Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ed Kenter
11 oktober 2017 3 minuten leestijd
ethiek

Vijftien jaar euthanasiewet: dilemma’s en rekbaarheid

Het hoe en waarom van de verschuivende grenzen

2 reacties
De eis van ondraaglijk lijden is opgerekt tot gebrek aan kwaliteit van leven. Getty Images
De eis van ondraaglijk lijden is opgerekt tot gebrek aan kwaliteit van leven. Getty Images

Tussen de tekst en intenties van de euthanasiewet uit 2002 en de praktijk in 2017 is veel ruimte ontstaan. Voormalig SCEN-arts Ed Kenter zet de ontwikkelingen op een rij.

Psychiater Boudewijn Chabot zegt dat de euthanasiewet geruisloos wordt uitgehold. De geest is uit de fles. Zorgvuldigheidseisen, zoals een vrijwillig en weloverwogen verzoek en ondraaglijk en uitzichtloos lijden worden door de toetsingscommissie niet inhoudelijk getoetst (NRC 17 juni 2017). Jacob Kohnstamm, coördinerend voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, ontkent dat sprake is van slippery slope. ‘Het feit dát wij de stok achter de deur zijn, leidt ertoe dat de artsen en consulenten buitengewoon goed wegen of er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden (NRC 22 juni 2017).’

Waar tegenstanders spreken van een ‘hellend vlak’, dat nogal negatief klinkt, hebben voorstanders het liever over ‘verruiming’ van de zorgvuldigheidseisen: een positieve framing. Maar hoe we het ook noemen, niemand kan ontkennen dat euthanasie bij dementie, depressie, stapeling van klachten, duo-euthanasie bij echtparen, ondraaglijk lijden door het lijden dat men vreest – bijvoorbeeld voor opname in een verpleeghuis – en de schriftelijke wilsverklaring als optie bij wilsonbekwaamheid, bij de invoering van de wet in 2002 ontoelaatbaar waren. Dat is nu wel anders. Waardoor zijn deze veranderingen erin geslopen?

1. Ten eerste biedt de toetsing de ruimte. De toetsingscommissie toetst de zorgvuldigheidseisen zoals ondraaglijk lijden niet inhoudelijk, maar zij checkt of de wet is nageleefd, dus of ondraaglijk lijden is vastgesteld door de arts. Op afstand krijgt de commissie gefilterde informatie van de behandelend arts en de SCEN-arts. Dat biedt ruimte voor een eigen interpretatie van het ondraaglijk lijden, dat zodoende soms wat aangezet en uitvergroot kan worden.

2. In de tweede plaats is ondraaglijk lijden een circulair begrip. Het is zoals de patiënt zegt dat het is, subjectief en dus niet te meten. En daarmee ook een rekbaar begrip; in de loop der jaren is de eis van ondraaglijk lijden opgerekt tot gebrek aan kwaliteit van leven.

3. Ten derde is er een mechanisme van selffulfilling prophecy werkzaam dat de grenzen beïnvloedt. Kohnstamm zegt: ‘Jarenlang is zeer angstig aangekeken tegen de mogelijkheden die de wet bood aan dementerenden en psychiatrische patiënten. Je zou kunnen beredeneren: zij zijn, sinds de wet in 2002 van kracht werd, in de kou blijven staan.’

Dat deze mensen nu niet meer ‘in de kou staan’ komt door een soort haasje-overeffect: dokters staan meer open voor euthanasie, patiënten krijgen vaker gehoor en vragen eerder om uitvoering, artsen gaan mee in die wensen, patiënten worden mondiger en willen meer inspraak, enz. Een dergelijk maatschappelijk proces verloopt als een selffulfilling prophecy volgens de Thomas-theorie: wanneer mensen situaties als werkelijkheid definiëren, krijgen die situaties werkelijke gevolgen. Bijvoorbeeld: de opvatting dat het verpleeghuis de hel op aarde is, maakt euthanasie om opname te voorkomen heel normaal.

4. In de vierde plaats is de euthanasiepraktijk ruimhartiger geworden sinds een arts gevolg kan geven aan een schriftelijk verzoek van een inmiddels wilsonbekwame patiënt, indien dit is opgesteld toen deze nog wilsbekwaam was. Hiermee wordt een optie genomen op de besluitvorming. Maar weten wij wel waarover wij praten als we nog niet terminaal zijn? Wat is een schriftelijke wilsverklaring waard als een demente patiënt zich niet ongelukkig toont in omstandigheden die hij eerder omschreef als ondraaglijk en uitzichtloos?

Als huisarts heb ik herhaaldelijk ervaren dat patiënten uit voorzorg hun grenzen in een schriftelijke wilsverklaring vastlegden, maar eenmaal bij die grenzen beland, verschoven ze deze en kozen voor langer leven, ondanks het lijden.

