Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Leo Ottes Jan Kremer
27 augustus 2018 6 minuten leestijd
werk en inkomen

Vervang BIG-herregistratie door continue kennispeiling

11 reacties
Getty Images
Getty Images

Om BIG-geregistreerd te blijven, moeten artsen zich elke vijf jaar opnieuw laten inschrijven. Hun deskundigheid is daarmee echter niet gewaarborgd, vinden Leo Ottes en Jan Kremer. Zij pleiten voor een systeem van continue registratie, gekoppeld aan bijscholing.

Als we willen dat de Wet BIG daadwerkelijk van nut is voor de patiënt moet de herregistratie behoorlijk veranderen. Veel beter is een laagdrempelige en continue (bij)scholing waarmee de essentiële medische kennis van elke arts up-to-date wordt gehouden. Zo blijft hij BIG-geregistreerd zolang zijn kennisniveau op peil is. Welke medische kennis essentieel is, kan de beroepsgroep het beste zelf bepalen.

Opgeschoond

Op 1 januari 2018 zijn 18 duizend artsen uit het BIG-register verwijderd. Zij verloren daarmee ook hun artsentitel.1 Het registratieorgaan CIBG heeft het register namelijk opgeschoond. De ‘vervuiling’ bestond uit artsen die de afgelopen vijf jaar minder dan 2080 uur hebben besteed aan werkzaamheden in de individuele gezondheidszorg (hierna gemakshalve aangeduid als niet-praktiserend) en niet aan de scholingseis voldeden.

Die scholingseis geldt alleen voor niet-praktiserende artsen en bestaat uit drie examens, basiskennis, klinisch redeneren en klinische vaardigheden, die elk met goed gevolg afgelegd moeten worden. Dit neemt minimaal tien maanden in beslag en kost in totaal 2215 euro (prijspeil 2017, voor een herexamen moet opnieuw het gehele bedrag voor het betreffende examen betaald worden). Het eerste examen, basiskennis, bestaat uit de inter­universitaire Voortgangstoets Geneeskunde (iVTG).2 Niet verwonderlijk dat veel niet-praktiserende artsen afhaken. Naast de financiële drempel, zien zij ertegenop om weer alle basisvakken zoals anatomie, biochemie etc. ‘in hun hoofd te stampen’. En dat elke vijf jaar opnieuw.

Het bericht dat Nederland per 1 januari plotseling 18 duizend minder artsen telde, leidde tot de volgende reactie in Medisch Contact: ‘Een land dat zich kan permitteren om medische capaciteit van een dergelijke omvang af te schrijven moet wel erg rijk zijn en een erg goede gezondheidszorg hebben.’3 Zou het inderdaad niet veel verstandiger zijn om te proberen niet-praktiserende artsen, in wier opleiding veel geld is geïnvesteerd, als arts te behouden voor de samenleving in plaats van hen af te schrijven?

Natuurlijk is het belangrijk dat zij, en ook praktiserende artsen, hun kennis op peil houden. Maar dat kan ook anders. Twee vragen zijn van belang. Over welke kennis hebben we het? En hoe kan die efficiënt en plezierig worden overgedragen?

Werkervaring geen garantie

De vraag welke kennis op peil gehouden moet worden, moet beantwoord worden vanuit het perspectief van de patiënt. Een patiënt wil dat een arts bekwaam is, adequaat weet te handelen en kan beoordelen of acute hulp nodig is. Oftewel dat een arts beschikt over essentiële praktische medische kennis die up-to-date is.

