Verhaal gestopte longarts maakt veel los | medischcontact

Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

naar overzicht
Sophie Broersen Mariska Koster
04 december 2013 5 minuten leestijd
Achter het nieuws

Verhaal gestopte longarts maakt veel los

4 reacties

Artsen die dagelijks te maken hebben met mensen die spoedig gaan overlijden, zouden daarbij professioneel gesteund moeten worden. Dat zei Mariska Koster, gestopt longarts, twee weken geleden in Medisch Contact (MC 47/2013: 2450: Arts heeft eenzaam beroep). Haar emotionele betoog maakte veel los.

Koster zelf is overspoeld met reacties: ‘Van coassistent tot huisarts, van psychiater tot somatisch specialist. Men herkent wat ik schrijf.’ Dat beeld rijst ook op uit de reacties die binnenkomen bij Medisch Contact (zie de selectie reacties deze week in Medisch Contact). Sommigen hebben ook antwoorden op de vragen die Koster stelt. ‘Vooral huisartsen en psychiaters vertellen hoe zij het probleem ondervangen, bijvoorbeeld door intervisiegroepen. Anderen vinden dat we dit breder moeten oppakken en daar ben ik het mee eens. Het moet normaal worden dat je praat over wat dit vak met je doet, en dat je je maten steunt. Dat kan het beste door bijvoorbeeld intervisie of coaching een vast onderdeel van de opleiding te laten zijn, en mogelijk zelfs een eis voor herregistratie.’ Voor haarzelf was die mogelijkheid van bijvoorbeeld intervisie er niet: ‘En ik ben niet de enige. Een specialist uit een ander ziekenhuis vertelde me dat hij ooit aan de medische staf voorstelde om intervisie op te zetten. Hij werd weggehoond.’

Zwaardere kanten
Hoe kijken de collega-longartsen aan tegen het verhaal van Koster? Yvonne Heijdra, voorzitter van longartsenvereniging NVALT: ‘Longartsen hebben veel te maken met mensen die overlijden, niet alleen door kanker, maar ook door ziektes als cystic fibrose. Niet iedereen ervaart dat altijd als last. Als een sterfbed in harmonie verloopt, je tot steun kunt zijn voor de patiënt, kun je er ook een positief gevoel aan overhouden.’ Heijdra is er niet van overtuigd dat verplichte intervisie nodig is, maar ze is voorstander van structurele aandacht voor de emotioneel zwaardere kanten van het vak: ‘Dat begint al in de opleiding: het is goed als een senior nagaat hoe het met een coassistent of een aios gaat die iets heftigs heeft meegemaakt.’ Dat geldt volgens haar voor alle vakken: ‘Het is niet zo dat longartsen vaker uitvallen dan anderen. We weten wel dat burn-out onder specialisten vaak voorkomt, mogelijk mede door de emotionele belasting van ons vak.’

Dood kind
Zoals gezegd: vooral huisartsen en psychiaters weten de weg naar professionele steun te vinden, afgaand op de reacties die binnenkomen. Er zijn ook ziekenhuizen en opleidingen waar aandacht is voor de zware kanten van het vak. ‘Een goed overzicht van hulpmogelijkheden voor artsen ken ik niet’, zegt psychiater Hans Rode, die artsen coacht die worstelen met hun carrière of persoonlijk leven. ‘Dat is een probleem. Iedereen doet dit voor zich; de een heeft het goed geregeld, de ander niet. In ziekenhuizen vinden soms standaard evaluaties plaats na ernstige trauma’s met fatale afloop, of bij overlijden van een minderjarige. Maar dan gaat het vaak over de technische procedure, en niet over hoe het voor de dokter is om een kind onder je handen dood te zien gaan. Ik vermoed dat dat nog niet goed geregeld is. Ook binnen de psychiatrie is dat zo. Intervisiegroepen zijn niet verplicht. Veel collega’s vinden dat misschien niet nodig, omdat ze het altijd zonder hebben gedaan. Ik denk dat dat een vergissing is. Je hoeft niet onnodig te gaan therapeutiseren, maar het is goed als collega’s beschikbaar voor elkaar zijn, meevoelen, elkaar er bewust van maken dat het vak zware kanten heeft. Als je lang mee wilt gaan, moet je goed voor jezelf zorgen.’

