Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
H.A. Verbrugh
26 februari 2002 8 minuten leestijd

Verslaafd aan een ideologie

Plaats een reactie

Het begrip ‘ras’ in de geneeskunde

Ook in de geneeskunde is jarenlang uitgegaan van het bestaan van menselijke rassen, die wezenlijk van elkaar zouden verschillen. Voor deze opvatting bestaat echter geen enkel bewijs. Integendeel, de genetische variatie binnen populaties is veel groter dan die tussen groepen onderling.


Rassendiscriminatie is een hardnekkig maatschappelijk probleem. In het dagelijks leven, maar ook in wetenschap en politiek, worden mensen nog steeds ingedeeld op basis van raciale kenmerken. De indeling in rassen is voornamelijk gebaseerd op verschillen in het uiterlijk van mensen. Het aantal rassen van mensen dat men onderscheidt, varieert, afhankelijk van de geraadpleegde bron, van een handvol tot enkele honderden.


Het begrip ‘ras’ vindt zijn oorsprong bij de Zweedse bioloog Carl von Linne (Linnaeus) die in 1758 in zijn meesterwerk Systema Naturae mensen in vier groepen onderverdeelde. Hij onderscheidde de Europeanen (blanke huid, zachtaardig, inventief, bestuurd door wetten), de oorspronkelijke Amerikanen (koperkleurig, inhoudsloos, bestuurd door gewoonten), Aziaten (roetkleurig, achterbaks, bestuurd door persoonlijke meningen) en de Afrikanen (zwart, sluw, indolent, bestuurd door willekeur). De Duitse antropoloog Johann Blumenbach was de eerste die in 1775 het woord ‘ras’ gebruikte om mensen in te delen in vijf aparte groepen: Kaukasiërs, Mongolen, Ethiopiërs, Amerikanen en Maleiërs.

Sociale dimensie


Deze door wetenschappers bedachte indeling van mensen in verschillende rassen heeft een sociale dimensie gekregen: rassen zijn niet gelijkwaardig, maar er bestaat een natuurlijke, door God gegeven hiërarchie tussen de verschillende rassen. Het begrip ‘ras’ werd daarmee opgewaardeerd tot de biologische basis voor de ongelijke behandeling van groepen van mensen: de ideologie van rassendiscriminatie. Het duidelijkst is deze ideologie toegepast bij de ongelijke behandeling van de lokale bevolking in de voormalige koloniën en bij het bedrijven van de  slavernij door westerse koloniale mogendheden. De ideologie benadrukte immers de verschillen tussen het Europese (Kaukasische) ras enerzijds en de onderdrukte, inferieure rassen uit Afrika en Azië en de Indianen in Amerika anderzijds, en gaf zo de grondslag voor ongelijke behandeling. Ook in Europa werd de ideologie van ongelijkwaardige rassen toegepast met als uiterste gevolg de holocaust in de jaren 1940-45. Deze holocaust, waarvan vooral joden en zigeunervolken het slachtoffer zijn geworden, kan worden beschouwd als een consequentie van de eeuwenlang opgebouwde en in stand gehouden ideologie van het bestaan van ongelijkwaardige menselijke rassen.

Medische wetenschap
Ook in de medische wetenschap heeft deze ideologie zijn sporen nagelaten. Vooral in de Amerikaanse medisch-wetenschappelijke literatuur wordt nog veel gebruikgemaakt van het begrip ‘ras’, bijvoorbeeld om groepen patiënten in een onderzoek te beschrijven. Dat is zeker het geval als het onderzoek inhoudt dat verschillende groepen patiënten met elkaar zullen worden vergeleken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Amerikaans onderzoek geregeld leidt tot de conclusie dat de kans op ziekte of de kans op een goede afloop afhangt van het ras van de patiënt. Zwarte Amerikanen blijken dan meestal slechtere kansen te hebben dan blanke Amerikanen. Vaak wordt bij dergelijke onderzoeken weliswaar vermeld dat onderliggende (bijvoorbeeld sociaal-economische) oorzaken de gevonden verschillen tussen de rassen zouden kunnen verklaren, maar wat blijft hangen is dat ras een belangrijke biologische variabele is. Doordat wetenschappers het begrip ‘ras’ blijven gebruiken als een belangrijke biologisch variabele in hun onderzoeken, versterkt de wetenschap indirect de ideologie van de ongelijkwaardigheid van rassen: als de geleerden van gerenommeerde universiteiten als Harvard, Yale, Columbia en Hopkins mensen onderscheiden op grond van raciale kenmerken, waarom zouden de gewone burger en de politicus dat dan ook niet mogen doen?