Vanuit deze optiek moet de scholingseis voor alle artsen gelden. De werkervaringeis, die de BIG-registratie stelt, geeft namelijk geen garantie dat de kennis up-to-date is. Weliswaar wordt de medisch-specialistische kennis vanuit het betreffende specialisme bewaakt, maar dat geldt niet voor essentiële medische kennis buiten het vakgebied. Dit gaat om zaken die elke arts moet weten, ongeacht zijn specialisme. Bijvoorbeeld handelen in noodsituaties en alarmsignalen bij patiënten herkennen. De hoeveelheid bij te houden kennis moet zoveel mogelijk beperkt worden. In zijn boek Het nieuwe brein van de dokter laat Erik-Jan Vlieger zien dat de hoeveelheid nieuwe kennis steeds sneller toeneemt en bestaande kennis steeds sneller veroudert.4 Hij pleit er dan ook voor minder dingen uit het hoofd te leren. Want als je iets uit je hoofd denkt te weten, dan raadpleeg je de richtlijn niet en weet je ook niet of die inmiddels gewijzigd is. Niet-essentiële kennis uit het hoofd leren levert het gevaar op dat wel-essentiële kennis ondergesneeuwd raakt door nutteloze feiten. Door de bij te houden kennis te beperken tot essentiële praktische medische kennis wordt de motivatie om deze kennis bij te houden vergroot en is deze ook paraat te houden.

Wat die essentiële praktische medische kennis is die elke arts paraat moet hebben, kunnen praktiserende beroepsbeoefenaren het beste bepalen. Zij weten wat in de dagelijkse praktijk nodig is: wat elke arts moet weten en kunnen en, niet te vergeten, waar hij vanaf moet blijven als hij er geen ervaring mee heeft. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en patiënten kunnen daar een bijdrage aan leveren. Immers juist van zaken die misgegaan zijn, moet je leren.

Niveau bewaken

Aangezien het gaat om essentiële kennis die daadwerkelijk in de praktijk nodig kan blijken, ligt een aanpak vanuit praktijkvoorbeelden voor de hand. Bijvoorbeeld: wat te doen als een kind een knoopcelbatterij heeft ingeslikt? Dat niet altijd bekend is dat dit heel gevaarlijk is en het kind met spoed verwezen moet worden, toont een tuchtzaak uit 2015.5

Behalve praktijkgericht moet de (bij)scholing eenvoudig en goedkoop zijn en weinig tijd kosten, laten we zeggen maximaal een uur per week. Met de huidige ICT-mogelijkheden is dit eenvoudig te realiseren in de vorm van web based continuing medical education. Met name in de VS wordt deze manier van (bij)scholing al door verschillende partijen aangeboden, zoals de Stanford University Medical School en de Oregon Health & Science University.6 7 Het gaat hierbij echter om een digitale versie van de klassieke bijscholing op basis van accreditatiepunten. Wat ons betreft wordt een programma ontwikkeld met een andere insteek, namelijk een website waar een arts eenmaal per week inlogt en met een aantal streng geselecteerde praktijkvoorbeelden geconfronteerd wordt. Als hij het antwoord niet weet of de verkeerde richting opgaat, kan het computerprogramma de informatie verstrekken die nodig is om tot het goede antwoord te komen. Zo wordt een kennisleemte opgevuld. Ook kunnen nieuwe medische inzichten snel gemeengoed worden. Om ervoor te zorgen dat de opgedane kennis ook beklijft, houdt het systeem bij welke vragen niet goed zijn beantwoord en komt daar na een tijdje weer op terug. Kennis kun je alleen paraat houden door die regelmatig te bevragen.

Het computersysteem kan het kennisniveau van de arts ook bewaken. Zolang het goed gaat en het niveau zich ‘in de groene zone’ bevindt is alles in orde. Als het niveau echter in de oranje zone terechtkomt, kan het systeem manen om een tandje bij te zetten. Als het kennisniveau dan weer op peil komt, is er niets aan de hand. Indien het niveau echter verder zakt en in de rode gevarenzone terechtkomt, kan het systeem een alarmsignaal afgeven.

Grote voordelen

Een systeem als hiervoor geschetst zou de huidige periodieke herregistratie kunnen vervangen. Een arts, al dan niet praktiserend, hoeft dan niet meer periodiek te herregisteren, maar blijft geregistreerd zolang zijn of haar kennis op peil is. Pas als er een signaal komt – als de arts ‘in de rode zone’ terechtkomt – moet er actie ondernomen worden en kan in het uiterste geval doorhaling van de registratie volgen. Die weer ongedaan gemaakt kan worden als de betreffende arts kan aantonen dat hij weer in de groene zone is beland c.q. over de benodigde essentiële kennis beschikt, bijvoorbeeld door het met goed gevolg afleggen van een examen.