Balintgroep
Rode vindt die steun zelf bij de Balintgroep waar hij deel van uitmaakt: ‘We kunnen elkaar buiten de intervisie altijd laagdrempelig bellen.’ Balintgroepen zijn vooral voor huisartsen een begrip: een groep van ongeveer tien collega’s, die eens per maand samenkomen en casuïstiek bespreken die te maken heeft met arts-patiëntcommunicatie, vertelt psychiater Jan van Trier, voorzitter van de vereniging Balint Nederland: ‘Het gaat meestal om iets in het contact dat moeilijk verliep, dat je emotioneel raakte, waardoor je niet meer professioneel kon zijn. De groep en twee begeleiders diepen uit wat er bij jou speelde, maar hebben ook aandacht voor de kant van de patiënt.’

Werkt het, voorkomt zo’n vorm van intervisie burn-outklachten of zelfs uitval? ‘Het is moeilijk om dat wetenschappelijk aan te tonen, maar artsen zelf zeggen er veel baat bij te hebben, dat het hen door moeilijke tijden heen helpt.’ Op dit moment nemen zo’n driehonderd huisartsen deel aan Balintgroepen, zegt Van Trier: ‘Er zijn ook groepen met psychiaters, maar onder andere medisch specialisten heeft het gek genoeg nooit zo’n vlucht genomen. Er zijn wel initiatieven, ik begeleid zelf een groep met arts-assistenten van allerlei specialismen. Bij hen kom ik tegen wat Koster beschrijft: er is weinig ruimte voor alle emotionele toestanden en problemen die je tegenkomt. In zo’n groep kunnen ze dingen kwijt die ze anders in hun eentje moeten oplossen. Zo leren ze dingen in een groep te delen.’

Hartenkreet
Lode Wigersma van de KNMG laat weten dat Kosters hartenkreet wordt ondersteund: ‘Het is belangrijk dat artsen rondom moeilijke beslissingen of het geven van moeilijke boodschappen aan patiënten steun kunnen krijgen in eigen kring. Wij menen dat specialisten dit vooral in eigen kring, hetzij binnen de wetenschappelijke vereniging, hetzij in de instelling of het samenwerkingsverband waar zij werken, zouden moeten adresseren. De KNMG zou hier, als daar behoefte aan bestaat bij de verenigingen en als ons dat gevraagd wordt, zeker een rol in kunnen en willen spelen.’ De Orde van Medisch Specialisten laat weten het signaal zeer serieus te nemen en dit mee te nemen bij het vormen van beleid.

Mentale vaardigheden
Maar zelfs al zou er optimale opvang voor artsen zijn, dan nog is het niet gezegd dat elke arts het vak zou volhouden. Heijdra: ‘Er zullen altijd mensen zijn die uiteindelijk merken dat ze niet geschikt zijn voor het vak.’ Psychiater Rode denkt dat het goed is om vooraf al beter te selecteren of iemand geschikt is: ‘Het was mij bijvoorbeeld niet duidelijk welke mentale vaardigheden ik in huis moest hebben om een goede psychiater te zijn. Dat is niet helemaal te ondervangen, want je weet pas echt hoe het is om een vak uit te oefenen als je zelfstandig aan de slag gaat. Maar we kunnen wel mensen eerder bewust maken van bepaalde moeilijke aspecten van het vak. We gaan als artsen voortdurend om met ziekte, dood, ellende, pijn en verlies. Die proberen we af te wenden, maar dat lukt vaak niet. Dat dilemma, daar hebben we het bijna nooit over. We krijgen weinig instrumenten om dat te verdragen.’
Koster: ‘Ik weet niet of ik nog werkzaam zou zijn als longarts als ik anders was opgevangen, want er zijn meer redenen waarom ik geswitcht ben. Maar ik denk wel dat ik het werk minder als een zware last zou hebben ervaren.’