Geen grondslag


Bestaat er dan een wetenschappelijke grondslag voor het onderscheid van mensen in diverse rassen? Is het inderdaad zo dat groepen mensen in biologisch opzicht zo wezenlijk van elkaar verschillen dat je kan spreken van diverse rassen, ondersoorten, binnen de soort Homo sapiens?  Het antwoord is: nee!


Dankzij de moleculaire biologie kunnen we sinds het begin van de jaren tachtig de genetische verwantschap van al het leven op aarde in kaart brengen. Ook de genetische verschillen tussen de rassen van mensen zijn inmiddels in detail bestudeerd. Uiteraard blijken mensen onderling genetisch behoorlijk van elkaar te verschillen: behoudens eeneiige tweelingen is niemand genetisch identiek. Er is dus sprake van genetische heterogeniteit. Anders gezegd: veel van onze genen vertonen kleine variaties en de samenstelling van onze DNA-strengen wisselt behoorlijk. Deze variatie in het DNA kan op verschillende manieren in kaart worden gebracht, onder meer door analyse van zogenoemde microsatelliet loci in het DNA. Dat zijn korte stukjes (42-78 basenparen lang) DNA bestaande uit repeterende basenparen, bijvoorbeeld het n-repeterende dinucleotide (CA)n. In het humane genoom zitten honderdduizenden van dergelijke microsatelliet loci. Ze zijn intrinsiek instabiel en tonen derhalve relatief veel polymorfisme.


Vergelijkend onderzoek tussen verschillende populaties op aarde heeft laten zien dat ongeveer 85 procent van alle genetische variatie wordt waargenomen binnen een en dezelfde groep mensen, dus bínnen eenzelfde volk of ras. Slechts 5 procent van de variatie correspondeert met verschillen tússen populaties op één continent, en ongeveer 10 procent is toe te schrijven aan verschillen tussen de continenten, die in de grensgebieden bovendien nog kleiner zijn dan gemiddeld.


Er is dus geen sprake van scherpe genetische grenzen op grond waarvan de mensheid in rassen kan worden ingedeeld. Ook op het niveau van eiwitten is deze verdeling van polymorfismen terug te vinden (zie tabel). Kennelijk is er in de evolutie steeds sprake geweest van vermengingen zodra twee volken met elkaar in aanraking kwamen. Echte rassen ontstaan pas als er over vele generaties consequent inteelt plaatsvindt, zoals het geval is bij sommige honden- en kattenrassen. Bij mensen valt dit fenomeen slechts bij enkele kleine, zeer geïsoleerde, gemeenschappen (meestal op eilanden) wel eens aan te treffen.


Dezelfde genetische analyses hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat alle mensen een gezamenlijke oorsprong hebben, zo’n 200.000 jaren geleden ergens in Afrika. Ondanks de daarna opgetreden verspreiding van mensen over de aarde is de mens één homogene soort gebleven. De onderlinge variatie binnen een bepaalde bevolking is vele malen groter dan de variatie tussen bevolkingen. Menselijke rassen bestaan dus niet. Wat wij als ras interpreteren gaat niet veel verder dan de buitenkant van mensen: ‘Race is only skin deep.’

