Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Verschillende astmacontroles even goed

Plaats een reactie

De verschillende manieren om astmatherapie te controleren en bij te stellen, lijken evenwaardig. Tenminste als het gaat om het bepalen van de dosis inhalatiecorticosteroïden. Dit blijkt uit onderzoek van William Calhoun e.a. dat in JAMA verschijnt.

Zij vergeleken drie controlemethodes bij 342 volwassenen met mild tot matig astma die inhalatiecorticosteroïden (ICS) gebruikten. Het ging om een gerandomiseerde trial die negen maanden liep. De methodes die de wetenschappers vergeleken, waren ‘ouderwetse’ inschatting van de arts op basis van richtlijnen, uitgeademde stikstofoxide en het door de patiënt zelf doseren op basis van de hoeveelheid bètasympathicomimetica die hij gebruikt.

Bij de eerste twee methodes werd de dosis ICS elke zes weken aangepast, bij de laatste werden ICS gebruikt elke keer als er escapemedicatie (een bètasympathicomimeticum) nodig was.

Vervolgens werd gekeken wanneer een klinische verslechtering van astma optrad, zoals een astma-exacerbatie of een verslechterde longfunctie. Dat bleek niet significant te verschillen tussen de drie groepen. Ook trad verslechtering niet vaker op, en waren longfunctie en symptomen niet significant verschillend.

Dat komt over als goed nieuws voor patiënten die zelfstandig hun medicatie willen instellen. Zij kunnen immers vrij gemakkelijk hun eigen dosering instellen. Maar in een begeleidend commentaar wijzen George O’Connor en Joan Reibman op een aantal haken en ogen: zo werd vooraf een vijfde deel van de patiënten geëxcludeerd, onder meer omdat ze zich niet voldoende hielden aan behandelingsvoorschriften (non-compliance). Deze groep is wellicht minder geschikt voor zelfmanagement. Daarnaast was de studie van vrij korte duur (negen maanden) en ging het alleen om mensen die een vrij lage dosis ICS gebruikten.

Sophie Broersen

Lees ook:

beeld: iStockphoto
beeld: iStockphoto
Wetenschap
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken. Sinds eind 2020 werkt zij daarnaast als arts bij het team seksuele gezondheid van de GGD Hollands Midden.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.