Sophie Broersen, journalist Medisch Contact

s.broersen@medischcontact.nl


Zie ook

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
Achter het nieuws levenseinde
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • H.J. Oostenbroek, arts, WASSENAAR 07-12-2013 00:00

    "Prima dat iemand uiting geeft aan zijn gevoel van het niet aankunnen van het vak en te kiezen voor een carriere switch. Het dwaze van dit geheel is dat nu de indruk kan ontstaan dat deze longarts staat voor alle artsen. Dat is dus niet zo. Ik herken de worsteling wel, maar niet de conclusie en uitkomst. Er zijn, zoals velen al aangeven, voldoende mogelijkheden om met deze zware kant van ons vak om te gaan. De meesten onder ons kunnen het zo prima hanteren. Daarmee geven we aan dat er voldoende professionaliteit onder de beroepsgroep is. Laten we het niet groter maken dan het is. Sommigen onder ons kunnen het niet aan, de meesten wel. En laten we die suffe discussie of we nou wel of niet voldoende empathie hebben maar achterwege laten. Daar is zo veel over gesproken, daar gaat het net zoals in de rest van de wereld: de meesten doen het prima en sommigen niet, ondanks alle mogelijkheden om je te scholen, trainen, etc. Soit, dat geldt helaas ook voor deze collega longarts. Ik vraag me dan ook af wat de reden is waarom zij zo'n enorm platform krijgt voor haar falen. Dit lijkt meer op voyeurisme, dan op iets waar we als beroepsgroep wat aan hebben. En het spijt me werkelijk dat het haar niet lukt om hier mee om te gaan, maar dat is een verhaal van 'coping', niet van falen van een beroepsgroep."

  • M.M. Kaandorp, arts, docent, pesso-therapeut, CASTRICUM 05-12-2013 00:00

    "Sterker nog, wanneer je je eigen emoties niet kan voelen kun je geen verbinding maken met een ander. Contact, met tact, het woord zegt het letterlijk heeft met voelen te maken dus met empathie.
    Euthanasie toepassen zonder contact en gevoel is gevaarlijk en doet me denken aan nazi-praktijken uit het verleden. Eigen gevoelens in dit verband zijn hier net zo belangrijk als die van patient en omgeving. Als je die niet serieus neemt of er niets mee doet of kan doen moet je er van afzien.
    Patienten onderschatten vaak hoe zwaar het kan zijn voor een arts, misschien mede omdat we er te weinig over communiceren.
    Meer aandacht voor gevoelens die in balans zijn met onze ratio is vooral als we het over euthanasie hebben voor iedereen die daar mee te maken heeft een zeer gezonde zaak. Mooi dat dit nu in de publiciteit komt en mensen tot nadenken stemt en hopelijk tot zinnige acties leidt voor de beroepsgroep.
    "

  • P. van Megchelen, journalist, Leiden 04-12-2013 00:00

    "Dank voor dit verhelderende artikel. De invalshoek die ik nog een beetje mis, is dat artsen die goed zorgen voor hun eigen gevoelsleven misschien ook betere dokters zijn. De bekende problemen rond falende communicatie, het niet-erkennen van fouten etc. hangen wellicht samen met de manier waarop specialisten met hun eigen gevoelens omgaan. Het lijkt mij lastig om empathisch te zijn/blijven als je systematisch je eigen emoties onderdrukt. Het ontbreken van (behoefte aan) intervisie voor mensen die regelmatig met overlijden te maken hebben, past in elk geval in het clichébeeld van de specialist als niet-empathische 'kouwe kikker'. Misschien moeten we ons dus ook zorgen maken om (sommige) specialisten die NIET overspannen raken. "

  • P.J. Jonker, jeugdarts, opleider, DEVENTER 04-12-2013 00:00

    "Meerwaarde van intervisie kun je pas inschatten als je er aan mee doet, als je het ervaart. Ik zou niet meer zonder willen, het dagelijks werk met ouders, kinderen en collega's levert altijd momenten op die om reflectie vragen en/of emotioneel belastend zijn, ook als je in de preventie cq public health werkt."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.