarom waarschijnlijk boven de 1000 liggen; in totaal gaat het naar schatting om ongeveer 1250 huisartsen. Het totaal aantal fte aan waarnemingen zal waarschijnlijk niet ver boven de 500 uit­komen.


De betrouwbaarheid van deze schattingen hangt samen met de vraag of de respons representatief was. Wellicht reageerden waarnemers wat vaker dan huisartsen die niet hadden waargenomen, om de eenvoudige reden dat zij meer voeling hebben met het onderwerp. Anderzijds konden artsen die niet hadden waargenomen de vragenlijst veel sneller invullen en reageerden zij wellicht juist eerder. Zonder bewijs voor het tegendeel wordt uitgegaan van representativiteit van de respondenten voor de gehele populatie.



Dienstverband


‘Stoppers’ en ‘overigen’ staan binnen de Nivel-registratie als niet-werkzaam te boek. Toch blijkt een aanzienlijk deel van hen als waarnemer te werken. Dat is een nieuw gegeven. Het gaat daarbij om ongeveer 31 procent van de ‘stoppers’ en 41 procent van de ‘overigen’. Ook de uitkomst dat een groot deel van de hidha’s (31%) gedurende 2005 als waarnemer werkzaam was, is een nieuw gegeven. Mogelijk hebben deze hidha’s hun dienstverband gecombi­neerd met waarnemen, maar het kan hier ook gaan om mensen die éérst hidha waren en daarna gedurende kortere of langere tijd als waarnemer werkten. Van de ‘zoekers’ blijkt ongeveer 75 procent waarneem­activiteiten te ontplooien.



Kijkend naar de verschillende huisartsengroepen, dan springen vooral de ‘zoekers’ eruit als het gaat om de hoeveelheid waarnemingen. Hoewel deze groep maar een klein deel uitmaakt van het totaal aantal waarnemers, nemen zij relatief veel waar.

drs. M. Lugtenberg, onderzoeker Nivel


dr. L.F.J. van der Velden, senioronderzoeker Nivel


dr. L. Hingstman, programmaleider Nivel



Correspondentieadres:

l.hingstman@nivel.nl

,


cc:

redactie@medischcontact.nl



Geen belangenverstrengeling gemeld.



Literatuur


1. Kenens R & Hingstman L. Cijfers uit de registratie voor huisartsen: peiling 2005. Utrecht: Nivel, 2005. 2. Lugtenberg M, Velden LFJ van der, Hingstman, L. Inventarisatie vraag en aanbod van waarnemers in de huisartspraktijk. Utrecht: Nivel, 2006.



SAMENVATTING


- In 2005 hebben 1000-1250 huisartsen één of meer diensten waar­genomen voor andere huisartsen.


- Ongeveer 250 huisartsen werkten vrijwel het gehele jaar als waar­nemer; de overigen hebben veelal maar gedurende een klein deel van het jaar waargenomen. 


- In totaal is voor 450-500 fte waar­genomen.


- Financiële redenen, vrijheid, flexibiliteit en registratiebehoud zijn belangrijke motieven om waar te nemen.


- Zo’n 500 waarnemers stonden bij de Nivel-registratie te boek als ‘niet-werkzaam’.


- Ongeveer 35 procent van de huisartsen die zijn gestopt met een praktijk of van vestiging hebben afgezien, blijkt toch nog enige waarneem­activiteiten te ontplooien.



 

 





Klik hier voor het PDF van dit artikel



Nivel-rapport: Inventarisatie vraag en aanbod van waarnemers in de huisartspraktijk.

ANW-diensten
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.