Continue registratie zolang de kennis op peil is, als alternatief voor de huidige periodieke herregistratie op basis van een werkervarings- of scholingseis, biedt grote voordelen. De patiënt kan ervan op aan dat elke arts over up-to-date essentiële praktische medische kennis beschikt. Daarnaast zullen, als deze vorm van (bij)scholing laagdrempelig en kosteloos ter beschikking wordt gesteld, veel niet-praktiserende artsen bereid zijn hun kennis op peil te houden en BIG-geregistreerd blijven. Zij blijven als arts voor de samenleving behouden. Up-to-date kennis kan levens redden. Als de arts uit het voorbeeld van de knoopcelbatterij had geweten hoe gevaarlijk het inslikken daarvan is, dan was het kind nu waarschijnlijk nog in leven geweest.

Leo Ottes, senior adviseur Raad voor Volks­gezondheid en Samenleving

Jan Kremer, gynaecoloog en hoogleraar patiëntgerichte innovatie Radboudumc, voorzitter kwaliteitsraad Zorginstituut

contact

l.ottes@raadrvs.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten:

1 In dit artikel gaan we niet nader in op de vraag of het verbod op het voeren van de artsentitel juridisch eigenlijk wel kan, zeker wanneer deze titel verkregen is voor het van kracht worden van de Wet BIG.

2 https://scholingbigherregistratiebasisartsen.nl/

3 https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/18-duizend-artsen-doorgehaald-in-big-register-.htm

4 https://hetnieuwebreinvandedokter.nl

5 Uitspraak tuchtcollege: Arts onderschat gevaar ingeslikte batterij, met fataal gevolg. Medisch Contact 24 februari 2016 (

6 https://med.stanford.edu/cme/learning-opportunities/online.html

download dit artikel (pdf)

print dit artikel
werk werk en inkomen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Anita Heeren, Revalidatiearts, Nijmegen 17-09-2018 13:52

    "Beste Leo en Jan,

    Dank voor jullie artikel, jullie raken ons insziens enkele belangrijke punten waarover wij als actiecomité herregistratie artsen bij ziekte (HABZ) in gesprek zijn met de RGS, VWS en KNMG.

    Het is ongekend zonde om capabele artsen door te halen zonder hen te beoordelen op hun actuele kennis en vaardigheden. Een compleet ander systeem is een mogelijke oplossing. Jullie voorstel van goed toegankelijke online nascholing zou daarbij voor zieke artsen een mogelijkheid kunnen zijn om toch bij te blijven.

    Daarbij komen bij ons ook vragen op: hoe zien jullie continue bijscholing en is er ruimte voor artsen om een tijd niet te werken en bij te scholen? Bijvoorbeeld in tijd van (een langdurige) ziekte?

    We gaan graag verder in gesprek.

    Anita Heeren
    Mede namens de HABZ"

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 13-09-2018 23:01

    "@Jonge Klare: Ik ben toch elke keer weer verbaast hoeveel gebakken lucht en fancy nietszeggende prietpraat er in nog geen 10 zinnen past. Chapeau!"

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 13-09-2018 22:58

    "@Voorhoeve: Uit het hart gegrepen! Blijkbaar hebben alle onderwijsvernieuwingen er vooral toe geleid dat de nieuwe generatie erg goed kan communiceren, maar dat de noodzaak om de jonge generatie primaire diagnostische vaardigheden bij te brengen daarmee in het gedrang is gekomen. Ik heb helaas dezelfde ervaringen..."