Context

Het is allang bekend dat mensen elkaar onwillekeurig en onbewust plaatsen in een sociale categorie of context. Kennelijk is deze automatische sociale codering van evolutionair belang geweest. Aan de overlevingskansen van mensen heeft bijgedragen dat zij nieuwkomers snel en accuraat kunnen plaatsen in de categorieën ‘wij’ en ‘zij’, bijvoorbeeld ten tijde van een gewapend conflict.


Psychologen meenden tot voor kort dat de mens bij dat automatisch proces van codering steeds gebruikmaakt van drie in de evolutie ‘ingebakken’ dimensies, namelijk ‘leeftijd’, ‘geslacht’ en ‘ras’. Over ras als automatisch coderende dimensie bestond wel twijfel. Omdat in de vroege geschiedenis mensen veraf van elkaar woonden en niet met vreemde, anders uitziende mensen(rassen) in aanraking kwamen, zag men niet goed in hoe gedurende de evolutie de dimensie ‘ras’ kon zijn ingebakken geraakt in ons neurocognitieve systeem. Een groep evolutiepsychologen heeft onlangs in Proceedings National Academy of Sciences USA onderzoek gepubliceerd over de ‘kracht’ van de dimensie ‘ras’ bij dit proces van coderen van mensen door mensen. Zij vonden dat raciale kenmerken (dus voornamelijk uiterlijke kenmerken) wel degelijk belangrijk waren bij de automatische en onwillekeurige beoordeling en codering van mensen, maar dat ras als dimensie vrijwel geheel kon worden vervangen door andere uiterlijke, niet-raciale, kenmerken, bijvoorbeeld groepsgebonden kleding.


Kennelijk worden raciale kenmerken gebruikt zolang zij relevant zijn voor de juiste codering van mensen in aan elkaar hangende groepen of coalities. Als factor blijft ras echter niet bestaan als er betere kenmerken voorhanden zijn voor deze codering. Raciale kenmerken vormen slechts één van de mogelijke aanwijzingen. Anders dan leeftijd en geslacht is ras geen dominante dimensie die in alle sociale contexten opgeld doet.

Afkicken


Er is dus geen genetische grondslag om mensen in verschillende rassen in te delen. Wij zijn in de loop van de evolutie niet ‘geprogrammeerd’ geraakt om op basis van raciale kenmerken andere mensen tegemoet te treden. Rassendiscriminatie is dan ook niet meer dan een slechte gewoonte die we kunnen afleren.


De wetenschap heeft zich inmiddels gerealiseerd dat ook zij een taak heeft in het bestrijden van rassendiscriminatie. Zo hebben de Amerikaanse vereniging voor antropologie en de redacties van belangrijke tijdschriften als New England Journal of Medicine, Nature Genetics en The Annals of Internal Medicine ferme standpunten ingenomen tegen het gebruik van het begrip ‘ras’ als onderscheidend kenmerk in patiënt- of populatiegebonden onderzoek.


Wetenschap en onderwijs zullen daarmee wegvallen als drijvende  krachten achter de ideologie van het rassenonderscheid. De vraag is nu welke rol de politiek zal spelen bij de ontwenning van het gebruik van de rassenideologie. Het is historisch immers een verslavend middel gebleken in het politiek-maatschappelijke veld. We weten allemaal hoe moeilijk het is om af te kicken. n

prof. dr. H.A. Verbrugh,
hoogleraar medische microbiologie, hoofd afdeling Medische Microbiologie en Infectieziekten, Erasmus Universitair Medisch Centrum, Rotterdam

 

 


Correspondentieadres: Dr. Molewaterplein 40, 3015 GD Rotterdam; e-mail:

verbrugh@bacl.azr.nl

SAMENVATTING


l Rassendiscriminatie stoelt op de gedachte dat mensen zijn onder te verdelen in verschillende ondersoorten die in biologische zin significant van elkaar afwijken.


l Door de indeling in rassen te gebruiken in biomedisch onderzoek, heeft ook de geneeskunde bijgedragen aan het instandhouden van deze


ideologie.


l Vergelijkende analyses van de genetische make-up van groepen mensen hebben inmiddels laten zien dat de onderlinge verschillen binnen een groep mensen vele malen groter zijn dan die tussen groepen mensen.


l Redacties van toonaangevende medische tijdschriften hebben nu


stelling genomen tegen het verdere gebruik van het begrip ‘ras’ in biomedisch onderzoek.


