Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

‘Vragenlijsten kindermishandeling werken niet’

5 reacties

Vragenlijsten die artsen op huisartsenposten gebruiken om kindermishandeling op te sporen, werken niet goed. Er komen maar weinig gevallen van mishandeling mee aan het licht en ze leiden bovendien tot veel onterechte verdenkingen. Dat concludeert arts-onderzoeker Maartje Schouten in een proefschrift waarop ze deze week promoveert in Utrecht.

Huisartsenposten en SEH-afdelingen zijn sinds 2011 verplicht te werken met een screeningsinstrument rond kindermishandeling: een vragenlijst met vragen over letsel, ontwikkelingsstadium van een kind en gedrag van de ouders. Zo’n vragenlijst moet elke arts doorlopen als een ouder met kind een hap of SEH bezoekt.

Volgens Schouten, verbonden aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis, worden met de vragenlijsten maar twee van de honderd gevallen van kindermishandeling opgespoord. Daarnaast blijken van elke honderd verdenkingen die zo’n lijst oplevert, maar liefst 92 verdenkingen onterecht. De vragenlijsten zijn te algemeen, en een iets afwijkend antwoord op een vraag kan al snel tot de onterechte conclusie leiden dat een letsel mogelijk gevolg is van mishandeling, meent Schouten.

De arts-onderzoeker pleit ervoor om dergelijke generieke vragenlijsten te vervangen door aparte vragenlijsten voor verschillende soorten letsel. Volgens haar brengen letselspecifieke vragen beter aan het licht of er waarschijnlijk sprake is van kindermishandeling of niet. Ook zouden huisartsen volgens haar meer scholing moeten krijgen dan nu over kindermishandeling, om ze bewuster te maken van het onderwerp en meer zelfvertrouwen te geven bij het stellen van een diagnose en het aangaan van gesprekken hierover.

In de Volkskrant van vandaag zeggen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en voorzitter Károly Illy van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde de huidige vragenlijsten te willen behouden, omdat er geen alternatief is en afschaffen ertoe leidt dat nog minder gevallen aan het licht komen. Kinderarts Elise van de Putte, voorzitter van het landelijke artsenexpertisecentrum rond kindermishandeling LECK, noemt vragenlijsten een vorm van ‘schijnveiligheid’ waarmee artsen ‘hun voelhoorns afsluiten’.

In 2012 concludeerde de IGZ al eens dat de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten onvoldoende was.

lees ook

print dit artikel
Nieuws kindermishandeling screening HAP
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Ria van Bodegom, huisarts, Utrecht 21-03-2017 23:35

    "Het zou mooi zijn wanneer er een beter screeningsinstrument komt. Zeker. Maar bij het opsporen van kindermishandeling zijn er op meer vlakken verbeteringen aan te brengen. Ik bezie het even vanuit mijn professie, ik ben huisarts. Het is zwaar werk: we moeten "met" de mensen praten en niet "over" de mensen. Dus moeten we in gesprek gaan met de ouders bij een mogelijk vermoeden van kindermishandeling. Vragen komen al snel bij de huisarts. Enerzijds is het fijn dat de huisarts het gezin vaak beter kent, zowel omdat we gezinsarts zijn en omdat we het gezin al langer kennen, maar het is dus vaak ook risicovol met betrekking tot de relatie met het gezin. En vervolgens, wanneer er een vermoeden is dat tot een onderzoek leidt, dan is er vaak weinig terugrapportage. Is een klacht gegrond, dan wordt de huisarts nauwelijks geïnformeerd over welke maatregelen en/of hulpverlening er wordt ingezet. Hierbij speelt: onbekend maakt onbemind. En tot slot: bij een vermoeden kan er al snel een paar uur gaan zitten in overleg met collega's, met Veilig Thuis, met het gezin en dit komt bovenop de dagpraktijk die al druk is. Er is geen tijd gereserveerd voor zoiets. Evenmin is er vergoeding, het is liefdewerk oud-papier. Het is niet dat we onze ogen sluiten wanneer we vermoedens hebben, maar alle bovengenoemde aspecten bevorderen de opsporing van kindermishandeling niet.
    "

  • Walter Balemans, kinderarts, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein en Utrecht 21-03-2017 12:40