<L CODE="C04">http://www.medischcontactlive.nl/de-dokter-en-de-dood-2017</L>

5. Ten slotte, in de meeste gevallen maken artsen en consulenten buitengewoon goede afwegingen bij de besluitvorming rond euthanasie. Maar er zijn nog zaken die onderbelicht of onbesproken blijven. Bijvoorbeeld, hoe ondraaglijk lijdt een patiënt die de uitvoering van de euthanasie een aantal weken wil uitstellen tot zijn verjaardag? Wordt daarbij voldoende deskundig tegenspel geboden door artsen? En hoe gaat de arts om met druk door de naasten van de patiënt?

Nederland wil graag als gidsland richting geven op veel gebieden. We zijn slim in gedoogconstructies, zoals vroeger met schuilkerken en nu met de wietinkoop via de achterdeur. Zo ook de dubbele bodem van de euthanasiewet, die het op zich goed doet, maar ook sluipenderwijs te veel ruimte kan bieden.

Het verder oprekken van de grenzen van het toelaatbare, zoals – het volgende haasje-over – het voltooid leven, lijkt mij voorlopig niet wenselijk. De discussie over de huidige grenzen is nog lang niet uitgekristalliseerd.

auteur

Ed Kenter, huisarts, SCEN-arts niet-praktiserend

contact

edkenter@xs4all.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

lees ook:

Download dit artikel (pdf)

print dit artikel
euthanasie SCEN-artsen ethiek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Jenne Wielenga, internist-hematoloog/SCEN-arts/medisch manager Levenseindekliniek, Rotterdam 27-10-2017 15:27

    "Euthanasiewet niet rekbaar of uitgehold

    Terecht stelt collega Kenter in Medisch Contact d.d. 12 oktober jl. het dilemma van euthanasie aan de orde. Ieder euthanasieverzoek is immers een moreel en juridisch dilemma. Van uitholling en geesten uit flessen is echter allerminst sprake. Evenmin is er sprake van een hellend vlak.
    Kenter schrijft dat zorgvuldigheidseisen door de toetsingscommissies (RTE) niet inhoudelijk getoetst worden. Dat is onjuist. Natuurlijk kan de RTE niet objectief vaststellen of het lijden wel echt uitzichtloos en ondraaglijk was. Dat eist de wet namelijk niet. In de wet staat niet gedefinieerd wat uitzichtloos en ondraaglijk lijden is. De wet eist, dat ‘de arts de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden’. En dat toetst de RTE wel degelijk. Dit geldt ook voor andere criteria. Die interpretatie is aan de arts. En enkel de arts die overtuigd is van dit uitzichtloos en ondraaglijk lijden, kan euthanasie verlenen en moet zijn beslissing voor de toetsingscommissie kunnen onderbouwen.
    Kenter stelt ook dat euthanasie bij onder meer psychiatrische ziektes en dementie bij de invoering van de euthanasiewet in 2002 ondenkbaar was. Echter, de euthanasiewet is gebaseerd op eerdere jurisprudentie, zoals het arrest Chabot (1994). Toen reeds heeft de Hoge Raad vastgesteld, dat de (medische) oorzaak van het lijden niet van belang is en dat ook psychiatrische ziektes de basis voor euthanasie kunnen vormen. De mogelijkheid van euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie is eveneens door de wetgever nadrukkelijk in de wet geïncludeerd. Dit was dus niet ondenkbaar in 2002, maar toen reeds bedacht, bedoeld en geformuleerd (artikel 2 lid 2).
    De discussie over voltooid leven is een heel andere. Zonder medische basis valt dit namelijk buiten de euthanasiewet.
    Concluderend is er geen sprake van het oprekken van de grenzen van het toelaatbare, maar van een correcte toepassing van de wet zoals die bedoeld was."

  • Nico van Duijn, Gepensioneerd huisarts, ex-SCEN-arts, Almere 16-10-2017 17:23

    "Eens met Kenter. Over de beoordeling van ondragelijk lijden valt meer te zeggen. De opvattingen van huisartsen hierover blijken te lopen van “Dat is geheel de subjectieve beoordeling van de patiënt”, zoals Kenter verwoord, tot aan “Invoelbaar voor de arts”. Dat laatste betekent dat je de ernst, de ondragelijkheid afmeet naar vergelijkbare patiënten. Dat is echt meer dan de subjectieve opvatting van de dokter. Huisartsen doen dat voortdurend, een vorm van objectieve beoordeling, rekening houdend met opvattingen en draagkracht van de patiënt. Daarom is beoordeling van de arts nodig en die kan zijn de ondragelijkheid nogal meevalt. Dan is het een nee. Persoonlijk heb ik geen conflicteuze ervaringen met zo’n gesprek daarover."