  • Roeland Voorhoeve, chirurg, Soest 13-09-2018 17:53

    "Ook een gepensioneerde arts moet bijscholen om de titel arts te mogen behouden. Maar wat moet je na 7 tot 14 jaar opleiding en 30 jaar praktijkervaring nog bijscholen? Waar het werkelijk om draait zijn de basisvaardigheden. En aan de basis verandert niet zo veel. Wel zorgelijk is dat die basis juist bij jonge artsen ontbreekt.
    Ik superviseer regelmatig op de SEH. Tegenwoordig wordt mij daar uitsluitend nog gevraagd welk onderzoek aangevraagd moet worden. De diagnostische capaciteiten van jonge artsen beperken zich tot het aanvragen van onderzoek. Dit leidt tot situatie als deze:
    Een 80-jarige actieve man die geen orale anticonceptie gebruikt, niet recentelijk is geopereerd of een gipsbehandeling heeft ondergaan en geen intercontinentale vlucht heeft gemaakt, wordt om 4 uur ‘s nachts wakker met acute pijn in zijn been. De volgende ochtend stelt de huisarts de differentiaaldiagnose ‘trombosebeen’ (zich er niet van bewust dat een differentiaaldiagnose impliceert dat meerdere diagnosen overwogen moeten worden) en vraagt een echo aan. De radioloog ziet inderdaad een stolseltje met als nevenbevinding een aneurysma van de a. poplitea. De assistent interne geneeskunde begint met een NOAC, en de chirurgisch assistent heeft daar geen bezwaar tegen. Niemand heeft gecontroleerd op perifere pulsaties. Pas een week later komt patiënt bij de vaatchirurg en blijkt een acuut opgestold poplitea aneurysma te hebben, waarbij de veneuze trombose slechts een nevenbevinding was. 30 tot 50 procent van deze aneurysmata eindigt met een amputatie.
    Er zijn nog veel meer voorbeelden.
    Door deze verdwazing stijgen de kosten en raakt de SEH verstopt met patiënten die op een nodeloos onderzoek zitten te wachten.
    In plaats van oudere artsen zinloze bij te scholen, zouden we ze nederig moeten vragen om een middag per week op een SEH te komen om jonge artsen klinisch denken bij te brengen."

  • Leo Ottes en Jan Kremer, auteurs van het artikel, Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) 31-08-2018 09:15

    "We zijn blij met de vele positieve reacties. Enkelen plaatsen kanttekeningen. Zo wijst collega Müller terecht op het gevaar dat ons voorstel toch tot een dwingend controle instrument zou kunnen uitgroeien. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat de regie bij de beroepsgroep/gebruiker ligt. Het internet biedt de ‘community’, lees de artsen in Nederland, allerlei mogelijkheden om zelf vorm en inhoud te bepalen en te bewaken dat het ‘leuk blijft’, dat het uitnodigt tot het bijhouden van kennis en niet tot een controle instrument verwordt.
    Collega Oosterling wijst op het belang van bekwaamheden als communicatie en samenwerking, alsmede van (nieuwe) vaardigheden zoals het vinden van en omgaan met informatie in het e-health (en binnenkort ook kunstmatige intelligentie) tijdperk. Wat deze laatstgenoemde vaardigheden betreft, wij denken dat ook die binnen het door ons voorgestelde systeem geadresseerd kunnen worden.
    Wat betreft zaken als communicatie en samenwerking ligt het complexer. De wet BIG is op de individuele zorgverlener gericht. In de praktijk zien we dat dit tot problemen leidt. Denk bijvoorbeeld aan het gegeven dat zorg steeds meer in netwerkverband wordt geleverd. Of aan de ontwikkeling van zorg op afstand met behulp van nieuwe technologieën, terwijl de wet BIG uitgaat van individuele gezondheidszorg en daarmee direct of rechtstreeks patiëntencontact veronderstelt. Daarom heeft Minister Bruins voor Medische zorg en Sport de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) gevraagd hem te adviseren over de toekomst van de beroepenregulering in de zorg en maatschappelijke ondersteuning. De vraag is wat de RVS betreft niet zozeer hoe de wet BIG bij de tijd te houden is, maar veeleer of de wet BIG nog wel het meest geschikte vehikel is om beroepen en opleidingen in de zorg te reguleren en zelfs of het reguleren van beroepen nog wel een geschikt instrument is. Suggesties voor hoe het anders zou kunnen zijn zeer welkom."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.