Literatuur

1. Barbujani G, Magagni A, Minch E, Cavalli-Sforza LL. An apportionment of human DNA diversity. Proc Natl Acad Sci USA 1997; 94: 4516-9.  2. Kurzban R, Tooby J, Cosmides L. Can race be erased? Coalitional computation and social categorization. Proc Natl Acad Sci USA 2001; 98: 15387-92.  3. Nei M, Takezaki N. The root of the phylogenetic tree of human populations. Mol Evol Biol 1996; 13: 170-7.  4. Witzig R. The medicalization of race: Scientific legitimization of a flawed social construct. Ann Intern Med 1996; 125: 675-9.  5. Am Assoc Anthropol. AAA statement on race. Am Anthropol 1999; !00: 712-3.  6. Schwartz RS. Racial profiling in medical research. N Engl J Med 2001; 344: 1392-3.

Brieven

1. Dr. C.R. Lincke, kinderarts - MC 28/29/2002

Dr. C.R. Lincke, kinderarts


Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis Rotterdam


e-mail:

lincke@alkg.azr.nl



Met taboeïsering van deze begrippen is echter niemand gebaat, nog het minst het individu afkomstig uit of behorend tot een etnische bevolkingsgroep waarin genetisch bepaalde kenmerken met medische betekenis relatief vaak voorkomen. Sterker nog, het niet betrekken van de etnische achtergrond bij het medisch denken en handelen kan gemakkelijk leiden tot levensbedreigende blunders. Denkt u hierbij eens aan de verraderlijke symptomatologie van sikkelcelziekte en andere hemoglobinopathieën, favisme, periodieke koortssyndromen en erfelijke stofwisselingsziekten, bij voorbeeld de ziekte van Fabry, waarvoor tegenwoordig hoopgevende behandelingsmogelijkheden bestaan. Het probleem is dat deze aandoeningen pas in de differentiële diagnose betrokken worden als de dokter gewend is om bewust rekening te houden met de genetische achtergrond van zijn patiënt. De routinematige vastlegging van de geografische herkomst of etnische afkomst in het medisch dossier is dan ook in vele gevallen even belangrijk is als een goede familie-anamnese. Voor veel gebruikte medicamenten, vooral antihypertensiva, zijn op populatieniveau (in termen van "black" and "white") klinisch relevante verschillen in gevoeligheid en werkzaamheid beschreven (3). Alertheid op populatiegenetisch bepaalde verschillen in ziekterisico’s, farmacokinetiek en farmacodynamiek is van levensbelang in vele disciplines, vooral in de kindergeneeskunde en in de interne geneeskunde. De microbioloog Verbrugh zal op zijn gebied ook illustratieve voorbeelden kunnen vinden, zoals de met etnische afkomst geassocieerde verschillen in transmissiekansen en ziekteprogressie bij HIV-infecties tussen ‘African Americans’ en ‘Caucasians’ welke (mede) samenhangen met polymorphismen in een gen coderend voor een chemokine receptor (4). Overigens onderkennen vertegenwoordigers van ‘nonwhite populations’, ik gebruik hier de terminologie van de auteurs, zelf heel goed het belang van genetische verschillen tussen populaties voor de gezondheidszorg. Zij eisen juist meer aandacht in klinische studies voor raciale, met huidskleur geassocieerde, verschillen in werkzaamheid van geneesmiddelen (5). Het feit dat begrippen als ras, etniciteit, etnische afkomst en onderscheid op basis van huidskleur niet altijd scherp gedefineerd zijn of in de geschiedenis door onderdrukkers misbruikt werden, maakt deze begrippen nog niet overbodig.

Referenties:

verslaving
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.