Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nicolien van der Have
04 oktober 2013 1 minuut leestijd
Wetenschap

Verklevingen hebben levenslange gevolgen

1 reactie

Adhesie, de meest voorkomende complicatie na buikchirurgie, heeft een levenslang negatief effect op de gezondheid van patiënten. Dit blijkt uit een meta-analyse door Nederlandse artsen verbonden aan verschillende ziekenhuizen. Het artikel van Richard ten Broek e.a. is gepubliceerd op de site van BMJ.

De onderzoekers betrokken 196 studies in hun meta-analyse en hebben de ziektelast van de meest voorkomende complicaties van verklevingen in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat een postoperatieve darmobstructie in meer dan de helft van de gevallen het gevolg is van een verkleving. Daarnaast worden verklevingen vaak verantwoordelijk gehouden voor chronische buikpijn en verlaagde vruchtbaarheid.

De gevolgen van deze complicaties voor de patiënt zijn levenslang. Zo is er in het geval van een darmobstructie vaak een spoedoperatie nodig, wat kan leiden tot onbedoeld darmletsel. En in drie studies  moest 23 procent van de postoperatieve patiënten een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan.

Dat deze complicaties meer aandacht verdienen, blijkt volgens de auteurs uit het feit dat slechts 10 procent van de chirurgen en gynaecologen de patiënten erover informeert. Ze hopen dat de resultaten van hun meta-analyse worden gebruikt voor de ontwikkeling van richtlijnen ter preventie van adhesie.

Twee van de auteurs schreven al eerder in Medisch Contact dat het risico van verklevingen wordt onderschat en dat er in Nederland te weinig aan de preventie hiervan wordt gedaan.

Nicolien van der Have

BMJ 2013, doi 10.1136/bmj.f5588

Lees ook:


print dit artikel
Wetenschap chirurgie gynaecologie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • C.M.A. Bruijninckx, chirurg, ROTTERDAM 07-10-2013 00:00

    "Ik bewonder het monnikenwerk van de eerste auteurs, i.c. beide 'PhD candidates' Richard ten Broeke en Yama Issa. Ook bewonder ik de hardnekkigheid waarmee Harrie van Goor voor dit 'weinig sexy' onderwerp aandacht blijft vragen. Chirurgische complicaties op zich zijn al geen populair onderwerp (ten onrechte!) en dat geldt versterkt voor complicaties die zich laat en dan ook nog meestal buiten het aandachtsveld van de eerste operateur voordoen, waardoor de eigen verantwoordelijkheid van de operateur makkelijk ontdoken kan worden. Het is dan ook met enige schroom dat ik een punt van kritiek op het artikel wil geven. Het betreft het begrip 'incidence'. Nadat ik het artikel in het BMJ gelezen had, wist ik nog niet de omvang van het probleem, omdat mij niet duidelijk was geworden wat onder 'incidence' werd verstaan. Het werd niet nader gedefinieerd en toen heb ik het op de Engelse Wikipedia opgezocht: "Incidence is a measure of the risk of developing some new condition within a specified period of time." Die gespecificeerde periode ontbreekt. Ook leerde ik op deze site dat de opgegeven percentages geen 'incidence' betroffen, maar '"incidence density rates': "When the denominator is the sum of the persons of the at risk population [within a specifiek time period], it is also known as the incidence density rate." Nog steeds ontbreekt dan uiteraard de tijdschaal. Omdat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de kans op de complicatie in de eerste jaren na de operatie het grootst is, zou de omvang van het probleem het best weergegeven kunnen worden met de chirurgen bekende Kaplan-Meier curven. Dit alles laat onverlet dat de auteurs mij opnieuw overtuigd hebben van het belang van deze complicatie en van het belang dat wij als operateurs deze operatie (h)erkennen als belangrijk genoeg om hem te bespreken met onze patienten en om gerichte maatregelen te nemen om hem (zoveel mogelijk) te voorkomen. Dames en heren verzekeraars: dat kost per operatie ca. 200 euro extra."