    "Bijzondere conclusies over iets dat we allang wisten. Om te beginnen is de vragenlijst waarover wordt gesproken helemaal geen vragenlijst maar een checklist voor de dokter of afdeling, zogenaamde SPUTAVAMO formulier. Onder druk van inspectie en samenleving en bij gebrek aan beter is dit check instrument destijds ingebouwd in de meeste EPD's van ziekenhuizen, m.n. op de SEH. Het levert niets meer en ook niets minder dan een risico analyse. Als je op één van de punten scoort heeft de arts of de SEH afdeling de plicht wat verder te vragen en wat verder te kijken dan de neus lang is. Gaat het dan direct om verdenking kindermishandeling? Het antwoord is nee. Daar is dat checklistje ook niet voor bedoeld, het gaat om een kans bepaling, meer niet. De opmerkingen van psychiater Debije in dit forum laten zien dat hij helemaal niet weet waar de discussie precies over gaat en met hem velen. Overigens ben ik het wel eens met de conclusie dat er casuïstiek bestaat van gevallen waarin hulpverleners werkelijk denken aan kindermishandeling en waar dat uiteindelijk niet wordt aangetoond, rampzalig en beschadigend voor alle betrokkenen. De bovenstaande discussie gaat hier echter helemaal niet over. De vraag is meer: zijn er instrumenten in de SEH setting of in de spreekkamer van de dokter die gevoeliger en specifieker zijn om de kans op kindermishandeling te bepalen? Met heel goed onderzoek kunnen we ongetwijfeld verder komen, maar laten we niet doen of dat eenvoudig is. Bovendien denk ik dat kindermishandeling en verwaarlozing zich overal in haar verhulde gedaante laat zien, op scholen, op sportclubs, op kinderfeestjes en soms ook in de spreekkamer van de dokter. Het vereist enorm veel expertise, kennis en communicatieve vaardigheden om dat op de juiste manier te bespreken. "

  • M. Debije, Psychiater, Maastricht 20-03-2017 22:31

    "Ter aanvulling (om misverstanden te voorkomen): mijn reactie is a titre personelle."

  • M. Debije, Psychiater, Maastricht 20-03-2017 22:11

    "Tja, de reactie van de IGZ is weinig verheffend: Evidence Based Medicine is alleen relevant als het om beoordeling van artsen gaat. Typisch gevalletje van meten met 2 maten. Jammer dat de voorzitter van de kinderartsen het kennelijk verantwoord vindt dat er op deze manier gigantisch veel ouders ten onrechte in een kwaad daglicht worden gesteld, omdat de voorspellende waarde ver beneden een zowel praktisch als wetenschappelijk aanvaardbaar niveau zit. Ergo: enorme belediging van ouders, waardoor het vertrouwen in artsen niet groter wordt, en een grote verspilling van tijd en energie. Kortom: een schaamteloze schertsvertoning. De vraag is of de voorzitter kan rekenen op de steun van kinderartsen en kinder- en jeugdpsychiaters. Mijn ervaring? Ooit betrokken geweest i.k.v. expertise van moeder die op grond van in professioneel opzicht volkomen amateuristische wijze onderbouwde argumentatie beschuldigd werd van Münchhausen by proxy, met als gevolg dat beide kinderen uit huis geplaatst werden. De betrokken medewerkers hadden een cursusje over dat beeld gevolgd. Vervolgens werden kosten nog moeite gespaard om bewijzen aan te dragen, die de toets der kritiek niet konden doorstaan. Toen de betrokken instellingen duidelijk werd dat ze de zaak gingen verliezen, hebben ze de juridische procedure ingetrokken. De ouders waren blij, maar ook uitgeput door alle onrecht, zodoende hebben ze, helaas, afgezien van een schadeclaim-procedure, die ze glansrijk gewonnen zouden hebben. Helaas herhaalt de geschiedenis zich."

  • Wim van der Pol, ziekenhuisapotheker np, delft 20-03-2017 19:03

    "Het is te hopen dat de eerste resultaten van het LECK meegenomen zijn in het wetenschappelijk onderzoek van de promovenda. Ander vrees ik dat al het onrecht bij een onjuiste diagnose van mishandeling nog niet voorbij is. OOk de experts hebben recht op bescherming tegen stellen van een voorbarige diagnose, hoe ingewikkeld ook."